AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

Het blaffend geluid van gisteravond bleek volgens Peter een luipaard te zijn geweest, hij had het ook gehoord. Daarnaast hebben we natuurlijk ook nog allerlei andere geluiden gehoord vannacht, waaronder het gebrom en geknor van de nijlpaarden in de rivier onder ons!


We zijn om 5:45 opgestaan en waren om 6 uur klaar, en hebben even een kopje thee en een stuk rusk gepakt bij het kampvuur. Om 6:30 gingen we namelijk een boottochtje doen over de rivier met de eigenaar van de campsite en nabijgelegen lodge (2 huisjes). Dat werd een erg leuk boottochtje, want wat een mooi landschap! De eigenaar vertelde dat hij ooit verliefd is geworden op een satellietfoto van dit terrein, en hier 3,5 jaar geleden een concessie op heeft kunnen krijgen voor 2 keer 7 jaar om er een lodge te runnen. Hij en zijn vrouw hebben in die tijd duidelijk keihard gewerkt om er iets moois van te maken, en dat is ze gelukt ook; de camping waar wij zitten is mooi aangelegd, en de glimp die we opvingen tijdens het boottochtje van het hoofdgebouwtje waar ze een restaurant, zitruimte en keuken in hebben en twee bungalows voor gasten, plus hun eigen huis, is ook heel bijzonder. Hij vertelde dat die complete lodge uit elkaar te halen is en ergens anders weer opgezet kan worden.

Het was een hele mooie boottocht: de rivier lag vol eilandjes met grote bomen met grillige wortels, en overal lagen de mooiste granieten boulders omdat het nu het droge seizoen is en het water zo laag is dat ze bloot komen te liggen. Erg mooi! Overal zaten er nijlpaarden in het water; vaak maar even neus en ogen zichtbaar voor ze onder water verdwenen als we er aankwamen.

Ik denk dat we in 2,5 uur tijd zeker 40-50 nijlpaarden gezien hebben, geen idee hoeveel er nog onzichtbaar in het water zaten maar ik hoef hier niet in de diepere poelen te stappen! De eigenaar zei lachend dat hij tot nu toe geluk had gehad en nog nooit een slechte ervaring met een nijlpaard had gehad, maar dat hij ook altijd langzaam langs ze voer als hij ze zag – en dat hij wist waar hun favoriete plekjes waren als hij ze niet zag. Zo zaten een aantal mannetjes graag in de stroomversnellingen zelf; schijnbaar theoretisch geen plek voor een nijlpaard maar deze vonden het daar heerlijk, volgens hem was het een soort jacuzzi voor ze.

Ook waren er wat krokodillen, waaronder een heel kleintje die tussen de luchtwortels en lage takken in het water bleef, en heel veel vogels. Het water zakt nog een maand of wat voor het regenseizoen weer begint, en we schraapte af en toe al de bodem en raakte zelfs een paar keer vast tussen de boulders. Dan stapte de eigenaar vrolijk in het water om het bootje los te duwen.

Rond 9 uur waren we terug bij ons kamp. Een erg mooie boottocht over een prachtig stukje rivier! We waren in twee bootjes gegaan en de ene was al eerder teruggekomen, had al ontbeten en was zelfs al weer op pad in het nationaal park. Wij moesten nog ontbijten en kregen een lekker gevuld omeletje met gehakt, kaas en tomaat op toast en wat je er verder nog op wilde van Sanana. Als we wilde konden we er nog wel eentje krijgen, en de eigenaar prikte ondertussen ook een bordje mee.

Al kletsend kwam Phil ter sprake bij Paul, en vertelde het vogelaar-echtpaar en wij over de kookkunsten van Harry, en het feit dat wij alleen margarine kregen, en we grapte dat hij in de leer moest bij Sanana. Paul was stomverbaasd – margarine, dat kon echt niet! We hebben er nog wat grapjes over gemaakt wat we wilde niet dat het te zwaar ging worden, het was ook helemaal niet bedoeld als klacht maar gewoon als luchtige opmerkingen. De vrouw van het vogelaar-echtpaar was echter blij dat het ter sprake was gebracht en knipoogde naar ons zo van, het is gelukt.


Hans ging tijdens het eten op een bankje zitten, en viel daarmee bijna op de grond: hij was niet precies in het midden van de boomstam die het zitvlak vormde gaan zitten, en omdat die niet bevestigd was aan de poot, kreeg je een wip-effect en vloog de ene kant omhoog en de andere kant omlaag! Hans had verder niets, maar zijn omelet lag in het zand, zonde! Gelukkig was Sanana nog aan het bakken en was een nieuw omeletje zo in elkaar gezet.


