AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We zijn vanochtend om 7:30 opgestaan en zijn in het restaurantgedeelte gaan ontbijten. Het zag er allemaal netjes uit en we konden vandaag als warm gerecht French toast krijgen, wentelteefjes dus – weliswaar hartige wentelteefjes maar het smaakte wel. We hebben nadat we klaar waren afgerekend en toen onze spullen naar de auto gebracht.

We vertrokken rond 9 uur, en zagen toen we in de auto stapte dat hij nog even gauw gewassen was door iemand van de overnachting! Wauw, ze doen echt hun best om je een comfortabel verblijf te laten hebben! We reden als eerste langs een tankstation vlakbij. Ik vroeg om de tank vol te gooien en de pompjongen vroeg hoe we dat dachten te betalen. Euh pardon? Gewoon met cash hoor. Hij leek het niet te geloven en ging haast met tegenzin pompen. Met een volle tank (die we netjes betaald hebben met cash) reden we de laatste kilometers naar de grens met Zambia.

We hebben grensovergangen vaak genoeg gedaan in Afrika, maar toch voelde we allebei wel wat zenuwen. Hoe zou het gaan, wat voor onzin zouden ze mee komen, wat zou het kosten, enz… Je moet bij een Afrikaanse grens het huidige land uit stempelen, door niemandsland en dan het nieuwe land in stempelen. Meestal gaat het eerste redelijk pijnloos en het tweede kan alles zijn van super efficiënt tot totale chaos. De vorige keer dat we de Katima Mulilo grens gebruikte in 2008 wisten we van niets (daarom ook onze zenuwen nu!), en kwamen we aan de Zambiaanse kant in een chaos van gebouwtjes en een caravan zonder bodem terecht.

Nu kwamen we bij de Namibische kant en stonden er mannen zwart geld te wisselen voor de Zambiaanse kant, en besloten we dat ook te doen toen we zagen dat een blanke Zuid-Afrikaan het ook deed. We moesten namelijk kwatchas hebben voor de grens. We spraken hem aan en vroegen zijn advies, en hij beloofde het zelfs voor ons te regelen. Hoeveel wilde we wisselen? We gaven hem het geld dat we wilde wisselen, en hij deed tenenkrommend streng tegen de mannen die aan het wisselen waren maar gaf wel wat slimme tips zoals nooit je geld laten zien en pas hem het geld geven als je het gewisselde geld in je hand hebt. Hij hielp ons een hele goede koers krijgen en vertelde ons dat Namibië uitklaren enkel een kwestie van een stempel halen was en je hele doopceel invullen, relatief pijnloos. De Zuid-Afrikaan was bijzonder onsympathiek maar de regel is, blank helpt mekaar, dus hij maande ons domme toeristen letterlijk om hem te volgen. Wij vonden het wel best en hielden ons dom! Hij loodste ons bruusk door de Namibische kant en toen reden we door het niemandsland over de brug over de Zambezi Rivier naar de Zambiaanse kant.

We keken onze ogen uit toen we de rivier overgestoken waren: we kwamen in een mooi nieuw douane complex terecht, het zag er keurig uit! Alle loketten waren verzameld in een halletje dus je kon zo van het ene naar het andere gaan, en er waren redelijk duidelijke instructies opgehangen wat je moest doen. Maar dan nog is het chaos hoor. De Zuid-Afrikaan had geen oog meer voor ons dus wij konden verder alleen onze gang gaan.


Als eerste naar “Health”. Even voor de infraroodcamera staan en een bonnetje ontvangen. Dan naar immigratie. Daar health-bonnetje in een schoenendoos gooien waar nooit iemand meer naar zal kijken, paspoort geven, vertellen wat je volgende bestemming is en als je pech hebt je hele route opnoemen; had ik iets op gevonden want we hadden een ambtenaar die zin in een praatje had – “het programma staat niet vast we gaan rondtrekken en genieten van jullie mooie land” – prima, was acceptabel. ”Hoe veel dagen visum heb je nodig?” Maakt verder volgens mij toch niet uit, want je krijgt toch voor 3 maanden, maar alles moet genoteerd worden. Duidelijk aangeven dat je een “Dual entry” visa wilt, 160 Amerikaanse dollars betalen voor ons tweeën en goed opletten, want ze kregen het voor elkaar Hans een single entry te geven. Zucht, werd in ieder geval gelijk rechtgezet toen ik het zei. Toen nog het grote registratie boek invullen met ver dezelfde gegevens die je net 3 keer aan de ambtenaar hebt gegeven… Iets onbegrijpelijks in Afrika is de administratie!


