3 december: Port Lockroy, Jougla Point, Lemaire Channel, Petermann Island

Gisteravond toen ik klaar was met typen ben ik Hans gaan zoeken op de brug, en aangezien hij een floppydisk had bemachtigd zijn we gelijk gaan uitzoeken hoe we emails konden versturen. We hebben de verslagen overgezet naar de computer en Hans heeft nog een emailtje naar zijn kinderen geschreven voordat we ze verzonden... als het goed is worden ze vandaag om 9 uur ‘s ochtends onze tijd verzonden, ze halen namelijk twee keer per dag email binnen en versturen het – om 9 uur ‘s ochtends en 6 uur 's avonds. Het is een leuk idee dat we onze verslagen verstuurd hebben, het zou natuurlijk nog leuker zijn als mensen ze ook lezen natuurlijk... nee maar wij schrijven deze toch echt voornamelijk voor onszelf, om alles te helpen herinneren!

Wij lagen uiteindelijk kwart voor 12 in bed, doodmoe na weer een lange drukke dag. Je weet hier soms 's-middags al niet meer wat je 's ochtends allemaal gedaan hebt, het lijkt dan al weer zo ver weg omdat er zo veel moois en bijzonders ondertussen langs is geweest! Vanochtend na het ontbijt is Hans nog even gaan kijken of de mail verzonden was, en zo te zien wel. Leuk, dat dat kan! Een emailtje vanuit Antarctica...

Het is hier zo ongelofelijk onbeschrijfelijk mooi, ik krijg er gewoon tranen van in mijn ogen en zou het allemaal mee willen nemen om iedereen te laten zien. We hebben net geluncht en varen nu in het begin van de Lemaire Channel, en het is waanzinnig. Een nauw kanaal, hoge echt onvoorstelbaar steile zwarte rotsen aan beide kanten bestuift met verse sneeuw en overal waar het kan blijven liggen een metersdikke laag sneeuw, muren van sneeuw aan de waterkant, blauwe en witte ijsschotsen en brokken in het water en lage bewolking die de tippen verbergt en af en een zwakke zon doorlaat. Het is PRACHTIG. Alles is zo mooi, echt ik word er soms zo emotioneel van dat wij zoveel moois mogen zien.

Ik had dit nog maar amper geschreven of ik zag mensen uit het raam kijken en toen ik zelf ook keek zag ik voor ons al het water met ijs bedekt! Ik ben naar de boeg gerend samen met bijna iedereen die nog in de lounge zat, en de boeg en de brug stonden al helemaal vol met mensen – ik vond Hans helemaal voor op de boeg en samen hebben we gekeken naar hoe het ijs dichterbij kwam. Het was een wit tapijt van dichte slush van flinke brokken met grote ijsbergen en ijsschotsen die in het water dreven. Wij voeren er langzaam op af en het gevoel en het geluid toen de Ushuaia langzaam in het ijs gleed was magisch. De slush kraakte en knisperde zachtjes maar als een groot brok of zelfs een flinke ijsschots tegen de boeg aandreef dan hoorde je een doffe knal en een diep knarsend geluid onderwater... magisch. Het kanaal werd nauwer en vulde zich met ijsbergen waar de boot zich rustig zo veel mogelijk omheen manoeuvreerde en iedereen was gewoon stil van al dat moois. Het is echt onbeschrijfelijk mooi, ik moest er gewoon van huilen zo mooi.

We hebben echt wel een uur daar gestaan en gekeken hoe de Ushuaia door het ijs gleed. Delen van het water waren ijsvrij, en bijna overal was het windstil maar af en toe kwam je in een winderig deel en kwam er een ijzige kou van de bergen af. De grote ijsbrokken hadden de meest ongelofelijke vormen en het deel dat onderwater zat had de meest intense blauw- en turkooiskleuren... de meeste vermeed de kapitein maar af en toe dreef er langzaam een groot brok van enkele meters doorsnede tegen het schip aan en dan hoorde je een doffe knal onderwater en een soort knarsend schurend geluid terwijl hij langs de boeg gleed. Op een gegeven moment zwommen een aantal pinguïns in een vlak stuk open water, en wij keken erop neer en konden goed zien hoe ze door het water vlogen. Het water is duidelijk hun element, ze vliegen als torpedo’s door het water en zijn even wendbaar als andere vogels in de lucht.

