2 december: Cierva Cove, Cuverville Island

Ik heb als een beer geslapen vannacht, en werd pas wakker toen Hans heel zachtjes weer de kamer inkwam na zijn douche... het was nog voor half 7, maar omdat ontbijt om zeven uur zou zijn en we meteen na het ontbijt op onze eerste expeditie van de dag zouden gaan hadden we zoiets van, vroeg op en klaarmaken dan zijn we de eerste in de Zodiacs. Nadat we onszelf hadden aangekleed zijn we naar boven gegaan om nog even voor het ontbijt rond te kijken, en zodra we in de lounge waren en door de ramen keken waren we gewoon even stil van al het moois. We lagen in een kleine baai die aan drie kanten omringd was door enorme gletsjers die tussen hoge sneeuwbedekte bergen in de zee brokkelde. Aan de zeekant was er een klein kaal eilandje, daar zouden we gaan landen vanochtend, en tegenover op het vastenland tegen een sneeuwvrije heuvel lag een klein onderzoeksstation. Het was een beetje bewolkt maar het was warm, wel zo’n 11 graden, en de zon scheen en reflecteerde op het water en het ijs en de sneeuw op de bergen. En het water in de baai was nog het allermooist; het was windstil in de beschutte baai en het schip lag stil (dat moet er vroeg in de ochtend aangekomen zijn en dobberde nu rustig op het stille water), en de hele baai lag vol met ijsbergen, brokken, schotsen, en gruis in allerlei afmetingen! Zo’n vreselijk mooi gezicht, zo’n prachtige stille baai, het water vol met ijs in allerlei afmetingen en zelfs kleuren.

Hans en ik hebben tot het tijd was voor ontbijt rondgekeken op het dek en genoten van het prachtige uitzicht, en na een snel ontbijt zijn we snel onszelf verder gaan kleden voor de expeditie, zodat we vooraan stonden toen het tijd was om te vertrekken. De Zodiacs lagen al in het water en draaide om elkaar heen en al deze deining maakte dat we in een groot ijsvrij ‘wak’ tussen al het gruis dreven. Vanwege de soms toch wel grote blokken ijs in het water – het meeste gruis was klein, maar stukken van een meter of zelfs een paar meter dreven ook rond – gingen de Zodiacs in konvooi naar het eiland, waarbij de eerste de weg vrijmaakte en de rest volgde. Het ijs gleed zo opzij als je erdoorheen voer, het was tenslotte meer een soort slush-ijs met grote brokken dan iets anders, maar ze moesten natuurlijk toch wel een beetje voorzichtig zijn omdat als een beetje groot stuk de propeller zou raken deze misschien verbogen zou raken. En wat is dat ijs waanzinnig mooi! Alles was prachtig, van de slush waar je doorheen voer tot de soms wel metersgrote brokken die in allerlei grillige vormen gevormd waren door de elementen. En in de verte lagen kleine en grote ijsbergen, sommige nog vers van de gletsjer en rechthoekig, anderen al weer oud en met allerlei uitsteeksels, golven, krullen en gaten erin. Het meeste ijs is ondoorzichtig en wit, wat een prachtige lichtblauwe, bijna fluorescerend licht geeft als het onderwater is en je er vlak langs vaart; maar soms dreef er een volledig doorzichtig ijsbrok langs, vaak vol met putjes en in bizarre vormen. En een enkele keer was het ijsblok groenig of blauwig.

Wij hebben ons helemaal suf gefotografeerd en gefilmd in de Zodiacs op weg naar het eiland, het was zo onweerstaanbaar mooi allemaal! Net een prachtige droom... Hans filmde terwijl ik alles fotografeerde wat ik zag, je kan er echt niet genoeg van krijgen, alles aan deze baai is wondermooi. Het eilandje was een grote kale rots met een kleine kolonie nogal nerveuze Chinstrap Pinguïns, en een van de enigste twee bloeiende planten in Antarctica, een soort van gras, die beschermd is. Plus een beschermde mossoort die daar ook groeide, was het eiland een van de meest groene plekken waar we de afgelopen week zijn geweest; het was echter niet meer dan af en toe zo’n plukje dor gras of mos hoor! Wij waren de eersten dit seizoen die aan land gingen op dit eiland, waardoor de pinguïns nogal zenuwachtig waren en we een grote afstand moesten houden. En we moesten eerst nog een flink stuk omhoog klauteren want de rots was een soort plateau. Maar als je dan boven stond had je een fabelachtig uitzicht over de schitterende baai en de Ushuaia die rustig in het midden ronddreef.

