Vanochtend ging de wekker om 5:45. Hans was een paar keer wakker geweest, maar had gelukkig niet echt een compleet slapeloze nacht gehad. We hebben wat spullen in de auto gelegd, zijn gaan ontbijten (boerewors met pap en saus, nogal een zwaar ontbijtje), en hebben hartelijk afscheid genomen van iedereen die er zo vroeg was, en van Pieter, Gilbert en Djomo. Gilbert beloofde Vermaak de groeten te doen, en vertelde dat hij hem de eerste nacht al geappt had over ons, en dat Vermaak terug had geappt dat hij het inderdaad nog wel wist, Hans was “the sweets man”! Na het ontbijt zijn we de rest van de spullen gaan pakken, nog een laatste keer plassen, en toen in de auto op pad. We vertrokken uit Kasane om 6:38, iets later dan gepland maar toch een prima tijd. Afscheid nemen kost altijd tijd.

De weg was heerlijk rustig, eigenlijk helemaal tot aan Francistown toe, met iets meer verkeer rond Nata (maar nog altijd maar tijdelijk tientallen auto’s in plaats van enkele). Ook was de weg recht, en in goede staat. We kunnen ons nog levendig herinnerenhoe we op het stuk van Kasane naar Nata gereden hebben dat Hans continu moest slalommen om de potholes te vermijden op een zwaar uitgesleten stukje noodasfalt, terwijl ernaast aan de nieuwe weg gewerkt werd.

Er was tussen Kasane en Nata zelfs nog wel wat te zien qua wild; we hebben een paar olifanten, enkele giraffen, impala, gieren en dikdiks gezien. Met name de dikdiks zagen we op heel het stuk van Kasane naar vlak buiten de grenzen van Francistown grazen in de brede berm aan beide kanten van de weg. Die strook laag gras is een brandcorridor in combinatie met de asfaltweg, en zorgt dat je overstekend wild ziet voor het te laat is. Maar voor de dikdiks lijkt het ook een ideale en vooral veilige plek om te grazen; aangezien ze zo groot zijn als een middelmaat hond, en op het menu staan van een hoop roofdieren, moeten ze heel erg oppassen. Maar op deze brede strook laag gras zien zij ook alle roofdieren van een afstandje aankomen, en kunnen ze dus veilig vertoeven. We hebben dus heel veel paartjes dikdiks gezien vandaag, mooie beestjes!

Het reed voor Hans best lekker, zo’n rustige goede rechte weg, en we hebben goed door kunnen stomen. Rond 9 uur kwamen we bij een actieve mond-en-klauwzeer controle, compleet met vloeistofbak voor de auto en onze schoenen. De dienstdoende beambte had er nog wel zin in en wilde in de achterbak in de koelkast kijken dus die deed Hans open. De beambte zag de blikjes fris liggen en zei iets wat voor mij klonk als “dat vind ik wel lekker”. Hans bevestigde later dat hij inderdaad gemompeld had of er een blikje voor hem was, maar dat Hans gedaan had alsof hij het niet begreep. Hij porde voor de vorm nog wat in onze vuile was en zak met snoepwaar op de achterbank en geloofde het toen wel, we mochten door.

9:30 kwamen we in Nata en zijn we gaan tanken in de Engen tankstation van de vorige keer waar we getankt hebben onderweg naar Maun. We hadden al lang niet meer getankt, en er ging wel 121 liter in! Dat is de moeite… en de moeite ook dat diesel in Botswana maar zo’n 59 eurocent kost (7,25 pula) per liter, en daarmee goedkoper is dan in Zuid-Afrika. Toen zijn we naar de Choppies supermarkt vlakbij gereden om onze pula’s op te maken; aangezien je tegenwoordig bij de grens ook met visakaart, euro’s of dollars kunt betalen (alleen geen zar, volgens een van de groep van afgelopen week) en het zonde van het geld is om pula’s te bewaren voor het geval je ooit weer eens naar Botswana mocht gaan en geld voor de grensovergang nodig hebt… Bij de supermarkt konden we nog precies een anderhalve liter fles water en een bladerdeegbroodje (heel spannend, “chili Russian” genaamd) kopen, want dat kostte 14,40 samen en we hadden nog 15 pula. Maar toen ik wilde afrekenen nam de vrouw achter de kassa wel het briefje van 10 aan, maar weigerde de munt van 5. Die was “oud” en werd niet meer aangenomen. He? Een munt uit 2000??? Dat bestaat toch niet? ik deed nog even gekke toerist zo van maar het is 5 pula, kijk maar, pula, maar dat mocht niet baten. Gelukkig kwam er een zwarte dominee met zijn vrouw aan, vroeg wat er aan de hand was, keek met een opgetrokken wenkbrauw naar het feit dat de munt niet aangenomen werd en vroeg de vrouw achter de kassa nog eens waarom, dacht even na en mompelde iets onverstaanbaars “maar die kan ik wel voor … gebruiken”, en droeg zijn vrouw op voor ons af te rekenen terwijl hij de munt in ontvangst nam. Oef, fijn! We hebben hem het wisselgeld maar laten houden… Wel grappig was dat, toen hij afgerekend had, hij opeens zei “I am done with you”. Ik ben klaar met jullie. Dat klonk natuurlijk heel raar, zeker nadat hij ons zo vriendelijk had geholpen. Maar we denken dat hij bedoelde, dat hij afgerekend had voor ons en we konden gaan als we wilde…

