AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

De nachtvlucht was niet slecht geweest, we hebben allebei redelijk rustig steeds een paar uur aan een stuk kunnen slapen. Maar toch blijft het vermoeiend! Rond 5 uur plaatselijke tijd, een uurtje eerder dan in Nederland, werden we gewekt voor het ontbijt, dat niet echt veel soeps was. Om te beginnen krijgen we al niet meer roomboter maar in plaats daarvan margarine, wat ik nog bij geen enkele andere vliegtuigmaatschappij meegemaakt heb, en het warme eten was een vegetarisch roerei, onbestemde tomatenprut en een slappe hash brown, en het broodje was nog ijzig – zeker te veel moeite om die op te warmen. We hebben het eerder al gemerkt, maar het eten bij KLM is niet meer wat het geweest is, dat is duidelijk. Ook de verzorging is veel minder. We kregen op deze vlucht alleen drinken bij de maaltijd, niets tussendoor aangeboden, en ook waren er geen snacks of zo beschikbaar. De Aziatische maatschappijen weten veel beter wat service is… De steward was verbaasd dat Hans om een zakje suiker vroeg, en nog verbaasder toen hij zei dat dat was om op zijn brood te doen (er was namelijk ook geen jam of zo).

Om 6:15 landde we voor de tussenstop in Luanda, Angola. Er was vlak voordat de wielen de grond raakte nog een man bezig iets bij zijn stoel te doen en in het gangpad te staan; bleek later dat zijn reisgenoot, een kind, ziek was geworden. Oef, daar ben je blij mee! We hebben niet echt gemerkt dat er veel mensen uit gingen, maar volgens de steward zouden er wel 100 man uitstappen hier. Grondpersoneel kwam het vliegtuig even schoonmaken, liep langs ons naar achteren naar de wc en was letterlijk in 2 seconden alweer terug aan het lopen; hij had waarschijnlijk alleen even wat luchtverfrisser gespoten in de wc! Vlak voor vertrek kregen we immigratieformuliertjes om in te vullen voor Namibië (wat een HARD pratend Italiaanse man drie stoelen verderop heel erg ingewikkeld vond en stap voor stap met de even hard pratende stewardess-met-mannenstem moest doornemen…), en we stegen weer op uit Luanda om 7:30.

Er was in Luanda een nieuwe bemanning en een nieuwe cateraar aan bord gekomen en we kregen na het opstijgen nog een maaltijd – tweede ontbijt zullen we het maar noemen. De vinaigrettesaus zat in een onverwoestbaar sauszakje met de perforatie aan de verkeerde kant, dus dat kostte heel wat moeite om het voorzichtig open te trekken met onze tanden zonder dat het alle kanten op zou vliegen. Het broodje tonijn bleek maar voor zo’n 40% ook daadwerkelijk met tonijnsalade bedekt te zijn, en het broodje kaas had een vieze dikke klodder margarine in het midden. We hebben dus maar een beetje eruit gevist wat we lustte, het brood zelf was namelijk ook niet je van het. Het toetje was daarentegen weer verrassend lekker, een soort aardbeienmeringue-crème. We vlogen nog zo’n twee uur naar Windhoek, waar we een half uur te vroeg, om 9:40 landden, Nederlandse tijd 10:40.

Het was maar 50 meter van het vliegveld naar de terminal er tegenover lopen maar we voelde al gelijk stevig de TIA (“this is Africa”) sfeer: iedereen kwam midden op het asfalt stil te staan omdat er gelijk bij binnenkomst in de piepkleine terminal tegen de douane aangelopen werd, en dat gaat per definitie dus niet snel… Zeker niet als net de enigste twee internationale vluchten van de ochtend samen aankomen en al die paspoorten en immigratie formuliertjes van al die buitenlanders tegelijk verwerkt moeten worden door de twee douanebeambten verantwoordelijk voor buitenlanders… Er stonden daar enorme rijen, en de drie loketten voor regionale nationaliteiten, Namibiërs en diplomaten zaten niets te doen! Uiteindelijk, toen de rij op het asfalt het verkeer van het vliegveld in de weg begon te staan, gingen die andere loketten ook enigszins open voor de internationale bezoekers (als je oplette, want het werd maar halfslachtig aangegeven). Pffff, toen konden we iets sneller door.

