30 november: Eerste ijsberg, South Shetlands, Aitcho Island

Het is half 3 ‘s middags en Hans en ik hebben ons weer geïnstalleerd in de lounge om wat te typen. Gisteren is tegen het eind van de dag de wind weer wat toegenomen zodat er toch nog wat grotere golven waren, maar ondanks dit was het prima te doen – wij zijn inmiddels natuurlijk helemaal gewend en lopen met zeebenen van de ene kant van het schip naar de andere, ahum... er zijn verspreid over de dag zo’n 3 a 4 lezingen en films (onderwerp; Antarctica) te zien, en ‘s middags zijn wij gaan kijken naar de lezing over de extremen die op Antarctica te vinden zijn. Het droogste, koudste, hoogste en meest onherbergzame continent uiteraard, maar verder heeft hij ook heel leuk uitgelegd hoe het ijs op het land ligt en hoe het continent dus eigenlijk een beetje in elkaar drukt; er is blijkbaar maar zo’n 0,32 % land dat niet onder het ijs ligt, ongeveer waar wij naar toe gaan dus, en voor de rest ligt het merendeel van het continent onder een plak ijs van ongeveer 5 kilometer dik – deze ijsmassa is zo zwaar dat het landgedeelte bijna overal wel een kilometer onder waterniveau gedrukt is... hartstikke leuk vond ik het! Maar het is nog steeds zo vreselijk moeilijk om voor te stellen dat we dat ook echt gaan zien, die foto’s zijn allemaal zo crimineel mooi, dat gaan wij toch niet ook echt zien?

Na het eten keken we naar een film over Sir Ernest Shakelton, die een van de meest beroemde Antarcticareizen gemaakt heeft. De beelden op dat filmpje waren zo onbeschrijfelijk mooi, ik durf gewoon niet te hopen dat wij ook maar een fractie van zoveel moois kunnen gaan zien... het begint wel steeds meer te leven en echter te worden, maar het is eigenlijk toch nog zo moeilijk om voor te stellen! Wij zijn na het filmpje nog helemaal vol van de beelden en de ontberingen van die mannen naar bed gegaan, waar het gelukkig veel minder warm was dan de nacht ervoor. Ik ben echter toch nog vaak wakker geweest, gewoon omdat ik onrustig sliep maar ook omdat in de nacht het schip nog door wat ruwer water gevaren is en ik dus soms wakkerschrok omdat ik naar mijn gevoel uit bed rolde!

Vanochtend waren we pas half 8 wakker, toen nog even lekker douchen en naar boven om op ontbijt te wachten. Het is veel rustiger weer vandaag en bijna iedereen is weer opgekikkerd en niet meer zeeziek; er werd dan ook lekker gebuffeld bij het ontbijt vanochtend om de schade in te halen van gisteren. Sowieso was het makkelijker eten want de zee is veel rustiger, het is niet meer dan windkracht 3, hoogstens soms 4 vandaag, dus de tafel kon weer gedekt worden en de toast en cornflakes vlogen niet meer door de eetkamer. Blijkbaar was het gisterochtend niet windkracht 7 maar 8, dat verklaart toch wel de ruige zee die we gehad hebben! Vandaag is het uiterst comfortabel, de lounge is dan ook weer opgeruimd – en is zo gebleven – en ze hebben zelfs een paar prachtige ingelijste foto’s opgehangen van wat ons misschien te wachten staat.

Er werd vanochtend gezegd dat er dolfijnen gezien waren aan stuurboord, dus ik liep naar de rechterkant om te kijken, en zag vlak bij ons schip een stuk of 8 kleine zwart-witte beesten door de golven schieten en springen. Het eerste wat ik dacht was dat het pinguïns waren, en dat bleek te kloppen en was bovendien heel bijzonder want die beesten waren heel erg ver van land vandaan!

