AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Hans en ik stonden vanochtend om 6:30 op maar toen was iedereen om ons heen al aan het inpakken. Over het algemeen zijn Hans en ik echter heel snel klaar met opstaan, klaarmaken en inpakken ’s ochtends, dus we konden prima wat later opstaan dan de rest! Het had vannacht wel geleken alsof iedereen aan het snurken was geweest, Hans had dan ook een redelijk onrustige nacht gehad, helaas. De meisjes waren ook al vroeg op en al ijverig op zoek naar slachtoffers voor Rex vandaag – hoewel de jongste hem sowieso gewoon aan mij wilde geven want ik ben haar favoriet in de groep!

Om 7:30 was iedereen al in de auto’s en klaar om te vertrekken – het was duidelijk dat iedereen wel weer op pad wilde na deze drukke, volle campsite! Klokslag 8 uur reden we dan uiteindelijk weg, en hebben door prachtige en afwisselende landschappen gereden vandaag! We zitten al een week in de woestijn maar kort nadat we het kamp vanochtend verlieten was het ook echt een woestijnlandschap zoals je in Algerije of zo zou verwachten: zand, zand zand en rotsachtige heuvels.

Omdat we eigenlijk sinds Epupa Falls geen stroom meer gehad hebben en Phil en Harry niet zoals Bhejane teams een oplader op de autoaccu beschikbaar stellen voor dingen waar je even wat stroom voor nodig hebt, zijn Hans en ik aangewezen op onze eigen deviezen. Onze huurauto heeft een USB-aansluiting die voor stroom gebruikt kan worden, en deze gebruik ik overdag als we aan het rijden zijn om ons powerpacks op te laden en, als die vol zijn, de mobiels terug op te laden. Dan kan ik bijvoorbeeld de powerpacks ondertussen weer gebruiken om het fototoestel op te laden, wat vandaag goed bleek te gaan. Zo houden we alles behalve de laptop, die het echt van 220 stroom moet hebben, redelijk actief en opgeladen. We hebben genoeg geheugenkaarten bij om enkele tienduizenden foto’s te maken zonder ze leeg te hoeven maken, en zo kan ik ook lekker doorrammelen met foto’s zelfs als we geen stroom heben om ze te downloaden op de laptop. Sinds dat we in 2016 zo lang zonder stroom moesten functioneren in Ethiopië hebben we genoeg powerpacks en geheugenkaarten om de belangrijkste elektronica opgeladen en paraat te houden, iets waar we in Groenland ook van hebben kunnen profiteren.


We begonnen langs de woestijnrivier de Khumib, waar ons kamp vannacht aan gelegen had… Dat is een droge rivier die 1-2 maanden per jaar zichtbaar water bevat als het veel regent in de bergen. Maar ondergronds zit ook water en daarom kun je hem het hele jaar door als een groen lint door de woestijn zien slingeren, want bomen kunnen met hun wortels bij het water en groeien erin en ernaast. Na een uurtje rijden veranderde het zandlandschap in eentje van roest-rode keien en verweerde plateau-bergen in allerlei gekleurde laagjes, net een maanlandschap.

Daarin lag Orumpembe, waar we rond 9 uur aankwamen. Orumpembe is niet meer dan een paar hutjes en “Orumpembe Shop number 1”, de grootste / enigste winkel in de omgeving en volgens eigen zeggen met het koudste bier van het zuidelijk halfrond – net als gisteren weer een klein hutje, midden in het niets – maar in tegenstelling tot de kleine “kooka shop” (zoals deze zaakjes heten) gisteren was er niet veel te halen en het bier niet ijskoud. Wel hebben ze desondanks goede zaken gedaan, er werd door de groep enthousiast koekjes en bier en Fanta gekocht! En het winkeltje lag midden in een indrukwekkend erosielandschap waar Hans en ik even rondgekeken hebben, met een soort natuurlijk cement-agglomeraat vol stukjes steen.

