1 december: Antarctic Sound, Paulet Island

Hans en ik sliepen al haast meteen toen we naar bed gingen, en ik schrok pas wakker toen de intercom in Spaans-Engels aankondigde dat we naar de brug moesten komen omdat het echt wondermooi was... dus Hans en ik hebben onszelf snel aangekleed en zijn gewapend met camera’s naar de brug getrokken – het was kwart voor vijf toen we aankwamen en al was ik doodmoe en slaperig terwijl we omhoog klommen, ik was gelijk wakker toen we op de brug kwamen.

Het allereerste wat ik zag was een klein ijsbergje vlak langs ons met een stuk of 6-8 pinguïns erop – snel naar buiten voor een foto! En dan ga je om je heen kijken... het is hier inderdaad echt wondermooi. Er lag een laagje ijssneeuw op het dek, en buiten zag je kleine en grote ijsbergen, een bewolkte lucht met de zon die er af en toe doorheen prikt en schittert op het water en op het ijs, een ruige wind die wolken sneeuw van de bergen en de ijsbergen afblaast, en kale rotsachtige eilanden met dikke plakken ijs en sneeuw erop. Hoge muren van ijs lagen in de verte in het water en in de valleien van de eilanden om ons heen lagen gletsjers die heel erg langzaam in de loop van de tijd in de zee brokkelen. Af en toe kwam een ijsschots of ijsberg vlak langs het schip drijven, en de kapitein stuurde ons ondertussen heel rustig en gecontroleerd tussen al het ijs door. Het was op zich niet koud, maar een paar graden boven nul als de zon scheen en onder nul als het bewolkt was, maar de wind woei heel erg hard waardoor het toch behoorlijk koud was als je naar buiten stapte – het was op de brug zelf heerlijk warm – we gingen daarom al gauw nog wat kleren halen want we waren niet echt gekleed op foto’s maken in die wind...

We hebben toch wel tot half 7 op de brug doorgebracht, er waren best veel mensen komen opdagen, wel een stuk of twaalf. Het was moeilijk om weg te gaan want iedere keer dat je keek zag je wel een bijzonder mooie ijsberg of berg of lichtinval... omdat wij zo lang op de brug hadden doorgebracht hebben wij goed kunnen volgen hoe we op onze geplande landingsplaats aanvoeren, een kaal rotsstrandje onder aan een hoge kale sneeuwbedekte berg, “Brown Bluff” geheten. Maar de golven stonden hoog en ik merkte aan het gediscussieer rond de kaart dat er een probleem was. Uiteindelijk besloten ze dat het te hard woei en dus te gevaarlijk was om aan land te gaan in de Zodiacs met zulke hoge golven, dus werd er omgeroepen dat het schema iets veranderd was en dat we op weg gingen naar een ander eilandje een paar uur verderop. Het was leuk om mee te kijken over het controlepaneel naar de kaart waarop ze de route uitgestippeld hadden, en de crew is zo vreselijk hulpvaardig en aardig, ik geloof dat de kapitein en stuurlui het alleen maar leuk vinden als mensen naar de brug komen en hun vragen stellen.

Omdat we toch niet zo blij waren geweest met onze skibroeken in de pinguïnpoep gisteren en omdat we toch onze vis-broeken bij ons hadden besloten we vandaag die aan te doen. Dan weet je tenminste echt zeker dat je voeten niet nat zullen worden! Dus in plaats van een skibroek trok ik vandaag een thermobroek en mijn spijkerbroek aan, en daaroverheen mijn visbroek. Hans droeg iets minder laagjes maar het algemene effect is hetzelfde; stevig ingepakt! We hebben heerlijk droge voeten gehouden, zelfs ondanks de toch wel pittige golven onderweg naar land, en zo veel kouder was het niet eens.

