5 december: Deception Island, Whaler’s Bay, Halfmoon Island

We varen nu op dit moment weg uit Deception Island, waar we in Whaler’s Bay aan land zijn gegaan... ik schreef gister dat Deception Island een dode vulkaan was maar dat is niet helemaal waar, blijkt; het hete water dat uit de grond komt varieert nogal in temperatuur, van 40 tot zelfs 80 graden, en de laatste uitbarsting op deze locatie was in 1969. Oef! We zijn dus in een actieve vulkaan geweest! KICKEN dat vind ik echt geweldig! De volgende – en laatste bestemming – is Half Moon Island, over 3 uur komen we daar aan en dan is het tot ziens en richting de Drake Passage en richting huis. Ik vind het op zich niet erg om naar huis te gaan maar ik zou ook gewoon willen blijven, of volgende week terugkomen! Ik realiseer mezelf net dat ik in deze week expedities meer ruige natuur heb gezien dan ik ooit eerder heb gezien – niet alleen ijs hoor, maar ik heb gletsjers van dichtbij gezien en vulkanen, en hoge golven midden op zee... We hebben hier genoten, echt!

Gisteravond werd omgeroepen dat we onze schoen moesten zetten vannacht! Lachen... er zat inderdaad vandaag een chocoladereep in iedere schoen op de gang. We hebben vannacht slecht geslapen, Hans heeft zelfs bijna geen oog dichtgedaan, waarschijnlijk omdat het schip weer een stukje ruwe zee moest oversteken om bij de South Shetland Islands te komen waar Deception Island ligt. Volgens de planning zouden we vanochtend om ongeveer half 7 Deception Island invaren via een opening in de zijkant van de rand van de vulkaan, en omdat dat blijkbaar een imposant gezicht zou zijn raadde de expeditieleider ons aan om vooral om die tijd op de brug te staan. Het was inderdaad een mooi gezicht om op de kleine opening in die hoge muur af te varen maar toen we eenmaal naar binnen voeren was het toch een beetje minder spectaculair dan we hadden verwacht, enkel en alleen omdat de vulkaan veel en veel groter was dan we dachten dus je niet echt het gevoel had dat je erin zat. Het was meer alsof je in een grote baai was in plaats van het midden van een vulkaan.

Onze landing was gepland in een kleine baai – een kleinere vulkaan binnen het grote geheel – die vroeger als walvisverwerkingsfabriek dienst deed. Het water dat door het zand in deze baai omhoogkomt is warm, heet zelfs, dus de grote attractie is dat je er kan zwemmen, of in ieder geval in het warme water liggen; en dus droeg iedereen zijn zwemkleren onder zijn warme kleren... maar eerst mochten we nog even rondkijken want zodra je in het water was geweest moest je meteen terug naar de boot voor warmte. Het was er desolaat, verlaten, kaal, en er stonden allerlei vervallen gebouwen en machines half verzakt in de zwarte modderstromen die er langs waren gekomen. Het enige leven was een enkele pinguïn, en de steile zwarte kraterwand keek in de verte op ons neer. Hans en ik zijn langs het zwarte strand, vol kiezels, van puimsteen, basalt, en as gaan wandelen naar een uitkijkpunt dat ‘Neptune’s Window’ heet, een col in de hoge bergen om ons heen. Ondertussen liepen we langs vervallen houten gebouwtjes, roestige verwrongen stukken metaal, stapels uit elkaar vallende houten tonnen en heel veel verbleekte walvisbotten... Best wel een droevig gezicht maar ik vond het toch wel mooi om te zien – het sprak tot de verbeelding.

Een bijzonder gezicht was dat er bij de vloedlijn stoom omhoog steeg, alsof de zee aan het koken was. De zee aan de vloedlijn was ook warm, en je zag een pinguïn zichtbaar genieten terwijl hij een warm bad nam! Als je in het natte zand een holletje groef dan vulde dat zich met heet water, en de stoom langs het strand was een apart, spookachtig gezicht. Er zat hier nog wel het een en ander aan kracht diep onder de grond... Neptune’s Window was een kleine klim en toen we eenmaal boven waren waaide we bijna uit onze sokken! Eigenlijk was het de resten van een piepkleine vulkaan die zichzelf bij een vorige eruptie opgeblazen had en nu een zwartgeblakerd gat in de bergen van de grote krater had overgelaten – je had er een mooi uitzicht over de zee en terugkijkend over de baai maar het woei er echt vreselijk hard en de klif voor ons (eigenlijk het hart van de vulkaan) ging steil omlaag...