Wij konden rond 10:15 weer op pad met lunch, wat extra water en een volle tank diesel, en tijdens het rijden hebben we het broodje opgegeten. Nou bleek “chili Russian” dus te betekenen een pittige hotdog droog zonder saus of wat dan ook in bladerdeeg. Hmm, waardeloos, ver het slechtste bladerdeegbroodje dat we ooit in Afrika gekocht hebben terwijl die vaak best lekker zijn en goed gevuld met smeuïge vulling. We hebben er maar een stroopwafel achteraan genomen als toetje.


Rond 12 uur kwamen we bij de buitenwijken van Francistown, en hebben de Garmin ons de nieuwe snelweg op laten leiden. Die was inderdaad zoals we hoopte inmiddels feestelijk geopend (sowieso is het hier deze maand feest want Botswana is 50 jaar onafhankelijk, overal vind je blauw-wit-zwarte vlaggetjes of stroken geverfd, tot boomstronken en kiezelstenen langs de weg toe!) en we konden dus enkele tientallen kilometers genieten van een prachtige gloednieuwe vierbaans snelweg, met mooie straatlantarens door zonne-energie aangedreven. Alleen, we geloven dat Botswana nog niet echt rijp is voor het concept “snelweg”. Dit grote land met weinig mensen is nog te veel gewend dat, naast gemotoriseerde voertuigen verder ook van alles (van fietsers, ezelkarren, vee, mensen, straathonden en olifanten) de snelweg gebruikt om sneller van A naar B te komen. De mooie bushaltes waren al gelijk in gebruik genomen door lifters en straatstalletjes (dus de bus stopte dan maar midden op de snelweg omdat er geen plek meer was bij de bushalte zelf), plus, mensen hebben duidelijk net als olifanten favoriete paden van de ene kant naar de andere, en een vierbaans snelweg gaat daar echt niet opeens verandering in brengen. Plus, de gemiddelde Botswaanse automobilist rijdt nog altijd alles van 10-150 km/uur, al gelang zijn pet staat, en lijkt niet te beseffen dat hij niet de enige weggebruiker is… En het allerergste wat ons betreft is dat het vreemde concept van volledig moeten afremmen van al het verkeer bij iedere afslag, nog steeds doorgevoerd was in deze spiksplinternieuwe snelweg. Soms, bij “gevaarlijke” kruispunten zelfs wel van 120 tot 30 km/uur. Plus stoplichten. Op een snelweg… Zucht. Ach het was lekker asfalt en nog altijd nauwelijks verkeer!

Omdat we de afgelopen 500 km in een goed tempo gedaan hadden (het was 12:15 toen we voorbij Francistown op de splinternieuwe A1 zaten), en nog maar 300 km te gaan hadden, besloot Hans wat rustiger te gaan rijden, en hebben we volgens goed Botswaans voorbeeld rustig met zo’n 80-90 km/uur voort gekacheld tot de grens. Wel nog even met een plas- en benenstrekpauze.

Bij Lerala hebben we nogmaals de tank vol laten gooien (er ging weer zo’n 47 liter in, totaal hebben we vandaag dus 170 liter getankt), nadat we even gecontroleerd hadden of we toch wel met creditcard konden betalen. Geen probleem, mooi zo! Ik had op de Garmin gezien dat er vlakbij de grens ook een tankmogelijkheid was, en dat klopte, wel twee nette tankstations recht bij de grens aan de Botswaanse kant, waar er bij de ene wild gezwaaid werd door de tankjongens dat we daar nog even moesten volgooien. Maar ik denk dat er nog geen liter bij gekund had... In ieder geval goed om te weten mochten we weer eens noordelijk reizen!

