We hebben vannacht een goede nacht gehad. Of alle knaag- en knisperaars van de afgelopen nachten hielden zich vannacht rustig, of we hebben er niets van gemerkt. Hans heeft zelfs tot een uur of 5 vanochtend kunnen slapen! Wel hoorde hij op gegeven moment aan het begin van de nacht een enorme dierlijke angstkreet in de verte; later dacht men die het ook gehoord had dat het misschien buffels waren geweest die door een of ander roofdier aangevallen waren. We zijn om 7 uur opgestaan, hebben gedaan wat we moesten doen, aangekleed, alles ingepakt en naar de auto gebracht en toen ging Hans nog een laatste keer naar de wc terwijl ik een en ander bij de auto installeerde. Hij vertelde dat terwijl hij daar zat een geel vogeltje kwam drinken van de enigszins lekkende kraan!

We reden iets voor 7:30 weg en zaten samen met een paar anderen achter Pieter zijn wagen aan. Mooi zo, dan zouden we zeker niet verdwalen. De ontmoetingsplek was namelijk om 8 uur bij een parkeerplaats langs de hoofdweg, vlak voor een heuveltje, op enkele tientallen kilometers van Ngepi vandaan: daar zouden we ons picknickontbijt krijgen, om zo veel mogelijk tijd te besparen vanochtend bij vertrek.

We kregen van Gilbert en Djomo twee lekkere ham-kaas sandwiches en een hardgekookt eitje ieder en een flesje vruchtensap. Lekker! Maar terwijl iedereen begon te eten besefte we ons dat de rest van de groep (ongeveer de helft) wel erg laat was; en dat terwijl iedereen altijd tot nu toe zeer stipt op tijd is geweest. Toen herinnerde Hans zich dat een van de keren dat Pieter uitgelegd had waar we zouden ontmoeten hij had gezegd dat we ná de heuvel op een parkeerplaatsje zouden stoppen, en een ander bevestigde dat. Wij hadden Pieter natuurlijk gevolgd omdat het zo uitkwam, en Hans en ik hebben Tracks4Africa dus hadden sowieso wel verwacht hem ergens tegen te komen, maar een groepje had iemand anders gevolgd die gezegd had dat hij wist waar het was… Dus Pieter riep die andere persoon op op de radio, en inderdaad, die stonden allemaal al een tijdje aan de andere kant van de heuvel te wachten en zich af te vragen waar iedereen bleef!

Iedereen van onze groep sprong dus maar gauw weer in de auto’s om naar de andere kant van de heuvel te rijden en de rest van de groep van zijn ontbijtje te voorzien. Er zaten wat kinderen bij de parkeerplaats en toen wij weer naar onze auto’s bewogen riepen ze nogal eisend en boos kijkend “food, food”. Sowieso valt het ons wel op dat de kinderen hier veel bedelen en niet erg aardig kijken naar ons als we voorbijrijden. Bij Ngepi stond een verhaal dat, in de 28 jaar dat Ngepi bestaat, de hoeveelheid tijdelijke gehuchtjes of homestays van 4 naar 24 is gegroeid, omdat het nomadische volk dat hier leeft neerstreek bij Ngepi in de hoop daar werk te vinden en vaak dus ook semipermanent blijft. Ngepi smeekt mensen om de kinderen niets te geven, want daarmee maak je er bedelaars van en creëer je overlast voor iedereen (in Zimbabwe en andere regio’s gooien de kinderen al stenen naar de passerende auto’s als ze niets krijgen), maar het lijkt er dus op dat deze kinderen vaak genoeg toch iets krijgen om het bedelen lonend te maken.


Aan de andere kant van de heuvel stond inderdaad de rest te wachten, en nadat iedereen zijn ontbijtje gekregen had zijn we gauw weer vertrokken want we hadden veel kilometers te maken! Over de Caprivi-strip rijdend (tegenwoordig heet het de Zambezi-strip om zichzelf los te maken van het verleden) vertelde Pieter hoe het ontstaan was; de Duitsers in Namibië wilde graag toegang hebben tot de Zambezi omdat ze in die tijd nog geloofde dat de Zambezi in de Indische Oceaan uitkwam (ze hadden duidelijk nog niet van Livingstone zijn expeditie naar de Victoria Falls gehoord…), dus hebben ze onderhandeld met de Engelse en kregen deze strip land in ruil voor Zanzibar. Het klinkt alsof de Engelsen de betere deal gehad hebben!

