AUGUSTUS 2017: NAMIBIË, ZAMBIA, MALAWI

We zijn vanochtend om 6:45 opgestaan, hebben onszelf aangekleed en onze spullen alvast naar de auto gebracht, zodat we om 7 uur gelijk konden aanschuiven bij het ontbijt. Er kwam al gauw ook een jong Duits koppel ontbijten, die 3 weken door Namibië aan het reizen waren. De keuze qua ontbijt was niet zo heel groot, zeker niet qua beleg, wel kon je zelf een eitje bakken als je wilde (twee per persoon stond op een bordje). We hebben wat toast met jam gegeten en wat ontbijtgranen en thee genomen en vonden het toen wel genoeg. Op een bordje stond de dagprijs geschreven van een overnachting – we hebben daarin een goede deal gehad, want wij hebben er, door vroeg te boeken, 525 Nam-dollar voor betaald, en nu kost het 760.

Iets na 7:30 zijn we weggereden, met als eerste punt op het programma een bijzonder meer dat gevormd is in een sinkhole, doordat een grot ingestort was eeuwen of duizenden jaren geleden. Daar zijn er schijnbaar nogal wat van hier in dit gedeelte van Namibië, maar de meeste zijn onbereikbaar, te ver omrijden of op privéterrein. Het meer van Otjikoto, waar we nu naar toe reden, lag precies mooi op de route die we aan het rijden waren naar Etosha Nationaal Park, dus perfect om onderweg even te stoppen en de benen te strekken. Helaas. Ook hier is gebeurd wat we gemerkt hebben dat overal in Namibië gebeurt sinds we hier 9 jaar geleden voor het eerst waren, en Hans daarvoor in 2003. Iedere natuurbezienswaardigheid, of het nu een fossielen boomstam, een mooie rotspartij in een rivier of, zoals hier een sinkhole-meer is, wordt de laatste jaren lijkt het wel omheind en afgesloten met een lelijk entree-hokje ervoor, en er wordt entree geheven – in dit geval dus voor een half dichtgegroeid gat in de grond van zo’n 100 meter breed. Zonde! Het geheel zag er ook nog eens zwaar onderkomen en verloederd uit, niet bepaald uitnodigend om ernaartoe te gaan. We knapte er een beetje op af en besloten het meer over te slaan en door te rijden naar Etosha.

Terwijl we reden vloog er een doos van de bakkie die voor ons reed door de lucht en landde voor onze auto op het asfalt. Ze hadden door dat ze wat verloren waren, en wij waren al gestopt om te kijken – het was een doos vol gloeilampen, goed ingepakt en zo te zien nog heel en niet in duizend stukjes gevallen, maar zo’n stuiterpartij kon niet goed zijn voor ze! We pakte de doos op en reden naar de bakkie die een eind voor ons gestopt was, en gaven hem terug aan de schaapachtig kijkende eigenaren – de achterkant van hun bakkie lag vol van dit soort dozen en ze hadden ongetwijfeld gedacht dat ze die niet zo uitgebreid vast hoefde te maken!

Etosha ligt “vlakbij” Tsumeb en Outjo, op zo’n 120 km van beiden vandaan. We kwamen rond 9 uur aan bij de poort, en moesten onze gegevens registreren bij een van de militairen die de van en naar gegevens en nummerplaten aan het registreren waren. Want om de een of andere reden wil men graag weten waar je vandaan komt vandaag en waar je vandaag naar toe rijdt. Allemaal administratie, administratie administratie. In ieder geval, de militair verstond mij de eerste paar pogingen niet toen ik zei dat we naar Outjo gingen. Tot hij het eindelijk vatte en “Outjo” naar mijn idee op precies dezelfde manier uitsprak als ik gedaan had. Ja daar ja. Ok prima duidelijk mevrouw. Zucht. Later zag ik dat onze nummerplaat op de permit die we kregen om door het park te rijden verkeerd overgenomen was… ZUCHT.

