AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Hans en ik hebben vannacht erg onrustig geslapen, met veel wakker worden en weer in slaap vallen. we hadden in ieder geval gelukkig geen snurkers naast ons – een stel snurkt keihard, en Hans had daar op gegeven moment behoorlijk last van want onze tent stond er een paar keer vlakbij. Sanana is meestal diegene die ons bij binnenkomst in het kamp wijst naar onze tent, dus Hans had hem een keertje gevraagd of we alsjeblieft niet meer naast hun tent gezet konden worden, omdat ze zo hard snurkte. Daar had Sanana geen enkele moeite mee, grijnsde en knipoogde en sindsdien staan we er altijd ver vandaan! Wel werden we vanochtend wakker om 5 uur van een oproep tot gebed, er staat schijnbaar een moskee in de buurt. En ’s ochtends waren de bavianen en hyena’s aan het huilen, ook aparte geluiden!


Het was vochtig en kil toen we om 6:25 opstonden, dus we hebben ons gauw aangekleed en de tent gauw leeggeruimd. We waren om 6:45 klaar en zijn toen naar het kampvuur gegaan voor wat thee en ontbijt. We raakte aan de praat met Evan over onze wereldreis per vrachtschip, en hij raakte helemaal geïnspireerd; hij wilde zoiets ook doen en er dan een artikel over schrijven – dus wij raadde hem het Aziatische gedeelte aan, waar in onze beleving het meeste te zien was geweest en de reis het meest wisselend. In de doucheruimte waren bij mij sommige kranen omgedraaid, zodat, als je ze aan zou doen, het water op de gootsteen zou spuiten en niet in de wasbak – niet echt heel handig lijkt me!

We zijn vandaag rond 8 uur vertrokken uit het kamp, en reden als eerste naar een keurig uitziend winkelterrein in de stad zodat wat mensen nog boodschappen konden doen. Het was bewaakt, alhoewel de waakhond die lijdzaam meesjokte met de patrouillerende bewaker er niet echt heel erg angstaanjagend uitzag. Eerder een leuke suffe lobbes die na een aai achter zijn oor gelijk je beste vriend is. Ach het gaat om het idee, en de bewakers zelf waren wel degelijk streng: een echtpaar had kapotte campingstoelen, dus heeft hier nieuwe gekocht, en de oude aan een jongentje gegeven die daar rondliep, half aan het bedelen. Hij liep blij weg met de stoelen, maar binnen de kortste tijd werd hij teruggebracht door een bewaker om te laten zien waar hij die stoelen vandaan had, en het echtpaar moest echt bevestigen dat ze niet gestolen waren maar van hen kwamen!

Terwijl we stonden te wachten op het parkeerterrein kwamen een paar verkopers naar ons toe met houten klapstoelen (Afrikaans model, die vind je over heel Afrika, gemaakt uit een massief stuk hout dat in 2 met elkaar verbonden stukken gebeeldhouwd is, die als een X open kunnen klappen) en tekeningen. In een gebouw zagen we wat leek op een politie-inval of een oefening (waarschijnlijk dat laatste, ze leken namelijk redelijk relaxed te zijn). We hebben er een half uurtje doorgebracht tot iedereen klaar was, en gingen toen weer als konvooi op pad. We waren nog maar amper de poort uit of we kwamen in een grote file terecht; het was bijna 9 uur en spitsuur, en verderop was een grote rivier met smalle brug dus daar liep natuurlijk alles vast.

Malawi is arm, dat zie je duidelijk. En rommelig, er ligt veel vuilnis, plastic en zo, terwijl in Zambia en Namibië praktisch niets ligt. Plus, we zien met enige regelmaat iemand naast (of zelfs een paar keer op) de weg lopen die duidelijk verward is en/of psychiatrische hulp nodig heeft. Er wordt schijnbaar gezegd dat Malawi het vriendelijkste volk van Afrika is, maar dat zien we niet direct echt. Eerder een beetje minder vriendelijk en minder open blik dan de mensen in andere landen hebben. Hoewel de kinderen meestal wel vrolijk zwaaien.


In de stad zagen we regelmatig reclameaffiches voor kruidendokters, en veel mensen met (soms VEEL) levende kippen aan hun stuur gebonden. We hebben al met al zeker een half uur in de file gestaan, midden in Lilongwe, dus we hebben over de eerste 30 km 2 uur gedaan: ook buiten het centrum ging het moeizaam, plus het konvooi raakte bij iedere zijstraat zo opgebroken door invoegend verkeer, dat we een paar keer hebben moeten stoppen om iedereen weer bij elkaar te laten komen. Het konvooi raakte zo versnipperd, dat Paul soms mijlenver voor ons reed en geen rijinstructies meer gaf, dus gingen we elkaar maar helpen met aanwijzingen, zo stonden we bij een rotonde lang vast totdat iemand voor ons over de radio zei “linker baan aanhouden”. Zo kwam uiteindelijk iedereen rond 10:30 dan eindelijk goed en wel uit het stedelijk gebied van Lilongwe en verzamelde we bij een tankstation buiten de stad.

