Jock vertelde dat hij vannacht, vlak nadat we allemaal naar bed waren gegaan en er wat meer rust in het kamp gekomen was, een familie van wel zes genetkatten in de bosjes vlakbij had zien spelen; bijzonder! Sanana stond ‘s ochtends vroeg heerlijk te bakken, we begonnen al te fantaseren over gebakken eitjes met spek, maar helaas, het was waarschijnlijk voor de lunch want we kregen gewoon pap en yoghurt!


Vanochtend zijn we naar het nabijgelegen Tembe Elephant Reserve gereden, ook een klein reservaat aan de grens met Mozambique, dat opgericht is op verzoek van de lokale bevolking omdat de olifanten en mensen in deze regio elkaar veel overlast veroorzaakten. Door zo’n reservaat worden de boeren met rust gelaten (oude lokale gidsen hebben als kind nog de olifanten van het veld van hun ouders moeten jagen) en de olifanten beschermd.

Bij de kleine ingang van het park moest Jock de toegangskaartjes en administratie regelen dus wij hadden even tijd voor een plaspauze en even de benen te strekken. Hij vertelde ons dat hier in Tembe de ideale omstandigheden waren en nog zijn voor “Tuskers”, grote volwassen olifanten-stieren die in alle rust oud kunnen worden en enorme slagtanden hebben kunnen ontwikkelen. Helaas dus erg gewenst door ivoor stropers, en daardoor steeds zeldzamer aan het worden. Alleen hier kunnen ze nog relatief rustig oud en groot worden. Zelfs nog voordat dit een reservaat was en enkel nog deel van het jachtterrein van de koning van de Zulu’s kwamen jagers niet graag hier in dit dichtbeboste gebied vol scherpe acaciastruiken, waar de olifanten dus veilig konden schuilen en leven. Schijnbaar is het kleine afgelegen Tembe, dankzij het strikte anti-stroper beleid van het hele KwaZulu-Natal gebied en de lastige jachtomgeving, nu zelfs Krugervoorbij gestreven als laatste toevluchtsoord voor Tuskers, waarvan er geschat worden dat er nog maar zo’n 40 in heel Afrika zijn.

Bij het kantoortje liep een nyala-vrouwtje heel rustig rond te grazen en te drinken uit een bakje water, ze leek wel haast tam, en er waren wat zenuwachtige Afrikaanse hoenders aan het rondscharrelen. Jock reed met ons mee naar de eerste “hide” (uitkijkpost) bij een drinkplaats, Mahlasela, waar hij ons alleen liet en wij verder zelf het park een paar uurtjes konden verkennen. Omdat Hans en ik even alleen waren met Jock omdat de rest al naar de hide gelopen was, besloten we hem een van onze laatste stroopwafels te geven. Hij was met zijn administratie bezig bij zijn auto en keek al verwachtingsvol op toen hij het typische geknisper van het zakje hoorde, en gaf weer een kleine oerkreet (“oeaaahhhhhh”) toen hij doorhad dat hij een stroopwafel kreeg! Heerlijk hoe enthousiast hij reageert, hij is er duidelijk gek op!

Hans en ik liepen door de lange toegangsgang naar de hide, een hoog gebouwtje dat uitkeek over een mooie drinkplaats. Helaas was het een koele (bijna “koude”) bewolkte dag dus er was geen olifant te bekennen ondanks dat Jock en een stel dat dit park regelmatig bezochten gezegd hadden dat de olifanten hier normaal gezien iedere dag rond 10-11 uur komen drinken, en het nu 10 uur was. Maar ja, als het koel is krijgen ze minder gauw dorst natuurlijk, helaas. Er liepen alleen nyala en impala rond (die overigens nooit vervelen, ze zijn allebei zulke mooie dieren, vooral de mannelijke nyala met hun mooie gele sokjes en elegante vachttekeningen). We hebben er een uurtje gezeten, kijkend naar de nyala, impala, een enkele “kringgat” (mooie wat stevigere antilopen met een ronde witte ring op hun achterste alsof ze op de wc gezeten hadden) en wat vogels, en toen zijn we op eigen gelegenheid het reservaat gaan verkennen.

Hans en ik reden naar een ander uitkijkpunt, door het mooie landschap van het reservaat; normaal een moerassig gebied met riet, nu wel een beetje droog, en verder een “strand bos” gebied met strandzand als ondergrond, waar onder andere dichte, lage, ondoordringbare acacia struiken met centimeters lange doornen groeien. Weinig stropers zijn zo gek om te proberen te jagen op olifanten in dit gebied! Er lagen hier en daar kaal gestripte takken op de weg, duidelijk dat er dus wel degelijk olifanten rondliepen, maar de begroeiing was zelfs nu in het droge seizoen zo dicht dat je maar een paar meter de bosjes in kon kijken dus er hadden misschien wel hele kuddes vlakbij kunnen staan zonder dat we ze zagen!