Bij de Botswaanse grens reden we even verkeerd want het was zo onduidelijk waar personenauto’s terecht moesten dat we per ongeluk bij de vrachtwagens terecht kwamen. Maar nadat Hans gekeerd had zagen we waar de ingang tot het complex was. Bij het eerste loket was een beambte die er duidelijk geen zin in had, en het nodig vond om even zijn macht te tonen, dus die heeft ons laten wachten want zijn patiencespelletje of wat het ook was dat hij aan het doen was was duidelijk belangrijker. Hij had al gate passes gestempeld, maar commandeerde ons eerst, na ons een minuut te laten wachten zonder boe of bah te zeggen of zelfs maar op te kijken, dat we het boek van de autoregistratie in moesten vullen. Weer een minuutje patiencen “gatepass pakken en invullen!”. Weer een minuutje patiencen “jullie zijn klaar!”. Zucht, bedankt meneer nog een fijne dag meneer zak in de @#$#@$ meneer… volgende loket was een stuk aardiger gelukkig.

We waren klaar in Botswana, dus door naar de hefboom. Een vriendelijke vrouwelijke beambte, na alle begroetingsformaliteiten (hoe gaat het met u? met mij prima dank u, en met u? met mij prima dank u) vroeg; “wat heeft u in de achterbak?” tja, een koelkast met fris erin, en bagage… Ok prima u kent de regels he? Geen vlees he? Prima rij maar door.


Over de brug en door naar de Zuid-Afrikaanse kant. Hier werd de gate-pass voor ons uitgeschreven bij een hefboom en gegeven aan ons. Parkeerplekje opzoeken en naar het gebouwtje. Eerste beambte (immigration) was aardig; paspoorten werden gescand en gestempeld en gatepass gestempeld en we konden door naar het volgende loket (customs). Nou stond er een heel groot bord voor het gebouwtje dat je een gele koorts vaccine moest hebben als je uit een van X gele koorts landen was komen reizen, en we nemen aan dat er ook gekeken moet worden of er geen illegale producten Zuid-Afrika in gesmokkeld worden, maar het enige wat gebeurde bij customs was dat, toen de twee dames in het loket even een pauze vonden in hun gesprek, gauw een stempel op de gatepass gezet werd zodat zij verder konden kletsen. Hmm, ok ach ja… Op zich werkt het gate-pass systeem (bij ieder loket waar je langs moet een stempel laten zetten) overigens prima. En we waren binnen een mum van tijd dus door de grenspost gegaan, ondanks onze vriendelijke vriend van de Botswaanse kant.

De laatste 30 kilometer hebben we dus ook rustig gereden. Onderweg zagen we veel wrattenzwijntjes grazen; dat moeten toch dieren zijn die weinig tot geen overlast geven, want je vindt ze overal en ze lijken overal getolereerd te worden – tot in de lodges toe, zoals bij Chobe Safari Lodge.

We kwamen rond 16:30 aan bij Baobab; de jonge zwarte vrouw die ons de eerste keer ontvangen had herkende ons wel, maar leek niet te begrijpen wat ik bedoelde met het feit dat ik zei dat we gereserveerd hadden met die en die naam. Ik zei dus uiteindelijk maar “ja” toen ze voor de tweede keer vroeg of we accommodatie wilde. We kregen de kamer waarvan de eerste keer de sleutel niet goed werkte – die deed het nog steeds niet, gelukkig zit er een knip op de deur aan de binnenkant. Wel lijkt deze kamer iets beter uitgedacht en afgewerkt dan degene die we de vorige keer hadden. Om te beginnen was er al een tafeltje aan iedere kant van het bed, in plaats van maar aan een kant. Waarom snappen hotels overal ter wereld toch niet dat mensen die reizen veel troep bij hebben en die ergens kwijt willen! Het enigste hotel dat wat ons betreft perfect uitgedacht was was waar we overnacht hadden afgelopen novemberin het Somme gebied; daar was echt alles precies op de juiste plek…

Er was geen wc-papier en de douchekop van de douche was eraf geschroefd (Hans bedacht zich later dat dat misschien door een andere klant gedaan was om aan te tonen dat de douchekop niet goed meer werkte?), maar de vrouw kwam al gauw aangezet met twee rollen wc-papier, en had ook even gauw in de kamer gekeken of er thee, suiker en koffie was en zo. We vroegen hoe laat we konden eten en ze keek haast verbaasd dat we eten wilde, maar vroeg hoe laat we wilde. Dus ik probeerde “zes uur”. Hmmm, nee euh zou het misschien zeven uur kunnen worden? Het moet nog gemaakt worden… Maar terwijl ze dat zei keek ze zelf al op haar mobiel voor de tijd, en besefte zich dat er op zich nog zat tijd was. Ik vroeg al, kan het niet eerder? En ze streek met haar hand over haar hart, 18:30 zou inderdaad misschien net haalbaar zijn. Mooi!


