Vannacht schrokken wij op gegeven moment wakker van een geluid vlak bij onze hut; een dier scharrelde rond! Pffff. ‘S ochtends vroeg kregen we een aantal fluitconcerten van vogels, en omdat we mochten uitslapen hebben we nog stug in bed gelegen tot het ongeveer 7:30 was, maar geen oog meer dicht gedaan. Zo in de natuur slapen is theoretisch gezien misschien wel leuk bedacht, maar het is zo’n herrie met al die dieren en vogels om je heen, en je schrikt constant van alle rare geluidjes! Wij tenminste wel, we zijn dat gewoon niet gewend. Gelukkig bevestigde andere mensen uit de groep later dat zij ook wat onrustiger sliepen dan thuis en af en toe bang waren dat een of ander dier opeens binnen zou staan. De mens heeft niet voor niets vier muren uitgevonden!

Bij het weglopen uit onze hut zagen we de sporen van het dier dat we vannacht waarschijnlijk gehoord hadden, bij de braai-plaats. Brrrrr, grote poten! Onze buren waren ook net bezig hun huurauto in te pakken, en Hans vroeg ze hoe hun auto beviel, en vertelde dat wij gelijk uitslag kregen bij de naam Bushtrackers, omdat dat de “backyard rental” was geweest waar we in 2008 zo veel ellende mee hadden gehad in de Kalahari, en uiteindelijk zelfs de Namib-Woestijn reisvoor hadden moeten afzeggen. Maar de man zei geen klachten te hebben over de auto, en dat ze in een industrieterrein zaten, dus duidelijk dat ze in ieder geval niet meer vanuit hun eigen achtertuin opereren en misschien wat professioneler geworden zijn.


Toen we klaar waren hebben we alles van waarde ingepakt en in de auto gestopt (want de boomhut is volledig open aan de elementen), met wat keren en steken de auto uit zijn parkeerplek gekregen zonder iets te raken, en reden we naar de receptie om te gaan ontbijten. We waren er bijna toen we in een van de laatste bochten van het pad een gewone personenauto tegenkwamen die zo te zien muurvast in het mulle zand zat. Een vrouw stapte excuserend uit, ze zat vast en er was al om hulp gegaan. Een gamedrive auto van Ngepi kwam inderdaad na een paar minuten al aanzetten en twee mannen hebben een tijdlang geprobeerd de auto uit te graven zodat hij op eigen kracht eruit zou kunnen komen, maar dat ging voor geen meter. Toen zochten ze naar de sleepring om haar eruit te trekken, maar die was nergens te bekennen. Ze vroegen zelfs al Hans om hulp. Totdat ze zich realiseerde dat er een speciaal klein vakje voorin de bumper zat. Alleen, geen haak. Hans bedacht zich toen dat die waarschijnlijk ergens los in de auto zat, en is, met de twee Belgische dames die onderhand behoorlijk verhit geraakt waren, ernaar op zoek gegaan. Toen hij eenmaal in de kofferbak gevonden was, was het verder gauw gebeurd en konden de dames losgetrokken worden. Ik denk niet dat ze hier ooit weer zullen komen!

We hadden vandaag in principe een vrije dag, en om het voor iedereen zo gemakkelijk mogelijk te maken was ontbijt op eigen gelegenheid te bestellen bij de receptie van Ngepi, onder het noemen van Mpafa. Lunch zou tussen 12 en 13 zijn in het nabijgelegen Bwabwata (of Mohembo, is me niet helemaal duidelijk) National Park, aan de rivier bij de picknickplek “Kwetcha”, avondeten zou om 19 uur bij het kampvuur zijn, en voor de rest waren we vrij om te doen wat we wilde.