De landing was op een rood rotsig eiland dat Paulet Eiland heet, en op het strand en tegen de heuvels op nestelt de grootste kolonie Adele pinguïns, duizenden en duizenden pinguïns... meestal ongeveer 120,000 maar als de eieren uitkomen schiet het aantal naar 240,000. De oversteek in de rubberboten was bobbelig, de golven waren nog flink groot en spetterde soms over de boeg – en dat is koud! In de inham waar het strandje lag dreven grote en kleine ijsblokken, de meesten wit maar sommige helder en een enkeling prachtig blauw, die ook vaak deels op het land spoelde, en als je terugkeek naar de boot dan zag je hem liggen tussen ijsbergen en zwarte eilanden. Het is allemaal zo onbeschrijfelijk mooi hier! Op het strand struikelde we haast over de pinguïns, en overal lagen nesten... het zijn zulke leuke beesten, ze zijn ook niet echt bang van je en als je rustig staat dan lopen ze vlak langs je. Op een gegeven moment kwam iemand te dicht bij een groep pinguïns op het strand, en in het nauw gedreven schoten ze in paniek het water in. Dat was een spectaculair gezicht, al die zwart-witte torpedo’s door het water zien schieten en springen!

Op het eiland bezochten we de overblijfselen van een noodhut die in 1903 gemaakt is door twintig man, van de Zweedse Antarctic Expedition, onder leiding van kapitein C.A. Larsen. Ze kwamen op dit eiland terecht nadat hun schip geplet werd door pakijs en ze 16 dagen met de roeiboten op sleeptouw over bewegende stukken zeeijs hadden geploeterd, en hebben overleefd op penguins en hun laatste ratsoenen voor ze gered werden. Een matroos heeft het niet overleefd: Ole Kristian Wennersgaard, en die ligt dan ook begraven hier op Paulet Island. Inmiddels is de hut ingestort en al weer bijna overgenomen door de natuur, of in dit geval door de broedende penguins!

Ik merkte dat mijn batterijen supersnel opraakte en mijn fototoestel erg traag werd, puur vanwege de kou. Dus ik heb ontdekt dat ik de ‘lege’ batterijen het beste in mijn handschoen kan bewaren om ze warm te houden – die doe ik alleen uit om de batterijen te verwisselen, iets minder makkelijk de knopjes op het toestel kunnen bedienen is veel minder erg dan koude vingers – en het toestel als ik het even niet gebruik in mijn jaszak, waardoor het nog redelijk te doen is. Het blijkt sowieso best moeilijk om de batterijen opgeladen te houden, de foto’s overgeladen op de laptop en het fototoestel leeg, al onze vele filmpjes en foto’s te bekijken, en de dagverslagen up to date te houden, want de tijd vliegt hier en voor je het weet is de dag al weer om en lig je weer doodmoe in bed. Hans ligt nu een middagdutje te doen en eerlijk gezegd zou ik dat ook wel lusten want we gaan zo weer landen en het is pas 2 uur ‘s middags maar we zijn al weer sinds kwart voor vijf vanochtend op.

Eigenlijk kan je hier niet slapen en moet je gewoon constant tegen het raam geplakt blijven want het landschap is zo vreselijk mooi... we varen nu al sinds elf uur weer, richting de Argentijnse onderzoekspost in Hope Bay, waar we uitgenodigd zijn voor de thee! Dus dat wordt straks weer omkleden en klaarmaken voor weer een landing... ik ben benieuwd, want de zee is hier nog redelijk ruig. Het waait vandaag windkracht 8 maar ik hoor net iemand zeggen dat er uitschieters zijn naar 9 en inderdaad, we hangen weer een beetje scheef. Niet te vergelijken met de oversteek over de Drake Passage waar de golven echt metershoog waren en het schip heen en weer geslingerd werd (een keer hing het schip zelfs wel 45 graden schuin!), maar het waait toch behoorlijk. Maar de crew neemt geen onnodige risico’s dus als een landing onmogelijk blijkt dan wijken ze uit naar een andere locatie, al doen ze zeker hun best om ons het mooiste te laten zien wat op de route ligt.

Het is echt onvoorstelbaar dat we hier zijn en echt alles mogen zien en horen en ruiken. Ik word er helemaal emotioneel van, het is volgens mij echt het mooiste avontuur dat je kan beleven – zoals iemand ooit zei; “Antarctica is the worst way to have the best time of your life”, en het is inderdaad echt een ongelofelijke ervaring. Zelfs de expeditieleiders en de crew, die hier toch meerdere keren per seizoen komen, zijn opgewonden en vrolijk als ze aan land mogen of iets moois zien, en delen het graag met je. Ze zeiden in de eerste paar lezingen dat wij nu allemaal ambassadeurs zullen zijn van Antarctica, en dat snap ik wel. Want zelfs hier op het schip zijn we helemaal vol van al dat wonderbaarlijk moois en vertellen we elkaar hoe fantastisch het is, terwijl we dat allemaal toch wel weten want we maken het samen mee – en het is zo vreselijk moeilijk om in woorden om te zetten wat je ziet maar vooral voelt als je hier bent.