Toen hadden we nog 3 loketten te gaan, en besloten op goed geluk eentje te kiezen want de verdere instructies waren niet duidelijk en het is ook niet zo dat ze in volgorde staan. Was de foute keuze, we hadden als eerste naar haar buurvrouw gemoeten maar ze was lief en matste ons dus we konden bij haar terecht. Zij verkocht de autoverzekering. Want al is je auto in het land van herkomst nog zo goed verzekerd, je moet hem in Zambia verzekeren – en betalen, wel 45 euro’s omgerekend in Kwatcha’s! En het register boek invullen met chassisnummer en motorbloknummer en nog drie honderd andere dingen over de auto, plus nog een heel formulier. Schijnbaar was het onder andere relevant om te weten hoeveel stoelen de auto had. Pffff!


Toen door naar haar buurvrouw van customs, over de waarde van de auto, enzovoort. Registerboek weer invullen, plus een formulier van A4 formaat, afrekenen (uiteraard), ongeveer 18 euro omgerekend, en naar het laatste loket voor de wegenbelasting. 38 dollar. Pardon?? We hoeven toch maar 20 dollar wegenbelasting te betalen? (We hadden ons zo goed mogelijk voorbereid over de mogelijke kosten) nee sorry jullie hebben een Namibisch kenteken dus 38, Botswaans kenteken 30, en Zuid-Afrikaans kenteken of anderen kost 20. Wat heeft Namibië of Botswana ooit Zambia aangedaan om dit onderscheid te verdienen? Pfffff.


Van ieder loket hadden we nou een papiertje dus konden verder. We hebben alle papieren nog 2-3 keer laten zien voor we het terrein af waren en moesten bij het hek nog een ding registreren / betalen, een soort gemeentelijke belasting a 2,80 euro omgerekend. Er waren net een hoop mensen voor ons geweest maar dit mens kon toen wij haar gebouwtje instapte om te betalen zogenaamd niet wisselen van 100 kwatcha (we hadden niet kleiner en het kostte 30 kwatcha). Ze dacht nog wel 50 kwatcha te hebben (nog altijd 20 kwatcha te weinig, maar gelukkig stapte er net iemand binnen en die betaalde gepast terwijl we daar stonden dus we riepen gelijk dat ze nu wel wisselgeld had! Vond ze niet leuk maar we kregen ons wisselgeld, konden eindelijk door, we waren klaar en reden 10:30 officieel Zambia in: het hele circus had maar 5 kwartier geduurd van hek tot hek. En dat is heus geen slechte tijd! Alleen we besefte ons opeens dat het in werkelijkheid al 11:30 was, want Zambia lag een uur voor op Namibië.


We hadden nog zo’n 170 km te rijden; de eerste 40 km waren prima asfaltweg, de laatste 50 ook, en de 80 km daar tussenin de ergste potholes die we ooit meegemaakt hebben! De gaten zelf hadden gaten, en een enkeling was rustig 40-50 cm diep… En regelmatig was de enigste manier om er een beetje te kunnen rijden, om OF helemaal van de “weg” af te gaan en een ezelspoor te volgen, OF om op een slakkepasje de gaten te nemen. Tussen de extreem slechte delen door waren wat minder slechte delen waar je min of meer tussen de potholes door kon slalommen. Maar het was extreem zwaar rijden voor Hans want als hij even niet geconcentreerd genoeg reed, werd hij gelijk afgestraft met een flinke knal in een gat. Pfffff. We hebben er totaal bijna 4 uur over gedaan.

De mensen langs de weg leken wat minder vriendelijk te kijken of te gebaren dan we gewend waren in bijvoorbeeld Namibië – niet dat ze onvriendelijk reageerde, maar gewoon ongeďnteresseerd. Jongens deden als ze zagen dat je aan kwam rijden druk zand in een pothole gooien, alsof ze de weg aan het repareren waren voor je, en gebaarde dan vaak zelfs agressief om geld. Omdat je bij het over de grens gaan een massa papieren bij je moet hebben (alle details van de auto, bewijs dat je hem gehuurd hebt, dat je hem mag huren, dat je de grens over mag ermee, paspoorten, eventueel vaccinatieboekjes, enz…), loop ik altijd met een flinke map rond. Terwijl ik die nu weer aan het opruimen was viel het me op dat de papieren van onze autoverhuurder erg verwarrend waren; de auto was zo te zien geďmporteerd geweest vanuit Zuid-Afrika naar Namibië, en had daarbij twee nummerplaten gehad, plus was niet nieuw uit 2015, maar nieuw in Namibië geďmporteerd in 2015. Die papieren ging ik dus als ik het enigszins kon vermijden vanaf nu niet meer laten zien aan de grens, het laatste wat je namelijk wilt is verwarring zaaien!