Hans en ik hebben lekker een uitgebreid gebakken ontbijtje genomen; gebakken eitjes, spek, een worstje, gebakken tomaat en toast met thee. Best lekker, maar het gaat altijd een beetje rommelig in Afrika. Zo hadden we specifiek gezegd géén bonen in tomatensaus, en wat werd er op het bord gekwakt? Bonen. We konden nog net op tijd ingrijpen zodat Hans zijn ontbijtje zonder bonen kon houden, maar zucht. De toast was van hetzelfde soort vaste brood als potjiesbrood, in plakken van 2 cm dik gesneden die al een tijdje op de bakplaat lagen en dus net niet aangebrand waren, maar wel erg hard… Hans zijn worstje had amper het vuur gezien en was nog rauw vanbinnen, terwijl de mijne heerlijk doorgebakken was. Ach ja, het was lekker om weer eens een gebakken eitje te eten! Bij het ontbijt vertelde Pieter dat het dier dat onze hut had bezocht waarschijnlijk een riet-rat geweest was, een “cane-rat”, een grote rat die plantaardig materiaal eet. Gelukkig maar!

Na nog wat thee en internetten zijn we op ons gemak na 10 uur in de auto gestapt om richting de picknickplek te rijden. We hadden eigenlijk weinig verwachtingen van het park qua dieren, want hadden nauwelijks iets gezien gisteren en het leek zo’n klein, nietszeggend parkje. Bij de entree van het park moesten we ons melden als de Mpafa groep, want Pieter had al voor ons betaald, en inderdaad het werkte, toen ik het kantoortje instapte en Mpafa noemde hoefde ik niet eens iets in te vullen, maar kreeg gelijk een kaartje van het parkje. Er waren effectief twee routes die we konden rijden, waarvan de ene eigenlijk afgesloten was. Bleef dus alleen de route over die naar de picknickplek leidde. Hmm, jammer, maar ach, op zich is alles wat je ziet wel leuk en als we rustig reden zouden we niet te vroeg bij de picknickplek zijn hopelijk. We hebben er uiteindelijk anderhalf uur over de iets van 14 km in het park zelf gedaan en ontzettend veel gezien!

Om te beginnen ontzettend veel kudu’s, meer dan we ooit gezien hebben in zo’n klein oppervlak. Wij vinden het zulke mooie dieren met hun grote oren en ogen en mooie gekrulde horens. Ook zagen we zebra’s, en een mooie bruinkleurige antiloop die erg veel leek op een oryx, maar dan met andere tekening (dit bleek later ook een familielid te zijn van de oryx die wij gezien hadden in de Kalaharien die zulke uitgesproken tekeningen hebben op hun vacht). Toen zagen we al gauw de eerste olifant, in de verte aan het drinken, en een struisvogel, en nog wat meer antilopeachtige waaronder impala. Die hebben we al zo veel gezien maar vervelen ook nooit, het zijn zulke mooie statige diertjes! Op gegeven moment hebben we een tijdje naar een aantal apen gekeken, waaronder eentje vlakbij in een boom, en toen zagen we opeens in de verte een olifant in de bush, heel rustig op ons afkomend.

Het bleken er in totaal vier te zijn, mooie olifantenstieren die een beetje duf aan het sjokken waren door de zinderende hitte (het was vandaag op zijn heetst 37 graden in de schaduw), en heel relaxed maar wel altijd ons in het vizier houdend naar een boom sjokte waar ze alle vier onder konden staan in de schaduw. Eentje leunde van vermoeidheid met zijn achterste tegen de boom aan en legde zijn slurf lui op een slagtand. We hebben er een hele tijd gestaan, genietend van deze mooie beesten terwijl ze langzaam aan alle vier in de schaduw gingen staan, een beetje te hangen in de hitte. Het zijn net mensen!

Het was inmiddels 11:15 en al gloeiend heet dus, de airco stond op zijn hoogst en kon het amper koel krijgen, en als je het raam opendeed om een foto te maken was het net alsof je je hoofd in een oven stak. Bij de brede rivier vol kleine eilandjes uitkomend zagen we een struisvogelkoppel met elf kuikens; een leuk gezicht, en we denken eigenlijk nog nooit struisvogel-kuikens gezien te hebben in Afrika! De kleintjes rende kriskras door elkaar heen en de ouders probeerde er af en toe wat structuur in te krijgen en ze weer een beetje bij elkaar te brengen, het was leuk om naar te kijken. In de verte stond ondertussen een nijlpaard op het punt het water in te gaan, en in het midden van de rivier bleek er een eilandje van een stuk of acht nijlpaarden te zijn, op elkaar gedrukt in een wat diepere poel waarschijnlijk. Er was overal wel wat te zien, want toen we verder keken zagen we in de verte ook drie olifanten lopen.