De lodge eigenaar vertelde, wat hij al in de boot verteld had, dat zijn lodge pas 3,5 jaar oud was. Hij had de concession ook voor 7 in plaats van de gebruikelijke 5 jaar kunnen krijgen door flink te onderhandelen, en had garantie gekregen op een tweede termijn van 7 jaar. Ze waren hier dolgelukkig en genoten van het landschap, wel hadden ze veel gedoe met hun buren die op hun terrein kwamen, bijvoorbeeld om te jagen – soms zelfs gidsen met klanten! Hij vertelde dat hij om de haverklap naar de rechter ging over dit soort zaken, en meestal wel de meeste zaken won. Verbaasd ons niet heel erg, het leek ons namelijk een echte doordouwer die zich vreselijk vastbijt in zaken – en we denken dat je ook wel zo moet zijn om zoiets als dit hier op te kunnen zetten en te kunnen blijven runnen. Het zou in ieder geval niets voor ons zijn, dat weten we wel! Hij vertelde dat hij op papier 5 hectare grond bezat, maar in werkelijkheid 12 hectare had, want oevers tellen niet meer mee, en die waren hier extra breed. En zij hadden als allereerste actie de campsite opgezet, en zijn daarna pas begonnen aan het bouwen van de lodge, waardoor ze binnen een jaar de kosten eruit hadden, vertelde hij trots. Indrukwekkend hoor, petje af! Want hij is letterlijk in een stuk wildernis begonnen te ondernemen, en lijkt er iets moois van gemaakt te hebben dat ook nog eens goed loopt.


Rond 9:45 zaten Hans en ik weer in de auto. Geen konvooi vandaag, maar individueel rijden door het park naar een andere campsite waar de lunch zou zijn. We gingen kort na vertek uit het kamp de Sable Loop rijden, maar zijn na een paar kilometer toch maar omgedraaid; het was zwaar rijden voor Hans, in de dichte bosjes van de loop konden we nauwelijks dieren zien, en we zaten een beetje met de timing, want we hadden op zich best een eind te rijden. Dus we keerde om en gingen terug naar de hoofdweg om via die op ons gemak verder te rijden.

Het was namelijk totaal een ritje van zo’n 125 km tot onze lunchplek, waarbij we tijdens de middelste 100 km van die rit eigenlijk geen dieren en zelfs amper vogels gezien hebben; simpelweg omdat het park te groot is en slecht gemanaged wordt, en er dus geen controle is in dit “lege” gedeelte tussen de gebieden waar accommodaties zijn. En daar wordt dus actief gestroopt. Bizar en behoorlijk triest. Maar het slechte onderhoud had qua landschap ook gek genoeg een positieve kant, want juist daarom is dit hele park een prachtig stukje wilde natuur. De “hoofdweg” was een recht, smal spoor van rood zand, één auto breed, waar de planten en zelfs beginnende termietenheuvels in het midden opkwamen, zo weinig werd er gereden, en je niet kon rijden zonder de planten aan weerszijden te raken. Gelukkig zijn dat soort “bush-krassen” gedekt door de autoverhuurder!

Er had vannacht duidelijk een bosbrand gewoed in dit gedeelte (die zijn bijna allemaal aangestoken door mensen en/of uit controle geraakt), de vlammen hadden namelijk in de nacht tot aan de weg en zelfs in het midden van de weg gebrand, en nu waren er nog delen op maar een paar meter van de weg af aan het branden, je voelde de hitte. Dit zijn meestal snelle brandjes, die alleen grassen en bladeren en kleine struiken verbranden en de bomen intact laten – als ze tenminste niet uit controle raken – bedoeld om het land weer een groeispurt te geven. Er zijn zelfs bomen en planten die pas gaan bloeien na een bosbrand. Maar de lokale mensen doen het te vaak, meerdere keren per jaar in plaats van om de paar jaar (dat is ongeveer zo vaak als brand natuurlijk ontstaat, door bliksem), en dan pleeg je roofbouw op het land.

De zuidkant van dit mooie park lag tot onze verrassing maar zo’n 75 km van Livingstone vandaan, maar volgens Paul was de weg die die kant van het park verbond met Livingstone echt een hele slechte weg. Als ze dus onderhoud zouden plegen en die weg opknappen, rechttrekken en asfalteren zou dat waarschijnlijk een goudmijntje zijn qua toerisme! Uiteraard was dit mooie gebied ook helaas tsetse vliegen gebied, die krengen vliegen zelfs met de auto mee of blijven erop zitten – pas als je boven de 50 km/uur rijdt kunnen ze je niet meer bijhouden! En om de één of andere reden moeten ze altijd mij hebben en laten ze Hans redelijk met rust. Je krijgt ze ook moeilijk doodgeslagen, ze krabbelen iedere keer weer overeind na een tijdje of ze moeten echt platgeslagen zijn.