We hebben gelijk een kopje koffie gezet met een stroopwafel en ik heb even flink wat thee gedronken want ik had niet genoeg gedronken vandaag, en daarna hebben we een beetje geluierd. Na een uurtje kwam de vrouw vragen hoe we ons vlees wilde. Oh nee, toch niet weer steak en friet? Ben benieuwd… Maar doe maar allebei medium gebakken – mijn well-done steak van vorige keer was toch wel erg hard geweest. Om 18:25 kwam de vrouw ons halen, het eten stond klaar. Inderdaad, steak en friet, net als anderhalve week geleden! En beide steaks meer dan well-done gebakken, ze waren keihard. Zucht. Waarschijnlijk wist de kokkin niet precies wat medium of well-done was, of zoiets. Maar goed, het vulde en ondanks dat het erg zout was waren de frietjes en het worstje lekker. We denken dat alles van eigen bodem is, het vlees was in ieder geval van goede kwaliteit (ooit, voor de steak tot schoenzool gebakken was…).

En we hebben het idee dat deze Bushveld Rest onafhankelijk opereert van de boerderij zelf; het moet een luxe accommodatie zijn maar in de praktijk weten ze niet die groep mensen te trekken. Waarschijnlijk ligt dat niet alleen aan de ruwe afwerking van de kamers, maar ook aan het feit dat er veel geduchte concurrentie in de omgeving is van écht luxe accommodatie. Wij denken persoonlijk dat ze zich met de huidige opzet beter op doorreizende mensen kunnen richten; vandaag stond het parkeerterrein redelijk vol, maar allemaal met werklui. Dat kan niet de groep mensen zijn die ze oorspronkelijk voor ogen hadden, en al brengt het wat geld in het laatje, het doet natuurlijk gelijk ook een beetje afbreuk aan je accommodatie. Niet dat wij er mee zitten, als het bed maar schoon is, de douche goed en de kamer te doen vinden wij het al gauw prima. Hoewel we de volgende keer, als we hier ooit terug komen, waarschijnlijk wel bij de Farm Cottages zullen reserveren en niet de Bushveld Rest, want de kamers zijn daar net iets beter, we denken dat er daar een andere kok is en dat was de vorige keer dat we daar overnachtte toch beduidend beter dan het bord friet en steak dat we hier nu al twee keer gehad hebben…


We hebben opgegeten wat we konden, de porties waren groot, en zijn toen via de vijver om naar de brulkikkers te kijken terug naar onze kamer gewandeld. Het klonk alsof er vijftig brulkikkers bezig waren, maar het bleken er maar twee of drie te zijn! Wat een herrie maken die beesten zeg… Op de kamer hebben we nog wat koffie en een stroopwafel genomen, gedoucht en toen nog wat gecomputerd en gelezen tot het bedtijd was. Hans had de douchekop teruggeschroefd, maar die sproeide het water alle kanten op dus hij heeft hem toch maar weer eraf geschroefd, en zonder douchekop zo uit de buis ging eigenlijk prima.

Ik realiseerde me opeens dat we op de laptop ook tracks4Africa geïnstalleerd hadden op mapsource, en kon zo dus de rest van onze vakantie berekenen; we willen namelijk niet met te veel brandstof terug naar Bushlore gaan. En ik heb het waypoint in onze Garmin bijgewerkt naar de nieuw positie van Bushlore. Hopelijk redt de gps zelf het nog tot Johannesburg, want hij heeft de laatste tijd wel veel kuren met opladen. De opstelling via de tweeweg stekker met aan de andere kabel een mobiele telefoon lijkt om de een of andere reden het beste te werken, al klapt hij er dan nog altijd regelmatig uit. En verder zet ik hem gewoon uit op lange ritten om de batterij zo veel mogelijk te sparen.


Om 21:30 zijn we gaan slapen; morgen zou gelukkig niet zo’n hele lange rijdag worden, hopelijk, maar wel een veel zwaardere want veel drukkere wegen.

free counters