AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We zijn om 6:10 opgestaan en Hans en ik vertrokken vanochtend individueel rond 7:30 naar het nabijgelegen tankstation, een klein half uurtje rijden, om te tanken. De afspraak was dat we elkaar als groep pas bij het tankstation zouden ontmoeten, zodat we daarna als konvooi konden vertrekken en niet nog veel tijd kwijt zouden zijn met het onderweg nog de auto’s goed vol te gooien. Wij zegenen de dubbele dieseltank met zijn 160 liter, wij hoeven maar om de 1300-1500 km te tanken. Maar wij hebben voor de zekerheid vandaag ook alles volgetankt, dan weten we zeker dat we naar Katima kunnen komen over een paar dagen. Een auto van de groep zat volgens mij niet goed op te letten en reed het tankstation waar iedereen zich geleidelijk aan aan het verzamelen was straal voorbij naar het volgende tankstation op de route. Oeps!

Om 8:15 kwam Paul ook aan bij ons tankstation, en toen iedereen klaar was zijn we als konvooi vertrokken, onderweg de auto die doorgereden was ook oppikkend.


We zijn dwars door Lusaka gereden, rond 8:30 dus vol in spitsuur. Wat een ervaring, pffff! Een grote drukke chaos, weliswaar erg gemoedelijk want je hoorde nauwelijks een toeter, maar DRUK! Ongelofelijk. Hans had zichzelf gefixeerd op de bumper van zijn voorganger en dan nog wisten er allerlei auto’s en busjes tussen te dringen! Ze proppen er gewoon tussen en als je zelf niet doordouwt zitten er binnen een mum van tijd 10 vreemde auto’s tussen jou en je voorganger. Dat gebeurde dus ook regelmatig in de konvooi, hoewel Hans nooit meer dan 1-2 tussen hem en zijn voorganger kreeg, zo verbeten als hij aan diens bumper bleef kleven! Onderweg werd er opeens wel getoeterd; een bakkie vol politie met Kalasjnikovs in de handen kwam al toeterend tussendoor rijden, en iedereen moest duidelijk maar opzij. Dat deed je ook wel, want de mannen hadden heuse boevenkoppen, daar wilde je geen ruzie mee.

Ondertussen lopen er verkopers tussen de auto’s door in het midden van de weg, staan er overal stalletjes hun waren te verkopen, lopen er koeriers met volgeladen “opgevoerde” kruiwagens (kruiwagens waar heel professioneel nog een heel rek van staven betonijzer aan gelast is om extra veel vracht te vervoeren), en rijden er kriskras taxibusjes (van die minibusjes) het verkeer in en uit met zeker 20 passagiers en hun boodschappen, die totaal zonder waarschuwing voor je kunnen stoppen of weer invoegen. Chaos! Het lukte iedereen om hier doorheen te komen, maar over de eerste 30 km van de dag deden we dus een uur!

Om 9:15 waren we de stad uit, en Hans was gewoon stijf van het constant de koppeling indrukken. Taxibusjes schoten continu voor ons willekeurig de weg op en af, je moest dus zo gigantisch concentreren als chauffeur, ongelofelijk. Eenmaal de stad uit veranderde de 4-baans weg in een 2-baans weg; gewoon zo, abrupt, zonder waarschuwing hield het asfalt op. Tja zo kan het ook inderdaad… En er was ook bijna continu een "afstapje" van de asfaltweg naar de berm van zo’n 15-25 cm hoog, met geen enkele overgang in hoogte. Als je dus met een wiel van het asfalt afreed had je waarschijnlijk gelijk een groot probleem. We moesten ook regelmatig over drempels rijden en door roadblocks, die meestal gelukkig niet zo veel voorstelde.

Om 10 uur voelde Hans en ik ons een beetje flauw en namen lekker een mini-reepje; wat een heerlijke traktatie en we namen ons heilig voor om nooit meer chocola te vergeten op een reis – we hadden namelijk min of meer bewust geen chocolade meegenomen op deze reis, maar Hans had de ochtend van vertrek toch nog 2 zakjes van deze mini-reepjes gekocht, en wat waren we daar nu dankbaar om!