Je moet bij zo’n immigratieformuliertje invullen hoe lang je wilt blijven in het land. We hadden keuze tussen dagen, weken en maanden, dus ik had in onze formuliertjes “6 weken” ingevuld. Ik was aan de beurt bij de douane en bijna tegelijk was Hans aan de beurt bij een ander loket. De vrouw bij mij was niet de meest meegaande of vriendelijkste, en reageerde verrast “6 weken? Heb je een retourticket?” jeetje pffff ik had allerlei papieren bij de hand maar die nu net niet, en omdat ik dacht dat ze echt het ticket zelf wilde zien ben ik in onze papieren gaan graven om het te vinden. Het bleek echter dat het ze ging om de retourdatum; ze vond het waarschijnlijk te ingewikkeld of ze kon niet uitrekenen welke datum 6 weken van nu was. Toen vroeg ze wat de naam was van de Farmhouse overnachting in Outjo. Euh nou ja, dat dus, “the Farmhouse, Outjo”. Ze geloofde me duidelijk niet maar was het onderhand zat en stempelde me af. Ik had een visum voor 8 weken gekregen. Hans was er al lang en breed doorheen en had zonder enige vragen een stempel voor 3 maanden gekregen – dat vond zijn douanebeambte zeker gemakkelijker dan uit moeten rekenen hoeveel dagen 6 weken was! Een uur na landing waren we erdoor en konden we op onze bagage wachten.


Duidelijk is dit vliegveld eigenlijk te klein voor wat grotere vliegtuigen (zeker als er twee tegelijk aankomen), want de ruimte met de twee bagagebanden stond helemaal vol mensen. Plus de bagage-laders hadden heel hulpvaardig van het net iets eerder aangekomen andere vliegtuig alvast alle bagage van de band gehaald en lukraak weggezet in de toch al kleine ruimte. Chaos dus! Onze bagage kwam op de andere band gelukkig redelijk gauw eraan, en toen konden we doorlopen naar de aankomsthal.

We hadden, vermoed ik, eigenlijk onderweg naar buiten nog even onze bagage moeten laten scannen, maar de vrouw die daar bij stond wuifde ons richting “niets te declareren” toen ze hoorde dat we uit Amsterdam gevlogen waren. Of misschien hadden we juist door de rode “goederen te declareren” gang ernaast gemoeten, dat was niet helemaal duidelijk maar niemand hield ons tegen dus we liepen gauw door. Een paar Amerikanen die dachten dat ze naar de rode “goederen te declareren” kant moesten lopen, of er gewoon geen erg in hadden, moesten echter natuurlijk wel hun koffers open maken!


We liepen door de deuren de aankomsthal in en liepen tegen een muur van chauffeurs met bordjes, die ze allemaal hoopvol ophielden – maar onze naam zagen we nergens. Er zou iemand moeten staan om ons op te halen van de autoverhuurder Bushlore, maar we zagen dat logo alleen met een hele andere naam erop. Duidelijk niet die van ons, zelfs niet met heel veel fantasie (en soms weten ze er iets ongelofelijks van te maken); we liepen alle chauffeurs af maar zagen nergens onze naam, dus hebben uiteindelijk hem maar even aangesproken. Ja, hij wist dat zijn collega er moest zijn, en zou hem even voor ons zoeken in de kluwen ophalers van allerlei hotels, bedrijven, lodges en reisgenootschappen die bij de deuren stonden.