Omdat er zoveel mooi ijs in het water lag hadden de expeditieleiders een leuk uitstapje voor ons; met z’n zessen in de Zodiac (ongeveer de helft van wat er op een rustige zee in kan) kregen wij een excursie ijsbergen kijken... waanzinnig! Wij hadden een snelheidsduivel als bestuurder, en hij scheurde zo over het water van de baai van de ene schitterende ijsberg naar de andere; wat zijn die dingen onbeschrijfelijk mooi van dichtbij. Vol holtes en poelen en uitsteeksels, glad of vol putjes, de mooiste vormen, en de meest intense blauwkleuren, het had zo moderne kunst kunnen zijn geweest – waarschijnlijk nog veel mooier! Hij stuurde de boot dan tot helemaal tegen de ijsberg aan, helemaal eromheen zodat je het ijs kon aanraken en in ieder holletje en inhammetje kon kijken, en naar hartelust foto’s kon nemen. En dan in noodvaart op naar de volgende!

Een van de ijsbrokken was gewoon een juweeltje, een grillig ding vol putjes van doorzichtig groenig ijs met een poel in het midden – een soort stekelige kroon van ijs stak boven water uit, en onder water zag je nog een heel stuk zitten. Een deel van het blok was nog wittig ijs, maar het merendeel deze diepe groenige kleur...

Hans en ik hebben onze beide fototoestellen haast volgeschoten met foto’s en filmpjes, en terug op de boot heeft het nog een goed deel van de ochtend geduurd om ze van het toestel af te halen en alles weer leeg te maken en op te laden. Terwijl Hans aan het kletsen was met iemand ging ik ze kijken en het zien van die foto’s was fantastisch, terwijl we het amper een uur geleden allemaal echt gezien hadden! Ik ben er nog steeds vol van, het is inmiddels 2 uur en Hans ligt gezellig bij me te dutten terwijl ik alles weer bijtiep... je kan niet zeggen dat het het mooiste is geweest tot nu toe want we kunnen het nergens mee vergelijken maar dit was een waanzinnig mooie expeditie. Wij varen nu rustig op weg naar de volgende potentiële landingsplaats, een paar uren varen van Cierva Cove vandaan, en het sneeuwt buiten zachtjes. Iedereen is erg rustig nu, ook wel moe want die excursies zijn toch wel vermoeiend en je kan hier eigenlijk gewoon nauwelijks rusten omdat er zoveel moois is. Bij het verlaten van de baai zagen we in de verte nog de stoom dat walvissen omhoog blazen, en een orka uit het water komen. Het is een droom. Ik zou hier zo weer terug willen komen, ik vind het zo waanzinnig mooi allemaal!

Het is half 10 ‘s avonds en we varen door een kanaal van ijsbedekte bergen waarvan ik denk dat hij ongeveer 200-300 meter breed is. Het is mistig of in ieder geval hangt de bewolking erg laag want de pieken zitten in de wolken maar de zee is zichtbaar, en voor zover we kunnen zien zijn er aan beide kanten hoge kliffen van ijs die constant afbrokkelen in de zee – net riep de kapitein om over de intercom dat er een lawine was aan de bakboord kant en ik heb inderdaad een grote sneeuwwolk in de zee zien vallen. Ik ben doodmoe en wilde na het eten nog even lekker rustig typen, en Hans is nu even naar de brug omdat het echt wondermooi is buiten. Eigenlijk is alles gewoon mooi de afgelopen dagen! (Later vertelde Hans dat hij als eerste de lawine zag en de kapitein er op attent maakte. Dat wordt dan gelijk omgeroepen).