De zwarte bergen langs het kanaal waren ongelofelijk steil, vol met gletsjers die angstaanjagend steil tegen de hellingen geplakt waren en op allerlei grillige manieren in het water brokkelde. Je zag de sporen van verse lawines en heel soms zag je ook een sneeuwverschuiving. Op een gegeven moment ging het zachtjes sneeuwen. En je hoorde niets behalve de motor van het schip, het knarsen van het ijs, en de wind als hij er was... wat ik zo mooi vind hier is dat er niets anders is dan ijs, rots en water; geen bomen, planten, bouwwerken, helemaal niets. De menselijke sporen die wij tot nu toe gezien hebben zijn op een hand te tellen en beperkt tot wat (vaak roodgekleurde) onderzoeksstations, de gebleekte botten van uitgebeende walvissen en – heel toevallig – vandaag voor het eerst een ander schip; een groot cruiseschip die ver achter ons uit een zijtak van het kanaal kwam en een andere kant opging toen wij aan het begin van het Lemaire kanaal stonden. Daar letten de kapiteins van de schepen hier goed op; er moeten toch zeker wel een aantal schepen zijn in deze regio maar je ziet nooit een ander schip (behalve nu dus toevallig) en je komt ook nooit iemand anders tegen op de landingsplaatsen los van mensen van je eigen schip of eventueel de bewoners van een onderzoeksstation. Want wij zijn vandaag namelijk naar twee onderzoeksstations geweest, een nog voordat we het Lemaire kanaal ingingen.

De excursie vanochtend, in de baai waar we hadden overnacht, was naar twee kleine eilandjes. Onze groep ging eerst naar het onderzoeksstation Port Lockroy, een klein gebouwtje op een rotseilandje midden tussen een kolonie pinguïns die zo’n 10 jaar geleden helemaal gerestaureerd was naar zijn oorspronkelijke staat in de jaren 50. In deze baai zijn er al 100 jaar mensen actief, in het begin als walvisvaarders – de bewijsstukken liggen nog overal over dit eilandje, het andere eilandje en in het heldere water van de baai verspreid…later werd het een onderzoeksstation en nu wonen er 3 mensen in de zomer. Je kan zien dat het station liefdevol is gerestaureerd en de bewoners leven er ook echt; het is als museum ingericht maar een kamer bevat hun slaapzakken en wat basisbenodigdheden zoals een ‘modern’ fornuis, aangezien de oorspronkelijke keuken niet meer gebruikt wordt, maar nergens zie je eigenlijk moderne dingen, want deze zijn zorgvuldig opgenomen in het geheel. Er was ook een winkeltje bij waar je van alles kon kopen over Antarctica en het station, waar de opbrengst van ging naar het behoud van dit station en nog een paar anderen op de Antarctic Peninsula, en de pinguïns hadden hun nesten zelfs tot onder het station gebouwd (dat op poten stond) en tot vlak bij de deur. Blijkbaar is een van hun onderzoeken kijken hoe de pinguïns omgaan met toeristen, want een helft van de kolonie was verboden terrein voor ons en de andere helft daar struikelde je haast over de pinguïns op weg naar het station. Wij hebben wat briefkaarten verstuurd en wat kleine souvenirs in het winkeltje, en op het prikbord gekeken waar mensen briefjes achterlaten voor mensen in andere schepen.

Het tweede eilandje lag ernaast, Jougla Point, en daar mochten we (weer) naar pinguïns kijken. Bij de aankomst zagen we een zeeleeuw zwemmen, en dreven nog een tijdje rond om er goed naar te kijken. Jammer alleen dat die beesten niet zo dichtbij komen – tot nu toe in ieder geval niet. Maar toch wel heel erg leuk dat we het toch hebben gezien. Ik vond de baai zelf veel leuker en mooier dan het eiland zelf, met een metershoge ijsmuur vlakbij die toch wel zo’n 100 meter hoog moest zijn geweest en gevaarlijk boven het water hing. En ik vond de walvisbotten die op het eilandje lagen imposant; een complete ruggengraat, en stukken van de schedel en andere boten... in het water van een kiezelstrandje lagen ribben. 100 jaar geleden moet het hier gestonken hebben naar walvisvlees en blubber. Brrrr!

