AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Vannacht hadden we hanen horen kraaien in de omgeving, en sowieso veel vogels in de bomen en lucht om ons heen. Hans heeft voor het eerst deze reis dat we kamperen ’s nachts moeten plassen, we denken misschien omdat het op het moment niet zo heel warm is en we dus misschien minder zweten. We zijn vanochtend opgestaan om 6:20 en om 7:30 was iedereen al weer op pad.

We hadden een hele lange rit voor de boeg vandaag maar het bleek dat er net de laatste hand gelegd werd aan de nieuwe weg van Lusaka naar de grens met Malawi, dus de weg die wij reden; een prachtige verse asfaltweg gesponsord door de EU! Dat maakte de rit een stuk prettiger.

In Zambia wonen een hoop mensen langs de weg, en dus was er veel te zien onderweg. Overal staan stalletjes langs de weg, die snoepgoed, kleren, tomaten, zoete aardappelen, grote zakken maïs, haast manshoge zakken houtskool, handwerk zoals manden of bezems, of zelfs vlees verkopen. Ook zijn de muurschilderingen die als reclame dienen soms ook wel grappig, en hoe dan ook altijd kleurrijk. Zo reden we regelmatig langs lange muren beschilderd met reclames van “Harvey tiles”, met pakkende slogans zoals "a roof without Harvey tiles is like a farm without a farmer", of andere variaties zoals “…a land without water”, “…a country without government”.

Paul vertelde over Zambia, dat er in 2000 een zware recessie was vanwege het beleid van de president, maar dat toen Zimbabwe land begon te pikken van blanke boeren, alle boeren en andere kennis vluchtten naar Zambia, en dat hielp ze er weer bovenop. Zo zijn ze in Zambia sinds die tijd van 50% werkeloosheid naar 15% teruggegaan, en zijn nu een bloeiend Zuidelijk Afrikaans land. Zelfs de grote Zuid-Afrikaanse merken zoals supermarkten trekken nu Zambia in om een graantje mee te pikken. Paul vertelde dat iedere vrouw hier in Zambia gemiddeld 6 kinderen krijgt, en daar moesten Hans en ik om slikken, tot hij verder vertelde dat het er 10 jaar geleden nog 9 waren per vrouw. Ook een indicatie dat het beter gaat met de economie.

We zagen in een klein dorpje jongens bij de snelheidsdrempels (waar mensen dus moeten afremmen) een lokale Zambiaanse delicatesse verkopen: muizenkebabs… Letterlijk muizen op een stokje, met huid en haar en pootjes en staart… We hebben ze niet gekocht! Paul vertelde dat het maar specifieke gebieden waren van Zambia en hij dacht ook Malawi waar dit graag gegeten wordt, en dat mensen zelfs muizen thuis kweekte om aan de vraag te kunnen voldoen. Bizar!


We hebben rond 10:45 een benenstrek-pauze gehad in een klein kruispunt-gehuchtje waar allerlei stalletjes langs de weg stonden, met van alles, maar met name gedroogde vis. Erg leuk om even rond te wandelen maar minstens even leuk waren de interacties: verschillende mannen spraken ons aan, verwelkomde ons in Zambia, vroegen waar we vandaan kwamen, wat we van Zambia vonden en allemaal gingen zien, en wilde op de foto met Hans! Leuk! Ik leek off-limits te zijn, niemand durfde te vragen of ze met mij op de foto mochten, ze wilde alleen met Hans. We staan dus vast weer ergens op een of andere Zambiaanse Facebook-pagina.

Kort daarna reden we over de brug over de rivier de Luangwa. Deze brug is in het verleden al twee keer opgeblazen tijdens onrustige periodes van de geschiedenis, en je mag er dus ook absoluut geen foto’s op maken. De brug kan 55 ton hebben maar er mocht maar één vrachtwagen of auto tegelijk over. Vraag me niet waarom!

Na de brug begonnen we op het EU-gesponsorde stuk asfalt te rijden, heerlijk! Onderweg was er een bermbrandje vlakbij de weg, waarbij de vlammen wel een meter hoog oplaaide – oef, dat is toch best een eng gezicht.

