AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We hebben redelijk onrustig geslapen, en heel de nacht door het gehuil van jackhalzen gehoord – of er olifanten in de buurt van het kamp gekomen zijn konden we niet horen, want die zijn altijd zo indrukwekkend muisstil, maar Phil dacht dat de olifanten uit deze streek op het moment sowieso niet in de buurt waren omdat er niet zo veel water te vinden was. Dan trokken ze wat verder de bergen in, dus we hadden nog de kans om ze te zien op deze reis!


Iedereen was al op toen we om 5:45 opstonden, en om 6:15 waren we klaar met onze spullen uit de tent te ruimen en in de auto te stoppen. Je krijgt er al gauw handigheid in en wij hebben nooit zo veel spullen bij: alles opruimen, beddengoed als eerste op de achterbank zodat het hopelijk een beetje stofvrij blijft, tas voor in de tent met kleren enz voor dit deel van de reis erbovenop, de opvouwbare matrassen daarop (klemmen daarmee gelijk alles vast op de achterbank), opvouwbare bedjes en klapstoelen achterin de bakkie en we zijn klaar. We hebben deze tocht regelmatig ons eigen "nood-wc-papier" moeten aanspreken, de rol(len) die we eigenlijk op iedere reis vanuit Nederland wel meenemen, voor het geval dat, en onderweg als we alleen zijn: dat blijkt ook iets te zijn waar Namibia Unbounded niet voor zorgt – of in ieder geval, Bhejane wel voor zorgt. Maar Bhejane heeft zichzelf hele hoge kwaliteitseisen opgelegd dus dan hoort zoiets er waarschijnlijk gewoon bij voor ze, en Namibia Unbounded is meer een “gewone” 4WD kampeerorganisatie en dan is het waarschijnlijk normaal om je eigen spullen mee te nemen. Het viel ons in ieder geval op!

De “moerkoffie”, de zwartgeblakerde pot koffie die altijd op het kampvuur staat, was vandaag weer eens zo zwart als teer; wij kunnen dat spul niet drinken en houden het bij thee, de Zuid-Afrikanen zweren erbij om jezelf een flinke opkikker te geven ’s ochtends! Om 7 uur was iedereen klaar om te vertrekken, deze groep is wat dat betreft toch wel redelijk snel en efficiënt.

We vertrokken om 7:30 terug richting de riviervallei van de Hoarusib Rivier, en hebben daar weer dezelfde route als gisteren doorheen gereden. Absoluut geen straf, wat een mooie riviervallei en een prachtig landschap is dat! En met het veel vroegere uur was het licht heel anders, dus we hebben weer genoten van de prachtige rotsen, bergen, kliffen en kronkelende rivierbedding met regelmatig waterplassen erin. We zijn doorgereden voorbij het punt waar we gisteren gestopt waren, en hebben totaal 28 km door deze prachtige riviervallei gereden, die geen moment verveelde en waarvan iedere bocht weer even mooi was.

Op gegeven moment kwamen we onderweg bij Puros Canyon aan, een smalle stenen poort tussen twee prachtige gelaagde heuvels in de riviervallei, en daar zijn de vrouwen uitgestapt en te voet naar de overkant gelopen door het water, zodat ze de mannen konden fotograferen terwijl ze erdoor reden. Ik heb onze waterdichte camera op een klein statief midden in het ondiepe water gezet vlakbij waar ik hoopte dat de auto’s langs zouden komen, en heb de hele konvooi van 7 auto’s gefilmd. Leuk, vooral omdat sommigen flink gas gaven en het water flink deed opspatten! Een chauffeur die niet opgelet had zag echter opeens het cameraatje staan en schrok en remde juist af omdat hij bang was hem nat te maken!

Na de 28 km van de Hoarusib doorgereden te hebben, reden we om 9:30 de vallei uit en de woestijn in, waar we een paar uur lang in een indrukwekkend en steeds wisselend woestijnlandschap gereden hebben; alle stijlen van hete, droge zand-, rots- en bergachtige woestijn hebben we wel gezien, prachtig! Maanlandschappen van granieten keien, eindeloze velden van roze graniet-zand, witte zandvlaktes, en overal in de verte prachtige heuvelketens, heel bijzonder. Op gegeven moment reden we op een plat plateau wel zo’n 40 km/uur – na de langzame zware ritten van de afgelopen week voelt dat alsof we behoorlijk snel kunnen doorrijden!

Phil vertelde over de radio dat de Ganias vlakte waar we op gegeven moment overheen reden tijdens nattere periodes volledig met gras bedekt is, maar dat er nu al een paar jaar droogte heerst, en we dus alleen maar zand zien.