Het bezoek aan het station was eigenlijk ons eerste contact met andere mensen sinds we hier zijn, een vreemd idee om een souvenirwinkeltje te vinden op de zuidpool! Onze tweede expeditie was vlak nadat we uit het Lemaire Kanaal kwamen, naar Petermaneiland waar ook een onderzoekstation stond en een flinke kolonie pinguïns. Wij hadden echt amper de tijd om de fototoestellen leeg te halen en mijn batterijen waren nog maar half opgeladen toen we aan land gingen. Het sneeuwde inmiddels en woei hier redelijk hard, lekker guur Antarctisch weer dus! Eerlijk gezegd hadden we ook niet echt veel zin om aan land te gaan omdat we nog volzaten met alle mooie beelden van het Lemaire Kanaal, maar goed, straks ga je niet en blijkt er een orka aan land te zijn gekomen om pinguïns te grijpen of zoiets, of blijkt het een waanzinnig mooie plek te zijn – tot nu toe was iedere landing hartstikke leuk tenslotte, en we zijn hier niet om uit te rusten...

De landing zelf was best heftig; de golven waren erg ruig en hoog aan de kust en de landingsplaats was precies op een plek waar de rotsen hoog waren en het verschil tussen een aankomende golf en vertrekkende golf erg groot was. Wij zaten in de eerste boot en het was dus even passen en meten hoe we het beste aan land moesten, vooral omdat er na een aantal landingen nog steeds mensen zijn die zich gedragen alsof het hun eerste is! Aan land moesten we door diepe sneeuw tegen een heuveltop klimmen om de pinguïns te bekijken, en daar had iedereen eigenlijk een beetje spijt van want echt de moeite waard was het niet. Het enige wat wel heel erg leuk was, was hoe de pinguïns omhoog en omlaag klauterde in de sneeuw – ze sleeën op hun buik en klauwen zichzelf voort met hun poten en sturen een beetje bij met hun vleugels! Echt een heel grappig gezicht...

Inmiddels zijn we weer aan boord en gaan we blijkbaar weer door het Lemaire Kanaal, Petermaneiland was het meest zuidelijke stukje van onze reis. Ik val inmiddels om van de slaap en ga een dutje doen voor het eten. Hans is al een tijdje weg; waarschijnlijk op de brug aan het kijken hoe we weer door het ijs gaan glijden...

Hans was inderdaad op de brug, aan het genieten met volle teugen; want het weer werd steeds meer zoals we verwachten dat een echte Antarctische zomer moet zijn: horizontale sneeuw omdat het zo hard waait en donkere lucht! De tocht terug door het Lemaire Kanaal was een stuk ruiger dan de heenweg, we hadden stormachtig weer met windkrachten van 8 a 9, en flinke sneeuw – maar Hans genoot en ik zag hem af en toe langs het raam lopen waar ik zat, wangen rood van de koude wind en sneeuw maar een brede grijs op zijn gezicht, foto’s en filmpjes aan het maken van de doortocht door het ijs, met muts en jas aan tegen de kou maar geen handschoenen aan omdat hij bijna nooit koude handen heeft hihihi…een ander schip kwam langs net toen wij uit het kanaal kwamen – in de richting van het kanaal varend, maar ze zouden niet veel gezien hebben want het laatste stuk zag je niet eens de kant meer, alleen maar sneeuw, wind, mist, water en ijs!

Het is nu tegen 10 uur, we hebben gegeten en Hans en ik zitten doodmoe op de bank in de lounge. Het eten was weer eens verrukkelijk, we worden hier echt goed verzorgd aan boord, wat betreft excursies, informatie, eten, en verzorging. Maar we hebben weer eens een lange dag achter de rug, twee excursies op een dag is behoorlijk vermoeiend, en sowieso brengen we veel tijd door buiten; ik voel me nu ook als na een lange dag flink skiën – rozig, moe, warme handen en voeten, weinig hersenactiviteit meer hihihi en klaar voor bed! En gezien het feit dat Hans nu ook wel erg stil is geworden naast me denk ik dat we dat ook heel binnenkort gaan doen...

free counters