Bij het tweede uitkijkpunt, Ponweni, volgens Jock ook een perfecte plek om voor olifanten te kijken, bleken we net 5 minuten te laat geweest te zijn voor een olifant, balen! We overwogen nog even daar te blijven, maar ondertussen tikte de tijd door en we moesten over niet al te lange tijd weer terug bij de ingang zijn voor de lunch. Plus als ze hier net geweest zijn is de kans klein dat ze gauw weer terugkomen en je weet het maar nooit. Hans zijn gevoel zei dat we nog een keertje terug moesten gaan naar Mahlasela, en die hide lag dichtbij de ingang dus van daaruit konden we ook snel bij het afgesproken punt zijn.

We reden weer terug naar het eerste uitkijkpunt via de parallelle weg aan de andere kant van het moerassig gebied, en zagen onderweg ontelbare en hele mooie nyala, en wat impala, buffels en zo, maar geen olifanten… Tot ik een beetje afwezig naar de zandweg voor ons aan het kijken was en opeens merkte dat er al een tijdje olifanten-voetsporen op de weg liepen die zo vers waren, dat er nog geen auto overheen gegaan was. En aangezien we hem niet tegengekomen waren, liep hij dus dezelfde richting die wij gingen, misschien wel naar de eerste drinkplaats… We hadden een beetje haast want we wilde de olifant niet missen en de tijd begon onderhand te dringen, maar we konden in de bochtige weggetjes en dichte begroeiing niet al te hard rijden want je zou zomaar onverwachts de olifant tegenkomen! Inderdaad, we moesten toen we vlakbij de hide kwamen zelfs wat afstand houden want we kwamen een bocht om (Hans reed al langzamer en voorzichtig want we hadden geen zin om een olifant te laten schrikken) en daar liepen twee grote olifanten-stieren gebroederlijk samen voor ons uit, een beetje te dollen met elkaar. Leuk!

Ze liepen naar het uitkijkpunt en daar hebben we nog een tijdje staan kijken terwijl ze op hun gemakje dronken. De ene was niet een echte “Tusker” maar had al wel aanzienlijke slagtanden. Pas geleden is een van de grootste nog levende Tuskers (die allemaal in Tembe wonen), Isilo, op 50-jarige leeftijd van ouderdom overleden, en zijn slagtanden waren meer dan 2,5 meter lang en wogen 65 en 62,5 kilo! (Zie ook www.tembe.co.za/about/). Stropers vonden schijnbaar volgens Jock het karkas voordat parkwachters dat deden, en zijn er met het ivoor vandoor gegaan. Er is nu een beloning uitgeloofd voor wie de slagtanden terugbrengt.

Bovenstaand een foto van Isilo en een andere Tusker, copyright www.tembe.co.za/about/


We hebben zo lang mogelijk genoten van de twee olifanten en zijn toen iets te laat maar ach, een beetje ruimte moet er wel zijn, richting de ingang van het park gereden waar we met zijn alle op een klein veldje geparkeerd hebben en onszelf geinstalleerd met onze campingstoeltjes.

Jock was ondertussen de voorbereidingen voor de lunch aan het treffen: broodjes met koude hamburgers: dat had Sanana dus zo gemeen vanochtend staan bakken zodat iedereen dacht dat we een warm ontbijt met spek en eitjes kregen. Helaas, toen alleen (een overigens prima ontbijtje van) yoghurt, ontbijtgranen, fruit en pap… Maar nu dus lekker hamburgers, met geraspte kaas, sausjes, komkommer en tomaat, smaakte heel goed!

We reden op ons gemak allemaal terug naar Ndumo, waar we bij het kantoortje vlakbij ons kamp even moesten wachten op de lokale gids die met ons mee zou gaan voor het volgende punt op het programma, een speciale route in Ndumo die niet voor het publiek toegankelijk is in eigen vervoer en alleen delen van in gamedrive auto’s van het kamp bezocht kan worden. Maar Frank van Bhejane had dus geregeld dat wij er in onze eigen auto’s mochten rijden. Terwijl we stonden te wachten bij het kantoortje hebben we nog even gekeken naar de uil die daar bijna onzichtbaar verstopt in een boom zat tussen de takken van een orchidee-achtige plant.