Ik was naar de brug gegaan ongeveer een half uurtje voordat de geplande aankomst in Hope Bay zou plaatsvinden, en heb dus rechtstreeks mee kunnen maken dat de kapitein besloot toch maar niet te stoppen vanwege het weer. De zon scheen maar de golven waren te hoog en de wind te hard om het te riskeren, bovendien denk ik dat de ligging van het gehucht ook meespeelt, omdat het in een nauwe kleine inham ligt en dus moeilijk om dichtbij te komen in slecht weer. Het gehucht, Esperanza Station, is de Argentijnse post op het vasteland van Antarctica, dus was onze eerste stap op het continent geweest. Het is zo’n vreemd gezicht om een stuk van 30 rode houten gebouwtjes aan het water onder aan een kale heuvel te zien liggen, in de schaduw van grote gletsjers en redelijk beschut van de elementen door de ligging tussen de heuvels. Onze volgende stop is dus over 15 uur, ergens vroeg morgenochtend. De baai waar Esperanza ligt is bloedmooi, overal zie je hoge steile bergen met enorme gletsjers die in de zee brokkelen, en grote plakken ijs en ijsbergen die langsdrijven gestuurd door de wind en de stroming.

Omdat het schema gewijzigd was besloot Hans om naar huis te bellen, en even zijn dochter te spreken. Aan boord is er een telefoon- en emailservice, via de satelliet kan je dan bellen of emailen tegen een tarief van 3 dollar per minuut. Dit bevindt zich in de kaartenkamer, achter de brug, waar je rustig kunt praten of schrijven; dus Hans ging bellen. Zijn dochter nam op en ze hebben even kunnen babbelen; het is een vreemd idee om zo vanuit de onderkant van de wereld te kunnen bellen maar voor mij was het effect wat minder bevreemdend omdat het schip inmiddels aan het draaien was en je heel duidelijk kon zien door de ramen van de kaartenkamer dat we heel dichtbij de meeste ‘beschaving’ kwamen in de deze omgeving... in de zomer wonen er zo’n 80 mensen, in de winter veeeel minder. En het eerste kind dat ooit in Antarctica is geboren is daar geboren... brrrrr! Hans vond het duidelijk heel erg fijn om even met zijn dochter – en dus met thuis – te kunnen spreken, en ik weet zeker dat zij het ook heel erg fijn vond. Ik heb ook nog eventjes met haar gesproken, die aangaf zelfs bijna jaloers te zijn op ons!

Hans en ik hebben daarna nog een tijdje rondgehangen op de brug, kijken en foto’s maken, en ik heb nog even met de kapitein gesproken wat nu het plan was. Hij vertelde vooral over de ijsbergen recht voor ons, dat ze afkomstig waren van de Larson ijsvlakte en hoe ze door de wind in deze geul geduwd worden. In februari wordt deze doorgaan dus helemaal dichtgemetseld met ijsbergen... ongelofelijk! De ijsberg recht voor ons was de grootste in deze regio, torenhoog, wel 500-600 meter lang en zo diep dat hij vastgelopen was op de grond – en toen Hans en ik op de dieptemeter keken stond daar toch duidelijk dat het gemiddeld ongeveer 150 meter diep was! Op de rader kan je heel duidelijk de ligging van de ijsbergen zien, de zichtbare kanten worden afgebeeld als een felle omtrek op het scherm en zo kan het schip dus precies tussen de ijsbergen door gestuurd worden. Het is zo’n geweldig gevoel als de kapitein het schip vlak langs zo’n ijsberg stuurt en je die massa eeuwenoud ijs langs ziet komen, zo dichtbij bent dat je de meterslange ijspegels ziet hangen en de golven ertegenaan slaan, en de patronen en verkleuringen in het ijs kunt zien...