Er is vandaag een belangrijke voetbalwedstrijd en er reden allerlei auto’s, bussen, taxibusjes en open trucks overvol mensen met sjaals en sjerpen in de kleuren van de twee teams! Rood-wit was populair, naar blauwwit was ook goed vertegenwoordigd. En sommige taxibusjes droegen beide sjaals om meer klanten te trekken! Paul hield het tempo zo hoog dat hij regelmatig mijlenver voor ons reed en wij als versnipperde konvooi nog worstelde om langs dingen als vrachtwagens in de hellingen te komen – op gegeven moment stond er bij een roadblock een kapotte truck bijna dwars op de weg, en duurde het heel lang voor iedereen erlangs kon. Toen wist zelfs niet iedereen zeker dat Paul al wel voor ons reed, zo onduidelijk was het!

Het was voor Hans een zware rit in de zin dat er heel veel volgeladen fietsen op de weg reden, die soms over de weg slingerde en nooit achter zich keken – sommige sloegen zelfs gewoon vlak voor ons af of op de weg! Ook de wandelaars waren niet altijd betrouwbaar want daar zaten met enige regelmaat verwarde mensen tussen die ook opeens verdwaasd de weg in stapte; Hans heeft een paar keer flink op de rem (en toeter) getrapt om zoiemand te vermijden!

Plus de fietsen zijn hier spectaculair zwaar en breed geladen, nog erger dan in Zambia, met soms hele constructies achterop die gevuld kunnen worden met brandhout, hooi, riet, enzovoort tot meters hoog boven de fiets uit! De gewichten die vervoerd worden aan zakken maïs, brandhout, cement, noem het maar, zijn ook indrukwekkend, net als hoe breed sommige ladingen zijn – en op wegen waar die meestal hele oude, niet goed uitgelijnde fiets wiebelt en zwiebert, de berm soms verdwijnt omdat het asfalt afgebrokkeld is en die zwaar beladen fiets de weg op moet zwieberen, moet Hans soms opeens opzij schieten – en als je zo’n geval ook aan de andere kant hebt dan kan het opeens even heel krap en spannend worden op de weg! Maar het is allemaal goed gegaan.

Om 10:15 hadden we een kleine plaspauze in de berm, en was heel het konvooi weer bij elkaar. We reden op gegeven moment slingerend bergafwaarts en ik werd een beetje wagenziek maar wat water drinken en op een pepermuntje zuigen hielp daar gelukkig wel bij.

We reden mooie bergen in met kronkelende wegen, en hielden een stop bij een van de stalletjes daar met houten speelgoed. Wat is dat knap gemaakt! Landrovers en Toyota ’s van hout met bewegende wielen, openende deuren, openende motorkap, van alles. Een houten fototoestel trok onze aandacht; de lens kon in en uit bewegen, de knoppen op en neer gaan, het handeltje om het rolletje door te draaien deed het, en de achterkant kon open. Net echt, er ontbrak alleen een fotorolletje! En zo waren er ook helikopters, motoren, fietsen, allemaal met bewegende delen en volledig van hout. Het mooist gemaakt was wel een relatief grote fiets volledig van hout, met werkende houten wielen, werkende houten remmen, versnellingen, een fietsstandard, stuur en pedalen! Alles van verschillende kleuren hout. Wauw!

De lunch was onder een mooie grote baobab waar een ladder in uitgehakt was naar een bijennest hoog in de stam. We zagen de honingraten gewoon zitten! Malawi heeft meer dan 14 miljoen mensen op een niet al groot land, en is daarmee een van de dichtstbevolkte landen van Zuidelijk Afrika. Daardoor zul je nooit alleen zijn; zodra we ergens stoppen zijn er binnen de kortste keren mensen aan het kijken naar ons. Gek genoeg was onze lunchpauze onder de baobabboom relatief rustig.

Na de lunch reden we weer verder, door mooie landschappen van gloeiende heuvels en granieten koppies, maar het rijden was nu ook extra zwaar voor Hans omdat hij slaap kreeg. Maar we waren er bijna gelukkig en kwamen aan bij de rand van het Meer van Malawi, het derde grootste meer van Afrika en de negende in de wereld. Het meer heeft een lengte van 560 km en ligt op de Grote Slenk die door heel Afrika snijdt. We hebben nog een tijdje dwars door een vissersdorpje gereden, waar de weg echt langs de huizen leidde, voor we rond 14 uur aankwamen op de campsite, “Chembe eagle’s nest”, het meest oostelijke van heel dit gebied, in Cape Maclear.