Toen we terugliepen zagen we dat de expeditieleiders al bezig waren een pierebadje te graven in het natte zand, en er stonden al wat mensen omheen elkaar op te stoken wie de eerste zou zijn. Ik had besloten dat ik het niet wilde doen, maar omdat ik weet dat je nooit van tevoren zeker weet hoe het is, en of je het wel of niet wilt doen, had ik wel mijn zwempak aangedaan voor het geval dat.

Hans is als een van de allereerste het water ingegaan; eerst even poedelen in de zee, toen in het badje liggen en spelen en toen toch nog even kopje onder in zee... brrrrrrr dapper hoor want de eerste 20 cm het zeewater in was wel lekker warm, maar daarna werd het al gauw gewoon lekker koud Antarctische zee – maar Hans is tot aan zijn dijen in het water gelopen en heeft toen een duikje gemaakt zodat hij helemaal kopje onderging! Een heleboel mensen hebben het toch gedaan, en ik kreeg terwijl ik foto’s maakte van Hans zijn dappere en koude actie toch ook wel zin om gek te doen. Het is gekkenwerk want het was behoorlijk winderig en het is natuurlijk koud – het enige dat warm is is het water uit de grond en je kleren voordat je ze uitdoet... maar omdat Esther, een leuk meisje uit onze Kras-groep, ook een beetje liep te twijfelen hadden we allebei zoiets van, als jij het doet doe ik het ook! Ik heb wel gewacht tot Hans weer aangekleed was en het fototoestel weer bij de hand had natuurlijk, want je gaat echt niet voor je plezier daar pootjebaden! Dat doe je alleen maar om te weten dat je op Antarctica in je zwempak aan het strand hebt gelegen, en dan ook alleen maar als er een foto van is als bewijs...

Het was kkkkkkkoud. De zee was me te koud, dus ik ging richting het pierebadje, maar dat water uit de grond was bloedheet, je verbrandde bijna je billen! Esther en ik bleven dus op de grens van koud zeewater en heet water in de poging om een gouden midden te vinden... maar zo lang als Hans heeft gepoedeld en rondgelopen in zijn zwembroek heb ik echt niet uitgehouden hoor, ik was er – na voldoende foto’s om het feit vast te leggen – al gauw weer mee klaar! Hans doet het lijken alsof het gewoon een dagje op het strand was – alleen een beetje bewolkt – maar ik vond het behoorlijk koud! Wel een stoer idee dat we het gedaan hebben maar toch koud... en dat vulkaanzand gaat ook overal tussenzitten. Maar na een snelle tocht terug naar de boot en een lekkere douche en lunch waren we al gauw weer helemaal opgekikkerd – alleen een beetje rozig en tintelend.

We varen nu al weer geruime tijd langs Livingstone Island, een prachtige lange witte bergketen aan bakboord. Echt, we zijn hier al ruim een week en we hebben zo veel gezien, maar nog kunnen we helemaal onder de indruk zijn van ‘weer’ een eiland of bergketen... over een uurtje komen we aan bij Half Moon Island, de laatste expeditie op onze reis, en dan moeten we onze laarzen en zwemvesten inleveren en is het voorbereiden op twee dagen de Drake Passage oversteken – wat waarschijnlijk wel weer een onrustige oversteek zal worden. Hopelijk geeft dat tijd om te rusten en alvast wat reserve op te bouwen voor de vliegreis terug, want die is ook lang.

Wij vinden het allebei vermoeiend, maar toch wel een deel van de charme, dat je zo vreselijk lang moet reizen om bij Antarctica te komen. Het ligt echt aan het einde van de aarde!