We hadden onderweg nog een plaspauze in de bosjes langs de weg – de vrouwen moeten vaak best wel een eindje de bush inlopen om een rustig plekje uit het zicht te vinden, en sommige vrouwen doen daarom gewoon maar beide deuren open aan de bermkant en plassen dan vanaf de treeplank. Op gegeven moment reden we door een splinternieuw Tol-controle, die gelukkig nog niet open was. We kennen nog wel een stukje weg in de buurt van Katima Mulilo dat ze mogen gaan opknappen voor ze het lef hebben om Tol te gaan vragen!

Om 11 uur stopte we bij een tankstation voor de laatste boodschappen mochten mensen daar behoefte aan hebben, en wij mochten er geen foto’s maken; bizar! Na een half uurtje was iedereen daar klaar en reden we weer verder richting ons doel, Kafue Nationaal Park.

Rond 12 uur waren we in het grijze gebied rondom Kafue Nationaal Park – al wel onderdeel van het park, maar nog niet echt natuurreservaat. Hier wonen nog mensen, en mag er gejaagd worden en zijn er dus weinig dieren want die trekken naar het veiligere gedeelte of worden gestroopt. Heel Kafue is wel zo’n 22000 vierkante kilometer groot, een gigantisch park dus.

Wij hebben om 12:30 50 kilometer buiten de Main Gate langs de weg geluncht, en na een half uurtje reden we naar de poort om het echte parkgedeelte in te rijden. Eerst moesten we echter nog over een noodbrug rijden, wat we voor de zekerheid maar een voor een gedaan hebben. Je weet het nooit tenslotte!

Om 14 uur waren we dan bij de hoofdpoort. De poortwachter was alleen een ommetje gaan lopen, dus Paul regelde dat wij al wel door konden het park in terwijl hij wachtte en alvast de administratie deed die hij kon doen. In de tussentijd, terwijl we wachtte op toestemming om alvast het park in te gaan, deed Hans even gauw een hazenslaapje want hij worstelde al 2 uur lang met slaap. Al gauw konden we inderdaad ieder voor zich het park in.

Sanana was er ook inmiddels bij in zijn bakkie, samen met Thabiso, en zij reden voor ons het park in om alvast het kamp te gaan opzetten. Hans en ik reden erachter en opeens stopte Sanana: er liepen olifanten op de weg ver voor ons. En we waren gewaarschuwd, zo relaxed als de olifanten in Luangwa geweest waren, zo bang zijn ze hier, want onze gids had verteld dat er actief gestroopt wordt. Dus Sanana (en wij) stopte ver van tevoren om ze alle ruimte te geven! Het was een familiegroep van wel zeker 25-30 volwassenen en kleintjes, en ze staken de weg over. Altijd mooi zoiets!

Toen reden Hans en ik richting een verlaten accommodatie, op zoek naar een rondje, de Chengu Loop, die we daar langs de rivier zouden moeten kunnen rijden; de paden waren echter overgroeid of onduidelijk, en we eindigde opeens in een of ander parkwachters tentenkamp waar een geamuseerde inwoner (“jullie zijn verdwaald zeker? Dat gebeurt wel vaker ja”) ons weer terugstuurde naar de verlaten accommodatie om van daaruit de weg weer op te pikken.

De Roan Loop, die we daarna probeerde, was volledig onvindbaar, dichtgegroeid, en weer een ander rondje, de Shimsham Loop, ging helemaal niet langs het water zoals beloofd maar gewoon door de bush. En het stikte hier van de tsetse vliegen, als je er eentje het raam uit kreeg kwamen er 3 binnen, ze zijn ook bijzonder taai en niet zomaar te pletten, gekmakende rotte steekvliegen en ze moesten Hans nauwelijks hebben, alleen mij! Ik snap best dat hele delen van Afrika lange tijd met rust gelaten zijn door jagers en avonturiers puur vanwege die vlieg.

Grrrrr dus we waren het wel een beetje zat: het was al bijna 16 uur inmiddels, Hans was doodmoe en we besloten dus maar rustig aan over de hoofdwegen te rijden richting het kamp.

