AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We hadden vandaag voor het eerst een kort stukje te rijden dus konden uitslapen (we zijn “pas” om 7 uur opgestaan), hebben alles ingepakt en de tent leeggeruimd en kregen toen lekker een gebakken eitje met kaas en gebakken tomaten als ontbijt. Lekker!

Thabiso was druk de tenten aan het opruimen toen hij Sanana riep en iets opmerkte over onze auto, die Hans alvast op het bovenste gedeelte van het kamp had klaargezet. Sanana, die beter Engels spreekt dan Thabiso, kwam ons uitleggen dat Thabiso gezien had dat ons linker voorwiel zachter was dan de rest. Geen gaatje, gelukkig, wat natuurlijk de eerste gedachte was, maar waarschijnlijk gewoon slordig van het verhuurbedrijf toen we een week geleden in Windhoek waren – die hadden zo te zien vergeten die ene band op te pompen! En terwijl we toch keken bleken de achterbanden te hard opgepompt. De voorband was nog op 1,2 bar, de hardheid die je voor zandrijden gebruikt en waarmee we uit de woestijn in Namibië gekomen waren. De achterbanden waren opgepompt tot een gevaarlijk harde 3 bar. Iemand kwam al gauw aanbieden om te helpen oppompen, en nadat iedere band weer de juiste spanning had konden we om 9 uur vertrekken.

De rit was nog heuvelachtiger en bevolkter met mensen dan gisteren, maar gelukkig heel rustig met verkeer, dus een leuke, afwisselende mooie rustige rit. We zagen een auto met Oostenrijkse nummerplaat onderweg, en wat later nog een Nederlandse nummerplaat, ongelofelijk wat een ritten hebben die gemaakt!

We namen onderweg een korte plaspauze als konvooi (iedereen is inmiddels goed ingespeeld op elkaar en je hebt niet meer de gehaaste terug in de auto springen “oeps Paul rijdt al weg” taferelen van de eerste dag!), en het was zoals eigenlijk heel vaak druk op de weg met wandelaars en (vracht)fietsers. We deden bij een tankstation stoppen want Paul wilde tomaten kopen voor het eten vanavond, en terwijl hij bezig was keken wij in een klein winkeltje dat allerlei grappige souvenirs en hebbedingetjes verkocht. Zo waren er mooie kleurrijke hagedissen gemaakt van ijzerdraad en reepjes van blikjes Fanta gemaakt.

Om 11:30 kwamen we al aan in ons kamp, met Sanana, die vanochtend nog de lunch gemaakt had en onderweg wat boodschappen had gedaan, kort na ons. Deze campsite heet “Croc Valley”, hopelijk een niet al te letterlijke naam, maar feit is wel dat het onder grote schaduwrijke bomen aan de Luangwa Rivier ligt, die de grens vormt met het niet omheinde South Luangwa National Park aan de andere kant. En er liggen dus nijlpaarden in de rivier, inderdaad een paar krokodillen, er stond een elegante nyala met haar jong op het trapje naar de receptie te herkauwen, en er zaten apen en liepen bavianen rond in het kamp zelf.

We werden dringend aangeraden om ons voedsel (zelfs snoepgoed en zo) in een kluisje in de gemeenschappelijke keuken op te sluiten, zodat, ALS een olifant zou besluiten dat ze daar wel trek in hebben, ze in ieder geval niet je tent of je auto slopen om erbij te komen… Want de nijlpaarden en olifanten lopen dus vrij door het kamp rond! Met name citrusvruchten zijn een risico, schijnbaar als een olifant dat ooit geproefd of geroken heeft, zullen ze uit hun weg gaan om het weer te bemachtigen – en indien nodig dus zelfs een auto openbreken. De twee echtparen die zakken sinaasappels bij hadden wisten dus niet hoe gauw ze ze af moesten geven! Wij hebben de paar stroopwafels en andere dingetjes die we nog hebben ook maar voor de zekerheid achter slot en grendel gedaan. Schijnbaar zijn er onlangs zelf leeuwen en een luipaard gespot op het terrein.