We hebben, ondanks dat er geen dieren waren, toch best genoten van het prachtig verwilderd landschap onderweg, afgewisseld met velden van goudgeel riet. De begroeiing was soms heel wijds, en soms tot aan de weg (of dus zelfs in de weg). Op bepaalde delen reden we op wasbord, en dan is de truc om de perfecte snelheid te vinden waarbij je de bobbels niet meer voelt. Dat wisselt afhankelijk van de grote van het wasbord-patroon, maar hier was het zo’n 55-60 kilometer per uur. Prima, want dat konden de tsetse vliegen ook niet bijhouden en er was, los van het mooie landschap, hier verder toch geen wild te spotten.

Zo’n 20-25 kilometer voor we bij de lunchplek aankwamen zagen we weer meer dieren, zo zagen we kudu en impala, en op de weg lagen redelijk verse olifantenkeutels. Tijd om weer langzamer te gaan rijden, ook omdat er hier een mooi stuwmeer ontstaan was vanwege een dam vlakbij en daar veel hertachtigen en vogels in het moerasachtige landschap rondstruinde. We reden op gegeven moment langs een paar kringgat-bokken en die bleven heel rustig zitten langs de weg zodat we ze goed konden bekijken.

Rond 12:50 kwamen we aan op de kleine campsite waar we zouden lunchen, Hippo Bay Campsite. Hans en ik waren duidelijk redelijk vroeg, want Sanana en Thabiso waren nog maar net aangekomen en nog bezig om de lunchtafel op te zetten. Maar na ons kwam al gauw de rest van de groep er ook aan. We kregen broodjes koude boerewors die Sanana nog even gauw gebakken had vanochtend, en ons lunchplekje keek uit op het stuwmeer, en de hertachtigen en watervogels die er rondliepen. Mooi!

Paul bood de mogelijkheid aan diegenen die gps en kaarten hadden van dit gebied (Tracks4Africa kaarten), om zelfstandig naar ons overnachtingskamp te rijden, een andere campsite, nog altijd in het Kafue Nationaal Park. De rest en diegene die zich daar niet comfortabel bij voelde konden met hem meerijden. Hans en ik besloten om zelfstandig te gaan rijden, we konden de campsite namelijk vinden in onze garmin en dan zouden we er wel kunnen komen. Plus het is voor Hans weleens prettig om niet in konvooi te rijden maar zijn eigen tempo en route te kunnen kiezen. Wij tweetjes vertrokken dus rond 13:50 al om op ons gemak in de richting van ons kamp te gaan rijden, totaal nog zo’n 55 kilometer.

Die 55 kilometer bestond al gauw uit vele verschillende kronkelende en elkaar kruisende zandweggetjes – goed te doen als je gps hebt om je te leiden, erg lastig als je dat dus niet hebt! Gelukkig hadden wij gewoon de campsite erin staan en zelfs als een weg niet meer bleek te bestaan of zo overgroeid was dat we het niet aandurfde, konden we gewoon een andere weg inslaan en dan paste de route zich automatisch aan. Ideaal, want de wegen spoelen hier ieder nat seizoen weg en verplaatsen dus regelmatig.

De rit was erg mooi, door bossen en velden en over redelijk goede harde tot diepe zachte zandwegen. Niet Hans zijn favoriet, dat laatste, maar hij heeft inmiddels wel wat ervaring in hoe hij erop moet tijden. We reden door Ngoma, een klein dorpje in het park dat zo te zien bestemd was voor rangers en hun families. En we hebben twee keer om moeten draaien en een andere route moeten zoeken omdat de weg die we reden leek te stoppen. We hebben een lange rit gemaakt door diep zand in een bos, best mooi maar vermoeiend rijden voor Hans.

Af en toe zagen we sporen van dieren, en af en toe hoorde we onze radio tot leven komen en de rest van de groep krakend op de radio – ze waren dus af en toe hemelsbreed best dichtbij ons. Er waren onderweg hier en daar wat dieren, we waren best tevreden over wat we zagen onderweg, maar de laatste 10-15 km voor onze campsite was echt heel mooi qua dieren: grote kuddes van allerlei soorten hertachtigen, waaronder een paar die we nog nooit gezien hadden, zebra’s, wrattenzwijntjes, allerlei watervogels, een mooie kraanvogel, zelfs een paar groundhornbills, en bavianen. Leuk! Inmiddels reden er 3 auto’s achter ons.