Toen hebben we nog tot ongeveer 10:30 langs, en soms door, de droge Khumib gereden, waar we giraffen, impala en struisvogels zagen in het ruige droge landschap. Rond 11:15 stopte we bij een uitzichtspunt over de prachtige valleien om ons heen, en konden we het landschap even extra in ons opnemen, voordat we weer verder gingen. We moesten soms letterlijk zoeken naar de route door de droge rivierbedding, want er zijn geen wegen, maar enkel tijdelijke zandpaden die ieder jaar weer verschuiven en verplaatsen als ze door wind en water uitgewist worden.

Geleidelijk aan reden we richting de Hoarusib Rivier, een andere woestijnrivier. De gelaagde plateau-bergen werden verweerder en grilliger, en er leek maar geen eind aan te komen, alsof het landschap oneindig doorging. Prachtig! Ruige, droge zandwoestijn met roest-rode rotsen en bergen. Het landschap is over miljoenen jaren geërodeerd door wind en water tot allerlei heuvels en bergen met platte bovenkanten, en steile zijkanten vol rotsen. De gele, witte, rode, bruine en grijze laagjes in de rotswanden zie je nog goed zitten en zijn in tegenstelling tot gisteren nog keurig horizontaal waardoor de heuvels zo mooi eroderen. En ertussen slingerde de groene strook planten en bomen die de Khumib markeren.

Toen we het Puros conservacy gebied in reden, reden we tussen de rode gelaagde heuvels door een smalle vallei en langs de steile wanden van een droge rivierbedding, en kwamen aan de andere kant van deze “bergketen” uit in een weidse zandvallei omlijst door rijen en rijen heuvels en bergen, en een slingerende groene oase van palmbomen en andere bomen: de Hoarusib Rivier. Dit is ook het gebied van woestijnolifanten, die aangepast zijn aan de woestijn en kunnen overleven omdat ze weten waar water te vinden is.

We hebben slingerend door de rivierbedding gereden – een weg is er niet, een pad kun je het ook niet noemen, en volgens Phil spoelt alles toch ieder regenseizoen weer weg! In de (droge) rivierbedding van de Hoarusib zochten we een schaduwrijk plekje onder een paar bomen met een mooi uitzicht om rond 12:45 te lunchen. Phil had een grote bak pastasalade bij – die zijn op deze reis wat minder goed gevuld en minder gevarieerd dan bij Bhejane, maar als je een dagje op pad bent lust je alles wel op zich. Volgens een van onze medereizigers die een thermometer in de auto had was het op dit moment wel 39 graden – en dat kon je inderdaad ook wel voelen, het was goed warm!

Gelijk na het wegrijden na de lunch kwam er een oproep over de radio – een van de achterste auto’s was vastgeraakt in het diep, mulle, zachte zand in de rivierbedding. Phil stopte het konvooi, reed voorzichtig (zodat hij zelf niet ook vast zou komen te zitten) terug naar de achterkant van het konvooi om te helpen, en na een paar minuten konden we weer verder. We reden verder door de rivierbedding waar soms het grondwater in een poeltje aan het oppervlak kwam, maar meestal ondergronds bleef. De bomen en palmen in de rivierbedding gedijen er echter duidelijk goed! En we konden zien dat er af en toe behoorlijke overstromingen konden zijn hier, want er lag veel en vooral groot wrakhout overal. We zagen onderweg giraffen, struisvogels, impala en zelfs een oryx, alleen helaas nog geen woestijnolifanten.

We zijn nog tegen een heuvel opgereden (een weg was er niet!) van zwarte keien, voor een mooi uitzicht over de riviervallei van de Hoarusib, en hebben even op de winderige top geparkeerd om te genieten van het weidse uitzicht over een prachtig bergachtig woestijnlandschap.

Toen zijn we de zanderige rivierbedding terug ingedoken richting een rustig kamp tussen grote grillige schaduwrijke acaciabomen vol vingerlange doornen, aan de oever van de rivier, waar we om 15:30 aankwamen. Er lopen schijnbaar weleens woestijnolifanten dwars door dit kamp! Hans en ik hebben ons geïnstalleerd in de ons toegewezen tent en hebben een kopje thee gehaald bij het kampvuur.