Omdat het al bijna lunchtijd was, werd eerst de lunch, een heerlijke aardappelsalade, geserveerd en deden ondertussen de mannen gauw de tenten opzetten. Hans en ik hadden na de lunch wel trek in een pepermuntje en besloten iedereen te trakteren; ik gaf Thabiso als een van de eerste eentje, terwijl hij bezig was tenten op te zetten, en toen ik terug kwam van mijn rondje om iedereen eentje aan te bieden, gebaarde hij verlegen of hij er nog een mocht. Ik heb hem er dus nog 3 gegeven, waar hij duidelijk erg blij om was!

Na de lunch rond een uur of 13 deed iedereen zijn tent inrichten en een beetje rusten en luisteren naar het grappige gemopper van de nijlpaarden in de rivier onder ons. We zette onze stoeltjes bij de rivieroever om te kijken naar de nijlpaarden en het water. Hans deed al gauw een klein dutje… Ik ben op gegeven moment naar de bar van het kamp gelopen, want je kreeg 100 mb per persoon gratis op deze campsite, niet verkeerd! Dus konden we voor het eerst in een tijdje weer eens de mail binnenhalen en de whatsapps. Ik ben teruggelopen naar Hans, die inmiddels weer wakker was, en we hebben de mails en whatsapps gelezen en wat antwoorden geschreven.

Opeens zag ik een grote baviaan vanuit de rivierbedding de oever op komen, op het lunchtafeltje af sluipen, de flessen met sauzen bestuderen en de knijpfles mayonaise pakken! Hij was bijna zo groot als een mens… Ik sprong op en rende er roepend op af (ik was ver genoeg van hem vandaan om stoer te kunnen doen hoor), hij keek betrapt op, stak de fles onder zijn arm en vluchtte het kamp in. Paul hoorde mij, zag de baviaan, die rende vlak langs hem, en hij zette de achtervolging in. De baviaan stak de fles tussen zijn kaken om zijn handen vrij te hebben om te rennen en verdween de bosjes in. Weg mayonaise! Sanana baalde, want ze hadden nog wel grote potten mayonaise, maar die knijpfles was nu juist zo handig voor de lunch, en deden ze regelmatig vullen.


Om 14 uur vertrokken we samen met het vogelaar-echtpaar richting de entree van het nationale park op een paar kilometer afstand. 3 andere auto’s kwamen achter ons aan, men was wel nieuwsgierig naar het nationale park! We hadden alleen niet genoeg dollars bij, want de entree was 75 dollar en Paul zou de boel voor ons betalen maar dat waren we nu vergeten te vragen. Gelukkig had het vogelaar-echtpaar genoeg dollars bij voor ons beiden, en konden we het park in zonder terug te hoeven te rijden naar de camping om het geld te halen.

Het park was zo mooi, dat we er uiteindelijk pas om 18 uur weer uitgereden, zo veel was er te zien geweest! Olifanten (echt veel, sommige vlakbij de auto), zebra’s, wrattenzwijntjes, giraffen, allerlei hertachtigen, apen, bavianen, nijlpaarden, krokodillen, een gigantisch kudde buffels, allerlei vogels van zwermen prachtige karmijnrode bijeneters tot een hele grote jonge roofvogel in een boom die net bezig was zijn in de boom vastgeprikte voorraad aan te spreken, leuk! Heel bijzonder ook waren een paar grondhornbillvogels, grote zware zwarte vogels die tot je knie kunnen komen en een grote rode keelzak en typische grote hornbillsnavels hebben, en die schijnbaar tegenwoordig heel erg bedreigd zijn.