Helemaal tevreden met alle dieren en de mooie rit kwamen we rond 16:10 aan op de campsite – nadat we eerst per ongeluk het terrein van de kleine lodge ernaast opgereden waren, want een en ander was niet duidelijk aangegeven. Maar we vonden waar we moesten zijn en ons kamp lag midden in een klein bosje met uitzicht op een drinkplaats in het hoge gras. Sanana gaf Hans toen we aankwamen een knipoog en wees ons de ene kant uit. De snurker zat in een van de auto’s achter ons en de betekenis van de knipoog werd duidelijk toen Sanana de snurker zo ver mogelijk van onze tent vandaan dirigeerde.

We hebben onze tent ingericht en zijn toen even naar de drinkplaats vlakbij gaan kijken. Er waren (nog) geen dieren te zien, wel lagen er olifantenkeutels op de rand van ons kamp die een paar dagen oud waren.

Hans had geen limonade meer maar nog wel een flesje citroensap – samen met wat suiker uit de veldkeuken maakte hij daar dus nog lekker wat limonade van. Rond 16:45 hebben we onszelf bij het kampvuur geïnstalleerd, lekker warm met een kopje hete thee. Het was drukkend warm vanmiddag en dan gaan we lekker theedrinken bij het kampvuur alsof het niet al warm genoeg was…

Vlakbij waar de mannen de veldkeuken hadden ingericht hingen bordjes om ALSJEBLIEFT niet de honey badgers (honingdassen) te voeren! Oeps, slik… Een honingdas is een grote agressieve dassensoort, zo los in zijn vel dat oppervlakkige beten hem niets doen en hij zich letterlijk in zijn vel kan omdraaien, die van niemand bang is en gelooft dat de aanval de beste verdediging is, dus dat ook enthousiast doet, liefst gericht op de weke delen van mannelijke dieren en dus ook mensen-mannen. Alle gidsen hebben er heilig ontzag voor omdat ze er of zelf weleens tijdens een plaspauze oog in oog mee gestaan hebben, of iemand kennen die er een ervaring mee heeft gehad. Zelfs grote katachtigen zullen voorzichtig zijn met honing dassen!

Rond 17 uur kwam Paul het kamp ingereden, en 10 minuten later de rest van de groep die achter Auntie vast hadden gezeten omdat ze sowieso al langzaam rijdt en nu in zo’n nationaal park ook nog eens aan het vogelen is, want ze is een vogelaarster! Een ranger die langsliep vertelde dat er nog geen 3 dagen geleden een stel leeuwen in ons kamp hadden rondgelopen, oeps!

Rond zonsondergang begon het gelukkig eindelijk af te koelen en uiteindelijk werd het zelfs een beetje kil. Er werd in de vroege avond een beetje rond geïnformeerd door die en gene wat men als fooi wilde geven; schijnbaar vonden de meeste mensen bedragen tussen 100-200 rand acceptabel – klinkt zo laag in onze oren! Een van de echtparen gaat morgenochtend de groep al verlaten, want die gaan door naar Zimbabwe.

Een deel van het dagelijkse praatje vlak voor het eten ging vanavond over honey badgers – pas er alsjeblieft voor op en onderschat ze niet, was Paul zijn boodschap! Evan vertelde dat een honey badger ooit ‘s nachts de keukentent opengeritst had, een van de zwarte kampeerboxen geopend had, en een 2 kilo zak suiker opgegeten. Oef…

Schijnbaar werd de lokale bevolking die in het gebied van het nationaal park woonde weggestuurd toen het park gevormd werd, dus hebben ze weten te bedingen dat ze ieder jaar in april mogen vissen want dat is hun traditionele cultuur enzovoorts. En dan zorgen ze er ook voor dat ze in die maand alles leegroven! Schijnbaar, vertelde Paul, is Mana Pools in Zimbabwe veel beter geworden dan toen wij het in 2011 bezochten, en is er veel minder stroperij. Gelukkig maar.


Om 20 uur kregen we eten, een lekkere kip stir-fry met potjiebrood en als toetje een heuse citroen cheesecake. Verwennerij!

We zijn om 21 uur naar onze tent gegaan, en Hans lag al rond 21:30 te slapen. Ik was nog om 22 uur aan het blog aan het typen en overwegen of ik nog een keer moest gaan plassen (slaapzak uit, aankleden, tent uit en naar wc lopen pfffff gedoe…) toen ik buiten iets redelijk groots, laag-bij-de-gronds, vlak langs onze tent hoorde trippelen, haast joggen, en ritselen in de dode bladeren. Klonk precies zoals ik me voorstel dat een honingdas zou klinken, dus ik besloot maar lekker vannacht in de tent te blijven en qua toiletbezoek tot morgenochtend te wachten, en ben om 22:30 gaan slapen!

free counters