Rond lunchtijd om 12:30 doken de auto’s de zanderige oevers van de droge Hoanib woestijnrivier in, ook weer potentieel woestijnolifantenterrein, en onder een aantal grote schaduwrijke Ana bomen hebben we geluncht. We kregen weer couscoussalade waar helaas niet zo veel smaak aan zat of veel ingrediënten in zaten (de voorraden beginnen volgens mij ook op te raken), maar met flink wat mayo, zout en zoete chilisaus was er nog wel wat van te maken. In de auto hebben we de dropjes aangesproken als toetje.

Na de lunch volgde we de slingerende droge zandrivierbedding verder richting ons einddoel voor vandaag. Hans en ik keken voor woestijnolifanten, maar hadden eigenlijk wel een klein beetje de hoop opgegeven dat we ze nog zouden zien. Maar opeens zag Hans beweging en ik een vorm: een woestijnolifant! Hij stond een beetje dromerig in de schaduw tegen een boom geleund te herkauwen en een siësta te houden in de hitte van de middag, en we hebben hem dus heel goed kunnen bekijken.

Het landschap dat de rivier omringde was overweldigend mooi: ruige grillige rotswanden, heuvels, zandduinen, maanlandschappen, geërodeerde rotsbergen, onbeschrijfelijk maar prachtig, Hans en ik hebben genoten.

In de weelderig begroeide slingerende rivierbedding zelf zagen we wat later opeens een moeder-groepje olifanten; 4 volwassenen, een puber en 3 kleintjes, wauw! Ik zag ze in de verte nog voordat Phil ze zag, die voor ons uit reed! We zijn als konvooi aan de kant van de “weg” gaan staan op het gras om ze de ruimte te geven en ze kuierde statig langs ons, heel relaxed en rustig. De kleintjes liepen tussen de volwassenen door en liepen de bosjes aan de rivieroever in, waar dan weer een volwassene ze ging halen zodat ze bij de groep bleven. Prachtig!

Wat later zagen we nog eens 3 olifanten. Hans en ik waren al helemaal blij, we hadden in korte tijd al 12 woestijnolifanten gezien!

Maar weer iets later zagen we zelfs nog eens 6 olifanten, die op een modderig gedeelte van de weg een beetje stonden te kliederen in het water en de modder. We reden er voorzichtig omheen omdat ze half op de weg stonden en niet opzij gingen voor ons, maar ze bleven rustig en negeerde ons verder. Wow! Echt genieten om te zien hoe ze lopen, eten en samenzijn.

Ondertussen zagen we ook bavianen, oryx, impala, struisvogels en zelfs een giraf. En het landschap deed ons om de kilometer laten roepen hoe mooi het was. De ruigste rotsen, grillige vormen, roest-rode keien, moeilijk om te omschrijven maar het was zo mooi allemaal! En ondertussen was het ook nog eens een soms best pittige rit door fijn, diep, zacht stuifzand dat grote wolken stof opwierp als je voorganger erdoor reed, zodat je moest stoppen totdat je weer kon zien waar je zelf reed.

Het begon laat te worden want dit rijden gaat langzaam, en met nog 65 km te gaan reden we de Hoanib riviervallei weer uit, om nog 15 km door nóg dieper, nóg fijner stuifzand te rijden! Ook hier weer een prachtig landschap: een mysterieuze witte sprookjeswereld van wit zand, struikjes en boompjes, bergen op de achtergrond en diffuus licht van het stof.

Zonder vast te raken in het diepe zand kon iedereen de gravelweg bereiken, waar we nog de laatste 50 km op reden; wat een luxe, om weer 75 km/uur te kunnen rijden, en wat vreemd om door dorpjes te rijden en weer eens elektriciteitsmasten te zien staan, na ruim een week bush!

We reden rond 17 uur het plaatsje Sesfontein in, waar we voor het eerst sinds Ruacana zelfs weer konden tanken, en met dat zware zandrijden was zelfs onze 160 liter tank onderhand aardig leeggeraakt. Hans en ik hebben in de drankwinkel vlakbij ook nog twee six-packs bier gekocht voor Phil en Hansie die ons steeds zo goed geholpen hadden met de stalen platen repareren.

