AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Vannacht waren er allerlei dierengeluiden, krekels, uilen, maar ook nijlpaarden. We hebben een hele onrustige nacht gehad met veel wakker worden; het is waarschijnlijk weer even wennen zo’n tent.


Rond 5:30 kwamen de eerste mensen al in beweging – iemand had zelfs een wekker gezet om 5:30, wat niet per se nodig was wat ons betreft want daarmee maak je het hele kamp wakker! Wij zijn zelf om 6:20 opgestaan en hebben onze tent uitgeruimd en onze spullen terug in de auto gelegd, en rond 6:30 was iedereen opgestaan. Dit kamp is echt een keurig onderhouden kamp vol mooie plantenborders en een perfect gazon, plus goede voorzieningen. We blijven hier ook de laatste nacht van deze tocht slapen als een comfortabele afsluiter van de tocht.


Hans en ik waren een beetje verbaasd om te horen dat er in de groep een wat oudere Zuid-Afrikaanse vrouw zit die samen reist met haar jongere neef uit Londen. Geen van beide heeft ooit een eerdere Bhejane tocht gedaan, de jongen heeft volgens mij zelfs nog nooit gekampeerd, en ze hebben geen van beide echt ervaring in 4WD rijden. Niet dat dat per se hoeft natuurlijk. De reden dat ze mee is, is omdat ze een vogelaar is die Frank op een of andere beurs heeft leren kennen, en ze zo heel erg graag naar de nationale parken in Zambia wilde gaan of zoiets. Daarom heeft Frank haar over deze tocht geïnformeerd.


Sanana had een heerlijke romige havermoutpap gemaakt voor het ontbijt (die van Harry was vaak nog een beetje hard), maar er stond ook fruit en twee smaken yoghurt en rusks. Hans en ik gaven Sanana een kilozak zachte zoete drop, een beetje een traditie van ons die door de bemanningen erg gewaardeerd worden – we gaven hem strikte instructies dat het de bedoeling was dat hij de zak met de rest zou delen, waarop hij ondeugend lachte. Bijna iedereen die we de drop geven is er gek op, ze luisteren echter alleen nooit als we zeggen dat het erg verslavend is en meestal is de zak ‘s middags al ver leeg en zij een beetje misselijk!

Paul had gepland om om 7:30 te vertrekken, maar was een beetje onduidelijk geweest over wie elkaar waar gingen ontmoeten – ons kamp is namelijk opgesplitst in drie groepjes, eentje voor de bemanning en veldkeuken, en de medereizers waren verdeeld over twee andere grasveldjes. Maar daardoor kun je elkaar niet zo gemakkelijk een seintje geven dat je gaat vertrekken. Uiteindelijk lukte het iedereen om weg te komen en om 7:55 stond iedereen klaar bij de afslag naar de asfaltweg.

In konvooi gingen we rijden, iedereen met een walkie-talkie bij en de lichten aan om aan te geven aan ander verkeer dat we bij elkaar horen. We reden dwars door Livingstone en zagen onderweg Maramba Lodge aangegeven, waar we 9 jaar geleden overnacht hebben toen we in Zambia waren. De wegen waren meer dan prima asfaltwegen – ze zullen heus deze tocht nog weleens slecht worden, maar we denken dat het stukje dat we gisteren gereden hebben gewoon een ondergeschoven kindje is in het wegennetwerk waar geen aandacht aan gegeven wordt omdat het meeste (toeristische) verkeer waarschijnlijk via Kazungula gaat.

Vandaag is het doel om naar Lusaka te rijden, een hele lange rit. We moeten vandaag en morgen flinke afstanden afleggen en daarna wordt het tempo hopelijk wat lager. Het was best leuk en apart om te beseffen dat we nu toch echt door Zambia reden! Er waren veel mensen langs de weg, en ontiegelijk veel kerken overal, dus bijna iedereen was in zijn paasbest want het was zondag. Om 9:15 hielden we een plaspauze bij hoog riet, en iedereen stond nog een beetje te kletsen en om zich heen te kijken toen we zagen dat Paul al aan het rijden was. Toen sprong iedereen gauw terug in zijn auto om er achteraan te gaan!