We hebben er naar mijn gevoel sinds ik laatst geschreven had weer een hele dag opzitten, want we hebben inmiddels weer een aantal uren varen achter de rug, een prachtige landing in Cuverville en nogmaals een flink aantal uren varen. Het is geen reis om uit te rusten! Je wil zelf ook zo veel mogelijk alles zien en meemaken want het is allemaal zo vreselijk mooi – ja ik weet dat ik in herhaling val... de vaartocht van Cierva naar Cuverville was rustig, ook wat betreft moois (er waren constant mooie ijsbergen maar we zijn nu zo verwend dat je daar niet meer voor opstaat, alleen als hij bijzonder mooi is wel!), dus ik heb het dagverslag bij kunnen werken terwijl Hans gezellig tegen me aan lag te dutten, de foto’s bekeken die we in de ochtend gemaakt hadden en een lekker dutje doen samen met Hans en daarna alleen terwijl Hans las en foto’s keek.

Ik baalde omdat in de middag de rits van mijn jas haperde, en toen we ons klaarmaakte voor de landing in Cuverville hij het helemaal niet meer deed. Maar op zich zijn onze kikkerbroeken ideaal en aangezien de mijne heel charmant tot onder mijn oksels reikt ben ik toch nog bijna volledig wind en waterdicht. Het was prima te doen, bleek, om mijn jas aan te doen en met behulp van het reddingsvest toch nog dicht te houden. Cuverville Island is een klein eilandje, volgens de crew in de vorm van een hoed, ligt tussen verschillende gletsjers die de baai vullen met brokstukken, en herbergt een grote kolonie Adelie Pinguïns. Hans en ik stonden natuurlijk weer vooraan om in de boten te stappen en konden daarom goed zien hoe een toch wel aanzienlijk stuk ijs, zo’n 15-20 meter lang, langzaam tegen de Ushuaia aandreef, met een doffe knal die overlevenden van de Titanic toch lichtelijk zenuwachtig zou moeten maken...

We stapten aan land op een sikkelvormig, nauw kiezelstrandje dat overging in een strook sneeuw die overging in een steile sneeuwbedekte berg. Overal liepen en nestelde pinguïns, en deze waren absoluut niet schuw maar liepen gewoon tussen ons door. Het enige waar ze wel een beetje zenuwachtig over waren was iets in het water, en Hans en ik stonden eigenlijk nog maar net aan land toen we zagen wat het was – een zeeleeuw! Wij hadden al een rug en snuit gezien van iets in het water, maar niet echt duidelijk. Maar opeens terwijl een aantal pinguïns uit het water aan land sprongen, kwam er een groot zwart beest achter aan die zich in het ondiepe water nog boven op een pinguïn probeerde te werpen... het is hem niet gelukt en binnen een paar momenten was hij weer weg maar wauw, wat een ervaring! Hans en ik speurde de baai af op zoek naar hem, zagen af en toe een snuit of rug boven water komen en toen kregen we hem in beeld; ik filmde met mijn toestel en Hans maakte foto’s met de zijne, en we volgde hem... hij zwom recht op een groepje mensen af aan de kant die aan het kijken waren naar wat pinguïns; zij keken onze kant op en zagen dus niet direct hoe er een meter of twee achter hen de zeeleeuw zich volledig op het strand wierp in een poging een pinguïn te grijpen!

Uiteraard bleef iedereen hopen op weer zo’n ontmoeting, en keek ondertussen rond naar de pinguïns en de prachtige ijsbergen en brokken die in de baai dreven. Je kon heel duidelijk zien hoe de muren van gletsjerijs in de verte eindigde in het water en ik wilde graag wat dichterbij komen om goed te kunnen kijken, dus ik ging in de sneeuw richting een heuveltje lopen van waaruit ik dacht meer te kunnen zien terwijl Hans bleef wachten op de zeeleeuw. De pinguïns hebben zelf allerlei snelwegen aangelegd in de sneeuw, platgelopen paden die liggen op de meest belangrijke routes... ik begreep al snel waarom want de pinguïns vinden het vreselijk moeilijk om over de sneeuw te lopen en wij mensen zakten tot onze knieën weg met iedere stap! Als je dan op zo’n pad liep zakte je niet weg, terwijl pinguïns toch echt niet zo zwaar zijn lijkt me... maar aangezien wij niet op de paden mogen lopen omdat dat de pinguïns van slag brengt moest ik door de sneeuw ploeteren. Ik kreeg het bloedheet, ging zweten als een paard en besefte na een tijdje ploeteren dat de gletsjermuren aan de overkant van de baai toch echt niet veel dichterbij kwamen, dus ik heb het opgegeven en kwam doodmoe terug op het strand.