In principe was er kans om in de Caprivi-strip wild te zien, er stonden ook om de paar kilometer borden om te waarschuwen voor olifanten, honden/hyena’s en antilopeachtige, maar we hebben niet veel gezien. Een jonge olifant helemaal aan het begin van de strip, een dikdik iets verder op, en helaas ook een dode wilde hond op de weg. Ook zagen we twee struisvogels, die van een afstandje leken op verkeersborden, tot we merkte dat ze bewogen…


Voor de rest was het gras gelukkig gemaaid of verbrand langs de weg, want Pieter vertelde dat hij hier een paar maanden geleden reed en dat toen het gras bijna menshoog was aan beide kanten, tot aan het asfalt, en hij weleens kinderen vlak voor of door de konvooi had zien rennen. Daar hadden wij gelukkig geen last van, en misschien omdat het zondag was liepen er ook niet zo heel veel mensen langs de weg. Wel zagen we op gegeven moment weer zo’n ossen-slee zoals gisteren bij Ngepi, beladen met jerrycans water. Apart om te zien, we hebben zoiets nog nooit gezien in Afrika. Hier en daar zagen we rookwolken in de verte, en een keertje zagen we zelfs nog de vlammen, van het afbranden van gras en kleine begroeiing in de bush langs de weg. En opeens zaten we bij het passeren van een veld in een kleine windhoos, apart!

Het rijden ging redelijk voorspoedig, met een plaspauze in het wild, daarna een beschaafdere plaspauze bij een tankstation in Kongola, en daarna op naar Katima Mulilo, het einde van de Caprivi-strip, waar we in de “Caprivi Houseboat Safari Lodge” geluncht hebben, aan de rivier de Zambezi. Daar verliet Pieter ons nadat hij de lunch geregeld had voor ons (verzorgd door de lodge) en net als de vorige keer Namibische immigratieformuliertjes uitdeelde, want hij moest door naar onze overnachtingsplaats in Kasane om het kamp op te zetten en de mannen aan het koken te laten gaan voor vanavond. Iets wat Hans en ik een beetje typisch vinden, want Bhejane zou dat eigenlijk nooit doen en hier gebeurt het regelmatig dat we voor best wel behoorlijke stukken weg, en potentieel stressvolle zaken als grensovergangen, aan onze eigen deviezen overgelaten worden. Vreemd, want juist de Mpafa klanten lijken het minst ervaren te zijn in de bush; een hoop doen zoiets als dit voor het eerst, wij lijken zelfs de enigste te zijn met Tracks4Africa, en mensen vragen aan ons, de buitenlanders, wat ze moeten invullen in de formuliertjes voor de grens!

Overigens is het wel grappig, zoals Hans opmerkte, thuis vinden ze ons hartstikke stoer dat we zoiets doen, en hier is het effectief haast een bejaardenreisje – want toch zeker de helft van de groep is gepensioneerd… Niet dat het geen kranige bejaarden zijn natuurlijk, maar toch!


Na de lunch ging ieder zijn eigen weg; sommige wilden nog om wat boodschapjes gaan in Katima Mulilo voor ze de grens overgingen (in Kasane zijn ook winkels maar in Katima Mulilo kunnen ze natuurlijk nog in randen betalen), anderen gingen als groep kijken voor wat oude militaire ruïnes, en wij gingen rechtstreeks voor de grenspost Ngoma. Hoe eerder je erover bent hoe beter, het was namelijk nog 130 kilometer rijden en inmiddels 13 uur geweest, en je weet maar nooit wat voor ellende je bij de grens tegenkomt.