Hij werd uiteindelijk gevonden, maar er moesten nog 3 anderen met ons ritje mee, en die waren er nog niet, dus Hans is maar alvast Namibische dollars gaan pinnen in de chaos van wisselkantoortjes en pinautomaten in de drukke, kleine volle ontvangsthal. Hij heeft er een eeuwigheid gestaan, maar toen hij klaar was, was onze chauffeur nog steeds aan het wachten. Dus toen ben ik maar in de rij gaan staan om te pinnen, het kon maar alvast gebeurd zijn tenslotte. Nu zouden wij theoretisch gezien ter waarde van 500 euro moeten kunnen pinnen in het buitenland. Dat zou in Namibië ongeveer 5400 Nam-dollars zijn. Maar Namibië zelf hanteert een maximum pinbedrag van 5000 Nam-dollars, en in de praktijk kun je dus schijnbaar nooit meer dan 2000 Nam-dollars per keer uit de muur halen (omgerekend 190 euro). Lekker handig dus. Er was, volgens onderzoek dat we van tevoren gedaan hadden, een kleine kans dat de pinautomaten op het vliegveld wel die maximum van 5000 Nam-dollars zouden kunnen geven, maar helaas, Hans had maar 2000 kunnen pinnen. Vandaar dat ik ook in de rij ging staan. Ik hoorde tijdens het wachten een hulpvaardige verveelde vliegveldmedewerker af en toe iemand een tip geven hoe ze de pinautomaten moesten doorgronden, en hoorde hem op gegeven moment zeggen dat het apparaat een limiet had van 2000 Nam-dollars per keer, en je het gewoon nog een keer moest proberen. Nou kun je normaal gezien maar een keer per kaart per dag pinnen in het buitenland, maar ik vond het wel de moeite van het proberen waard, en inderdaad, ik kreeg er 2 x 2000 uit! Dat scheelt weer, zo hebben we een beetje startkapitaal.

Eindelijk bleken ook de andere drie passagiers klaar te zijn om te vertrekken en konden we weg: Hans had iets opgepikt over dat zij onderdeel van een grotere groep waren waarvan een deel hun auto op het vliegveld kon ophalen of zo. Erg spraakzaam waren ze in ieder geval niet. Met zijn 6-en (chauffeur, 4 volwassenen en een kleine jongen) propte we onszelf in een Landrover en konden we vertrekken op de 45 km naar de stad en het kantoor van Bushlore. Ze hebben de ruimte in Namibië, waarschijnlijk daarom dat het vliegveld zo ver van de stad ligt! We zagen onderweg bavianen en wrattenzwijntjes lopen, en de chauffeur vertelde vrolijk over hoe gevaarlijk Windhoek geworden was en wat voor trucs de bendes toepaste om je te grazen te nemen. Een favoriete truc bij buitenlanders en/of verhuurauto's is om wild gebarend te wijzen naar de auto, dat er iets mis mee is. Je stopt om te kijken of te vragen wat er aan de hand is en je wordt beroofd. Maar, verzekerde hij ons, dat was alleen in Windhoek zo hoor, niet in de rest van Namibië. En misschien in Swakopmund, had ik gezien, want op het vliegveld kwam een nieuwsbulletin langs waarin een oudere buitenlandse toeriste beroofd was geweest in Swakopmund…

Hans en ik hebben meestal Toyota Hilux als 4WD, en doen dus vrolijk mee aan het Landrover-bashen in de eeuwige strijd tussen Landrover en Toyota hier in Zuidelijk Afrika, maar de enkele keren dat we opgehaald zijn en/of meegereden hebben in een Landrover hadden we allebei afzonderlijk van elkaar dat we ook inderdaad gewoon echt liever in Toyota rijden! Deze keer ook weer; het was een hobbelige, lawaaiige rit – en we reden nog maar over asfalt!


Klokslag 12 uur stapte we binnen bij Bushlore, in de verwachting dat we even wat papieren moesten tekenen, rondje om de auto lopen, inladen en binnen een half uurtje of zo wel ongeveer op pad konden zijn. In Zuid-Afrika is dat tenminste meestal het geval…


In werkelijkheid reden we pas om 14 uur weg, want er was eigenlijk van alles niet in orde: de auto was niet klaar – ze moesten de koelkast nog aansluiten, wat dingetjes onder de motorkap doen zoals olie en water bijvullen, en het handschoenenkastje repareren. Verder lagen de door ons via Bhejane gehuurde spullen niet klaar en moesten gezocht worden want niemand wist eigenlijk precies direct waar ze lagen en kwam maar met de helft aanzetten… Plus een van de Bhejane-stoeltjes (van die ouderwetse zoals in de Kalahari) was de rugleuning kwijtgeraakt in het transport naar, of de opslag bij Bushlore. Uiteindelijk wisten we na enig aandringen en het lijstje wat Bhejane ons gemaild had met wat er zou moeten zijn alles bij elkaar te sprokkelen, inclusief een Bushlore stoel die ze per ongeluk ook voor ons klaargelegd hadden. En de operationele manager gaf ons nog een extra Bushlore stoel mee omdat hij zich duidelijk een beetje bezwaard voelde over de ontbrekende rugleuning. Mooi, dan hadden we tenminste goede stoelen!


