AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We hebben een goede nachtrust gehad en vanochtend nog een beetje uitgeslapen tot 08:30, toen op ons gemak opgestaan en de tassen ingeruimd. We hebben allebei best last van harde snotjes in onze neus en droge lippen, we denken omdat we moeten wennen aan de droge lucht? Toen we beneden kwamen stond een bewaker (of in ieder geval een lijzige oudere man in een iets te groot pak met een petje met “security” erop) ons buiten speciaal en waarschijnlijk al uren op te wachten: met een lage stem en binnensmonds met accent vertelde hij dat de stroom nog niet gemaakt was, dus de keuken was verhuisd naar “rzwetsje”… Euh sorry, naar waar? De “rzwetsje”, daar was het ontbijt – en hij wees in een vage richting. Jaja en waar is dat precies? Hij grinnikte en zei toen kom maar, ik loop wel mee naar de “tourist information centre”. Oh hčhč ja dat lijkt er precies op ja!


Wij liepen dus achter hem aan terwijl hij tegelijk nog even een korte stadstoer gaf; daar was het postkantoor, en daar een kerk, enz. Bij het postkantoor liepen we langs een monument en een kleine begraafplaats; hé, ik heb daar van tevoren nog best op zitten puzzelen waar ik alles moest kunnen vinden, want er leken twee monumenten te zijn in Outjo voor de Slag bij Impalilo in Angola, het Impalilo monument bij het postkantoor en het Naulilo monument in de begraafplaats buiten de stad, waar ook een paar Duitse oorlogsgraven van de Herero oorlogen te vinden waren. Maar hier hadden we het Naulilo monument en een paar Duitse oorlogsgraven naast het postkantoor! Dat klopte dus allemaal niet precies op internet… We zouden er later nog even kijken, nu eerst ontbijten.


De bewaker bracht ons naar een heel mooi opgezet Tourist centre met een caféhoekje waar de vrolijke zwarte uitbaatster van het hotel een tweede keuken had, met cakes, hartige pies, schepijs en maaltijden. Met wat gegrap over en weer – onder andere dat we graag “black tea” wilde, waarop ze riep, zo zwart als ik? En later wit brood bij het ontbijt, waarop wij uiteraard grapte, zo wit als wij – bestelde we een ontbijtje. Het kwam er al gauw aan, en we hebben het lekker buiten in de schaduw van de nog kale jacaranda bomen opgegeten. Erg lekker! Een Himba vrouw bedekt met rode oker en gekleed in huiden zwaaide ondertussen naar ons vanuit haar modderhutje in de binnenplaats van het centre, en de man met het petje ging zich maar nuttig maken en de dames van het centre helpen om de tafels af te ruimen van een trouwfeestje (compleet met witte leren troon) dat tot diep in de ochtend was doorgegaan. We vermoeden dat het dankzij de stroomstoring hier vannacht plaatsgevonden had en gelukkig dus niet in de binnenplaats van ons hotel onder ons raam…!

Na het ontbijt zijn we nog even binnengestapt bij de centre maar iedereen leek bezig of weg, dus zijn we op ons gemak terug gewandeld om het oorlogsmonument en de kleine begraafplaats vlakbij te bekijken. Het was een begraafplaats voor Duitse soldaten, mariniers en zelfs een of twee burgers? Die allemaal ten tijde van de Herero-oorlogen en de Eerste Wereldoorlog waren overleden. Vermoedelijk was er dan op de begraafplaats ten zuiden van Outjo niets te vinden met betrekking tot de oorlog, maar dat zouden we straks nog wel even bekijken.

We hadden gehoord over de goede verhalen op internet over de “beste Duitse bakker van Outjo/Namibië”, The Bakery, en zijn daarom via de hoofdweg nog even daarnaartoe gelopen. Er was net een groepje motoren uit Zuid-Afrika neergestreken voor een ontbijtje, en het was verder best druk met toeristen en locals. De koeken achter de toonbank spraken ons niet direct aan, maar we hebben twee aardbeienjamkoeken gekocht voor 32 Nam-dollar, ongeveer 2 euro en dus behoorlijk prijzig eigenlijk. Alle prijzen waren redelijk hoog, maar de bakkerij had dan natuurlijk ook wel een goede naam dus kon hoge prijzen vragen.