We zagen veel roofvogels vliegen in de lucht, en af en toe vlogen er hornbills over de weg, met hun typische beetje dansende vlucht. Om 10:30 was er een tankstop bij het plaatsje Choma, waar er een take-away / supermarkt winkeltje was. Wij en anderen zijn er even binnen gaan kijken, maar Hans en ik hadden er niet aan gedacht om de portemonnee te pakken dus hadden geen geld voor chips, waar we best wel trek in hadden. Jammer dan! Terug in de auto hebben we een stukje van de droewors gegeten met wat ketchup, dat smaakte ook prima.

Langs de weg werden veel bakstenen gemaakt en gebakken, of houtskool gestookt. Een deel van het landschap was gevuld met ronde zandhopen van vaak wel een paar meter hoog: gigantische termietenheuvels, waarbij de hoop ondergronds schijnbaar nog eens twee keer zo groot is als bovengronds! Deze heuvels zijn ontzettend vruchtbare grond, en worden vaak door de lokale mensen gebruikt om gewassen op te kweken. Of ze graven ze af voor klei voor de bakstenen, waar ze schijnbaar ook heel geschikt voor is. De verse bakstenen worden dan in een soort wig-vorm gestapeld, met wat ruimtes onderin die volgestopt worden met hout. Het geheel wordt afgedekt met zand en het hout aangestoken, en zo wordt tijdens een paar dagen de bakstenen gebakken. Een simpele maar doeltreffende manier. Meestal wordt de baksteenstapel ook naast de toekomstige bouwplaats aangelegd, zodat je, als de bakstenen gebakken zijn, gelijk ernaast je huisje kunt bouwen.

Ons tegemoetkomend zagen we constant vrachtwagens volgeladen met zware blokken ruwe koper, of platen geraffineerde koper – die koper komt uit mijnen vlakbij de Democratische Republiek van Congo, en gaat naar fabrieken en raffinaderijen in Zuid-Afrika, wat een afstanden!

We hebben om 12:30 langs de weg geluncht onder een grote boom. Hans en ik hebben lekker pindakaas met chilisaus genomen, en kregen weer vreemde blikken van een of twee Zuid-Afrikanen! Om 13 uur ging Paul opeens weer rijden – is een goede tactiek om ervoor te zorgen dat iedereen altijd alert is maar een kleine melding zou misschien wel prettig zijn! Een landrover in de groep schijnt per se als eerste van het konvooi te willen rijden, en douwt steeds langs iedereen door om dat voor elkaar te krijgen. Is niet helemaal konvooi-etiquette, de plaatsen in het konvooi zijn voor iedereen en je plaats wordt bepaald door waar je op dat moment staat. Maar vanochtend stond hij dus bijvoorbeeld al helemaal voorop het pad opgesteld om zeker te weten dat hij gelijk achter Paul aan kon sluiten. Ach ja.

Na het plaatsje Kazabuka begon een stuk wegdek van uiteindelijk wel 60-70 kilometer lang, met potholes erin – niet zulke monsters zoals we gisteren meegemaakt hadden, maar niettemin vervelend want Hans moet daardoor zo veel alerter rijden dan hij al doet, plus op een veel drukkere weg dus ook nog eens heel intensief rijden.

Paul vertelde over de radio dingen over Zambia: zo levert koper wel 80% van het inkomen van het land op. Daardoor is men dus ook bang voor een recessie van koper, en proberen ze te specialiseren in bijvoorbeeld landbouw. De regering geeft daar zelfs zo veel subsidies voor af, dat het zelfs boeren uit Argentinië aantrekt om in Zambia te gaan boeren! Plus er wordt er ook aan gewerkt om het toerisme aantrekkelijk te maken.