Ik zat ondertussen ook te hameren op een papiertje, de “police clearance letter”, die we moesten hebben om met de auto de grens over te mogen, en waar ze spelfouten in hadden die gecorrigeerd moesten worden, en Hans probeerde de overenthousiaste slimmerik die met onze overhandiging bezig was in de juiste banen te leiden. Het ergste was echter dat de betaling niet was doorgegeven als zijnde betaald! We huren via een ingewikkelde constructie tussen Bhejane, het hoofdkantoor van Bushlore in Zuid-Afrika en deze Namibische tak van Bushlore. Slimmerik begon namelijk tegen Hans dat het restant nog even via de creditcard betaald moest worden, alleen de deposit was volgens hem betaald. Ammehoela echt niet! Pffff! Na heel wat gepraat, gebel over en weer (op zaterdagmiddag waren de mensen die ervan af wisten niet of nauwelijks te bereiken), reparaties, zoeken naar de gehuurde spullen, demonstraties van de grote speciale hi-lift krik, het standaard rondje om de auto om de aanwezige beschadigingen te noteren, en tientallen handtekeningen want ieder papiertje moet minimaal twee handtekeningen hebben, konden we eindelijk op pad. Het was inmiddels al 14 uur en we waren behoorlijk gaar na 2 uur totale chaos. Want terwijl wij daar waren werden nog 7 andere auto’s ook tegelijkertijd overhandigd aan hun huurders, dus je moest soms letterlijk opletten dat je de juiste papieren en contracten kreeg want alles liep kriskras door elkaar! Wat een chaos, echt ongelofelijk.

Ik had toen het leek alsof we tegen het einde van de chaos kwamen de garmin al laten zoeken naar onze locatie en Bushlore opgeslagen onder de favorieten voor de terugreis, dus we konden gelijk gaan rijden, en Hans kon rustig proberen te wennen aan de grote bak en het links rijden. Als eerste reden we richting The Grove Mall, een winkelcentrum op een paar kilometer afstand, maar we konden gek genoeg de ingang niet vinden. Uiteindelijk hadden we toch te weinig tijd om te winkelen, en zagen we een mega Pick&Pay buiten de schijnbaar onneembare vesting van The Grove Mall, dus zijn daarin geschoten. We hebben bliksemsnelle boodschappen gedaan, alleen het hoognodige: 8 x 5 liter flessen drinkwater, anti-muggenspiraaltjes, 36 blikjes fris (geen Stoney ginger ale helaas, dus maar Schweppes), 6 flessen lime cordial (ook niet het goede merk, er was geen Roses cordial te vinden helaas, en deze kent Hans en is wat slapper van smaak) en een salsa-pizzabroodje voor de lunch…

Toen we de boodschappen hadden ingeladen plande we een tankstation in de buurt van onze route in, en hebben daar 113 liter getankt – er kan wel 160 liter in de dubbele dieseltank, en hij was op het halverwege streepje van de laatste tank toen we hem kregen – en eindelijk, rond 15:15 zaten we dan eindelijk op de weg richting het noorden. Maar het was al veels te laat, het was al 15:15 en we hadden nog zo’n 340 kilometer te rijden naar onze eerste overnachting, The Farmhouse in Outjo, dus het zou erom spannen of we het bij daglicht zouden redden. Deze afstand was onder normale omstandigheden geen enkel probleem geweest maar we waren vandaag zo veel tijd kwijtgeraakt, ongelofelijk!


