AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Vanochtend ging in ons kamp opeens om 6:30 een autoalarm af – het bleek van diegene te zijn die gisteravond Rex gekregen had. Omdat hij Rex al had kon hij hem vandaag niet meer krijgen, dus had hij eigenlijk een vrijbrief om vandaag domme dingen te doen! We waren toch al wakker en het begon al vroeg warm te worden dus Hans en ik zijn op ons gemak om 6:40 opgestaan. Omdat we vandaag niet zo ver hadden om te rijden, zou het ontbijt pas om 7:30 zijn, en het vertrek om 8:30. Terwijl Hans en ik bezig waren om onze spullen op te bergen kregen de meisjes van een ander echtpaar waar ze vaak mee kletsen zakjes energiedrank-poeder. We moesten daar wel een beetje om lachen, als er iets is wat ze niet nodig hebben is het wel een energiedrankje! Ze kwamen ons trots hun buit laten zien dus we hebben er ook nog even mee gekletst, ze vertelde van alles het waren kleine spraakwatervallen!

Na ontbijt om 7:30 vertrokken we wat vroeger dan verwacht omdat alles lekker op schema liep, en reden we om 8:20 weg. Tenminste, dat was het plan. Een van de auto’s die geen gescheiden accu-systemen heeft voor zijn koelkast wilde niet starten omdat de koelkast de motor-accu leeg getrokken had, dus daar moest een andere auto even gauw de startkabels voor tevoorschijn halen! Maar binnen minuten waren we dan alsnog onderweg.

Rond 8:45 kwamen we aan bij een lokaal winkeltje vlakbij; een piepkleine stenen hut van een paar vierkante meter groot waar een verrassend groot assortiment te vinden was aan basisdingen zoals bloem en suiker, en snoep en drank. De vader van de twee meisjes heeft flink koekjes, cola en chips ingekocht want ze hebben de eetlust van een troep hongerige wolven (de meisjes hoorde ons lachend aan hun vader vragen of er soms wolven op de achterbank zaten en begonnen vrolijk te huilen en te joelen – alsof er een familie hyena’s in de auto zat!), en al met al heeft de eigenaresse hele goeie zaken gedaan vermoed ik want er werden toch ook nog best wel wat flessen water en six-packs bier verkocht aan de groep.

Toen hebben we met veel foto-stops heel rustig door het Mariënfluss landschap gereden. Eindeloze vlaktes goudgeel gras en rood zand, daarin contrastrijke vlekjes van groene boompjes en alles omlijst met richel na richel bruine steile rotsbergen, echt prachtig mooi! We hadden het gevoel dat we niet genoeg konden kijken om het in ons op te nemen.

We hielden een korte benenstrek- en fotostop bij een brandstof-bord midden in het niets. Daar was een mooi uitzicht over de brede vallei voor ons en de bergen om ons heen, en het was een plek waar je, als je wist waar je moest kijken, Van Zyls Pass kon zien. We werden in de tijd dat we daar stonden door wel zeker 8 auto's gepasseerd – wat een drukte, we hebben de afgelopen dagen eigenlijk steeds helemaal alleen gereden!

Weer wat later deden we stoppen bij de resten van een lang geleden uitgebrande bakkie langs de weg; er waren verschillende verklaringen voor waarom hij daar lag – hij was opgeblazen in de oorlog door een landmijn, hij was uitgebrand door een grasbrand in de radiator of hij was uitgebrand vanwege een exploderende brandstoftank… Hoe dan ook was het wel een beetje indrukwekkend om het oude roestige karkas van een uitgebrande bakkie naast de weg te zien! Er liepen kleine hagedissen over het metaal heen, zichzelf lekker op te warmen in de zon.

Het zand begon tijdens het rijden geleidelijk aan de overhand te krijgen op het gras, de rotsen en bergen werden nog rotsiger, de bomen gedrongen en kaler, en de weg weer slechter. Lagen steen staken op onmogelijke hoeken uit de grond en bergen, en verweerde in duizenden stukjes. We reden er regelmatig zelfs op.

Naarmate we meer de bergen terug in reden, reden we ook steeds vaker door vlaktes van wit en roze kwarts, heel mooi en apart, sommige blokken waren wel een halve meter groot.

Rond lunchtijd kwamen we bij “Rooi Drum” oftewel Red Drum oftewel rode (olie)drum. Een oriëntatiepunt in het landschap, letterlijk niet meer dan een rode oliedrum die daar ooit gelaten werd door iemand die er regelmatig langs kwam, als extra voorraadje brandstof. Het werd vroeger op kaarten gezet als een oriëntatiepunt, net zoals dingen zoals autowrakken in de woestijn daar ook voor gebruikt worden (die we zonet gezien hadden stond ook aangegeven), maar omdat reizigers begonnen te denken dat het een plaatsje was waar ze konden tanken, wordt het tegenwoordig niet meer op kaarten gezet!

Rooi Drum zou eigenlijk onze lunchplek moeten zijn maar de enige grote schaduwrijke bomen in de buurt waren al bezet door 6-7 andere auto’s (het is verrassend druk op deze route vandaag!) dus we hebben nog een uurtje doorgereden tot een zanderige rivierbedding waar de bomen wat groter waren dan de meeste kleine gedrongen boompjes die we tegenkwamen. Hier konden wij in ieder geval in wat schaduw zitten, zelfs al moesten de auto’s in de zon blijven staan, en het was er rustig want er was alleen ons groepje. We kregen een couscoussalade en de meisjes (en ik) hadden lol in het zoeken naar bijzonder gekleurde stenen, er lag namelijk veel wit en roze kwarts, rood graniet en grijze stenen met perfecte ronde groene stenen bolletjes erin. Ik vertelde ze wat de stenen waren die ik herkende, en ze zaten al gauw ijverig als volleerde holbewoonstertjes stenen kapot te slaan om te kijken wat erin zat! De ouders moesten lachen dat ik er zo’n geduld mee had maar ze zijn leergierig en nieuwsgierig en heel erg geïnteresseerd in de natuur, en dat vind ik leuk.