Maar het hoogtepunt van de dag waren vier heuse “wilde honden”. Dus niet verwilderde straathonden, maar echte wild dogs, “painted dogs”, beschilderde honden, een bijzonder roofdier dat erom bekend is zijn prooi desnoods al levend op te eten. En ondertussen er zo mooi en rustig uitziet! Hans en ik hadden ze nog nooit in het wild gezien, het is ook heel bijzonder om ze te zien want ze zijn bedreigd en moeilijk te spotten.


We stonden met het vogelaar-echtpaar lekker een kopje van hun vers gezette koffie te drinken bij een mooi uitzichtspunt, toen een gamedrive-auto bij ons stopte en de chauffeur vroeg of we de wilde honden al gezien hadden? Nee, vertel! Hij tekende een kaartje op de grond van waar we moesten zijn en we hebben gauw onze koffie opgedronken en zijn toen vertrokken met beide auto’s in de opgegeven richting. Op het laatst waren de instructies wat onduidelijk dus beide auto’s zwierven een beetje rond op zoek: en opeens zag Hans ze, in de schaduw van een grote struik! Vier volgevreten mooie wilde honden, nog aan het uitbuiken van hun grote maaltijd vanochtend en lui van de hitte. Wauw!

We hebben er een uur gestaan, de rest hoorde het over de radio en kwam uiteindelijk ook bij ons, en wij hebben ervan genoten. De honden lagen te dutten en staken af en toe hun hoofd op, rolde op hun rug, stonden even op om na twee vermoeide stappen op een ander plekje weer languit neer te ploffen. Prachtig! Met moeite zijn we er weggegaan rond 17 uur want we moesten echt door.

Al haast bij de volgende bocht kwamen we bij een olifanten familie die aan het eten was; bladeren van struiken ritsen en grote takken afbreken. Prachtig om te zien, maar drie olifanten stonden op de weg hun tak te strippen, en we moesten na een tijdje naar hun kijken toch echt weer door, de middag liep gestaag ten einde, en er was maar een weg, langs die drie! Dus iedereen (we stonden er met 4-5 auto’s) begon heel zachtjes te rijden door de bush om ze vooral alle ruimte te geven; olifanten hechten namelijk nogal aan hun persoonlijke ruimte! Ze hielden ons in de gaten maar vonden het wel prima dat we afstand hielden en bleven relaxed. Mooi!!

Weer iets verder staken zebra’s over, en was er een heel veld vol apen. Ik werd op gegeven moment in mijn buik, dwars door mijn poloshirt gestoken door een of andere rotvlieg, au! Verderop in de rivier was het opeens zwart van de buffels, en Hans en Paul, die inmiddels ook rondreed, zijn er redelijk stoer maar heel voorzichtig doorheen gereden (die jongens hebben flinke horens van zo dichtbij), voor Paul aan het einde kwam van de kudde, en besefte dat we niet verder konden en we dezelfde weg terug moesten rijden. We voelde onszelf allemaal iets minder stoer terwijl we argwanend bekeken werden door een gigantische kudde imposante buffels. Wow…

Iedereen was rond zonsondergang om 18 terug op de campsite, waar Sanana vertelde dat hij overdag drie olifanten in de veldkeuken had gehad op zoek naar eten! Die jaag je nog minder gemakkelijk weg dan een baviaan, maar volgens de eigenaar van de campsite die toevallig in de buurt was, was een fles DOOM (insectenspray, “kills all insects dead”) genoeg om ze weg te jagen. Het had inderdaad gewerkt dus nu stond er in de buurt van de veldkeuken een spuitbus DOOM. Ik had wel willen zien hoe Sanana, een niet al te grote en beetje schriele jonge man, met een spuitbus insectenverdelger drie volwassen olifanten wegjaagt uit zijn veldkeuken!