Omdat er nog een paar anderen graag eerder terug naar de boot wilde en ik ook eigenlijk wel, riepen de expeditieleiders een Zodiac op en liet ik Hans achter om op zijn zeeleeuw te wachten. De bestuurder vroeg echter of we eerst nog even een kleine cruise wilde langs de ijsbergen, en na gisteren wilde ik dat maar al te graag, en met mij de anderen! Dus hij bracht ons naar de mooiste ijsbergen in de baai en ik genoot want dat ijs is zo vreselijk mooi, en we kwamen ook wel redelijk dichtbij de gletsjers waardoor ik ze goed kon zien. Op een gegeven moment vroeg hij of we NOG dichterbij de gletsjer wilde komen en stuurde ons om een ijsbergje heen zodat we enkele tientallen meters van de muur vandaan waren. Dat was echt wel een imponerend gezicht, zo’n torenhoge muur vol barsten en breuken waarvan je weet dat hij constant en onstuitbaar doorglijdt het water in, en door niets gestopt kan worden. Het water ervoor lag vol grote brokken ijs, enorme plakken en heel erg veel ijsgruis. En omdat we er redelijk lang naast dobberden voelde ik op een gegeven moment de ijzig koude straling van die muur van ijs dwars door mijn kleren heen!

Wij waren zo vreselijk verwend met onze uitgebreide ijsberg en gletsjer rondvaart (de andere Zodiacs die later vertrokken gingen niet langs de gletsjer) dat ik maar 10 minuten eerder dan Hans aan boord was, terwijl hij toch veel later aan boord van een Zodiac stapte... Maar we waren allebei heel erg gelukkig, want ik had mijn gletsjer en Hans toch nog zijn zeeleeuw, vlak nadat ik weggegaan was!

Terug op de boot hebben we tot het avondeten onze foto’s gedownload en alles weer opgeladen en natuurlijk foto’s gekeken! Heerlijk om ze weer terug te zien, en het is nu nog maar een paar uur geleden! Hoe zou dat wel niet over een paar maanden zijn... Ons plan is om vandaag of morgen een email te versturen met onze verslagen tot nu toe maar daarvoor hebben we een floppydisk nodig en die hebben we nog niet gevonden.

Tijdens het eten, voordat het toetje geserveerd zou worden, kwam de hotelmanager binnen en kondigde nogal serieus aan dat hij de formulieren voor de creditcardafschrijving binnen had gekregen maar dat er met drie mensen een probleem was met hun creditcard, en of die mensen als hij hun naam zei even naar voren wilde stappen zodat hij ze even persoonlijk kon spreken! Slik... hij riep als eerste Hans naar voren! Maar wij roken al nattigheid want wij hadden zo’n formulier helemaal niet ingeleverd omdat we zo weinig uitgeven aan boord dat we het gewoon met cash betalen op het einde, en ja hoor; opeens zetten de kok een grote ijstaart (‘Antarctische cake’) op tafel met drie kaarsjes en een sterretje! Het ging erom dat deze mensen jarig waren geweest of zouden worden op Antarctica, en daarom had de kok ijstaart gemaakt voor iedereen!

Inmiddels is het half 11 en we zijn bezig voor anker te gaan in een klein inhammetje; voor het eerst dat we al zijn waar we morgenochtend aan land gaan en dat we ‘s nachts niet doorvaren. Morgen mogen we lekker een half uurtje uitslapen, ontbijt is pas om half 8, en dan wordt de groep in 2 gesplitst en gaat de ene helft een bezoekje brengen aan een Engels onderzoeksstation op een piepklein eilandje waar je cadeaus kan kopen en briefkaarten versturen, terwijl de andere helft naar een ander piepklein eilandje gaat om (jazeker) pinguïns te kijken. Daarna wisselen de groepen om zodat iedereen toch alles ziet. Lachen, er leeft hier iets dat een ‘poolkip’ heet – een witte vogel met een deels kale kop die nog het meest op een mislukte duif lijkt – en ik zag net als eerste een aantal landen op de gestapelde Zodiacs achter de lounge! Het is ook echt niet zo dat ik zo’n verslag constant doortype, er zijn namelijk 101 dingetjes die ondertussen te zien zijn waardoor je constant met je jas half aan naar de deur rent en je fototoestel tevoorschijn trekt...

free counters