Rond 12 uur zochten we een rustige plek voor de lunch, maar er was nergens waar we met 9 auto’s lekker en vooral veilig in de berm konden staan, waarbij er ook nog in ieder geval rondom de lunchtafel wat schaduw was om te kunnen zitten. Haast dus een onmogelijke opdracht, en Paul besloot uiteindelijk recht vóór een dorpje af te slaan naar een verlaten open mijnbouw groeve om daar dan maar te eten… Tja, 9 auto’s die langs je deur rijden, dat is het hoogtepunt van de week, dus binnen 2 minuten nadat wij een plekje gevonden hadden en de lunchtafel opgezet werd, stonden er al een stuk of 10 kinderen en wat volwassenen te kijken, en dat werden er uiteindelijk zo’n 20!

De boom die ons wat schaduw gaf had een groot stuk uit zijn bast gesneden – volgens Paul was dat de manier dat mensen de bomen lieten afsterven zodat ze zouden omvallen en ze er dan houtskool van konden maken. Dat was gemakkelijker dan ze om te hakken! Ik keek een beetje rond tijdens de lunch en vond allerlei best grote stukjes mooie doorzichtige mica op de grond, die we voorzichtig in wc-papier gewikkeld hebben om mee naar huis te nemen voor de stenenkast.

Na de lunch liet Paul dit keer geen restjes achter, omdat er gewoonweg te veel mensen en te weinig restjes waren, maar ik vermoed ook wel dat ze vooral gewoon nieuwsgierig waren en niet zozeer op het eten aan het azen waren. We reden om 13 uur weer de groeve uit en langs het dorp terug de snelweg op om verder te rijden. We kunnen op deze tocht bij het ontbijt ’s ochtends altijd wel een appeltje pakken (we kregen op de Namibië Unbounded tocht nooit fruit terwijl Harry weleens een appeltje aan het wegwerken was en we zagen dat hij op de laatste dag een grote zak appels had in de keuken), en die bewaren we dan voor ’s middags in de auto als lekkere frisse snack.

Huizen zijn hier vaak van klei-bakstenen, die in een ronde of rechthoekige vorm gemetseld zijn tot kleine hutjes van een paar vierkante meter. Het dak is van riet, soms golfplaat, en een familie woont met meerdere hutjes bij elkaar. Het familiedorpje is vaak gecentreerd rond een schaduwrijke boom, omheind met een muur van riet en/of stokken, vaak zijn er nog een paar voedsel opslagcontainers van gevlochten riet waar maïs of aardappelen in zit, op palen tegen het ongedierte (hoewel ze daar dus ook wel raad mee lijken te weten…), en nog wat rieten omheiningen of cirkels die voor vee of gevogelte is, en sommige die volgens mij als ontmoetingsplaats of zo dienen. Alles gebeurt buiten, de hutten zijn vooral voor onderdak en opslag lijkt het.

En iedereen gebruikt de snelweg om langs te lopen of te fietsen. En wat ze allemaal op de bagagedrager van die fietsen kunnen vervoeren! Levende kippen, meerdere zakken maïs of houtskool, uien, groene kolen, hout, golfplaten, rieten matten, eieren, flesjes prik, en zelfs een heel levend varken, dat stevig vastgebonden was zodat hij niet los kon worstelen! Een hoop mensen hebben langwerpige manden geknutseld voor op hun bagagedrager die gevuld kunnen worden met kleinere boodschappen – of met een deksel erop gelijk als kippenren kunnen dienen.

Er zijn heel veel winkeltjes langs de weg, variërend van simpelweg een stapel maïszakken of rijen houtskool zakken, tot rieten hutjes met chips en cola of tafeltjes van takken met keurige piramides van tomaten en aardappelen, tot kleine gemetselde, gestucte en vrolijk gekleurde gebouwtjes met mooie frontjes, de muren vol geschilderd met gebouw-grote kleurrijke reclame voor waspoeder, telefonie, suiker, bier, verf, van alles! En de ondernemingen hebben minstens even kleurrijke namen, zoals “real sufferer” (echte lijder, met lange ij!), “God is great”, “beauty’s secret”, van alles!

