AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

De wevervogelkolonie was al vroeg aan het kwetteren in hun boom, en iets na zonsopkomst vertrok het eerste echtpaar al omdat ze vandaag een lange rit voor de boeg hadden. Het gezin, waarvan de vader gisteren zo’n grote mond had gehad dat ze enorm vroeg zouden vertrekken, vertrok uiteindelijk pas om 6:30. Wij zijn om 6:15 opgestaan omdat we naar de wc moesten, en hadden geen haast en zijn dus pas om 7:30 vertrokken na de laatste afscheiden.

Vanuit het kamp naar de weg toe was zand en gravel, maar de weg was een asfaltweg – in ieder geval tot aan het kruispunt-gehuchtje Kamanjab zelf. Wat is asfalt toch een genot om op te rijden! Hans en ik reden naar een tankstation in Kamanjab, waar we een beetje diesel bijgetankt hebben, en toen vertrokken we weer richting onze bestemming in Uis. Iets buiten Kamanjab werd de weg weer gravel, en we hebben op ons dooie gemakje gereden naar Uis, vlakbij de mooie Brandberg berg.

Onderweg kwamen we twee giraffen tegen – gek genoeg verwacht je dat niet meer, omdat je nu op de “gewone” weg zit, maar hier kun je natuurlijk in principe overal van alles tegenkomen. Het landschap was “gewoon” mooi, wat zijn we namelijk verwend geweest de afgelopen twee weken, maar zo’n 70 km van Brandberg vandaan begon het landschap toch net een tandje mooier te worden, met glooiende heuvels en mooie rode en bruine kleuren. En in de verte zagen we een groot massief, waarvan we ons eerst nog afvroegen of het al de indrukwekkende Brandberg zelf was – dat was het inderdaad, zo groot en het landschap erom heen is zo plat, dat je hem dus al van zo’n 70 kilometer afstand duidelijk afgetekend kunt zien! Hij rijst als een brede stenen kolos uit een vlak stuk land. Erg mooi!

Het was tot onze verbazing een redelijk drukke weg (om de 10-15 minuten een auto), en er begonnen op een paar tientallen kilometers van Brandberg souvenirstalletjes te verschijnen met enthousiast dansende en naar hun stalletje gebarende Herero en Himba vrouwen. Je zou van sommigen zelfs bijna bang worden!


Opeens stond er uit het niets een wild gebarende, redelijk netjes geklede man midden op de weg, haast agressief wijzend naar zijn lege waterfles. Alsof hij panne had en aan het lopen was voor hulp en water, alleen, waar was zijn auto of hoe kwam hij anders daar? Het plaatje klopte niet, Hans en ik vertrouwde het allebei niet dus we reden door. Een eind verderop zagen we hetzelfde soort tafereel, alleen nu 3 mannen op een ezelwagen, die behoorlijk in de weg op de weg stonden. Dat klopte nog minder; een ezelwagen is per definitie lokaal vervoer, dus of van of naar huis gaand, de ezels zagen er nog hartstikke fit uit en de mannen ook. Raar verhaal allemaal, misschien legitiem, of ze overvallen je zodra je stopt. We zijn er omheen gereden en doorgereden.

We waren rond 12 uur in het piepkleine plaatsje Uis, en reden langs een leuk uitziend restaurant dus zijn gelijk gestopt voor een heerlijke spareribs hamburger met frietjes. Genieten! Zeker omdat het eten op de tocht niet echt van de kwaliteit of variatie was die we gewend zijn van Bhejane (maar de tocht werd in werkelijkheid natuurlijk door een ander, in Namibië gespecialiseerd, bedrijfje uitgevoerd onder de naam van Bhejane, en dus een andere bedrijfsvoering en uitgangspunten natuurlijk). Maar de omgeving en landschappen waren zo overweldigend mooi, dat het eten maar een heel klein onderdeeltje was van de reis. Tijdens de lunch raakte we aan de praat met wat Zwitsers die voor het eerst in Namibië waren, en duidelijk ook met volle teugen aan het genieten.

Voldaan na de lunch, zijn we naar de supermarkt er schuin tegenover gewandeld waar we het goede merk lime cordial vonden (Rose’s), en alle vier de enorm stoffige flessen die er stonden meegenomen hebben. Ook hadden ze het goede merk Stoney’s ginger ale (ik vind die het lekkerst, heeft een lekkere pittige frisse gember smaak), en we hebben gewoon even lekker rondgekeken. We hebben even overwogen om een 5-kilo zak chips (!!!) te kopen, maar zijn uiteindelijk voor wat gewonere maten gegaan! Ook hadden we zin in een toetje na de lunch en kochten we lekker twee magnum ijsjes met mint smaak.

We hebben de boodschappen naar de auto gebracht die Hans in een beetje schaduw naast het restaurant had gezet, en hebben daar in de schaduw (het was vandaag weer HEET) de snel zachter wordende ijsjes opgegeten, voor we weer de auto in stapte. We hadden geen zin in plakkerige zooi in de auto, we moeten namelijk nog een paar weken!