Toen zijn we terug naar het hotel gewandeld dat daar schuin tegenover lag (we hadden de bakkerij gisteravond bij aankomst niet eens zien staan), om de auto in te richten voor we afrekende. We hadden gisteren haast om op pad te zijn na al dat gedoe bij Bushlore en het late vertrek, en alles dus min of meer lukraak in de auto gepropt, maar vandaag konden we het dus iets beter en logischer inrichten: 3 tassen, 2 rugzakjes, de boodschappen (al die 5-literflessen water nemen veel plek in!), 2 dikke opvouwbare matrassen, kussens, dekens, en slaapzakken allemaal op de achterbank, en dan achterin de bakkie nog 4 opklapbare stoeltjes, campingbedjes, en een 4e tas gepropt tussen de 60-liter noodwater tank, de rupsbanden voor zand, de “hi-lift jack” en het koelkastje. De auto zit dus aardig vol, maar wij konden er ook nog in gelukkig!

Toen we terug het hotel inliepen naar de hotelbalie voorin het gebouw, stond de uitbaatster er ook alweer – we moesten even knipperen, was het dezelfde vrouw? Ja inderdaad, ze was ons gauw achterna gelopen en stond ons nu grijzend aan te kijken, of alles in orde was? En of we nog iets af te rekenen hadden want de kassa deed het nog steeds niet? Euh ja, inderdaad, we moesten nog de kamer betalen. Ze keek daar een beetje verrast over, die hadden we toch al betaald? Nee, we hadden alleen het eten gisteravond betaald. Damn, we hadden dus zonder de kamer te betalen weg gekund! Maar eerlijk als we zijn hebben we natuurlijk betaald… Ze nam vrolijk afscheid van ons en tot de volgende keer, stuurde een meisje om de poort te openen voor ons, en we zijn toen naar een tankstation gereden.


De pompbediende raakte aan de praat met mij en was behoorlijk onder de indruk van het feit dat we 9 jaar geledenal eens in Outjo geweest waren en Hans ook (waarschijnlijk) in 2003, plus dat we ieder jaar naar Zuidelijk Afrika kwamen. Ik moest hem zelfs een schouder-high five geven toen ik vertelde dat ik als kind in Nigeria gewoond had, dat vond hij helemaal ongelofelijk! Ik was praktisch zwart!


We zijn toen we klaar waren nog even naar de oude stadsbegraafplaats vol geëmigreerde en hier geboren Duitsers, Nederlanders en Engelsen ten zuiden van Outjo gereden. Er bleek hier inderdaad zoals we al vermoedde geen monument te zijn en geen oorlogsgraven, maar we hebben er desondanks lekker even rondgesnuffeld, het was een mooie en leuke begraafplaats.

Ons viel onder andere een graf op van ene Fritz Spiesser, omdat zijn grafsteen de typische vorm had van het Duitse kruis, dat meestal alleen gebruikt werd voor soldaten die in Eerste of Tweede Wereldoorlog waren overleden – maar zijn sterfdatum was in 1971, na de oorlogen dus. Thuis hebben we hem opgezocht en niet direct een verklaring kunnen vinden voor de vorm van zijn grafsteen, maar wel ontdekt dat hij een auteur was die boeken schreef die de Nazipropaganda-machine tijdens de Tweede Oorlog erg aansprak. Met name zijn meeste bekende werk, een roman over de Engelse concentratiekampen in Zuidelijk Afrika. Hier is een (vertaalde) link naar de Duitse wikipedia van Fritz Spiesser– er bestaat geen andere taal-versie van zijn pagina!

Toen we klaar waren met rondkijken in de begraafplaats zijn we weer terug door Outjo gereden en toen verder richting het noorden. Het was inmiddels ongeveer 10:30, we hadden alle tijd. Aan de noordkant van Outjo kwamen we al gauw langs de lodge Etotongwe, waar we in 2008neergestreken waren, en waarvan de eigenaresse ons achteraf een nijdig mailtje gestuurd had omdat ze gegoogled had op zichzelf, onze website gevonden had, en dacht dat onze TIA-observaties van onze vrije dag daar een negatieve recensie over haar lodge was – de nuance was in de vertaling verloren gegaan, legde we uit, we waren alleen aan het observeren. We hadden nu haast de neiging om even hallo te gaan zeggen!

Onderweg zou er, na zo’n 150 km rijden vanuit Outjo, rotstekeningen te zien zijn vlak voor het plaatsje Kamanjab, bij “Peet’s koppie” (een koppie is een kleine heuvel van geërodeerde ronde keien) op het terrein van Farm Kamanjab. Dat was voor ons op een ideale plek en tijd om te lunchen, maar het bleek dat we de sleutel van het hek bij Oppi Koppi Farm 5 km verderop moesten vragen, dus na even twijfelen zijn we toch maar doorgereden. We hadden veel kilometers te rijden, en hoewel we wel tijd hadden, zijn rotstekeningen eigenlijk alleen aan ons besteed als ze geen moeite kosten en toevallig een goede lunchplek zijn, dus het zou voor ons kostbare tijdsverspilling zijn om naar zo’n boerderij te moeten rijden, om de sleutel vragen, terugrijden, gaan kijken, weer terugrijden om de sleutel in te leveren en verder te rijden…