De campsite van deze lodge was erg klein; er waren twee kleine niveaus op de granieten koppie die aan het water lag waar steeds een paar autos konden staan en de tenten waren opgezet, helaas was de campsite pas een paar jaar geleden aangelegd en de bomen dus nog niet zo groot. Onderaan de koppie was een smalle doorgang naar het strand van een paar meter breed, waar een mooie grote brede vijgenboom groeide die veel schaduw gaf, en daar was de veldkeuken opgezet, de beste plek wat iedereen betreft. Terwijl Hans en ik onze tent aan het inrichten waren hingen er kinderen aan de schutting van de lodge en vroegen om lege waterflesjes. De mensen met daktenten worstelde om hun auto’s waterpas te zetten op de granieten ondergrond, en ook onze veldbedjes stonden een beetje scheef. Het was niet anders!

Toen Hans en ik ingericht waren zijn we even het kamp en de lodge gaan verkennen. De douche-gebouwtjes zagen er netjes uit en we zijn even door de bar gelopen om te kijken. De lodge lag prachtig in een hoekje van het meer aan het water met een strandje ervoor, erg mooi. Toen we klaar waren met rondkijken hebben we onze stoelen onder de vijgenboom bij de veldkeuken geïnstalleerd en een kopje thee genomen. Het was bloedheet en er was overdag voor de tenten weinig schaduw, maar bij de veldkeuken dankzij de vijgenboom dus wel, plus de “tunnel” waar de vijgenboom in stond stond precies goed op de wind, dus er woei een lekker windje vanuit het water, waardoor het best uit te houden was. En de ligging van ons kamp was ook erg mooi, aan de voet van een granieten koppie die tot aan het water reikte met mooie afgesleten schuine granieten steenvlakken die het spiegelgladde water in verdwenen.

Er stond een Zambiaanse huurauto op het strand die zichzelf daar net aan het installeren was, en zowel Hans als ik zeiden dat het waarschijnlijk Nederlanders waren, en dat bleek te kloppen! Ze baalde al dat de campsite zo vol was, en waren naar het strand gestuurd omdat de campsite voor ons gereserveerd was – tja het is een piepkleine plek en er staan nu 8 plus 2 auto’s, dus dan is het in een klap erg vol ja! Voor hun is hun nieuwe plek op het strand waarschijnlijk veel beter, daar staan ze tenminste rustig en bij ons natuurlijk niet!


Hans, die eerder op de middag zo’n slaap had tijdens het rijden, had nu de kans om een klein dutje te doen in de schaduw.

Er liepen apen af en toe door het kamp, of zaten in de bomen met elkaar te kletsen. Er zaten wat watervogels op de stenen in het water en toen de zon laag hing en onder begon te gaan tegen het einde van de dag was haast iedere foto die je nam mooi! Het kampvuur op het strand van roze granietzand, de rond afgesleten granieten wanden ernaast, de koppie in de achtergrond achter ons, de gouden en later rode zon die boven het water onder ging, het eilandje in de verte en wat vissers in hun houten mokoro’s ervoor… Prachtig! We zijn op de koppie geklommen om de zonsondergang te bekijken en hoorde vanuit het dorp muziek klinken.

Rond 18 uur hebben Hans en ik onszelf weer bij de vijgenboom geïnstalleerd, en opeens begonnen er allemaal vleermuizen in en uit de vijgenboom te vliegen, constant vlak over ons hoofd, met hele hoog piep geluidjes. Na een kwartier stopte het heen en weer gevlieg weer, en werd het weer rustig boven ons. Om 19 uur was iedereen er en vertelde Paul over de opties voor morgen, zoals een boottochtje waarmee je de vele soorten cyclid-vissen die in het meer leefde kon gaan bekijken. Zo’n boottochtje zou 80 dollar moeten kosten, en wij zeiden tegen Paul dat we dat op zich wel wilde doen, maar er niet meer voor over hadden dan 50 dollar. Hij legde uit dat de prijs vaak wel redelijk flexibel was en zou voor ons informeren of 50 dollar ook een optie was.

Voor het avondeten om 19:45 hadden we een heus feestmaal: gebakken steak met gepofte aardappelen, groenten, een lekkere romige paddenstoelensaus die zelfs ik goed te doen vond, en toe ijs met vers gemaakte chocoladesaus (gesmolten marsen in room, eenvoudig en lekker!). Overal klonk hmm-hmm-hmm-hmm tijdens het eten, zo lekker was het. Hans en ik moesten lachen, we klonken allemaal net als een groepje hippo's. We hebben het heus niet slecht hier in de bush ;-).

Om 21 uur gingen Hans en ik naar bed, en nadat we naar de wc en zo waren geweest hebben we onszelf om 21:20 geïnstalleerd in onze tent – we hebben de flappen dicht gedaan aan de voorkant en aan de lichtkant zodat we weinig last zouden hebben van de schelle bewakingslampen. In het dorp hoorde je honden blaffen, en ik heb nog een tijdje zitten typen, maar kon mijn ogen niet openhouden, dus ben om 22 uur gaan slapen: Hans sliep al, die was erg moe vandaag!

free counters