10-15 km voor we bij de afslag naar de ferry van Kazungula kwamen (waarmee je de grens met Botswana kunt oversteken) begon de weg beter te worden, en na de afslag was de weg zelfs een prima stukje asfaltweg. Wat een genot! Maar we stonden nog steeds op scherp voor verkleuringen en vervormingen in het asfalt, want we hadden steeds samen zitten kijken of we veilig door konden rijden, zo erg waren de potholes geweest. We hebben er uiteindelijk 1,75 uur langer over gedaan dan onze garmin voorspeld had, dat vind ik eigenlijk zelfs nog wel meevallen!

Om 15:30 reden we het terrein van de camping op waar we de groep zouden ontmoeten en overnachten. De bewaker van de poort was vrolijk en had zin in een praatje terwijl hij ons het registratieboek liet tekenen (administratie…). We vroegen hem of hij wist waar de Bhejane groep zat, en hij had geen flauw idee! Tja, dan maar even naar receptie rijden, maar daar was niemand, en zo reden we een rondje tot we opeens iemand zagen die ons van Bhejane leek te zijn.

Eenmaal bij de campsite aangekomen werden we hartelijk ontvangen door Paul, die we kennen van een tocht 6 jaar geleden naar Zimbabwe . Leuk! We hebben onze toegewezen tent ingericht en ons geďnstalleerd bij het kampvuur, en kennis gemaakt met de rest van de bemanning. Op deze tocht hadden we niet alleen Paul als hoofdgids, maar ook Peter als hulpgids, en hem kende we van onze tocht vorig jaar in Botswana! De kok bleek Sanana te zijn – oh yeah, we zitten goed, dat hoopte we al, want Sanana, die we 9 jaar geledenvoor het eerst in de Kalahari hebben ontmoet, toen nog als kersvers hulpje, heeft zich binnen Bhejane ontwikkeld als de beste bushkok wat ons betreft, en we hebben het geluk gehad dat we hem al eens meer gehad hebben als kok op andere tochten! Dan was er ook nog een hulpje, Thabiso, een vriendelijke rustige jongen die we NIET kennen, maar ons ook heel aardig lijkt. De bemanning zit wel goed dus! Ook reist er met de groep een jongen, Evan, mee die een fotoreportage gaat maken van de reis voor een blad, en dus ook een fotoboek tegen betaling voor ons. Het fotoboek zal ongetwijfeld heel mooi gaan worden maar zal zo’n 100 euro kosten omgerekend, dat is een beetje te gek wat ons betreft.

Geleidelijk aan druppelde de rest van onze medereizigers binnen. Qua medereizigers zijn we met 8 auto’s / koppels, een mooi aantal, en kennen we een echtpaar van een tocht 8 jaar geleden naar Mozambique. Maar iedereen heeft al, als het goed is, minimaal een tocht met Bhejane gemaakt omdat dit nog geen geadverteerde tocht is maar een tweede pilot tocht om de kleine details uit te effenen met klanten die de formule kennen en wel wat gewend zijn voor het groter publiek toegelaten wordt. We hebben er zin in!

Om 18:30 verzamelde iedereen zich en gaf Paul een welkomstpraatje bij het kampvuur. Het voelt allemaal gelijk weer lekker, het speciale gevoel dat je weer een Bhejane tocht gaat doen. Wij zijn zelfs in deze groep waarschijnlijk weer de veteranen, maar toch voelen we ons altijd als onervaren sukkels. Het eten was heerlijk en merkbaar kwalitatief goed, zoals we gewend zijn van Bhejane en afgelopen tocht wel een beetje gemist hebben. We kregen lamstoofpot met rijst, sla en potjiebrood, met fruitsalade toe.

We hebben nog lang gekletst en bijgekletst met het echtpaar dat we kennen uit Mozambique, en met de bemanning tot we de enigste over waren samen met Paul en Peter, en het tijd was om naar bed te gaan. Paul zit te overwegen om een reis naar de Serengeti in elkaar te zetten. Het voelde dan wel alsof het al heel laat in de nacht was, maar toen we als laatsten naar bed gingen was het nog maar 20:30. We merken dat we er nog even in moeten komen qua kamperen, maar al gauw hoorde je alleen nog maar de krekels, cicaden en brulkikkers, en wat gesnurk!

free counters