Er was in het begin na ons vertrek uit Hope Bay een dekverbod vanwege de wind, maar tegen de tijd dat Hans en ik op de brug waren was de wind weer wat gezakt en mochten we op het dek foto’s maken. De brug is heerlijk warm en beschut, maar als je aan de bakboord kant op het dek stapte woei je bijna weg en kon je nauwelijks zien wat je fotografeerde vanwege de wind; de stuurboord kant was langere tijd rustig, daar kon je makkelijk staan. Omdat de zon was gaan schijnen en het (exclusief de wind) niet koud was, zo’n 2-3 graden boven nul, was het best lekker buiten zonder jas even een foto maken (weliswaar wel met shirt, thermo-trui en fleece aan, maar toch). Na een paar minuten moet je echter weer naar binnen om op te warmen omdat de wind zo vreselijk hard is dat hij zo door je kleren blaast.

Je went niet echt aan al het moois, want er drijven constant het meest prachtig grillig gevormd ijs, of enorme plakken ijs. Het blijft gewoon allemaal zo vreselijk uniek mooi, ik kan niet ophouden met foto’s maken, en Hans en ik samen hebben met de twee toestellen toch denk ik al wel meer dan duizend foto’s gemaakt tot nu toe. Ja, we zijn zelfs al over de 1500, want onze toestellen zitten nu al weer vol met waar we allemaal langs varen en op de computer staan al zo’n 1200 foto’s en films. Hans is nu naar een lezing en ik ga nu lekker een dutje doen want half 5 opstaan vanochtend begin ik nu inmiddels wel te voelen.

Rond vier uur hingen we een beetje rond in de lounge, waar het gewoon altijd erg gezellig is omdat er een vast clubje – in ieder geval de meeste mensen die net zoals ons in de onderste hutten zitten – altijd wel aanwezig is. Er wordt tot nu toe altijd op de bar een schaal met lekkers neergezet voor bij de thee, en daar wordt door de kenners gretig op gewacht... de schaal is ook binnen 2 minuten leeg, want veel is het niet maar lekker is het altijd wel! Vandaag werd er echter ook nog een chocoladekaramel taart op de bar gezet en in dunne puntjes gesneden! Waarschijnlijk als troost van de kok dat we niet langs konden gaan bij Esperanza Station... hmmmmmmmm lekker! We moeten hier nog wel oppassen, het is allemaal veels te lekker, ze zorgen veels te goed voor de inwendige mens hier en die kou doet ook eten...

Uiteindelijk is er van het dutje niets terechtgekomen want Hans was al weer terug en we kregen het dagoverzicht van wat we vandaag allemaal gedaan hadden en wat er morgen op het programma stond. Maar tijdens deze bespreking was er regelmatig iemand die naar buiten keek, opeens riep of wees, en dan rende iedereen inclusief de expeditieleider die de bespreking deed naar buiten met jassen en fototoestellen om een mooie ijsberg met pinguïns erop te fotograferen, of orka’s te kijken, of te zoeken naar een walvis... ja we hebben orka’s gezien, in de verte, dan zag je ze een paar keer opspringen en spuiten voordat ze weer weg waren. Zelfs het ‘hotelpersoneel’ rent dan naar buiten om te kijken, iedereen is hier zo enthousiast. Er is echt zoveel moois hier en je moet eigenlijk gewoon constant naar buiten kijken om niets te missen.

Het eten was vanavond nog veel lekkerder dan normaal, en het was sowieso vreselijk gezellig in ons groepje; een van ons (een harde kern van zo’n 8 Kras-reizigers) had de eerste ijsberg gezien een paar dagen geleden en dus kwam de hotelmanager vanavond speciaal een lekkere Argentijnse rode wijn presenteren – en omdat we met een tafel van 8 waren had hij zelfs twee flessen omdat het anders zo weinig zou zijn. Hans en ik hebben na het eten nog gekeken naar een lezing over ijs en hoe gletsjers gevormd worden. Het was een leuke lezing maar we waren doodmoe en naderhand hebben we nog even naar de ondergaande zon gekeken, maar daar hebben we niet op gewacht en lagen half 11 in bed...

free counters