In het kleine plaatsje Kamanjab vlakbij, niet meer dan een gehuchtje ontstaan op een belangrijke splitsing van doorgaande wegen, vonden we rond 13 uur net buiten de bebouwing een rustig parkeerplekje op een lang geleden verlaten tankstation. Het “uithangbord”, een oude pomp op een opslagtank gebalanceerd, stond er nog! We hebben een wildplaspauze gehouden, en hadden nog een half pizzabroodje over van gisteren, die als lunch diende. Hij smaakte nog prima en we moesten hem echt met zorg eten omdat hij zo vol verse uien, tomaten, ham en chili zat dat hij bijna uit elkaar viel. We snappen niet goed hoe ze zoiets kunnen maken zodat het brood gaar is maar de groente erin nog vers zijn. Toe namen we de koeken uit Outjo, die mierzoet maar heerlijk bleken te zijn! We hadden gelijk spijt dat we niet meer gekocht hadden… Ik trok het pakje van een vochtig doekje open, maar het bleek een schoenpoetsdoekje te zijn. Dat kwam Hans eigenlijk wel goed uit en hij heeft nog even zijn schoenen gepoetst terwijl ik een echt vochtig doekje zocht! Effectief hebben we vandaag voor zo’n 2,50 geluncht, want het hele brood kostte ongeveer een euro, en de twee koeken samen 2 euro. Niet slecht voor een lekkere lunch!

De laatste 280 km was een kwestie van rustig doorrijden op een weg, geen afslagen, lekker gemakkelijk. Het landschap is erg mooi onderweg; glooiende heuvels met oeroude rode, bruine, en zwarte boulders, blond-kleurig droog gras, groene acaciastruiken en -bomen, en andere gedrongen boompjes. Overal staan hoge rode, gele of witte termietenheuvels, afhankelijk van de kleur van de grond, en de “koppies” hier (karakteristieke ronde heuvels of hopen rotsen in het landschap) hebben niet de afgeronde geërodeerde stenen van andere delen van Zuidelijk Afrika, maar zijn vaak ook van scherpe zaagtandrotsen gemaakt. Erg mooi. En de weg, een verrassend goede 2-baans asfaltweg, sneed als een zwarte streep kaarsrecht door het landschap. Zo eentonig dat het mooi wordt!

We zijn nog niet echt in dierenkijkmodus merken we, want opeens zag ik twee olifanten in het struikgewas naast de weg staan! Maar we zaten te suffen en reden er straal voorbij… Ook zagen we een struisvogel en een grondeekhoorn waar we ook straal voorbij aan reden en dus alleen maar een glimp ervan oppikte! Dat moet weer even wennen, het idee dat je dieren in het wild kunt tegenkomen. Toen we erop gingen letten zagen we dat de drinkwatertorens vaak beschermd waren door een hoge stenen muur met een smalle doorgang – om naar water zoekende olifanten en andere grote dieren tegen te houden. Onderweg zagen we ook de “huisnummers” zoals we die in Botswanahebben leren herkennen; een opvallend iets zoals een geel stuk plastic of een autoband in een boom of op een stok om aan te geven dat daar in het struikgewas een huis of een gehuchtje was. Op het laatst hebben we iets meer doorgereden, maar nog altijd rustig aan.

In de omgeving van Ruacana stuurde de Garmin ons een zandweg-afsteggertje in omdat deze duidelijk veel korter was dan omrijden via de asfaltweg. We waren er niet echt heel blij mee, maar hebben het maar gevolgd tot we weer terug op de asfaltweg gebracht werden. Ook was het een beetje raar dat we naar links moesten, in onze herinnering van het zoeken op google zouden we naar rechts moeten. Helemaal vreemd was het toen we langs Ruacana Eha Lodge reden – we moesten bij Ruacana Guest House zijn en die twee lagen wel zeker 20 kilometer uit elkaar! We snapten er niets van maar we hadden echt Ruacana Guest House ingepland volgens de informatie die we van tevoren gevonden hadden. Ik had daarnaast nog coördinaten gevonden maar ook die leidde dezelfde kant op, dus we reden maar door. Er klopte iets niet maar de borden voor de guesthouse stonden er ook en het adres van de straat klopte met de boekingssite.