De rit was mooi, al hebben we er door de tijdsdruk en best wel drukke wegen weinig van kunnen genieten: het landschap was heuvelachtig, kaal, dor, vol bosjes en hoog gras en kleine gedrongen bomen met daartussen mooie donkerrode rotsen. Echt een oer-landschap. Langs de weg graasden hele volksstammen bavianen en ontelbare wrattenzwijntjes in alle maten van piepkleine biggetjes tot indrukwekkend grote beren, en tegen de avond zagen we ook grote groepen Afrikaanse hoenders, grote zwart-wit gestippelde vogels met een minuscuul brein volgens mij, want het zijn gigantische oenen. Wrattenzwijntjes en bavianen zijn “street-wise”; die grazen tot aan de rand van de weg, maar blijven veilig uit de weg van de auto’s en kijken niet eens op als je toetert. De kleine dikdiks, antilopen ter grootte van een middelmaat hondje, staan zenuwachtig trillend “zal ik wel of niet oversteken” maar blijven meestal wel staan. En de Afrikaanse hoenders rennen dus als kippen zonder kop zo onder je auto als je niet oplet! Niet echt leuk rijden voor Hans dus, die heel de rit supergeconcentreerd (en snel) heeft moeten rijden.


Hans heeft echt flink moeten doorrijden, zo hard als hij durfde, en ik kon zien hoe intens geconcentreerd hij was om het tempo erin te houden en de ETA terug te brengen, en ondertussen op de rest van het verkeer moeten letten. Gelukkig was de weg een mooie rechte goede asfaltweg, wat wel scheelde, er waren stukken waar Hans langere tijd 130-140 km/uur kon rijden. Helaas hebben we tegen onze principes in toch een half uur na zonsondergang moeten rijden, want de zon ging al om 17:45 onder en we kwamen pas rond 18:10 aan bij onze overnachting. Toen de schemering eenmaal begon moest Hans zijn tempo terugbrengen uit veiligheid, gelukkig waren we er al bijna, maar vlak voor we Outjo bereikte stond er opeens een dikdik met zijn rug naar ons toe midden op de weg net na een blind heuveltje; Hans en dikdik zagen elkaar te laat, dikdik sprong nog opzij maar Hans kon voor onze eigen veiligheid maar minimaal uitwijken, en we hoorde dat we de dikdik geraakt hadden – niet vol, maar tegen de zijkant van de voorkant van de auto. Bah, het was echt niet anders maar we konden niet het risico lopen dat we over de kop zouden gaan doordat Hans aan het stuur zou trekken.

We reden praktisch in het donker Outjo in en vonden het nette hotelletje dat we geboekt hadden gelukkig gemakkelijk, “The Farmhouse”, in het kleine stadje Outjo. Maar het gebouw was donker, ze leken wel gesloten! Alleen de voordeur stond open, dus ik ben even gaan kijken, en het was inderdaad open, alleen was de stroom uitgevallen in de keuken en het restaurant – gelukkig niet in de rest van het hotel. We werden gewezen naar een hek om de hoek, waar de auto op het terrein geparkeerd kon worden, en we hebben onze spullen naar onze keurige en grote kamer gebracht (gelukkig deed het licht het daar wel dankzij een noodgenerator) en we zijn gelijk naar beneden gegaan naar het restaurant om te eten. Dat kon gelukkig wel!

Met kaarsen, koplampjes en de zaklamp op mobiele telefoons werd alles bijgelicht, terwijl er druk gewerkt werd aan het repareren van de stoppenkast. Heel de avond is het licht aan en uit gesprongen, waarbij als je snel was je gelijk ook even kon internetten. Gezellig was het wel, iedereen kon er best om lachen. Ook typisch Afrikaans was dat de helft van de menukaart om allerlei redenen niet te bestellen was, en wat je bestelde niet precies werd wat je dacht. Hans en ik zijn overigens de enigste gasten in het hotel! En ondertussen liep er wel iets van 10 man personeel rond… Er was een constante pieptoon, een of ander alarm, dat bijna continu afging, en Hans kon geen escargots bestellen want ze hadden die wel, maar ze waren in een brok bevroren en de magnetron was op het moment vanwege het gedoe met de stroom niet te gebruiken om ze te ontdooien! TIA, This is Africa. Lachen!

We hebben na het eten heerlijk gedoucht, koffiegezet en gerust. Hans lag al om 21:15 doodop te slapen, ik was ook moe maar heb nog even de administratie en het blog bijgewerkt en flink bijgetankt met thee voor ik ging slapen, want ik merkte dat ik veels te weinig gedronken had vandaag. Je werd in het vliegtuig ook haast vreemd aangekeken als je twee drankjes bestelde, iets wat Hans en ik al een paar jaren consequent doen om te zorgen dat we in ieder geval een beetje vocht binnenkrijgen.

free counters