Toen iedereen klaar was, was het tijd om door te stomen naar de overnachtingsplaats, waar we met ondergaande zon iets voor 18 uur aankwamen. De bemanning was nog bezig met het kamp op te zetten, maar ze hadden de tenten in ieder geval op de rand van een afgrond opgezet met uitzicht op een (natte)rivier beneden, en ook de wc’s hadden uitzicht op de rivier! Een Loo with a View, dus, in andere woorden. We hebben Phil toen we hem zagen gelijk zijn six-pack gegeven en hem hartelijk bedankt, en toen we iets later Hansie zagen hebben we die ook zijn six-pack gegeven en hem bedankt – hij keek heel verlegen maar leek het wel leuk te vinden! Bij de veldkeuken zag een medereiziger dat we een blikje bitter lemon en een blikje ginger ale dronken, en hij stelde voor om ze bij elkaar te gooien, waardoor je er een “tundra tooler cooler” van maakte, een drankje waar hij zelf heel erg kwijt van was. Het smaakt zeker niet slecht, maar we houden het denk ik toch maar bij de twee aparte drankjes.

Op gegeven moment was er een harde gil en kwam de jongste van de twee meisjes uit de wc vlakbij de veldkeuken gerend; ze had een slang gezien die onder haar (bungelende) voeten doorgekropen was terwijl ze op de wc zat! Het bleek een zebra-slang te zijn, en Phil ging gelijk kijken of hij iets kon doen maar de slang was er al vandoor gegaan, waarschijnlijk net zo hard geschrokken van het meisje als zij van hem. Toch was iedereen wel een beetje huiverig en wat alerter dan anders als ze naar de wc gingen die avond!


Hans en ik vonden het zo apart dat, ondanks dat de bemanning voor ons vertrokken was vanochtend en wij een paar keer gestopt zijn om naar olifanten en zo te kijken, en uitgebreid in Sesfontein hebben staan tanken en shoppen met heel de groep, toch nog niet helemaal klaar waren met het kamp opzetten toen wij allemaal om 18 uur aan kwamen rijden. We krijgen een klein beetje de indruk dat het vooral ligt aan het feit dat we Harry eigenlijk altijd alleen maar zien zitten in de buurt van de veldkeuken, terwijl Hansie en Malcolm wel altijd heel druk bezig zijn.


We kregen weer Rex vandaag toegereikt, omdat er onderhand toch haast niets meer heel kon zijn aan onze huurbakkie! Het eten was pas om 19:30 vanavond, spaghetti bolognese, die best goed smaakte. Het viel ons ook op deze tocht dat deze bemanning zelden je bord ophaalt – eigenlijk alleen Phil en soms Malcolm doen dat. Iets wat bij Bhejane constant gebeurt want het is hun streven dat je helemaal NIETS hoeft te doen, dus zelfs niet opstaan om je bord naar de keuken te brengen. We hebben deze tocht begrepen dat Harry eigenlijk uit de financiële wereld komt voor hij dit bedrijf opzette met Phil, en het daarom misschien ook een beetje beneden zijn waardigheid vindt om “in de keuken te moeten staan”. Want uiteindelijk is de rolverdeling in de praktijk zo dat Phil overdag gidst en eigenlijk constant met de klanten bezig is, en Harry de andere twee mannen aanstuurt bij het opzetten en afbreken van de kampen, het koken en de logistiek onderweg rondom de tochten zoals boodschappen doen. En al is Harry medeoprichter van hun bedrijfje, hij voelt zelf misschien dat mensen in de praktijk hem enkel zien als de kok – vandaar misschien ook zijn aparte reactie in het begin van de reis dat er geen kok was en ze alle drie (Hansie, Malcolm en Harry) samen kookte. En dat terwijl de bushkok zo belangrijk is! Er worden in ieder geval wel door medereizigers al af en toe grapjes gemaakt dat Harry altijd aan het zitten is, en de andere twee altijd aan het lopen zijn.

Toen we ‘s avonds naar onze tent liepen rond 20:30 kreeg Hans opeens last van diarree. De vermoeidheid misschien, want het is al met al best wel een zware tocht. Maar wat een schitterende landschappen hebben we gezien! De lucht was helder en de Melkweg was zo mooi zichtbaar, dat we geprobeerd hebben er een foto van te maken, maar helaas, je ziet er niets van. Het was weer eens een hele lange dag geweest en Hans lag om 21 uur al uitgeput te slapen want hij heeft de afgelopen dagen en vandaag ook weer zijn sporen verdiend met 4WD rijden, maar wat een overweldigende mooie landschappen vandaag, dit is echt een schitterend deel van Namibië. Ik heb nog even een beetje getypt en geluisterd naar de kikkers die in de rivier beneden ons aan het kwaken waren.

free counters