Vanochtend zijn we om 6:15 uur opgestaan, want om 6:30 was ontbijt en om 7 uur zou de bus komen om te vertrekken richting Victoria Falls (de stad bij de Victoria Falls aan de Zimbabwaanse kant, aan de Zambiaanse kant heet het Livingstone). De transfer van en naar Victoria Falls was inbegrepen vanuit Mpafa, net als de entree voor het park om de watervallen te zien, maar de rest van de dag was voor ons vrij te besteden. Ook de lunch moest zelf geregeld worden dus, gek genoeg. Maar Hans en ik hadden nog de eitjes van gisteren van het ontbijt over, want die broodjes waren behoorlijk vullend geweest, en we hadden een reep chocola bij en 5 stroopwafels van het trakteren van gisteren, plus natuurlijk een hele rugzak vol drinken, dus we maakte ons niet zo veel zorgen. We hadden van de diverse reisjes de afgelopen jaren nog 87 Amerikaanse dollars over, het visa voor ons buitenlanders (de Zuid-Afrikanen in de groep hadden geluk en hadden geen visum nodig) zou 70 kosten voor ons beiden, dan bleef er ook nog genoeg over voor misschien iets kleins te lunchen, hoewel we het gevoel hadden dat de prijzen in Victoria Falls astronomisch zouden zijn.

In tegenstelling tot onze reis door Zimbabwe in 2011vertelde Pieter dat tegenwoordig in Zimbabwe (in ieder geval hier bij de watervallen) niet alleen Amerikaanse dollars, maar ook randen, pula, euro en eigenlijk iedere andere valuta geaccepteerd werd. Plus je kon er met creditcard betalen; dat was toch wel heel bijzonder, want 5 jaar geleden moesten we alles cash meenemen omdat je machinaal niet kon betalen of het niet moest willen! Iemand anders in de groep vertelde dat er ernstige problemen aan het ontstaan zijn in Zimbabwe, want er is 80% werkeloosheid, en vroeger kon men nog rondkomen door aan straatverkoop te doen; er was een levendige handel in goederen die door mensen in buurlanden zoals Zuid-Afrika gekocht werden, en dan in Zimbabwe verkocht werden. Dat betekende alleen wel een stroom van dollars het land uit, en schijnbaar is daar een verbod op gekomen of wordt er tegenwoordig bij de grenzen gecontroleerd, waardoor er geen inkomen en geen goederen meer zijn.


Het was maar 10 km naar de grens tussen Botswana en Zimbabwe (er staken wrattenzwijnen en bavianen de weg over onderweg naar de grens), en daar moesten we uit het busje stappen, bij Botswana uitstempelen, weer terug het busje in, door niemandsland rijden tot aan de Zimbabwaanse kant, en daar verliet het busje ons en kwam een busje vanuit de andere kant ons ophalen.

Maar eerst moesten we Zimbabwe instempelen. Het scheelt in ieder geval voor beide grenzen een hoop dat we alleen onszelf hoefde in en uit te klaren (hoewel Botswana op zich best wel efficiënt is, of we wennen eraan!) maar aan de Zimbabwaanse kant moesten we uiteraard een immigratieformuliertje invullen, en omdat Hans en ik niet uit Zuidelijk Afrika kwamen hadden wij een visum nodig. Onze chauffeur aan de Zimbabwaanse kant was een ondernemende man die haast had en weinig zin had om al te lang te moeten wachten op 18 Zuid-Afrikanen en 2 Europeanen, dus hij nam ieders paspoort, inclusief die van ons en voor ons samen 60 dollar, en ging de boel wel even regelen (mazzeltje, het was maar 30 dollar in plaats van 35 dollar per persoon! Hij moest wel even kijken naar het pak geld dat we hem gaven, want we hebben alleen nog maar eentjes over in dollars…). Er waren ondertussen drie overlander bussen aangekomen, allemaal van Nomad, en nog wat andere busjes, maar onze chauffeur schoot heel officieel-uitziend voor alle andere Europeanen die in de rij stonden voor een visum, zette de beambte aan de slag om ons visum met de hand te schrijven, en ging toen tegelijkertijd het loket voor Afrikaanse nationaliteiten bezet houden met de 18 Zuid-Afrikaanse paspoorten. Ideaal! In 30 minuten was heel de groep erdoorheen, en hadden Hans en ik een mooi handgeschreven visum van Zimbabwe in ons paspoort en een bonnetje ieder voor de 30 dollar…

Toen was het nog zo’n 75 kilometer, een klein uurtje, rijden naar Victoria Falls. De chauffeur vertelde dat hij ‘S ochtends wilde honden gezien had maar dat geluk hebben wij natuurlijk niet gehad, we hebben eigenlijk niets gezien. Jammer!