Op nog geen 15 km van het kamp, op de hoofdweg, zag ik opeens oren in de berm. En een van de auto’s uit onze groep stond scheef op de weg, en luie hondensnuiten bewogen af en toe even boven het gras uit. Wauw, wilde honden! Een familiegroep lag in het lange goudkleurige gras, we telde er zeker 9, nee 10, wacht ik zie er nog een… 12 honden totaal, 6 volwassenen en 6 pups, wauw! We hebben er een hele tijd gestaan, genietend van deze prachtige beesten, de andere auto heeft er ook een hele tijd gestaan, en opeens werden de volwassenen rusteloos en vertrokken er rond 16:30 een aantal achter ons langs de bush in. Toen vertrok de andere auto, maar wij bleven staan.

De jongeren, goed doorvoerde pups, stonden ook op maar bleven een beetje hangen, wachtend op de volwassenen maar duidelijk zin hebbend om te gaan verkennen, en liepen de weg op achter ons. We waren dus praktisch aan drie kanten omringd! Hans heeft vlakbij zich zo’n twee pups gehad, en drie pups kwamen zelfs achter om de bakkie naar mijn kant toe, waarbij eentje zo nieuwsgierig op mij afkwam dat ik vroeg of Hans contact wilde maken (de motor stond uit) zodat ik mijn raam dicht kon doen mocht ie te dichtbij komen! Moest Hans heel erg om lachen, maar hij kwam zo nieuwsgierig en bewust van mijn aanwezigheid op mij af, dat ik het wel prettig vond om de optie te hebben… Maar ongelofelijk wat een waanzinnig geluk!

We zijn met tegenzin rond 16:45 weggegaan – de ouders waren gaan jagen en dat zou best nog heel de nacht kunnen duren – en reden iets voorbij de afslag naar het kamp naar een afsteggertje richting de stroomversnellingen in de rivier. Erg mooi met de granieten ronde boulders in het water, maar ook een uitstekende plek voor nijlpaarden om van en naar het water te gaan, het was inmiddels al 17:15 en zo eind van de dag alleen met z’n tweetjes niet echt dus een plek om veel rond te neuzen en rond te hangen!

We reden dus op ons gemak naar het kamp, een mooi aangelegde campsite waar we rond 17:30 aankwamen, en eerst op de oprit er naartoe de auto moesten ontsmetten van tsetse vliegen: er stond een fles DOOM (zeer effectief Zuid-Afrikaanse insecticide met als motto “kills all insects dead”) met het verzoek de auto in te spuiten. Dat deed ik met liefde en plezier: de tsetse vliegen rondom de auto vielen dood uit de lucht (en ikzelf ook bijna, pffff)!

Eenmaal geïnstalleerd zijn Hans en ik gelijk gaan douchen: die waren heel leuk aangelegd, twee douches in een soort organische yin-yang vorm in elkaar verweven, van geel geverfd cement en met mooie grillige stukken gepolijst wrakhout erin verwerkt als kapstokhaak, plankjes en steunen. Het dak was van canvas, en de kranen waren in het cement verwerkt. Alleen, er was geen douchekop – tot je het water aanzette en er over een richeltje boven je een watervalletje begon te stromen! Erg leuk ontworpen.

Om 18:30 gingen we lekker opgefrist bij het kampvuur zitten, en hoorde nijlpaarden in het water onder ons knorren (het kamp lag aan een oever van de rivier). Rond 19 uur kwam de rest van de groep ook bij het kampvuur zitten, en om 19:45 deed Sanana steaks braaien boven de kooltjes. We kregen weer een heerlijke maaltijd, van steak gebakken zoals je hem wilde, pompoenen gevuld met kaas en mais, romige paddenstoelensaus, ERG lekkere knoflookaardappeltjes, en potjiebrood. Iedereen zat echt hoorbaar te genieten en we leken zelf ook weer een groepje tevreden knorrende nijlpaarden. De nijlpaarden in de rivier zullen wel gedacht hebben!

We zijn om 20:45 naar onze tent gegaan, want Hans was doodop en ik was ook behoorlijk moe, en hij heeft nog tot een uur of 21:30 liggen lezen in zijn ereader voor hij ging slapen. Ik heb ondertussen een beetje op mijn mobiel gefröbeld. Toen we al een tijdje in bed lagen en het kamp rustig geworden was omdat iedereen naar bed was, hoorde we een typisch, haast blaffend geluid buiten. We konden het dier dat dat geluid maakte niet plaatsen, en waren benieuwd wat Paul en Peter er morgen van zouden zeggen.

free counters