De rit door Etosha zelf zou zo’n 120 km lang zijn, en het was redelijk rustig: Zuid-Afrikanen op onze eerste tocht, begin augustus, zeiden toen dat er letterlijk rijen gestaan hadden om binnen te komen, en nu eind september konden we zo naar binnen. De entreeprijs voor een dagkaartje, dus zonder overnachting in het Park, was in ieder geval omgerekend maar een tientje, en we hebben een mooie rit gehad en meer dan waar voor ons geld gehad, want we hebben veel gezien. Het begon al met een giraf die vlakbij de weg stond te herkauwen en waar we automatisch voorbij reden omdat we nog niet in “dier-kijk” modus waren! We hadden weliswaar bij de poort een permit gekregen, maar we moesten die permit in het park zelf, in een van de hoofdkampen Namutoni, betalen. Dus we moesten even een afsteggertje maken naar Namutoni voor we door konden.

Toen we betaald hadden bij de receptie van Namutoni, dat een kamp is in een oud fort, zijn we nog even erbuiten gaan kijken naar een paar oorlogsgraven die ik van tevoren gevonden had op internet. Hier waren het enkele graven van Duitsers en Ovambo van de slag die hier rondom het fort in 1904 gewoed hadden.

Met onze reishobby ook weer bevredigd zijn we Etosha zelf verder ingereden. Etosha betekent volgens ons zoiets als witte vlakte, en dat is het ook: het is een lang geleden opgedroogd meer of binnenzee, een “zoutpan”, een grote witte vlakte die vanuit de ruimte te zien is, omringd door bushveld, lage begroeiing van stekelige struiken en lage gedrongen bomen, typisch bushlandschap voor hier. De weg is hartstikke wit en de struiken langs de weg zijn door het stof ook wittig.

De zebra’s die hier leven zijn andere soorten dan we uit Zuid-Afrika kennen, en we hebben er veel van gezien. Er waren regelmatig behoorlijk grote kuddes zebra’s en gnoes te zien, en impala uiteraard, verder nog hier en daar oryx en hartebees (een wat grotere, roodachtig hert met hartvormig gewei), een jakhalsje, een paar struisvogels, niet bijzonder veel dieren maar toch leuk genoeg.

Etosha spreekt ons eigenlijk nooit echt zo veel aan: voor een wildpark is het voor ons een beetje te eentonig, zijn er te weinig afsteggertjes die je kunt nemen en zijn er te weinig dieren te zien, maar is het ook niet zo’n mooi wildpark als in Kwazulu Natal vorig jaar, waar je weinig dieren zag juist omdat ze zich zo veilig konden verbergen in de omgeving. We gingen er nu dan ook doorheen met de insteek dat het een scenic drive is, met kans op dieren, en meer niet.

Onderweg namen we een of twee afsteggertjes maar, zoals we al gedacht hadden, het leverde niet zo veel op dus we besloten maar op de hoofdweg te blijven. Onderweg bezochten we wel nog even het uitzichtpunt op de zoutpan in het midden van het park, waar je, een paar kilometer op de pan zelf, ziet wat je zou verwachten – bijna helemaal niets om je behalve alleen eindeloze witte vlaktes. Een indrukwekkende leegte!

Ongeveer halverwege de rit zagen we in de verte bij een van de weinig afsteggertjes naar een drinkplaats al zeker 15-20 auto’s, bussen en game-drivevoertuigen staan: daar was iets te zien! We zijn er ook naar toe gereden en het was inderdaad zeker de moeite waard!

In de omgeving van de drinkplaats zagen we: een familiegroep olifanten aan het badderen, drinken en spelen in het water, een zwarte neushoorn, secretarisvogels, jakhalsjes, impala, gnoes, oryx, hartebees, kudu, van alles! Erg leuk om te zien, en dan hoorde we nog een gids van de gamedrive-auto naast ons tegen zijn klanten zeggen dat “de leeuwen” er nog zaten; we vroegen het even na, en inderdaad, toen hij aangewezen had waar we moesten kijken, zagen we door de zoom van ons fototoestel twee leeuwen onder een boom in de verte. Leuk! In het klein en compact alles wat je hoopt te zullen zien in Etosha tegelijkertijd bij een drinkplaats!