We hadden om 14:30 nog een korte plaspauze in de berm – iedereen begint inmiddels een beetje te wennen aan Paul zijn pauze-techniek, en Paul doet ook wat beter aangeven als hij weer wilt gaan rijden, dus we raken beter op elkaar ingespeeld! Paul vertelt tijdens het rijden van alles, zo vertelde hij vanmiddag over Cecil Rhodes, wiens graf wij in Motopos, Zimbabwe, bezocht hadden. Hij roofde Zambia leeg, onder andere door lokale chiefs te foppen om land weg te tekenen, dan met die handtekening daarnaartoe gaan en de boel leeg te roven op zoek naar mineralen. Het werd zo erg, dat de Zambianen naar de Engelse koningin gingen om hulp, en toen is Zambia een Engels protectoraat, maar dus eigenlijk in werkelijkheid een kolonie, gemaakt om ze te beschermen tegen Cecil.

Halverwege de dag begon de weg steeds meer bochten te krijgen en het landschap werd heuvelachtiger, best mooi allemaal! Er werd veel land afgebrand om te beplanten, dat maakt de grond rijker aan voedingsstoffen, als het tenminste niet te vaak gebeurt, maar in de heuvels zagen we ook natuurlijke branden. Een berm was nog aan het branden toen we langs reden, de vlammen een meter hoog en tot vlak aan de weg, en erg heet! De grootste bomen worden vaak in de meer afgelegen gebieden opgestookt tot houtskool, daar zijn dus weinig grote bomen meer.

We reden onderweg weer eens langs een dorpje dat muizenkebabs verkochten, en zagen onderweg veel mooie handgeschilderde betonnen reclameborden en borden om bijvoorbeeld scholen, bedrijven en kerken aan te geven. Van beton gemaakt en netjes beschilderd, we reden op gegeven moment zelfs langs een bord dat beschilderd werd. Toch apart om nog zo’n ambacht te zien. En de namen zijn ook leuk, zoals de “Real Sufferer Investment Company”!

We hadden niet meer getankt in Lusaka vanwege de netwerkstoring, dus Chipata, waar onze overnachting was, was het alternatief. Het eerste tankstation, aan de rand van het stadje, nam geen creditcards aan, maar Paul wist dat er ook nog een Engen tankstation was iets verder het centrum in. Dus wij en 3 andere auto’s reden daarheen, en deze nam gelukkig wel creditcard aan, dus de pompbediende was blij want hij kon totaal 131 liter voor ons tanken! Als je wilt tanken moet je aangeven wat je wilt, vol of zo veel liter of zo veel geld, en ik had dus lachend geroepen, ik wil hem vol, vol VOL!! De tankbediende moest daarom lachen, en nam mijn vraag om de auto dus echt VOL te gooien heel serieus: toen hij klaar was klotste de diesel bijna uit de tank!

We waren rond 17 uur op onze campsite na weer een lange dag, maar vanaf morgen wordt veel rustiger gelukkig. We hebben als vast aankomstritueel bij onze aangewezen tent gelijk de tent ingericht voor de nacht, en zijn daarna aangeschoven bij een paar medereizigers om te kletsen tot een uur of 18. Toen zijn Hans en ik verhuisd naar het kampvuur bij de veldkeuken, waar vanaf 18:30 geleidelijk aan de rest van de groep ook bij kwam zitten.

Het avondeten was een lekkere kip-curry met rijst, heerlijke salades en potjiebrood (die dus echt, zoals ik me al begon af te vragen op de vorige tocht, heel anders en veel lekkerder smaakt dan die op de Namibië tocht). Omdat het een rijdag was geweest was er alleen geen toetje, helaas. We hebben met een ander stel uitgebreid gekletst over onze Rusland cruise, en ze waren er erg in geïnteresseerd en van plan om er meer over te gaan lezen.

Rond 20:30 gingen we naar het toilet, waar er een kikkertje in de wc-ruimte zat, en daarna naar onze tent om nog even op bed liggend te lezen en spelletjes te doen (zonder uit te kleden, het was nog zo vroeg). Hans wilde namelijk langer wakker blijven, om niet om 3 uur klaarwakker te zijn omdat we al om 21 uur gingen slapen. We hoorde in de bomen boven ons een uil roepen terwijl we lagen te lezen en te kletsen.

Om 21:30 zijn we dan nog een laatste keer naar het toilet gegaan, waarbij we de uil ook echt zagen vliegen, leuk! Toen we terug waren zijn we echt in bed gekropen, maar ging Hans nog wat lezen. Hij heeft het niet heel lang volgehouden, en lag rond 22 uur te slapen. Ik heb nog zitten typen tot 22:30, toen vielen mijn ogen ook dicht!

free counters