AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We zijn vanochtend om 6:20 opgestaan, en 10 minuten later vertrok het echtpaar dat naar Zimbabwe ging. Tijdens het ontbijt bij het kampvuur werden tips uitgewisseld om tsetse vliegen te doden, iedereen heeft er namelijk een gruwelijke hekel aan! Een echtpaar die gisteravond om 22 uur als laatste nog op waren geweest vertelde dat er inderdaad MEERDERE honing dassen rondgescharreld hadden in het kamp gisteravond! Wow. Dat moet spectaculair en een beetje eng zijn geweest om die enge types in het donker te horen en zien rondscharrelen…

Hans en ik vertrokken vanochtend om 7:15 naar de gate, waar iedereen op elkaar zouden wachten tot iedereen en Paul er waren. Het was een mooie rit van zo’n 2 uur maar er waren bijna geen dieren onderweg, los van een paar grote bavianenfamilies en een paar hertachtigen hier en daar.

Het landschap was echter weer heel mooi: we reden door allerlei bossen en omdat het nu lente is (niet zoals wij dat kennen natuurlijk, hier bij 37 graden is lente meer het einde van de droge periode) staan veel bomen in bloei. En omdat er veel bomen eerst lijken te bloeien en dan pas hun blad ontwikkelen, heb je dus bomen die helemaal wit, geel, of zelfs paars zijn in het geval van de jacaranda bomen. Daartussen grillige knoestige bomen die nog helemaal dor en dood lijken, de karakteristieke dikke, haast vette stammen van bladerloze baobabbomen, bomen die helemaal rood zijn omdat het dode blad er nog aan hangt, en bomen die al helemaal groen en fris nieuw blad hebben. Die laatste bomen wachten niet tot de regen komt maar nemen daar een soort voorschot op met hun laatste reserves zodat ze volop kunnen profiteren van de regen als het zover is. Af en toe groeit een indrukwekkend kronkelende wurgvijg om een andere boom heen gewikkeld, hem langzaam fijnknijpend. Je zou alleen al voor de bomen door zo’n park kunnen rijden!

We hebben samen met het vogelaar-echtpaar die ook rond dezelfde tijd vertrokken waren vastgezeten achter een heel langzaam rijdende game-drive auto met een passagier erin. De man van het echtpaar had juist gisteren nog lopen jubelen hoe fijn het was om door een park te kunnen rijden zonder game-drive auto’s! Daar werd hij nou dus voor gestraft… Langs de weg stonden kleine schoorsteenpijpjes; ventilatietorens van ondergrondse termietennesten, een grappig gezicht! Hans en ik hebben lekker met z’n tweetjes in de auto zitten kletsen over reisjes en onze reishobby (zo willen we thuis “Delville Day” op zoeken, waar iemand het over had op gegeven moment, een Zuid-Afrikaanse herdenkingsdag voor de Eerste Wereldoorlog), terwijl we genoten van het landschap.

Rond 9 uur waren we bij de gate samen met nog een of twee auto’s, en geleidelijk druppelde de rest ook binnen. Na een half uurtje wachten kwam Paul ook aangereden, die gelijk onze uittocht uit het park regelde in het kantoortje, en om 9:40 konden we dan uiteindelijk vertrekken.

We moesten nu nog zo’n 75 kilometer rijden op een vreselijk slechte zandweg met grote voren en gaten erin, en hebben daar zo’n 2 uur over gedaan. De weg was zo slecht en grillig dat Hans de remlichten van zijn voorganger strak in de gaten hield om in te schatten wat hem zelf te wachten stond. Dat werkte best goed! Later gaf Paul een algemene tip om op asfaltwegen naar de remsporen te kijken om je alvast te waarschuwen voor potentiele potholes – dat was een handige tip voor de terugweg naar Katima Mulilo straks!

Onderweg reden we over een betonnen brug, met in de rivierbedding eronder een neergestorte truck. Slik. Iedereen die langs reed moest toch wel even hiernaar kijken, het was zo te zien nog niet eens zo lang geleden gebeurd. Als we langs Zambianen aan de kant van de weg reden werd over het algemeen enthousiast en vriendelijk gezwaaid als wij zwaaide naar ze.

Rond 11:45 kwamen we aan in Kalomo, een klein stadje aan de teerweg. Hier is er even een benenstrekpauze gehouden en had men de gelegenheid om te tanken als dat nodig was. Terwijl we er stonden kwamen jongens zakjes pinda’s verkopen aan de groep en een vermoedelijk verwarde man kwam op gegeven moment een heel verhaal tegen ons houden, deels in Engels deels in zijn eigen taal. Niet te volgen, gelukkig was hij verder niet bedreigend en liep hij al gauw nog pratend door. Om 12:20 was iedereen klaar en konden we door richting Livingstone, een rustige rit van nog eens zo’n 2 uur maar dit keer op teer!

Eerst stopte we echter een paar minuutjes buiten Kalomo langs de weg om te lunchen; een lekkere prut van koude gebakken biefstrips met salade en saus, op witbrood. Hmmm, apart, dat is toch vooral het soort prutje dat je op wraps eet?… Ja klopt zei Paul lachend, het hadden eigenlijk wraps moeten zijn maar die zijn door de honing dassen opgegeten! Wij waren gisteren geïnstrueerd om vooral niets eetbaars, zelfs niet verpakt, in de tenten te laten omdat er honing dassen zijn die met een nagel de rits open kunnen krijgen. Maar Sanana en Thabiso hadden gisteravond na het eten de restjes van de kip-roerbak die over waren in een Tupperware doos gedaan als lekkere lunch voor hen tweetjes vandaag, en die bij de rest van de bagage achterop de bakkie van Sanana gelegd onder het losse zeil, met daarbij de hele voorraad wraps.