We reden langs een riviertje en daaruit voorvloeiend meertje, en zagen flamingo’s (onze vloekdat we nooit veel flamingo’s in het wild te zien krijgen lijkt hiermee eindelijk echt opgeheven te zijn), pelikanen, ooievaars en reigers bij een van de drinkplaatsen, en reden door een prachtig “fever-tree” bos aan de oever. Fever-trees zijn acacia bomen met een felle lichtgroene bast, waardoor ze heel opvallend zijn tussen de andere bomen. Nu in de lente bloeien ze ook nog eens heel mooi met vele gele bloemetjes. De jonge fever-trees, die nog potentiële lekkere hapjes zijn, zijn echt gewoon speldenkussens om te zien: bijna alles wat eetbaar is hier in Afrika heeft stekels (en een dier dat erin gespecialiseerd is geraakt om het ondanks de stekels te eten…). Dit bos was een tijdje geleden zwaar getroffen door een flinke storm, dus veel bomen stonden scheef of waren zelfs omgevallen, maar ze zijn zo sterk dat de meeste het overleefde en doorgroeide, waarbij soms de wortels in de blootgelegde kluit gewoon terug richting de grond groeide. Erg mooi en hele bijzondere bomen!

We hebben deze reis constant door hele mooie en hele diverse landschappen gereden, echt een prachtig stukje Zuid-Afrika. Helaas had ons 30 x zoom fototoestel het gisteren definitief opgegeven dus we konden vandaag niet zo ver inzoomen op de olifanten en nu de vogels als we zouden willen, maar we konden wel heel aardig wat close-up foto’s krijgen van het Engelse stel. Hieronder zijn een paar mooie:

Terug op de kampeerplaats hebben Hans en ik gedoucht en zo veel mogelijk ingepakt en opgeruimd in de auto, ik heb nog een hele tijd staan hannesen met de garmin om hem wat verder op te laden (we hebben echt geen geluk met de elektronica deze reis) en voor de zekerheid ook maar de route goed bestudeerd en printscreens van de knooppunten gemaakt om in mijn telefoon te zetten. Ik had er behoorlijk wat stress van, want ik moest ons morgen vanaf hier naar de autoverhuurder Bushlore in Johannesburg gidsen, en Hans had een beetje stress want het was een lange rit en we werden aan alle kanten al bang gemaakt dat het eerste uur of twee heel zwaar en moeilijk zou zijn met druk verkeer. We hadden al van tevoren aangegeven bij Bushlore dat we misschien wat later zouden zijn (ze sluiten op zaterdag eigenlijk al om 13 uur), maar de eigenaar had gelukkig aangegeven dat dat geen probleem zou zijn.

Normaal gezien zouden we vanavond, de laatste avond samen, als groep de fooi geven aan de begeleiders; nu waren we maar met drie echtparen, maar we hadden onderling al een beetje gediscussieerd over wat een goede fooi zou zijn voor de mannen, gezien ook hoe ze altijd voor ons klaar staan met alles. Uit de andere groep was ook al gebleken dat 200 rand per echtpaar per man (dus hier 600 rand per echtpaar) een prima fooi was. Dat is het dubbele van wat we in 2008op aanraden van de andere gasten gaven, en nog altijd voor ons buitenlanders niet zo veel geld (zo’n 42 euro dat over 3 man verdeeld wordt). Gek genoeg deden nu vandaag de andere twee echtparen bij ons juist informeren wat wij, de buitenlanders, dachten dat een goede fooi was! Dus wij vertelde over de 200 rand per man per echtpaar richtlijn en Hans en ik merkte dat het Engelse echtpaar dat prima vond, maar het Zuid-Afrikaanse echtpaar het te veel vond; hij zei namelijk ook eerst “wij allemaal samen?” zo van, wij zessen geven als groep 600? Nee, we geven per echtpaar 600… Eerst leek hij het prima te vinden, maar vlak voor het avondeten gaf hij aan dat hij het toch prettiger en leuker vond als ieder echtpaar afzonderlijk de fooi gaf, en niet mee wilde doen aan een gezamenlijke fooienpot. Jeetje, ja dan kunnen we moeilijk met het andere echtpaar dat wel doen, dus voor de goede vrede spraken we maar af dat iedereen het apart zou geven. Wel een beetje ongemakkelijk en gênant dus voor de begeleiding en ons dat die man wel een bedank-speechje gaf bij het avondeten maar geen fooi. Die moesten we afzonderlijk maar zien te geven…


Het avondeten was wel heerlijk. Traditiegetrouw bij Bhejane (en gelukkig ook bij Mpafa), kregen we ook nu ‘s avonds lekker steak als afscheidsdiner, die echt perfect gebakken was door Sanana. Zonder Vermaak af te willen vallen denken we dat Sanana stiekem de beste bush-kok is die we ooit gehad hebben bij Bhejane! Hans gaf aan bij Sanana dat hij bij Vermaak een tweede steak mocht, nou dat vond Sanana natuurlijk ook geen probleem en moedigde iedereen aan om zo veel te pakken als ze wilde! We hebben nog een tijd na gekletst met de gids en het Engelse echtpaar (de andere namen kort na het eten afscheid van ons, want morgenochtend zou echt te vroeg zijn voor ze), tot het echt tijd was voor bed, en we in de verte hyena’s hoorde lachen.

free counters