Uiteindelijk ging het erg snel en gemoedelijk bij de grens. Namibië uit was zo gepiept, alleen even de formuliertjes afgeven die we met de lunch al ingevuld hadden, stempel in het paspoort, en register voor de auto invullen (datum, tijd, registratienummer, chassisnummer, naam bestuurder, paspoortnummer bestuurder, merk auto, type auto, kleur auto, pfffff…). Toen doorrijden naar een hefboom met een vrouwelijke beambte in een hokje onder een grote boom, waar ik het formuliertje dat we voor onze wegenbelasting in Namibië hadden gekregen moest laten zien. Pieter had gezegd dat ik het moest afgeven, maar ik mocht het houden van haar want het was nog 3 maanden geldig, ze moest er alleen een stempel op zetten. Nadat ik weer het register voor de auto ingevuld had (datum, tijd, registratienummer, chassisnummer, naam bestuurder, handtekening, viel mee eigenlijk…) konden we door, het niemandsland in. (vaak staat er voor het gemak een hefboom dicht en eentje open, je rijdt dan gewoon om de hefboom heen als je weg mag.)


Daarna reden we door een brede vallei van de Chobe rivier, weer de heuvel aan de andere kant op, en moesten we Botswana in. Eerst moest de auto door een vloeistofbad rijden om de banden te ontsmetten in verband met mond-en-klauwzeer, toen moesten wij ons bij een piepklein kantoortje naast een enorme baobab melden. De vrouw die onze paspoortgegevens overnam was niet te verstaan maar ik denk dat alles uiteindelijk goed overgekomen is, en de man die ons hielp met immigratie en de auto was erg melig, zeker nadat een ander van onze groep zijn autosleutels bij het loket had laten liggen en ervoor terug moest komen. Hier moesten we uiteraard ook weer het register voor de auto invullen (datum, tijd, registratienummer, chassisnummer, naam bestuurder, paspoortnummer bestuurder, merk auto, type auto, kleur auto, handtekening enz…), en toen ik het formulier liet zien dat we bij Grobelersbrug/Martinsdrift voor een dual entry permit betaald hadden in plaats van een enkele, was hij helemaal vrolijk. Had dat toch gelijk laten zien, nu heb ik tien minuten van jullie tijd verspild! Alles netjes afgehandeld gingen wij weg, maar we begonnen naar de hefboom te rijden en toen kwam hij naar buiten, ons manend te stoppen. Hij was nog wel vrolijk maar werd nu iets zakelijker; we moesten nog met al onze schoenen (we hebben alleen de schoenen bij die we aan hebben) door een bak lopen, en hij wilde even in de koelkast kijken of er geen vleeswaar in zat. Nou is het wel grappig, want in die kampeer-4WD’s zit de koelkast vaak zo hoog gemonteerd in de achterbak, dat je het deksel nauwelijks open krijgt en er al helemaal niet in kunt kijken. Dus hij begon weer een beetje te lachen, want wie ontwerpt nou zoiets! Hij geloofde ons op ons woord dat we geen vlees bij hadden nadat Hans een paar blikjes liet zien die erin zaten, en we konden weer door, fijne dag verder!

Een paar kilometer verderop moest ik weer eens uit de auto om ons in te schrijven bij het binnenrijden van het Chobe National Park (administratie, administratie, administratie…). Gelukkig was dit maar een simpel lijstje; datum, tijd, naam, registratienummer, reizend van, reizend naar en krabbel zetten… Hans had het onderhand helemaal gehad met alle registratieformulieren, er wordt nooit iets mee gedaan! Wie interesseert het ook maar iets dat we om 13:59 in een witte hilux Toyota met nummerplaat CL31JSGP Chobe National Park inrijden, en er om 14:47 weer uitrijden, ze gaan ons echt niet zoeken als we na 3 dagen er nog niet uit zijn! Zucht…

In het stukje van Ngoma naar Kasane, dat door Chobe ging en waar we in 2008 “onze” luipaard gezien hadden zo op het asfalt overstekend en loom in het gras aan de kant zittend, was nu niet zo veel te zien. Het was wel duidelijk een ander jaargetijde, het gras was mooi goudgeel hooi en je kon diep de bush inkijken omdat er nog niet veel begroeiing was, maar het was ook het heetst van de dag, rond 14 uur, dus alles wat wijs was zat waarschijnlijk in de schaduw of bij het water de hitte uit te zitten. Wel zagen we een grote troep bavianen de weg oversteken en in de bomen aan de kant van de weg klimmen om vruchten te plukken, en een gier die in zijn nest hoog in een boom bezig was, waarschijnlijk zijn jongen te voeren. Mooi! Vlak voor we (om 14:47…) het park weer uitreden zagen we nog een groepje kudu vlak bij de weg grazen.