Rond 16:30 zei de routeplanner dat we aangekomen waren bij onze overnachting, maar we zagen niets! Na iets doorrijden vonden we een bord met daarop de naam van onze overnachting, Ruacana Guest House, voor een behoorlijk stevig gesloten hek van een terrein vol vakantiebungalows. We hebben een rondje gereden want soms vind je in Afrika de receptie heel ergens anders, maar eindigde toch weer bij het gesloten hek. Dus maar even het nummer bellen in de papieren van onze boekingssite reservering… Een dame kwam al gauw onze kant op; ze was helemaal van slag, we waren al het vierde koppel dit jaar die geboekt hadden terwijl ze eigenlijk geen plek had omdat ze al een jaar door een constructiebedrijf volgeboekt was, een misverstand tussen de boekingssite en haar want de boekingssite bevestigde kamers die zij juist al lang geblokkeerd had! Ze belde Ruacana Eha Lodge op schuin achter haar terrein, toevallig de lodge waar we morgen de groep ontmoeten, en die hadden nog plek, want anders hadden we bij haar thuis moeten slapen vannacht, ze zou niet rusten zonder ons van onderdak te voorzien. Na haar overtuigd te hebben dat we het helemaal snapte en echt niet erg vonden en ze gewoon lekker boos op de boekingssite moest worden zijn we naar de lodge gereden.


De vrouw van de guesthouse had ons verteld dat de bungalows dezelfde prijs waren als haar kamers, maar dat de kamers veel duurder waren. We besloten even te kijken naar de bungalows, want de prijs scheelde omgerekend maar 15 euro tussen de twee volgens de receptiemedewerkster en de kamer was inclusief ontbijt, de bungalow niet. Dus dan was het verschil nog kleiner eigenlijk. We waren blij dat we dat gedaan hebben want de bungalows waren klein, bedompt en donker en hadden geen eigen badkamer, en de kamer was netjes en comfortabel en met een eigen badkamer. Dus we besloten, tegen ons budget in, onszelf voor 15 euro extra te upgraden naar de kamer.


Allemaal prima. Ze bracht de administratie in orde, en we kregen kamer 4 van het zo te zien nog volle sleutelbord. Alleen ze wees ons erop dat de boiler het niet deed in die kamer. Ze zou regelen dat kamer 6 opgemaakt zou worden zodat we daar kunnen douchen, want die is leeg. Euh, maar dan geef je ons toch gewoon kamer 6? Nee dat kon niet. En hoe het nou precies zat snapte we niet want de twee kamers deelde wel dezelfde boiler… Zucht, prima wat jij wilt waarom niet het is tenslotte Afrika. Vlak voor we om 18:15 gingen eten heeft Hans het water (in onze kamer 4 dus) lang laten doorlopen, en het warme water deed het gelukkig! Pffff.

Tijdens het eten zagen we een achttal Zuid-Afrikanen, vermoedelijk onze medereizigers op de tocht die morgen begint. En we hebben stiekem gelachen en genoten van het rondkijken; een echtpaar bestelde een fles wijn. Eerst moest hij achter de bar gaan kijken welke hij wilde. Na een paar minuten pas kwam de fles ook daadwerkelijk. Minuten later de glazen. En weer minuten later pas de kurkentrekker! Heerlijk… En zo ging het met alles. Het was bijvoorbeeld al moeilijk te bestellen, het leek wel alsof het bedienende meisje ons niet verstond of begreep. Zo kon ze nauwelijks het drinken opnoemen. Ook het eten was lachen: Hans had de calamari besteld, met “speciale Eha saus”. Uiteraard waren ze kaal en zonder enige saus. Erom vragen had alleen tot verwarring geleid, en zonder saus smaakte ze ook prima. Mijn porkchops met kaassaus waren lekker, alleen de saus was net bloempap, ze waren denk ik de kaas vergeten erin te doen. Hans zijn lambchops waren door en door gebakken (hij had om medium gevraagd) en zijn knoflooksaus net pure knoflook. Onze friet was bremzout. Maar naar omstandigheden hebben we redelijk gegeten, je moet flexibel zijn tenslotte…

Terug op onze kamer hebben we prima (en warm!) gedoucht, en koffie gedronken voor het bedtijd was. De waterkoker deed het niet direct, dat bleek omdat hij niet ingeplugd was. Het kabeltje was zo strak en kort, dat je hem iedere keer uit het stopcontact moest trekken om in te kunnen schenken. En de tafel naar voren trekken om mee te kunnen nemen om te vullen. De boiler was na Hans zijn douche leeg dus ik heb wat later gedoucht, toen was hij alweer aardig gevuld. Hans lag al om 22 uur te slapen, ik heb nog zitten typen, de administratie checken en ons geld te tellen tot 22:45 voor ik ging slapen.

free counters