In Victoria Falls aangekomen bracht de chauffeur ons naar een pleintje met souvenirwinkels en zette ons daar af. We waren gewaarschuwd door Pieter dat de verkopers nogal opdringerig konden zijn hier, maar mochten we er last van hebben, er liep overal toeristen-politie rond, en die kon je dan aanspreken om je te komen helpen.

We zijn als eerste samen naar de ingang van het nationaal park voor de watervallen gegaan, waar Pieter voor ons allemaal entree betaalde en we daarna vrij waren om te doen wat we wilde. Hij raadde ons aan de hand van de kaart aan wat de moeite waard was om te zien, en liet zien waar precies een mooi uitkijkpunt was, vertelde iedereen nog een laatste keer hoe de dag eruit zou zien (best lastig eigenlijk allemaal) en liet ons aan onze eigen deviezen over. Het was nu 9 uur, om het uur kwart voor het uur kwam een gratis shuttlebus die je of naar het centrum bracht of naar een luxe hotel een eindje verderop waar om 13 uur honderden gieren gevoerd worden. Tussen 14 en 15 waren vluchten voor diegene die dat wilde doen (behoorlijk aan de prijs, 15 min voor 160 dollar als we het goed gehoord hebben), en die moesten zichzelf voor die tijd registeren in het centrum, en om 15:30 moesten we bij een café in de hoofdstraat zijn voor de rit terug naar Botswana. Wij hadden dus tot 11:45 de tijd om hier in het park de watervallen te verkennen, nog even naar het uitzichtspunt te lopen, en moesten dan klaarstaan voor de shuttlebus, want het voeren van de gieren wilde we natuurlijk niet missen! Hoe we de rest van de middag vol zouden krijgen zagen we later wel.

We liepen dus, na een plaspauze in het ongelofelijk toeristische complex bij de entree (Victoria Falls is een heel ander deel van Zimbabwe als dat we in 2011gezien hebben), rechtstreeks naar het standbeeld van Livingstone en de Devil’s Cataract, waar men denkt dat de volgende waterval zal vormen. De Victoria Falls zigzaggen namelijk door het landschap vanwege het harde basalt waar het doorheen moet snijden, om de 10.000’den jaren vormt er een nieuwe waterval en op het moment zitten we naar waterval nummer 7 te kijken.

Vanaf het standbeeld van Livingstone zijn we op ons gemak langs de uitzichtsroute gewandeld, bij ieder punt even kijkend. Het was een heel mooi gezicht, zeker bij Devil’s Cataract, maar we merken dat we er niet zo wild van zijn als in 2008aan de Zambiaanse kant. Dat is denken we niet alleen vanwege het enorme contrast tussen droog en nat seizoen (nu is het een serie “kleine” watervallen en veel rots, in het natte seizoen zou het een anderhalve kilometer lange muur van bulderend wit water zijn), maar ook omdat je aan de Zambiaanse kant (zeker in het natte seizoen) veel meer het idee hebt dat je er dichtbij staat en tussen loopt. Net als met de Iguazu watervallen in Brazilië, we vonden de weidse vergezichten in het ene land hartstikke mooi, maar de magische tropische regenwoud wereld van allerlei plateaus van water in het andere land veel mooier. Een hele mooie waterval dus, maar minder indrukwekkend in het droge seizoen. Hoewel je in het droge seizoen wel veel beter ziet hoe de waterval “in elkaar steekt” – in het natte seizoen zie je alleen mist, nevel en water!