Rond kwart voor 3 kwamen we aan bij Half Moon Island – op de radar kon je heel erg goed de vorm ervan zien en waarom het zo heet. Deze vulkaan is al lang dood, en er is niet meer van over dan een randje van rotsen over dat een sikkelvormig strandje vormt met een rotsheuvel. Zoals gebruikelijk is de omgeving prachtig, de South Shetland Islands zijn minstens even mooi als de eilanden bij de Antarctic Peninsula. Er leeft een kolonie Chinstrap Pinguïns, maar inmiddels hebben we toch wel ruim voldoende pinguïns gezien... er lag op het kiezelstrandje de resten van een oude walvisvaardersbootje, en hier en daar lag sneeuw. Wij staken het heuveltje over om naar het strand aan de bolle kant van de sikkel te lopen, in de hoop dat we daar zeehonden zouden zien, maar de sneeuw was heel erg diep en zelfs al waren er al een paar voor ons gegaan, Hans raakte met zijn rechterbeen vast in de sneeuw. Hij kon hem echt niet meer bewegen en ik heb zijn been moeten uitgraven! Toen ik een gat had gegraven rond zijn been kon hij zijn laars vrij krijgen en weer verder lopen, en toen ik wilde volgen bleek dat MIJN rechterbeen nu vastzat in de sneeuw!! Godverdegodver... ik heb mezelf een beetje uit kunnen graven en bedacht me toen dat het slim was om op de sneeuw te gaan liggen zodat ik niet steeds weg zou zakken – dat werkte en ik rolde en gleed verder nog een beetje omlaag voordat we een stevig pad vonden. Hele diepe sneeuw werkt dus net als een soort drijfzand – hoe meer oppervlak je maakt hoe hoger je blijft en hoe meer je tegenstribbelt hoe vaster je raakt...

Toen we uit de diepe sneeuw waren zagen we een aantal mensen staan kijken naar iets, en het bleek een Weddell zeehond te zijn! Hij lag heerlijk lui op de sneeuw te luieren, en leek haast bewust te zijn van de fototoestellen die op hem gericht waren want hij zwaaide nu met zijn achterpoten, dan gaapte hij of rekte hij zich uit of hield een flipper voor zijn gezicht... het was net alsof hij aan het poseren was, en een heel erg leuk gezicht! Hans en ik hebben uitgebreid foto’s gemaakt en ook gewoon genoten van het gezicht...

Terwijl we zo stonden te kijken naar de zeehond zag ik opeens iemand waarvan onder de passagiers bekend was dat hij stenen jatte (en waarvan Hans zei dat hij elke expeditie wel iets meenam) naar de grond kijken. Ik hield hem een beetje in de gaten en zag dat hij een mooie schelp had gevonden... deze wisselde hij van hand en zijn hand ging langs zijn jaszak waarop de hand leeg was. Ik baalde ervan dat iemand dat zomaar ongestraft kan doen en zich totaal niet stoort aan de afspraken, dus ik sprak hem erover aan maar hij deed alsof hij niets verstond, deed alleen een beetje knikken en liep door. Maar toen ik vroeg of hij Engels sprak zei hij van wel... ik sprak later Esther en die zei dat zij hem ook had aangesproken en precies dezelfde reactie. Nou ja, een van de expeditieleiders weet er nu ook van en hopelijk doen ze er wat mee want er zijn gewoon afspraken gemaakt en daar dient iedereen zich aan te houden.

Ik kreeg weer een beetje last van mijn heup, daar had ik vanochtend ook last van gekregen, en Hans had het ook wel weer gezien en wilde graag nog zijn zus bellen voordat het te laat was dus we besloten om na een uurtje weer terug te gaan naar het schip. Nadat we ons omgekleed hadden en onze zwemvesten en laarzen weer teruggegeven gingen we naar de brug zodat Hans zijn zus kon bellen en vragen hoe het met Kees ging. Daarna installeerde we onszelf weer in de lounge om de rest van de middag rond te hangen en te kletsen. Het schip vaart nu richting de Drake Passage, we zijn weer op weg naar huis. Zonet werd iedereen naar de boeg van het schip geroepen omdat ze een groepsfoto van ons wilde maken, en het waait al behoorlijk! Er werd eerst gezegd dat het een redelijk rustige overvaart zou zijn maar nu net zei iemand dat hij gehoord had dat het flinke woei en dus toch nog behoorlijk ruig zou worden. Ik ben benieuwd, ik hoop dat we niet weer zeeziek worden! Voor de rest maak ik me niet te veel zorgen, het zal alleen wel weer wennen worden aan een rollend schip en de lounge die overhoop ligt!

free counters