Na de ijsjes zijn we naar onze B&B gereden, Petra’s Gasthause genaamd. Ik verwachtte een leuk lekker kneuterig gasthuis gerund door een wat oudere blanke vrouw, Hans had eerder dat het een jong blank stel zou zijn. We hadden geen van tweeën gelijk. Ik stapte namelijk binnen en een vrolijke zwarte man met een gouden tand gaf me breed grijnzend een hand. Ah u had gereserveerd? Ja klopt ik zie het, maar ik moet u iets laten zien… Ik liep achter hem aan naar een slaapkamer die stonk naar verf, cement, pur, kit en vernis. Hij legde uit dat van de week het plafond ingestort was omdat hij het net in mei overgenomen had, maar de vorige eigenaar nooit onderhoud had gepleegd, en hij alles aan het opknappen was, onze kamer wel klaar was, maar helaas nog niet geschikt om te gebruiken. Je werd inderdaad helemaal beroerd van de lucht! Maar hij had wel een andere kamer voor ons, en wees in de richting van een oude caravan op het terrein. Oeps… Nee, gelukkig, hij bedoelde een huis in de straat erachter!


Dat bleek van een bevriende blanke gepensioneerde weduwnaar van Nederlandse oorsprong (nog uit de tijd van Van Riebeeck) te zijn die pas alleen was, en ons samen met zijn oude poedeltje hartelijk ontving en rondleidde in de apart staande gastenkamer die hij voor familie en vrienden heeft! Het was een keurig kamertje met een klein aanrechtje, een zithoek en een en suite badkamer, meer dan keurig! We mochten de was doen in zijn eigen wasmachine, excuses voor de rommel, hij gaf ons zijn laatste zelfgemaakte “droëwors” (droge worst), en hij vulde nog even gauw de suiker en thee aan. Wat een leuk ontvangst!

We hebben een tijdje met hem gekletst en gelijk een was aangezet voor we terug naar het oorspronkelijke gasthuis wandelde om voor het eerst sinds de 14e weer even te internetten. De nieuwe eigenaar kwam met ons kletsen en was een heuse spraakwaterval over dit pension dat hij overgenomen had (hij had alle muurschilderingen zelf gedaan), en het plaatsje Uis. Hij vertelde dat het ontbijt om 7 uur morgenochtend was – niet vanaf, maar OM 7 uur – omdat iedereen toch altijd al vroeg wil vertrekken. Oef een beetje vroeg wat ons betreft maar het is niet anders.

We hebben via sms contact gemaakt met Frank en een overnachting geboekt in Windhoek zodat we de auto zouden kunnen laten nakijken bij de verhuurder, want Frank had namelijk voor ons geregeld dat ze er vanaf wisten (hij was NOT amused over het verhaal dat Phil hem gedaan had over de staat van de auto, en had de eigenaar van het verhuurbedrijf erover gesproken). De bevestiging van de overnachting (via de boekingssite gedaan) was lastig want er waren allerlei beveiligingsprotocollen die ik moest doorlopen met de creditcard en daarvoor was de internetverbinding niet goed genoeg. Hopen maar dat het gelukt was dus!


Toen we verzadigd waren met internet zijn we teruggegaan en hebben de kletsnatte was (de wasmachine was volgens mij al zeker 30 jaar oud en centrifugeerde niet meer goed) opgehangen en nog een beetje gekletst met de weduwnaar voor we ons terugtrokken voor een paar uurtjes rust, de foto’s downloaden en administratie bijwerken nu we weer stroom hadden. Het was hard nodig want we hadden sinds Epupa Falls alleen maar onze powerpacks en een USB-aansluiting in het dashboard van de auto tot onze beschikking gehad.

We hebben lekker een blikje fris genomen, in mijn geval een Stoney’s ginger ale, wat is die toch lekker! En ik ben helemaal geen fris drinker, maar deze vind ik toch wel heel erg lekker, veel pittiger van smaak dan Schweppes.


Rond 18 uur reden we terug naar ons lunchrestaurant, ons verheugend op een nieuwe lekkere maaltijd. Het was echter gesloten! Oeps, opeens herinnerde ik me dat ergens in de spraakwaterval vanmiddag van de zwarte eigenaar over wat er allemaal in Uis te doen was (ahum), hij iets gevraagd had zo van of we tijdens de lunch gezegd hadden dat we ook wilde avondeten… Nou ja zeg! Het restaurantje is dus alleen op verzoek ‘s avonds open!


Dan maar naar het enige andere restaurant in Uis, “Brandberg Rest Camp” de lokale bar/club/hostel/zwembad/enz. Daar hadden we wifi, dus heb ik geprobeerd de creditcard-app te downloaden, in de hoop dat ik daarmee de betaling / bevestiging van Windhoek door zou kunnen zetten. Niet dus, nu was de betaling geblokkeerd – laat maar zitten dan, we zien wel. We hebben eenvoudig maar best goed gegeten (friet, vlees en sla), waar Hans zijn T-bone steak groter was dan zijn hand en smolt op de tong zo mals. Voor het eerst deze reis hadden we vanavond last van muggen tijdens het eten, tot nu toe hebben we nog geen mug gezien!

Terug in onze kamer hebben we lekker weer eens koffiegezet en een stroopwafel gegeten, gedoucht en de droge was alvast binnengehaald: de meeste was was in het droge woestijnklimaat en lekker zeewindje al behoorlijk droog. Hans is redelijk gauw gaan slapen, want hij was behoorlijk moe, maar ik ben nog gaan douchen en heb daarna nog een tijdje op de laptop en mobiel zitten typen, tot ik rond 23 uur ook ben gaan slapen. Wel heb ik eerst nog even een klompjes-sleutelhanger opgezocht voor de weduwnaar die de degelijke Hollandse naam Niek heeft.

free counters