Op gegeven moment hadden we honger en pakte ik wat stroopwafels uit de rugzak. Terwijl ik op de grond gehurkt de rugzak weer dichtritste met mijn eigen stroopwafel ondertussen in mijn mond vastgehouden, keek ik op en keek recht in de ogen van een aap die opeens op een tak tegenover mij zat! Dat lustte hij ongetwijfeld ook, maar waar hij toch opeens vandaan verschenen was? Hij heeft het niet gekregen, uiteraard, maar nu viel het ons ook op dat er veel apen rondzwierven op zoek naar gemakkelijke maaltijden. Oppassen geblazen, er werd al schuin gekeken naar het plastic zakje waar ik de niet-waterdichte camera in doe als ik de waterdichte moet gebruiken vanwege een beetje nevel van de waterval af komend…

Na een tijdje gewandeld te hebben langs allerlei uitzichtspunten zagen we opeens op de waterval mensen in het water zitten – dat was Devil’s Pool! Het lijkt ons nog altijd doodeng en erg gaaf om erin te gaan, het leek bijna over de waterval te hangen, maar we zagen ook dat de mensen er doorheen gejaagd werden; even vijf minuten in het water voor de foto en ervaring en dan hup eruit want andere mensen staan te wachten. We zijn dus blij dat het zo vreselijk duur was dat we besloten om het niet te doen, want anders hadden we daar 2 uur voor gelopen, om amper 5 minuten in die poel te mogen liggen! Niettemin indrukwekkend om te zien…

We zijn naar Danger Point gelopen, waar we een mooi uitzicht hadden op de Zambiaanse kant, een bocht in de gorge en de diepte onder ons, en zagen wat mensen whitewater raften beneden. Leuk! Dat zouden we ook wel eens willen, Hans had het er al over om een meerdaagse raft-reis te zoeken voor de Grand Canyon als we daar ooit heen gaan.

Van daaruit zijn we naar een uitzichtspunt kijkend op de brug tussen Zambia en Zimbabwe gewandeld, en toen op ons gemak het park weer uit en richting het mooi aangelegde Lookout Cafe vlakbij, op de rand van de afgrond en waar er een heel mooi zicht was precies op de twee richtingen van een deel van de gorge, waar je goed kon zien hoe de waterval een zigzag sneed door het landschap vanwege het harde basalt waar het water amper doorheen kwam. Daar hebben we nog een tijdje gezeten, kletsend met Pieter en wat anderen van de groep die deze plek ook gevonden hadden, en toen zijn we terug naar de toeristenstalletjes gewandeld om op de gratis shuttelbus te wachten.

De verkopers vroegen wel onze aandacht maar waren niet erg opdringerig als je maar duidelijk maakte dat je geen interesse had; als je een praatje begon of grapjes maakte bleven ze echter wel nog een tijdje aandringen. Tja, niet onlogisch natuurlijk, ze hebben geld nodig. Wel grappig was het om de verkopers de “antieke” beeldjes nog even op te zien poetsen met schoensmeer voor die mooie zwarte glans. Pieter had ons trouwens al in de Caprivi strip gewaarschuwd om alsjeblieft geen houten beeldjes te kopen, omdat die vaak van teak gemaakt worden en, als mensen die kopen, daarmee een markt ervoor gecreëerd wordt en er nog meer woudreuzen aangaan dan al gebeurt.

Een groot deel van de groep had zich tegen 12 uur verzameld toen de shuttlebus kwam, en hij zat dus in een keer van leeg helemaal tjokvol! Overigens hebben wij inderdaad veel toeristenpolitie zien lopen, zijn een aantal verkopers die het pad richting Lookout Cafe ingeslagen waren duidelijk gemaand op te hoepelen, en stond er hier bij de souvenirstalletjes een soort verkeersleider die ons informeerde welke shuttlebus we moesten hebben en zelfs indien gewenst andere shuttlebussen voor je regelde. Goed georganiseerd allemaal! Maar dit is dan ook natuurlijk een supertoeristische en welvarende enclave in Zimbabwe die veel geld in het laatje brengt, alleen al gezien alle overlanderbussen die we vandaag zagen!

De shuttlebus bracht ons naar een erg luxe hotel zo’n 6 km verderop, buiten het centrum, en inmiddels was het weer gloeiendheet dus iedereen zocht een beetje schaduw en beschutting terwijl wij wachtte op het spektakel van de dag; het gierenrestaurant. Hier werd iedere dag om 13 uur wat vleesafval van de keuken en van een nabijgelegen krokodillenfarm weggelegd voor de gieren; niet genoeg om ze er afhankelijk van te maken want de meeste gieren krijgen amper een snavelvol te pakken, en moeten dus blijven zoeken naar eten, maar wel genoeg om ze iedere dag aan te trekken en daardoor bewustzijn voor gieren te creëren. Het zijn namelijk de vuilnismannen van de natuur, die de restjes van karkassen opruimen en de boel netjes houden, en ze planten zich maar langzaam voort, dus zo’n gieren-gemeenschap van honderden individuen heeft er vaak vele jaren over gedaan om zo groot te worden. Boeren willen wel vergiftigd vlees wegleggen omdat ze de gieren als bedreiging zien, en dan roei je in 10 minuten in een klap honderden vogels uit. Daar probeert dit “gieren restaurant” wat bewustwording voor te creëren. En het is gewoon gaaf om zo’n grote troep vogels van zo dichtbij te zien!