Weer terug van de rivier de bush inrijdend zag Hans opeens een buffel; het bleken er zeker drie te zijn, en toen we bij de Giant Baobab picknick plek kwamen besloten we er even in te rijden om te kijken. De baobab was inderdaad enorm! Een niet erg hoge maar wel hele dikke baobab, met een bast vol littekens van olifanten – die doen graag met hun slagtanden repen van de bast afscheuren om op te eten – en een metersdikke grillige stam. Bij het water hier bij de baobab zagen we weer allerlei antilopen, waaronder natuurlijk impala, maar ook denken we de wat gespierdere neef van de impala, de moeras-impala of zoiets.

Toen we bijna bij Kwetcha waren zagen we zelfs een hartenbeest, en wrattenzwijntjes! Dit ritje was echt boven alle verwachtingen mooi geweest, we hebben ervan genoten en ik denk haast even veel gezien als op een goede dag in Kruger.

Bij de picknick plek aangekomen stonden de mannen ons al op te wachten, ze hadden in de bakkie onze campingstoelen meegenomen en hadden het gasstel met de bakplaat opgezet om ter plekke verse hamburgers voor ons te bakken! Het was onderhand klokslag 12 uur en er stonden, met ons erbij, een drietal auto’s van onze groep, dus we hebben ons lekker geïnstalleerd met onze hamburgerbroodjes met uitzicht op de rivier. Twee andere auto’s kwamen kort na ons aan en met zijn tienen en Pieter hebben we een beetje gekletst en gehangen in het beetje schaduw dat er was. Ondertussen kwamen twee brutale aapjes kijken of er iets lekkers te halen viel, en probeerde Pieter ze weg te jagen. Maar erg onder de indruk waren ze niet, want hij had én geen katapult, én hij kon niet erg mikken. Na nog wat mislukte pogingen en gezwaai taaide ze echter toch maar af en gingen elkaar een beetje liggen vlooien in een tak. Maar we hielden ze toch maar een beetje in de gaten voor de zekerheid!

Rond 13 uur waren er nog altijd maar 10 van de 20 geweest om te eten, dus besloot Pieter om de boel maar weer in te pakken. Hans en ik vertrokken ook, en we waren nog maar amper 10 minuten op pad of we kwamen de andere tien tegen, onderweg naar de picknickplek; daar zal de keukenploeg niet zo blij mee geweest zijn vermoeden we!

Terug op pad zijn we in een wat sneller tempo terug naar Ngepi gereden, hoewel we natuurlijk nog wel de tijd namen voor foto’s en met name olifanten. Maar het was bloedheet en hoog tijd voor een dutje en een beetje rusten, plus we hadden zo’n mooie gamedrive gehad vanochtend dat we wel redelijk verzadigd waren. Wel hebben we nog de tijd genomen om te genieten van een olifant die een stof- en modderbad aan het nemen was. En zagen we een hele mooie mannetjeskudu die vlak naast de weg stond met een prachtig gekruld gewei, en weer een paar van de vaal gekleurde oryxen.