Om 11 uur was er een verplichte lezing over gedrag op Antarctica, werden lichte zwemvesten uitgedeeld en laarzen gepast en kregen we een veiligheidsinstructie voor de Zodiacs, de rubberboten waarmee we aan land gaan. Met een beetje geluk bereiken we vanavond de eerste eilanden, die van de South Shetlands, en heel misschien gaan we al aan land. Anders wordt het morgenochtend, want we varen in de nacht door en tegen die tijd zijn we echt bij de Antarctische Peninsula. Ik schrijf het en begin me eigenlijk nu pas te beseffen wat dat inhoudt – morgen zijn we bij Antarctica, gaan we aan land!! En heel misschien gaan we vanavond al aan land!

Wauw...

Wij zijn vandaag een paar keer op dek geweest, het is nu prima te doen buiten en soms zelfs wel lekker als het zonnetje schijnt – een keer was het ook bitter koud met sneeuw en, zeker aan de voorkant, een bitter koude wind – en natuurlijk begint iedereen toch wel een beetje onrustig te worden. Er vliegen steeds meer vogels met ons mee en om ons heen, albatrossen, meeuwen en nog wat andere typische Antarctische zeevogels, en iedereen hoopt natuurlijk de eerste te zijn om walvissen en dergelijke te zien, en natuurlijk ijsbergen! Plus ik ben toch wel aan het aftellen hoor, naar de magische tijd van 6 uur wanneer we weer in de buurt van land zouden moeten zijn. We zijn op weg naar de Zuidpool!

Wij zijn net uitgebreid op de brug geweest en daar legde de eerste stuurman uit waar we nu waren en wat de komende dagen op het programma stond; hij liet ons de route zien en het zal voor hem wel een eitje zijn maar ik vond de nauwe passages tussen de eilanden er toch wel heftig uitzien. Met een brede grijs vertelt hij in Spaans en Engels door elkaar waar we allemaal ijs zullen zien, waar de walvissen te zien zijn, en waar het gevaarlijke ijs is. Hij zei optimistisch dat over een uurtje of twee misschien wel het eerste ijs te zien is en waarschijnlijk vanmiddag om zes uur de eerste landing op een van de South Shetland Islands waar er Adele pinguïns, zeeolifanten en zeeleeuwen te zien zijn... wauw! Ogen open dus voor het eerste ijs, dat twee soorten kan zijn; afgebroken van het vasteland of op zee gevormd. Het lijkt me zo vreselijk opwindend en fantastisch om die brokken ijs te zien drijven! Het water is hier al zo’n halve graad onder nul, en je hebt ongeveer tien minuten overlevingstijd als je erin valt...

IJS! Er is al de eerste ijsberg gezien, amper drie kwartier nadat we met de eerste stuurman gesproken hadden! Zo te zien een kleintje, aan de linkerkant in de verte – als je weet waar te kijken zie je een wit puntje, maar blijkbaar varen we ook nog eens ‘recht’ op een andere, grotere af... over anderhalf uur moeten we er bij zijn... wauw wauw wauw! Ik zou eigenlijk nu naar de brug willen en daar tegen de ruit geplakt blijven tot we er vlak bij zijn! Ik weet het, het is maar een blok ijs, maar het wordt nu toch wel heel erg echt hoor... de meeste mensen zijn nu naar een lezing over pinguïns gegaan, of zitten waarschijnlijk in de brug of op dek te turen naar ijsbergen of vogels. Er zijn aan boord behoorlijk veel mensen met van die enorme, grote, zware super tele-zoom lenzen, maar ja, ik heb zelf zoiets van, ik wil het eigenlijk toch graag zelf met eigen ogen zien. Ondertussen kan ik gewoon uit het raam kijken waar ik zit en naar het ‘ijsbergje’ kijken – hij zal in werkelijkheid natuurlijk wel enorm groot zijn maar dan wel erg ver weg! Oei en ik heb net de ‘grote’ gezien, aan de rechterkant! Een echte, precies zoals je ze voorstelt. Ik vind hem eigenlijk al groot maar blijkbaar is hij nog veel groter want we zijn er pas over een uur dichtbij... Hans is nu naar de pinguïnlezing (na een stevig en luid dutje) maar zodra hij terug is gaan we ijsbergspotten! Ze zijn ondertussen achter de lounge op het Zodiac-dek bezig de Zodiacs in orde te brengen en na te lopen, en je voelt toch wel een lichte opwinding onder de mensen; we komen in de buurt!