De gieren hadden er al zin in, er cirkelde al tientallen en zaten ook tientallen in de bomen om ons heen of op de plaats waar gevoerd werd, te wachten. Ook vlogen en stonden er maraboes (wij wisten niet dat dat zulke aaseters waren!) en vlogen er kleinere roofvogels zoals haviken en zo ook rond.

Om 13 uur kwam de “beheerder van het gieren-restaurant” zoals hij zichzelf noemde, en liepen we achter hem aan richting een kleine tribune in een uitkijkpost die recht op het gierenrestaurant keek. Hij deed zijn verhaaltje over de boeren en bewustwording, en liep toen naar de voerderplek. Hij legde het vlees en de botten zorgvuldig weg, terwijl de gieren en maraboes ongeduldig op een paar meter afstand drentelde en rond hipte, en een enkele roofvogel al brutaal een stukje in de vlucht wegkaapte.

Zodra hij het laatste stuk weggelegd had rende hij letterlijk voor zijn leven weg van de voederplaats, want nu konden ze echt geen seconde meer wachten, alle vogels vielen tegelijk aan om als eerste bij het vlees te zijn! Als hij langzamer weggeweest was of was gestruikeld was hij waarschijnlijk bedolven geweest onder hongerige vogels op zoek naar de restjes vlees…

Onderstaand filmpje is 4.34 minuten en 63.2 MB, en geeft de hele "feeding frenzy" weer...

...En de foto's van de feeding frenzy, er was zo veel te zien!

Wat een mooi gezicht, er gebeurde zo veel dat je overal tegelijkertijd moest kijken; de gieren ruziede en vochten en bekvechtte op de grond om het vlees, de grote langpotige maraboes waadde er letterlijk doorheen en spreidde af en toe hun indrukwekkende vleugels om groot en eng te lijken, en de kleine roofvogels probeerde op de randen van de vogel-menigte de restjes weg te pikken. Binnen 10 minuten was het klaar en was er niets meer over behalve een heel zwaar bot dat geen vogel alleen getild had kunnen krijgen maar die desondanks toch 10 meter verderop was komen te liggen. Wat een mooi gezicht!

Na de feeding-frenzy vlogen alle vogels weer weg, en liepen wij weer terug naar de groep mensen die niet naar beneden waren gegaan om te kijken en Pieter. We hebben er nog een beetje rondgehangen tot iedereen het zat was en we besloten richting het centrum te gaan.

Toen de shuttlebus voor kwam rijden zat hij weer in een keer gelijk helemaal vol, en een paar kilometer verderop stapte we uit in het centrum van Victoria Falls. We hebben onderweg slenterend samen met twee andere stellen softijsjes genomen (Hans en ik hadden gelijk een klein beetje spijt, nogal chemisch), en kwamen op gegeven moment uit bij het Shearwater Cafe waar we over een uur of wat zouden moeten verzamelen. Niemand had echt veel zin om nog rond te lopen en het was bloedheet, dus we streken met een groepje van zo’n zes man hier neer en bestelde thee, koffie en fris terwijl we hingen en kletste. Hans en ik namen op gegeven moment nog een bordje loempia’s samen, best lekker, en geleidelijk aan druppelde andere leden van de groep het terras op waar we zaten en voegde zich bij onze tafel.