Terwijl we thee stonden te pakken bij het kampvuur hebben we een tijdje gekletst met Phil en Harry, de twee compagnons van Namibia Unbounded, het bedrijfje dat deze reis doet onder de paraplu van Bhejane. Ze vertelden dat ze willen gaan cateren voor de Europese markt, Europese klanten meenemen, misschien zelfs in hun eigen auto. Ik kreeg ondertussen het recept voor de pork chops die Harry gemaakt had, een van de weinige gerechten die echt lekker was tot nu toe.

We hebben nadat we uitgekletst waren onze thee naar onze tent genomen om op te drinken, en ondertussen te genieten van het uitzicht en een beetje te relaxen in de schaduw. Opeens zagen we dat we bereik hadden op de mobiel, dat is voor het eerst in een week! Dus we hebben even gauw wat sms’jes verstuurd en zelfs een paar antwoorden teruggekregen, leuk. En we hadden al heel de dag zo’n zin in iets lekkers, tot Hans om 16:45 opeens bedacht dat we een zak mini-reepjes chocola bijhadden. Wat was dat goddelijk lekker!

Rond zonsondergang werd het opeens koud, er woei namelijk een koude wind vanuit zee en het is nu eenmaal een woestijnklimaat. Brrrrrrrrr, blij dat we fleecetruien bij hebben! De jongste van de twee meisjes had volgens mij aan de energiedrank-limonadepoeder gezeten want ze was constant aan het kwetteren als een druk vogeltje. Hans liep op gegeven moment naar het wc-gebouwtje en riep mij om te komen, want er zat een prachtig knalrood vogeltje in de boom, heel erg mooi!

We zijn rond 18 uur bij het kampvuur gaan zitten, en Phil legde uit dat de invloed van de zee het hier nu zo koud maakte, plus het woestijnklimaat en het feit dat er nu ook echt een koufront overtrok. Er zijn heel deze week al eigenlijk heel weinig insecten en we hebben nog geen mug gezien; dat is altijd zo jammer dat de informatie die we in Nederland kunnen vinden niet altijd accuraat is, want in ieder geval in dit seizoen is het risico op malaria dus gewoon praktisch nul. Het valt Hans en mij op dat er zelden iemand van de groep eerder bij het kampvuur komt zitten dan vlak voor etenstijd – bij andere tochten wisselt dat toch veel meer.

Het avondeten was een stoofprutje dat ze stroganoff noemde; helaas geen succes. Heel de maaltijd was niet bevredigend en niet zo goed uitgedacht, over het algemeen zijn de maaltijden weinig gevarieerd, en we denken eigenlijk dat ze niet echt kunnen koken (en/of ze zijn aan het bezuinigen). Daardoor was het dus een beetje een dieptepunt deze week, maar het bij het kampvuur zitten kletsen erna was erg gezellig. Malcolm had een instant-cake gebakken in een van de gietijzeren pannen die ze gebruiken, wat ontzettend leuk was natuurlijk, en hij had hem mooi versierd met glazuur en gekleurde hagelslag, alleen was het jammer dat de cake van onderen verbrand was geraakt, waardoor heel de cake verbrand smaakte, zelfs de goede delen.

Er werd door Phil flink wat hout op het kampvuur gegooid na het eten en we hebben nog rond het kampvuur zitten rillen en kletsen tot een uur of 21 toen iedereen aftaaide naar bed. Overigens is het niet écht koud, het was zo’n 18 graden. Maar als je overdag 39 hebt gehad, is dat een erg groot verschil! Na een tijdje begonnen in ieder geval Hans en ik een beetje aan de “kou” te wennen, hoewel de Zuid-Afrikanen het nog heel erg koud hadden! Vandaag was denken we de mooiste rit van de reis tot nu toe, en samen met de Mariënfluss het indrukwekkendste landschap. Erg mooi! Ik heb nog even liggen typen in bed terwijl Hans al gauw in slaap viel.

free counters