Rond 14:30 waren we terug in Ngepi, en de middag hebben we lekker doorgebracht in de zithoek die uitkijkt over de rivier, internettend voor zover mogelijk (een Fransoos zat YouTube te kijken en slokte alle bandbreedte op) en luierend. Ik had daar eerder op de dag een stopcontact gevonden verstopt achter een bank, dus heb daar toen we terug waren van de gamedrive gelijk heel onze energiecentrale van kabels en opladers aan gehangen. Lang leven het oude verlengsnoer dat Hans nog de avond voor ons vertrek naar Australië 10 jaar geleden gemaakt had, dat doet nog altijd trouw dienst om van dat ene enkele kostbare stopcontactje dat je ergens tegenkomt vijf stopcontacten te maken… Ideaal! En nu ook hard nodig, want onderhand was alles wel een beetje leeg geraakt. Zo’n lekker windje als er vanochtend was, zo windstil was het nu in de middag, en we hebben de uren lekker rustig doezelend doorgebracht, zwetend en puffend in de hitte, hopend en wachtend op een beetje koelte als de zon weg zou zijn! Maar alles is weer lekker opgeladen, dus dat is mooi, en dan zitten we hier toch het beste. Rond 17:30 kwam er een bootje langs, en opeens zag Hans een krokodil even verschijnen en weer verdwijnen in het water.

We bedachten ons dat de auto nog hier bij de receptie stond, dat het onderhand al bijna aan het schemeren was, en dat het waarschijnlijk gemakkelijker was om de auto nog bij daglicht te parkeren bij de boomhut dan in het donker, dus we hebben onze spullen ingepakt (alles was inmiddels helemaal opgeladen) en zijn naar de auto gegaan. Hans heeft hem netjes geparkeerd, we hebben onszelf weer even een beetje ingericht in de boomhut met de spullen die we naar de auto genomen hadden vanochtend en toen zijn we teruggelopen richting het kampvuur om onszelf daar te installeren – het was inmiddels al 18:30 dus toch bijna etenstijd.

In de schemer vlogen grote vleermuizen af en aan langs de lampen die het veldje waar ons kampvuur en de veldkeuken opgezet waren verlichtte; ze waren waarschijnlijk op de insecten aan het jagen die erop af kwamen. Het was erg gezellig, lekker eten (lasagne in een grote gietijzeren pot gegaard op het vuur en erg lekkere chocolademousse toe) en we hebben nog een tijdje nagekletst met de gids en een paar andere mensen over van alles, maar met name onze reizen en hoe we elkaar ontmoet hadden en zo. Ze moesten wel lachen om het feit dat we allebei zo snel klaar waren op mooie uitzichtspunten in Australië, maar nog dachten dat de ander waarschijnlijk nog niet uitgekeken was, terwijl we allebei eigenlijk al heel gauw het moois in ons opgenomen hadden en nooit meer zouden vergeten! De fanatieke visser liet nog een foto van zijn vistochtje van vandaag zien; het was hem eindelijk gelukt, hij had een tigerfish gevangen vandaag! Vol trots stond hij op de foto met het beest in de handen, zeker ook weer een joekel van zo’n 60-80 cm lang; hij had hem alleen wel terug moeten gooien, dat zijn de regels bij Ngepi.

Het bleek trouwens dat we de Victoria Falls niet vanuit de Zambiaanse kant gaan bekijken, zoals we dachten, maar vanuit de Zimbabwaanse kant. Hans en ik waren eigenlijk steeds overtuigd geweest dat we naar Zambia zouden gaan, maar toen ik het terug ging zoeken in onze documenten stond er op het oorspronkelijke programma van internet eigenlijk geen van beide genoemd, en werd Zimbabwe in de tour guide’s letter alleen even zijdelings genoemd. Ach ja, misschien ook wel leuker, kunnen we zeggen dat we twee keer naar Zimbabwegeweest zijn, en krijgen we de watervallen ook eens van die kant te zien!


Terug bij onze boomhut om 21:45 hebben we ons voorbereid voor bed, een nieuw anti-muggenspiraaltje aangestoken en de klamboe goed ingestopt. En proberen de nieuwe geluiden te identificeren, zoals een of ander insect die in de rieten wand zat te knagen en kraken of zo, de klagende hippo vlakbij, de brul van een olifant in de verte, en de brulkikkers die opeens besloten een concert te geven terwijl we ze gisteren niet gehoord hadden. Hartstikke leuk die natuur, maar we vinden het toch niet zo heel erg om gewoon tussen vier muren en een dak te slapen…

free counters