We kwamen rond 15 uur aan bij Thebe Riverside Lodge, waar we de sleutel van onze kamer kregen en zodra we al onze spullen naar binnen gebracht hadden gelijk onder de douche doken. Hans had pech, want het duurde tientallen minuten voor het water warm werd, dus hij had een lauwkoude douche en tegen de tijd dat ik aan de beurt was begon het water pas warm te worden. We hebben wat kleding gewassen, met name mijn dunne broeken en Hans zijn kaki-shirts, en nadat we weer lekker opgefrist waren hebben we een kopje koffie gezet (heerlijk, na al een paar dagen niet meer een waterkoker tot onze beschikking gehad te hebben!) en een beetje geluierd en gerust tot het tijd was om naar het kampvuur te gaan om 19 uur.

Eerst zijn we nog even naar de receptie gelopen voor de code voor wifi, en nadat we alles binnengehaald hadden zijn we op zoek gegaan naar waar we moesten zijn; de camping is een beetje verwarrend opgezet en Thebe Lodge is duidelijk een lowbudget lodge hier in Chobe, want we zagen de ene na de andere overlanderbus staan. Zelfs al is de lodge zelf en onze kamers niet slecht, gewoon basic, doet die grote meute overlanders de sfeer van de lodge wel een beetje verpesten. Toen we eindelijk het kampvuur gevonden hadden vertelde een van de vrouwen dat ze koffie waren gaan drinken in een prachtige lodge iets verderop, en we moesten lachen, de Chobe Safari Lodge zeker? Ja klopt, zo’n mooie ligging en zo’n mooie lodge! Ja dat weten we wel, daar zouden we nu ook liever zitten, hoewel ik bang ben dat hij een stuk duurder geworden is sinds ons laatste bezoek

Het eten was lekker, een kruidige curry met rijst en sla en natuurlijk brood. Maar omdat we een verplaatsingsdag hadden gehad, geen toetje. Dus Hans stelde voor aan mij of we niet vanavond met de stroopwafels rond zouden gaan. Dat was een goed idee! Ik ben ze even gauw gaan halen nadat ik mijn eten op had. Ik was sneller dan iedereen anders klaar, want Hans en ik zijn ook altijd de eerste die eten gaan halen, vaak samen met de professionele filmmakers. Zij, en wij, vinden het vervelend voor Djomo en Gilbert dat iedereen wacht met eten halen en zij al die tijd ter attentie bij het eten moeten staan en het eten koud wordt. Als wij gaan komt er tenminste een beetje beweging in de groep en gaan de meeste mee eten halen, hoewel er dan nog altijd mensen zijn die nog aan het kletsen zijn. Toen iedereen klaar was met eten zijn Hans en ik ieder met een pakje stroopwafels rond de kring gegaan en iedereen genoot er zichtbaar en hoorbaar van, het werd duidelijk gewaardeerd! Gilbert en Pieter namen er ook eentje van, Djomo hoefde niet vanwege zijn gaatjes (dan kun je inderdaad maar beter geen stroopwafel nemen…).

Pieter vertelde dat de KwaZulu-Natal trip met 3 voertuigen plaats zou vinden, zes mensen dus, want een grote groep had op het laatst geannuleerd. Rot voor Bhejane, maar wij zijn er blij mee, dat is een nog kleinere groep dan naar de Kalahari, die toen 5 wagens en 9 mensen was! En Pieter en Gilbert bevestigde dat Frank Carlisle zelf ging gidsen, zoals we al wisten, en dat de broer van Vermaak, en Sanana, gingen begeleiden. Leuk!


Met vele bedankjes voor de stroopwafels (sommige kende ze al en andere niet maar wilde gelijk weten hoe ze heette zodat ze er voor konden kijken in specialistische winkels als ze thuis waren) is iedereen uiteindelijk afgetaaid naar zijn kamer om te slapen. Morgen wordt een lange dag, maar we zijn benieuwd en hebben er wel zin in! Sowieso leuk om de Victoria Fallsnog een keer te zien, en een grappig idee om een tweede keer Zimbabwete bezoeken.

free counters