Wij kwamen erachter toen we een blikje uit onze koelkast wilde pakken dat twee van de (glazen) flessen lime cordial kapot waren gegaan. Balen! Maar we besloten het maar zo te laten tot we bij een bed & breakfast waren en er wat gemakkelijker bij konden om het schoon te maken – er zaten nu toch alleen maar blikjes en water in, de boel werd dus wat plakkerig maar het kon verder weinig kwaad. De vrouw van het vogelaar-echtpaar voelde zich opeens behoorlijk misselijk en vroeg om mijn hulp in het wc-gebouwtje omdat ze dacht dat ze flauw zou vallen, maar we vermoeden dat ze te weinig gedronken had en/of wagenziek was geworden. Ze heeft het rustig aan gedaan en flink gedronken en knapte na een uurtje weer op gelukkig.


Om 18:15 deden Hans en ik ons bij het kampvuur installeren, ik met de laptop die ik aangesloten had aan een vrij stopcontact, aangezien we nu weer op een campsite zitten met echte voorzieningen, het is tenslotte ook onderdeel van een lodge. Ik kon voor het eerst in dagen dus weer van alles downloaden op de laptop en de boel weer opladen en onze “administratie” van uitgaves en kilometers en zo bijwerken. In het donker stond een olifant aan onze oever vlakbij een tent de gevallen zaadpeulen van de boom op te peuzelen. Verstoord door de vele foto’s die iedereen nam is hij stilletjes verdwenen in het donker (Hans poseert aan de oever met de olifant, wat bijna niet te zien is in het donker!). Wat later zagen we in het maanlicht een nijlpaard lopen vlakbij in de rivierbedding, en hoorde we het geplons en gebrom van een groepje nijlpaarden die het water ingingen.

Om 19:30 hield Paul een praatje bij het kampvuur, en vertelde het verhaal van Sanana en zijn olifanten – Sanana deed nog even voor hoe hij ze weggejaagd zou hebben! Om 19:45 kregen we lekkere gegrilde lamsboutjes, pap (een witte vaste substantie waar Zuid-Afrikanen dol op zijn bij barbecues), tomatensaus, groente, en toe een chocoladetaart gebakken door Sanana (NIET aangebrand) omdat er een jarige was vandaag. Ik ging na het eten nog even verder met de laptop en heb Paul wat foto’s van onze Kaokoland tocht in Namibië laten zien. Hij was onder de indruk van de landschappen.

Hans en ik liepen om 22 uur samen naar het toiletgebouwtje, en zagen ogen oplichten in het licht van mijn koplampje. Oeps! Gelukkig groene ogen, dus graseters (rode ogen zijn jagers) – een paar onschuldige impala stonden in de donkere bush naast het gebouwtje… De deur van het wc-gebouwtje kon aan de buitenkant afgesloten worden, vermoedelijk tegen apen.


Toen iedereen al naar bed was en Hans en ik nog wat lagen te lezen rond 22:15 uur, 5 minuten nadat we in onze tent waren gekropen, hoorde we, naast het geknor van de nijlpaarden in de rivier, opeens gekraak van takken aan de andere kant van onze auto – een olifant waarschijnlijk, die dus zo te horen vlak naast andermans tent aan het eten was. We hadden alle flappen voor de ramen dicht gedaan behalve die richting de auto, die vlakbij stond, zodat we frisse lucht maar ook wat privacy hadden, en konden dus niets zien en wilde ook niet te veel in het donker schijnen met ons lampje mochten we WEL iets zien. In dit soort gevallen is de struisvogeltactiek van “als ik hen niet zie dan zijn ze er niet” best prettig…


’s Avonds hoorde we niet alleen het geknor en gebrom van de nijlpaarden, maar ook het gesnurk van mensen, en nog 100 andere geluiden zoals alarmroepen van apen en vele onduidelijke geluiden. We besefte ons dat we dat vroeger waarschijnlijk heel spannend gevonden zouden hebben allemaal, en nu waren we er wat meer aan gewend als zijnde gewoon geluiden van de Afrikaanse nacht.

free counters