Ik kon niet wachten en ben alleen even naar de brug gegaan, want we waren de grote opeens kwijt dus ik dacht dat we er misschien recht op af voeren. Samen met nog een van onze Kras-reizigers, Janine, hebben we ijsbergen gespot – die ‘kleine’ is toch best wel een flinke jongen, maar ook in de flarden mist hebben we al de omtrek gezien van de South Shetlands. Wat een ongelofelijke kick geeft dat om in de verte weer land te zien – hoge, sneeuwbedekte pieken – en we zijn pas twee dagen aan het varen! Ik voel mezelf helemaal stuiteren, het liefst zou ik nu eigenhandig het schip vooruit willen duwen om er maar sneller te zijn, we zijn echt op weg naar Antarctica, het is allemaal echt! Ik ben zo vreselijk benieuwd wat we allemaal gaan zien, maar alleen al langs zo’n ijsbedekte berg varen lijkt me al kicken! Het is om ons heen helder maar de mist is in de verte erg sterk en beweegt over de zee, want nu zijn de eilanden volgens Janine, die nog even op de brug gebleven was, volledig verdwenen maar is de ‘grote’ ijsberg weer terecht. Het is fijn om te weten dat we radar hebben, want die mist vervaagt alles...

Wij zijn vanmiddag toch nog aan land gegaan, bij een kleine pinguïn kolonie in de Shetlands – Aitcho Island – met duizenden ‘chinstrap’ en ‘gentoo’ pinguïns, en wij hadden geluk want het is het broedseizoen! Hans en ik waren nogal opgewonden en stonden dus al helemaal ingepakt en klaar op het dek waarvan uit we in de Zodiacs zouden stappen terwijl de boten nog niet eens in het water lagen, dus dat hebben we helemaal kunnen volgen. Even voor de duidelijkheid, voor de Antarctische zomer kleed ik me als volgt: ik droeg op onze eerste expeditie kousen, een lange thermisch broek, skibroek, 2 paar dikke wollen sokken, laarzen, een thermische hemd met lange mouwen, een T-shirt, een truitje, een fleece, een sjaal, een dikke jas, reddingsvest, handschoenen en een muts, en dan is het redelijk goed te doen. Hans draagt iets minder laagjes maar het scheelt niet veel! Het was trouwens niet echt koud met de landing, maar als je een uur rondsjouwt dan koel je toch wel een beetje af...

De Zodiacs liggen op het achterdek achter de lounge opgestapeld, maar als we aan land gaan worden ze met een kraan te water gelaten. Langzij aan stuurboord wordt dan een trap omlaag gedaan en eigenlijk is het dan allemaal heel erg eenvoudig. Omdat de landingsplaats nog niet eerder bezocht was dit seizoen ging er eerst een bootje vooruit om te verkennen waar en hoe we het beste konden landen, en toen hij eindelijk terugkwam werd het sein gegeven om in te stappen. Omdat wij vooraan stonden bij het trappetje mochten wij in de eerste Zodiac stappen, er hangt dan een trap omlaag en de Zodiac parkeert zich ernaast; vier man zorgt er dan voor dat je veilig omlaag loopt en in de boot stapt, waar je meteen moet gaan zitten en jezelf vasthouden aan het koord. Toen iedereen aan boord was vertrok ons bootje, en het is zo’n mooi gezicht om in die donkere maar hele heldere blauwe zee omringd door donkere dreigende kale onherbergzame bergeilanden en ijs weg te varen van de Ushuaia en richting een strandje van zwart zand tussen ijs en donkere rotsen. Ik werd er behoorlijk emotioneel van toen we het strandje naderde en de eerste pinguïns al zagen – nu is het echt, nu zijn we echt op de zuidpool, we zien het allemaal echt en beleven het. Het is fantastisch. Het is echt ongelofelijk mooi en zo’n ongelofelijke bijzondere ervaring om hier te mogen zijn.