En later op de nacht waren de honing dassen dus teruggekomen en zijn via de toch wel hoge achtertree van de bakkie, zo’n 50 cm hoog van de grond, achterin geklommen, hebben de Tupperware bak gevonden, open gewipt met hun nagels en wraps en lunch voor de kok opgevreten! Tegen de tijd dat de bemanning wakker werd en uit hun tenten kwamen was dat eten op en de prullenbak overhoopgehaald… Ze hebben goed gegeten denk ik, maar ze mogen blij zijn dat Sanana ze niet te pakken heeft gekregen want dan hadden ze vermoedelijk op het menu gestaan! Vandaar dat hij een beetje brommerig was vanochtend… En dus moesten wij vandaag maar wraps maken van sneetjes witbrood – ook lekker!


Om 13 uur gingen we weer rijden, onderweg genietend van de mooie bomen volledig in bloei. Vooral de paarse jacaranda-bomen zijn erg mooi, maar er zijn ook hele mooie witte en gele bloeiende bomen, heel apart omdat hun bladeren nog niet ontwikkeld zijn. De rit naar Livingstone was verder rustig, maar ook hier zagen we onderweg weer een paar flinke bosbranden, soms zelfs met de vlammen nog tot aan de berm.

We zijn dwars door het relatief rustige Livingstone gereden, en kwamen rond 15 uur aan, terug in ons kamp van de eerste nacht, waar Thabiso nog druk bezig was de tenten op te zetten. Het was vandaag echt gloeiend, drukkend heet, tegen de 40 graden aan, en zodra onze tent ingericht was en de donkey bij de douche brandde zijn Hans en ik gaan douchen. Daarna ben je net zo bezweet, maar gevoelsmatig iets schoner.

Hans en ik hebben vorig jaar allebei precies hetzelfde model “boerenbloes” gekocht hier in Zuidelijk Afrika – degelijke Zuid-Afrikaanse bloezen die ideaal zijn voor in de bush en voor Hans ook ideaal om thuis te dragen. Maar we hebben er een hekel aan om uniseks gekleed te zijn dus hebben de onuitgesproken regel dat we nooit tegelijkertijd die ene bloes dragen. Ik kwam vandaag uit de douche en had die bloes schoon aangetrokken, en zag dat Hans precies hetzelfde had gedaan! Oeps, dus ik heb gauw maar iets anders aangetrokken…

Toen we rond 16:30 naar de veldkeuken en het kampvuur gingen om wat thee te halen en te relaxen was Sanana bezig zijn voorraad te inventariseren en de bakkies samen met Thabiso schoon te schrobben en op te ruimen; de bemanning rijdt morgen in een streep terug naar Zuid-Afrika, dus ze proberen alles vandaag al in orde te hebben.

We hebben een tijdje gekletst met Peter en Paul, en moesten lachen want Peter, die niet van zichzelf een vogelaar is maar in de loop der jaren als gids er toch een beetje mee besmet is geraakt, was altijd overtuigd dat wij een grondige hekel hadden aan vogels omdat wij altijd vroegen naar andere dieren. Tot hij hoorde dat we thuis in de tuin een voedertafel hebben en stiekemweg best wel wat vogelsoorten kunnen benoemen. Nu bestempelt hij ons dus ook als vogelaars!


Rond 18:45 had iedereen zich verzameld rond het kampvuur, en werd het heel gezellig allemaal. Om 19 uur gaf Paul een laatste afsluitend verhaaltje, en hield een man uit de groep een speech om hem en de rest de fooi en onze waardering te kunnen geven. Om 19:30 was het etenstijd, en kregen we nog een laatste feestmaal (we zijn echt verwend geweest door Sanana op deze reis!), lekkere pork chops, zoete aardappelen, groente, salades, en zelfs met een lekkere warme appelkruimel toe, gemaakt in een gietijzeren pot op de gloeiende kooltjes. Heerlijk!

We hebben Evan nog gek gemaakt met onze verhalen over de Zijderoute, onze reis naar Iranen naar Oezbekistan, en hem foto’s laten zien. We hebben hem denk ik flink geïnspireerd deze reis met reis-ideeën! Toen iedereen naar bed was hebben we nog even met Paul de kwaliteit van de verzorging van de Kaokoland tocht besproken. We waren namelijk bezorgd dat andere mensen zouden afknappen op Harry zijn “kookkwaliteiten”, en het zuinige voedsel-budget, en dat gaan zien als typisch Bhejane, terwijl dat helemaal niet het geval is. Hij waardeerde de feedback enorm en zou erin duiken.


Om 21:30 zijn Hans en ik naar bed gegaan: weliswaar zijn er geen enge types zoals honingdassen of nijlpaarden op deze campsite, maar er waren wel bijtvliegjes die eens voor de verandering ook Hans moesten hebben. Nadat we de vier die onze tent ingeglipt waren doodgeslagen hadden konden we gaan slapen!

free counters