Vanochtend was iedereen vrij om te vertrekken wanneer ze wilde, zolang we maar om 12:30 bij de rugbyclub in Hluhluwe (spreek je uit als Shlu-shlu-we…) waren. Dat betekende zo’n 80 km door Umfolozi en het aangrenzende Hluhluwe park rijden waar je, zonder te stoppen, met een maximumsnelheid van 40 km/uur sowieso al twee uur over doet. We zijn dus niet te laat vertrokken, want nu dat het echt helemaal droog was en vandaag weer een beetje een warme dag zou worden, was er weer meer kans op wild. Het zonnetje scheen zelfs al een beetje toen we opstonden, en een prachtige rode duizendpoot marcheerde door het kamp – ik heb ze nog nooit rood gezien, alleen maar zwarte.

Hans en ik zijn gaan rijden, en we hebben uiteindelijk zo veel neushoorns gezien dat we ze niet meer geteld hebben, waarbij we een aantal echt vlak langs de weg zagen. Zoals twee jonge mannetjes die op 2 m afstand van de weg een dutje lagen te doen, en eigenlijk pas wakker schrokken toen Hans de auto naar achteren reed voor een beter zicht. Ze stonden slaapdronken op en wandelende de bush in, en 10 min later waren ze onzichtbaar. We hebben er gestaan tot ze uit het zicht was, want wat is dat mooi zo dichtbij!

En we waren amper weer gaan rijden of we zagen een moeder neushoorn met klein baby’tje vlakbij die nieuwsgierig naar ons keek en af en toe een stap in onze richting maakte, (de kleintjes hebben beter zicht dan de volwassenen en zullen daarom ook sneller aanvallen) maar duidelijk niet te ver van de zijde van zijn moeder durfde. Schijnbaar zijn de kleintjes agressiever of nieuwsgieriger dan de volwassenen, en zullen daarom gauwer aanvallen. En mij lijkt, dat als baby iets aanvalt, moeder voor de vorm ook wel meedoet…

We reden weer hetzelfde pad in als gisteren, tegen de helling op, en zagen vandaag niet de goed doorvoede leeuw, maar een tweetal luie leeuwinnen; duidelijk dat er daar dus een groep leeuwen verblijft. Een dapper (of dom) wrattenzwijn was vlakbij de leeuwinnen aan het grazen, maar ze hadden duidelijk geen interesse in hem! Het uitzichtspunt bovenop de helling was duidelijk wel een plek waar neushoorns kwamen, want er lag verse neushoornkeutels, maar er was op dit moment verder niets te bekennen helaas.

Toen we weer op de asfaltweg verder reden zagen we nog allerlei dieren zoals nyala, impala, veel giraffen en zebra’s op de weg, wrattenzwijntjes, af en toe nog een neushoorn (als ze in de verte stonden stopte we er al niet eens meer), gnoes en buffels, en een olifant die ook heel dicht langs de weg stond. Erg mooi allemaal!

We hebben zo’n 3,5 uur gedaan over de 80 km in het park, en na een plaspauze bij de hoofdingang van Hluhluwe park, reden we om 11:45 het plaatsje Hluhluwe zelf in. We reden naar een buitensport winkel, Outdoor Warehouse, die ons was aangeraden als de beste plek om degelijke stevige en praktische katoenen khaki-kleren te vinden, maar de winkel was gesloten vanwege brandschade; zijn buurman was pasgeleden in vlammen opgegaan! He jammer… Ze zouden morgen weer open gaan maar dat was toch echt te laat voor ons! Dus we reden weer terug naar het plaatsje, waar we even de supermarkt ingedoken zijn voor wat chips en drinken, en toen reden we naar de rugbyclub waar iedereen zou verzamelen.

Bij de rugbyclub namen we afscheid van Frank die weer terug moest want hij moest present zijn op een beurs. Hij had er helemaal geen zin in, dat was duidelijk, want deze KwaZulu-Natal tocht is echt zijn persoonlijk kindje, en hij had ons nog zo graag verder op sleeptouw genomen, maar hij kon het als eigenaar van Bhejane niet maken om niet aanwezig te zijn op die beurs natuurlijk! Dus nam Jock, een vriendelijke goedlachse krullebol met een wilde baard die van alles van bushpiloot tot duik-instructeur tot hospik geweest is en het liefst op blote voeten loopt, het over van hem voor de rest van de tocht.

We reden naar het False Bay natuurreservaat waar we hebben geluncht aan het meer, lekker een broodje koude worst van de braai van gisteren (het eten is eenvoudig maar hartstikke goed en steeds gevarieerd), en reden toen na een korte pauze en wat uitleg over het ontstaan van het meer de resterende afstand naar ons kamp in de duinen in het Isimangaliso wetlands natuurreservaat.

Onderweg zagen we veel mensen met grote blauwe tonnen zeulen; er is hier grote droogte geweest en daarom komen er regelmatig waterwagens grote reservoirs vullen, waar dan de lokale mensen hun tonnen kunnen laten vullen; zelfs als ze ze rolde zag je dat het heel zwaar werk was om de loodzware ton vooruit en in de juiste richting te sturen!

Op gegeven moment gingen we van de hoofdweg af, en de zandwegen op richting de kust. We reden door bossen en duinen en heel veel zandwegen voor we er eindelijk waren, een weggestopte beschutte kampeerplaats tussen de lage bomen en schaduwrijke struiken van de strandduinen en met het constante geruis van de zee in de verte. Onze tenten stonden al, daar hadden Rooijan en Sanana voor gezorgd, die inmiddels ook al weer een kampvuur hadden gemaakt en aan het koken waren, en in het laatste licht van de dag konden we onze tenten inrichten. Hier waren schijnbaar kleine dikdik-hertjes het gevaarlijkste dier dat je in het kamp kon vinden, hoewel er rond de schemering wat commotie was omdat er een slang gesignaleerd was en personeel van de kampeerplaats hem probeerde te vangen! We hebben na het eten het laat gemaakt met kletsen en lagen pas om 21 uur in bed…

Voor toekomstige reizen, we hebben vandaag berekend dat we minimaal (met normale temperaturen, het was nu natuurlijk vaak koud) 10 liter water per persoon per Bhejane trip á 8 dagen gebruiken, met een blikje fris per dag per persoon en ‘s ochtends en ‘s avonds onbeperkt thee bij het kampvuur. Tenzij het echt gloeiend heet weer is zoals het in de Kalahari was of tijdens een paar dagen in Botswana, is dit de minimale hoeveelheid drinken die we nodig hebben op een Bhejane trip.

free counters