De pinguïns zijn echt leuk; het waren kleintjes, niet meer dan een halve meter hoog, en ze zitten overal te broeden op mooie rondje stenen nestjes. Het stinkt er naar gedroogde garnalen vanwege de krill die ze eten en de grond is roze en glibberig van de pinguïn-poep, maar daar wen je aan en ik vond het in ieder geval helemaal niet storend. Ze lopen overal en de regel is in principe dat je niet dichterbij mag komen dan 5 meter, maar ze houden zich zelf gelukkig niet aan die regel en komen soms wel tot een meter afstand van je. Tweede regel is dat beesten altijd voorrang hebben en dat levert soms leuke taferelen op als een pinguïn oversteekt dwars tussen ons door! Er zit altijd eentje op het nest en de andere leek – in ieder geval terwijl wij er waren – zich vooral bezig te houden met het zoeken naar steentjes om bij het nest te leggen. Er zijn pinguïns die braaf op de grond zoeken maar het is veel makkelijker om van een ander nest te jatten, en dat wordt natuurlijk gretig gedaan! Prachtig om naar te kijken en je kan er echt uren naar blijven kijken want het zijn zulke leuke beestjes; Hans heeft minutenlang staan filmen hoe een pinguïn probeert een steentje te jatten van een nest, eindelijk het steentje heeft zonder een gat in zijn kop te hebben gepikt door de eigenaar, triomfantelijk terugwaggelt naar zijn partner, haar het steentje presenteert, even kroelt en dan weer naar zijn slachtoffer terugwaggelt om een tweede steentje te jatten! Echt zo mooi om te zien...

Die pinguïns kunnen trouwens poepen dat het niet normaal is! Mooie roze krillpoep, die ze met een flinke kracht naar achteren spuiten…

En de pinguïns alleen al zijn leuk, maar de omgeving is zo onbeschrijfelijk mooi, wild, onherbergzaam en bijna onwerelds. Het weer is niet slecht, grijs met mist in de verte, en niet koud. Het eiland zelf heeft veel ijs maar toch is er ook veel grond zichtbaar en er groeit zelfs mos tussen de nesten. Je voelt je zo in een droom, ware het niet dat er nog de rest van het schip rondloopt en in de verte de Ushuaia wacht tot we terugkomen. En toch, ondanks we met z’n 50en bij die pinguïns stonden, voel je je alleen in een bijzondere droomwereld. Het is zo mooi en ik wou dat ik het kon delen met iedereen terwijl ik het zelf ervaar.

Wij kwamen rond acht uur helemaal rozig en vol met ervaringen en foto’s weer terug op het schip, waar we ons gauw hebben omgekleed om te gaan eten. Tegen de tijd dat we klaar waren met eten was het al weer tegen halftien en al waren we nog van plan om allerlei dingen te doen en te typen, al gauw besloten we naar bed te gaan want we waren kapot! Er was ons verteld dat het echt heel erg de moeite waard zou zijn om de volgende ochtend rond halfvijf op de brug te gaan kijken, omdat we tijdens de nacht door de Antarctic Sound, een wondermooie passage, zouden varen vol met ijs, maar de kapitein beloofde ons dat hij ons via de intercom zou wekken als het inderdaad de moeite was, en laten slapen als het mistig of zo was... pffffff, ik moest er niet aan denken toen we gingen slapen, ik was zo vreselijk moe!

free counters