Om 15:30 was iedereen er, inclusief de mensen die de rondvlucht hadden gedaan. Het viel Hans en mij op dat ze er niet zo heel veel over zeiden; naar ons gevoel misschien toch niet echt spectaculair genoeg geweest voor het geld dat het gekost had? Nu in het droge seizoen lijkt me er niet zo heel veel te zien. Er waren wat leerling-serveersters aan de slag vandaag, en toen we moesten afrekenen viel het me op dat er 12 dollar op de rekening stond terwijl het volgens mijn berekeningen 11 dollar moest zijn. Toen we om uitleg vroegen zei de serveerster dat de citroenlimonade van Hans 4 dollar kostte; euh nee zei ik, die kostte 3 dollar, kijk maar (het menu lag er nog). Nee zei ze, u had siroop met bruiswater genomen, kijk, siroop kost 1 dollar en bruiswater 3 dollar. Er was inderdaad toen we bestelde de gebruikelijke spraakverwarring geweest bij haar over wat we bedoelde met citroenlimonade (iedereen vraagt altijd steevast of we 7-Up bedoelen), maar er stond op het menu “citroenlimonade” en dat hebben we aangewezen bij het bestellen. Toen had zij gezegd siroop met bruiswater? En toen hebben wij nog een keer de citroenlimonade aangewezen en gezegd dat we dat inderdaad wilde. Maar schijnbaar stond er dus ook apart siroop en apart bruiswater op het menu… Na veel gedoe (je voelt je toch een beetje de vervelende blanke, maar de rekening klopte echt niet) zagen we haar bij de kassa met een manager overleggen en kregen we een nieuwe rekening voor 11 dollar. Toen we betaalde liep ze zonder het geld te tellen naar de kassa, en kwam een paar minuten later terug, het was te weinig we hadden 10 gegeven en geen 11. Pffffff maar zij is weggelopen met het geld, en kan zo een dollar weggelegd hebben toen ze bij de kassa stond, daar hadden we geen zicht op. Zucht. Dus wij weer mopperen dat je niet eerst wegloopt uit het zicht voor je terugkomt om te zeggen dat het te weinig geld is, en na heel veel gedoe en eindelijk een senior serveerster die er bij kwam staan werd die “vergeten” dollar dan eindelijk vergeten. Wat een rotgedoe allemaal, en het is maar een dollar maar het klopte allemaal voor geen meter. Onze medereizigers gaven ons helemaal gelijk dat we het zo nakeken, en een van hen had een vergelijkbare verwarring toen hij moest afrekenen. Wat een zooitje!

Het was echt weer erg heet vandaag, dus we waren blij toen we in het busje konden stappen richting de grens. Ik heb onderweg nog mijn best gedaan om te zoeken naar dieren in het park waar we ondertussen doorheen reden, en heb naast een paar goeie gespotte dieren ook een paar valse alarmen afgegeven, omdat ik overtuigd was dat ik iets zag, maar ach, dat hield iedereen een beetje scherp want men was aan het doezelen en suf van de warmte!

De grens ging vlot, binnen een mum van tijd waren we er doorheen, en toen was het de laatste paar kilometers op terug naar Kasane. We reden langs een vrachtwagen met koperen platen die uit Zimbabwe kwam, en Pieter vertelde dat de chauffeurs van dit soort vrachtjes vaak een extra plaat kochten uit eigen zak om die dan terug in Zuid-Afrika zelf door te verkopen, als bijverdienste. Bij de randen van het stadje Kasane zelf zagen we impala en kudu de weg oversteken, wrattenzwijnen, en olifanten die bij de begroeiing aan de rand van een veldje aan het grazen waren. Bij de vrachtwagenparkeerplaats liepen bavianen rond op zoek naar gemakkelijke hapjes.

’S Avonds kregen we bij het avondeten lekker roergebakken kipreepjes met groente en noodles; het eten is echt prima iedere avond, zeker met een kwak zoete chilisaus af en toe… En in dit geval lekker wat soyasaus er ook bij! Uiteraard was er zoals iedere avond ook lekker vers warm potjiesbrood, hoewel ik wel vind dat ze hem erg dun snijden; Djomo lijkt er een sport van te maken zulke dun mogelijke plakjes ervan te snijden. Dus dan loop ik maar een paar keer! Toe was “melktaart” die door iedereen enthousiast ontvangen werd; het is duidelijk dat het eten hier voor de meeste mensen vertrouwd “comfortfood” is, en men is duidelijk ook onder de indruk hoe Gilbert en Djomo met beperkte middelen zo goed kunnen koken altijd.

Na het eten en met een beetje aandringen trok een van de groep zijn gitaar tevoorschijn en speelde wat liedjes bij het kampvuur; Hans en ik waren moe, maar we hebben toch nog een half uurtje zitten luisteren want het is toch best wel leuk en knap zoiets. Toen zijn we naar onze kamer afgetaaid om te douchen en naar bed te gaan. We hebben vandaag geen kilometer zelf gereden maar het was toch een vermoeiende dag!

free counters