Houtskool is een armeluis inkomen, een manier om, als je niets hebt, toch een paar centen extra te verdienen. Het is nog best omslachtig om houtskool te maken: ze moeten de boom laten afsterven, wat vaak gedaan wordt door een deel van de bast weg te snijden, dan moet de boom omgehakt worden, en moet je hem laten drogen. Er wordt een groot gat gegraven, en de stukken boom worden erin gestapeld van dun naar dik. Dan wordt er een flink vuur gemaakt, en als alles brandt wordt heel de stapel bijna helemaal bedekt los van wat luchtgaten. Ze laten het vuur wel 2-5 dagen branden, afhankelijk van de dikte van de stammen, en dan bedekken ze de stapel in zijn geheel om het vuur te laten stikken. Dan moeten ze het geheel nog een paar dagen laten afkoelen, voor het in stukken gehakt en verpakt kan worden. Meestal wordt kameeldoorn en teak gebruikt, dat goede hardhout soorten zijn en een houtskool van bijzonder goeie kwaliteit opleveren. De kwaliteit is zo goed, dat de houtskool zelfs de volgende ochtend nog wel wil branden als je ’s avonds een kampvuur hebt gemaakt. Schijnbaar wordt veel van dit houtskool geëxporteerd naar Zimbabwe, want daar ligt er schijnbaar een moratorium op houtskool maken.

Rond 16 uur reden we door de hoofdstad Lusaka; wat een drukte en dan was het nu nog maar zondag! Paul zocht in de stad een tankstation waar we met creditcard konden betalen, maar er was een netwerkstoring vandaag dus ze konden allemaal alleen maar cash aannemen. Uiteindelijk heeft iedereen die echt zonder zat getankt en cash betaald en wij wachten nog wel tot morgen om te tanken. Om 16:50 kwam het konvooi weer op gang richting het kamp.

Om bij het kamp te komen moesten we over een lange zandweg met bijna onzichtbare “verkeersdrempels” rijden – de verkeersdrempels waren de betonnen afwateringsbuizen onder de weg door die niet diep genoeg in het zand begraven waren, of door het verkeer langzaam blootgelegd werden. Ze lagen nog wel onder een laagje zand, waardoor je ze vaak pas zag als het te laat was, en er met een flinke knal overheen bonkte. Dan ging je vanzelf wel langzamer rijden!

Na een lange intensieve rit kwamen we rond 17:15 op onze campsite aan, en is Hans gelijk gaan douchen terwijl ik wat thee ben gaan halen nadat de tent ingericht was. Ik ben daarna gegaan en het waren heerlijke douches met heet water en een goede straal, lekker!

Na wat kletsen en thee rond het kampvuur (en tussendoor even onze fleecetruien halen want het was best fris) vertelde Paul wat de planning was voor morgen, en toen was het tijd voor het avondeten. Omdat ook onze bemanning een lange rijdag hadden gehad, had Sanana een snelle spaghetti in elkaar gedraaid omdat hij geen tijd had gehad om uitgebreider te koken. Niettemin was het erg lekker en met heerlijke salades – bieten en banaan, en een coleslawsalade.

Er was alleen geen toetje want daar had Sanana echt geen tijd meer voor gehad, dus wij boden aan voor het toetje te zorgen. Paul wist gelijk wat we bedoelde, en riep blij “oe stroopwafels?”. Hans en ik pakte ieder een pakje en gingen rond de kring om iedereen, en de bemanning natuurlijk ook, een stroopwafel te geven. Twee mensen wilde er geen aannemen, en de oude vogelaarster eerst ook niet, maar toen haar neef nam wilde ze wel van hem proeven. Ik weet niet zeker of hij wel wilde delen maar hij had geen keus! Voor de rest werden de stroopwafels echter wel heel goed ontvangen! Men zat te smullen.

Rond 21:15 uur waren we ver de laatste die nog wakker waren, en zijn Hans en ik ons ook gaan voorbereiden voor ons bed. Het is een kille nacht, en Hans is moe in bed gekropen; het konvooi-rijden is best vermoeiend, want je kunt niet je eigen tempo bepalen.

free counters