Na de lunch reden we door over een indrukwekkende bergpas die ook wel bekend is als “mevrouw Van Zyl’s Pass”. Niet helemaal overdreven, het was namelijk nog even een paar kilometer flink opletten en voorzichtig rijden over scherpe rotsrichels en steile paden, door kwarts- en granietvelden, en omringd door plakken steen die verticaal uit de grond staken. Wat een onbeschrijfelijk oeroud rotsachtig prachtig berglandschap! Bovenop de pas hielden we een korte stop zodat het konvooi weer bij elkaar kon komen – Phil had namelijk weer de auto’s een voor een begeleid de pas op – en konden Hans en ik even van het spectaculaire landschap genieten. We hebben een groot blok kwarts meegenomen voor de stenenkast thuis; weliswaar iets minder groot dan Hans oorspronkelijk op het oog had, maar die was nauwelijks te tillen!

Vlak voor we bij ons kamp aankwamen sloegen we even af naar een verlaten marmer-mijn, heel praktisch “Marble Mine” geheten. Je kon de scheur van wit marmer duidelijk zien zitten in het verder donkere landschap. Het mooie witte marmer bleek in de praktijk van zodanige slechte kwaliteit te zijn dat het niet rendabel was om het te mijnen, zeker niet gezien hoe afgelegen de mijn lag, maar voor ons was het leuk om eens in zo’n open mijn te kunnen rondkijken, en tussen de glimmend witte blokken en wanden marmer te lopen die onder de bruine buitenlaag van de berg tevoorschijn gekomen was. Heel apart en mooi!

Vlakbij was het kamp waar we vannacht zouden overnachten, en we kwamen dus ook lekker vroeg aan, rond 15 uur. Dit kamp is op een strategisch punt en dus heel druk, ook omdat het heel klein opgezet is. Onze groep is al met 9 auto’s totaal, en er zijn nog eens net zo veel andere kampeerders naast ons, terwijl we na Epupa steeds praktisch alleen waren.

Hans en ik zijn na aankomst en nadat we onze tent ingericht hadden (zo gepiept als we samenwerken) gelijk even gaan douchen: sinds Epupa Falls waar de douches verhit werden door gas, zijn alle douches “solar powered”, door zonne-energie verwarmd. Maar in de praktijk dus koud. Of kapot, of zonder water. Want het zijn sindsdien ook allemaal kampen beheerd door lokale gemeenschappen, en dat betekent hier helaas dat ze in de praktijk niet of nauwelijks beheerd worden. De ligging is vaak heel mooi, maar het water is dan bijvoorbeeld op omdat lokale mensen de buizen breken om zelf water te tappen en dan de rest weg laten lopen. Hans en ik krijgen dus steeds meer behoefte aan de bed & breakfasts waar we na het einde van deze tocht gaan blijven!

Ook deze douches waren dus helaas koud. Na de koude douche in douche“hokjes” met rieten wanden waar je gewoon doorheen kunt kijken (op zich wel handig, zie je gelijk of hij bezet is) en een douchestraal die alle kanten op gaat hebben we de middag doorgebracht met kletsen met andere stellen tot etenstijd. Er kwamen terwijl we er zaten nog eens vier auto’s aan op de campsite, maar gelukkig reden ze door, het was al behoorlijk vol naar onze smaak! Er hing een lichte rioollucht in het kamp, gelukkig niet al te storend maar af en toe rook je het toch even.

Om 18:15 hebben we onszelf bij het kampvuur geïnstalleerd, en ging Rex vandaag voor het eerst naar de twee meisjes, waar ze al een hele week op aan het hopen waren! Harry was bij het koken een beetje uitgeschoten met de chili en de kip curry schotel was op zich best smaakvol, maar zo pittig dat iedereen de hele maaltijd zat te snuffelen vanwege loopneuzen en tranende ogen. Niemand schepte dus nog een tweede keer op van de curry! Er werd aangekondigd dat er een verrassing was als toetje, dat bleek dus Ferrerro Rocher chocolaatjes te zijn naast de gebruikelijke chocolaatjes.

Na het eten hebben we rond 20:15 meer hout op het kampvuur gegooid en iedereen maakte de kring wat kleiner en dichter bij het vuur, want we zaten hier op 1000 meter hoogte en het begon een beetje fris te worden. Hans en ik hebben lekker met een paar stellen die nog niet naar bed wilde gekletst en naar de Melkweg gekeken, tot we rond 21 uur een uil ergens hoorde roepen. Phil pakte zijn iPad en speelde de roep van die uil een paar keer af, en al gauw waren er zo te horen zo’n 2-3 uilen vlakbij ons in de bomen verzameld en naar elkaar aan het roepen. We konden ze met behulp van koplampjes mooi zien zitten tussen de takken, en het lukte me een bijna scherpe foto te maken van een van de uilen met behulp van de goede zoom op onze camera!

Hans en ik zijn om 21:30 naar bed gegaan. Hans is gelijk gaan slapen want hij was moe, ik heb eerst nog even een beetje getypt aan het blog voordat ik ging slapen.

free counters