Dik tevreden zijn we na een hele tijd kijken (de volwassen olifanten bromde af en toe wat op de neushoorn als hij te dicht bij de in het water spelende baby’s kwam) verder gereden, zagen onder andere een giraf vlak langs de weg, en reden om 14 uur het park uit.

Bij de uitgang dichtbij het hoofdkamp Okaukuejo gekomen moesten we de koelkast laten zien aan een vrouw; ze was te lui om erin te kijken (moet je voor op je tenen staan) dus geloofde Hans wel toen hij zei dat hij leeg was. Een beetje raar om NA een bezoek aan een wildpark met kwetsbaar wild te kijken of je producten bij hebt die gevaarlijke ziektes kunnen verspreiden, maar ach… Ik deed ondertussen onze bon van de entree laten zien in het kantoortje als bewijs dat we betaald hadden; de vrouw in het poorthokje had geeneens het fatsoen om behoorlijk te groeten. Geen klantvriendelijk afscheid van Etosha, maar we hebben in ieder geval een heel mooi moment gehad bij de drinkplaats, en daarmee een mooie afsluiting van de gehele reis.

Na nog een uurtje rijden over een lekkere rustige asfaltweg (de gravelweg in het park was irritant wasbord om te rijden) kwamen we rond 15 uur in Outjo aan, waar we nog wat getankt hebben en naar dezelfde overnachting van onze eerste nacht in Afrika gegaan zijn. Het kwam schijnbaar niet vaak voor dat klanten een tweede keer terugkwamen, gezien de verassing van de man bij de balie – en dan ook nog eens vragen om dezelfde kamer? Hij wist niet goed wat hij met die gekke buitenlanders aan moest, dat was duidelijk! Maar het was allemaal prima.

Rond 15:30 waren we geďnstalleerd in onze kamer, alleen de wifi en de tv deden het niet. We vermoedde dat de router niet aanstond. We hebben de middaghitte in de worstelende airco uitgezeten (het is echt merkbaar warmer dan 6 weken geleden, elke dag tegen de 40 graden, de “zomer” komt eraan!), en lekker thee gedronken en chips gegeten en gerust. Op gegeven moment wilde we toch wel tv en wifi hebben, en hebben we iemand laten komen. De tv kreeg hij wel op gang, de wifi was een lastiger verhaal en uiteindelijk kregen we, met toestemming van de eigenaar, de code van de privé-wifi van de eigenaar zodat we toch nog op internet konden.

We zijn ‘s avonds lekker op de nostalgische toer gegaan, door rond 18 uur te gaan eten in een hotel waar we 9 jaar geleden tijdens onze eerste Afrika tocht heerlijk gegeten hadden. Een grote gok, aangezien TIA (This is Africa) en niets is zoals je zou verwachten, maar het was best lekker en de bediening was ontzettend lief en vroegen constant of alles ok was, en als ze de kans hadden griste ze je bord weg zodra je laatste hap naar je mond ging. Ze vroeg toen we voorafjes en hoofdgerechten hadden besteld of we alles tegelijk wilde? Euh nee liever eerst de voorafjes en dan pas het hoofdgerecht…

We hebben om 19:30 voldaan afgerekend en zijn teruggereden naar de Farmhouse, waar de man achter de bar/receptie vroeg of we de kamer wilde afrekende. We zeiden dat we dat morgenochtend wel zouden doen, waarop hij met een stralende glimlach zei dat, omdat we terugkerende klanten waren, dat geen enkel probleem zou zijn!


Terug op de kamer hebben we gedoucht en een laatste keer koffiegezet voor Hans doodop rond 21:30 ging slapen en ik nog even de laatste bagage een beetje opgeruimd heb. Morgen onderweg naar huis! Ook wel weer lekker, deze 6 weken zijn om gevlogen maar we voelen het wel, het was een mooie maar vermoeiende tocht.

free counters