12/2: Port Hedland - Kumarina Roadhouse, 629km

Het was de bedoeling om langs te gaan bij mijn oom en tante in Adelaide tijdens onze rondrit door Australië. Daar ben ik nog nooit geweest zelfs niet toen we in Brunei woonde – wat relatief gezien natuurlijk ‘vlakbij’ is – dus ik wilde daar graag langs. Maar die zijn zoals ik al schreef nu in Nederland voor het afstuderen van hun dochter, en komen pas de eerste week van maart terug… En omdat ons schema en route nu helemaal omgegooid is weet ik niet wanneer wij daar kunnen zijn en of dat kan zijn als zij er ook zijn! In ieder geval, ook om ze goede reis te wensen, heb ik dus even met mijn tante gebeld. Het is reuze gezellig samen maar toch ook wel fijn om eens met iemand anders te praten!


Wij zijn gisteravond na een late maaltijd redelijk gauw in bed gedonderd, en hebben diep geslapen. Omdat het zondag was hebben we vandaag uitgeslapen – tot acht uur! Vanochtend hebben we nog even de mail gecheckt en tegelijk de mailtjes die we gisteren beantwoord hadden opgestuurd, maar helaas waren er weinig mailtjes… Alleen eentje van Hans zijn moeder, die ons ellenlange verslag al van voor tot achteren had gelezen! Anderen waren zeker nog er door heen aan het worstelen ;) Op zich gingen we vandaag weer met een heel positief gevoel op pad – want we gingen (over 30 km) weer nieuw terrein zien! Maar eerst hebben we nog even een foto gemaakt van onszelf voor een van de grote roadtrains – stilstaand wel te verstaan – een Mack. Zegt mij niet zo heel veel die naam maar een groot indrukwekkend monster was het wel!


Vandaag reden we het binnenland in, richting Newman, een mijnstadje met de grootste dagbouwmijn ter wereld. Nu is Port Hedland een grote industriestad met een enorme ijzersmelterij, en vandaag onderweg ontdekte we waar al die roadtrains vandaan komen die steeds langs onze roadhouse rijden… Van Newman dus. We hebben nog nooit zoveel roadtrains gezien als vandaag! Echt enorm veel en het is onvoorstelbaar maar als het hier op een oplegger past dan kan het vervoerd worden lijkt het. En dat is dus veel! Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat we voor roadtrainsandwich aan het spelen waren – en wij het beleg waren – want voor ons reed eentje met 3 containers en achter ons doemde eentje met 3 ertswagons op…en die wilde inhalen! Nu staat er op de zijspiegel dat dingen die je in de spiegel ziet in werkelijkheid dichterbij zijn… Nou dat wil ik niet weten hoe dichtbij hij wel niet was! Na een tijdje was er eindelijk een paar kilometer overzichtelijke weg, waarop hij langs kwam denderen… Wij denken dat onze vriendin het vandaag wel naar haar zin zou hebben gehad, met al die grote machines die langskwamen! (Hans zegt dat ik het magische woord ‘mijnbouwvrachtwagens’ moet noemen… )


Het landschap zelf was ook heel mooi, glooiend en prachtige rode rotsen en af en toe sneed de weg dwars door zo’n rots en zag je duizenden laagjes. Echt heel mooi, en na de duizenden kilometers prairieachtige vlaktes die we tot nu toe gezien hebben een verademing! Omdat de weg dus wat meer slingerde heeft Hans de hele rit gereden – en ook omdat ik het spaansbenauwd kreeg van al die roadtrains natuurlijk ;) Nee maar vandaag vlogen de kilometers voorbij, waarschijnlijk ook omdat we weer het gevoel hadden op weg te zijn en niet meer terug aan het rijden. Dat kan zo’n verschil maken voor hoe je het landschap beleeft! Omdat het zo lekker rijden was besloten we om maar niet in Newman te overnachten maar om naar de eerstvolgende roadhouse te rijden, Kumarina, nog eens zo’n 160 km. Ahum, tja, er IS een camping…


Positief was dat ie goedkoop was – de goedkoopste tot nu toe. Negatief is dat ie zo het decor van een slechte horrorfilm zou kunnen zijn waarin veel insecten voorkomen. En wij zijn de ongelukkigen die zo dom zijn om er een nachtje door te brengen. In Willare roadhouse was het een uitdaging om de afwas te doen na zonsondergang, en ging je liever niet naar de wc als het donker was, maar hier doe je dat al niet eens meer als het licht is!!! Dan kies ik eigenlijk eerlijk gezegd liever voor de miljoenen doodgaande vliegende termieten die sochtends rond en in het wc-gebouwtje in Willare Roadhouse de grond bezaaide, dan hier. Het begint al als je het campinggebied oprijdt – een groot handgeschreven bord op een watertorentje van gestapelde tonnen en een grote ton bovenop met ‘Powered Sites’. Ja, die powered sites… Er is volgens mij maar EEN stekkerdoos waarvan alle plekken met stroom voorzien moeten worden – nou aangezien het hier heeeeeeel rustig is zijn we er dus maar direct naast gaan staan. Hans was als eerste naar de wc gegaan en kwam met een vreemde uitdrukking terug. Hij was heel stellig in dat we maar NIET gingen afwassen op deze camping, en hij was in ieder geval ook niet van plan om er te douchen en liefst eigenlijk helemaal niet meer in de buurt van het wc-gebouwtje te komen. Maar ik moest maar eens gaan kijken en vooral mijn fototoestel mee te nemen…


Slik. Die wasbak. Ongelofelijk! Halfvol met water en het krioelde van de grote kevers – echt helemaal vol, je zag het water niet meer zo vol. De meeste dood maar nog genoeg levende om het een hele gore enge bedoeling te maken. Na het verhaal van Hans over hoe iets wegschoot toen hij de wc instapte, en na de tekst ‘please keep the door closed to keep the creepy crawlies out’ (houdt de deur aub gesloten om de enge kruipers buiten te houden) op de dames-wc stapte ik toch een beetje voorzichtig naar binnen. Het was nu niet direct echt vies maar ja, ik had inmiddels het gevoel dat er overal beestjes zaten dus we hebben unaniem besloten om maar van de camper-wc gebruik te maken… De mannen-wc was blijkbaar ECHT smerig! Nee niet echt vies allemaal hoor, maar gewoon creepy. Plus Hans is een watje (hij zei het net zelf dus ik mag het schrijven! ;) ). Ach ja, we moeten maar de nacht zien te overleven (de deur is op slot ;) ) en dan morgen zijn we weer weg. Op weg verder zuid!


Wij reden vandaag weer langs de tropic of Capricorn (kreeftskeerkring zegt Hans…ahum dat zegt MIJ niet zo veel maar dat zal wel), dat is echt heel leuk hier, je ziet dan steeds een bord staan. Uiteraard maken wij steeds een foto van onszelf, maar omdat we dat nu al aan de kust hadden gedaan hoefde het nu niet zo nodig. Alleen iemand moet wel doorgeven dat Hans geen tropenjaren meer krijgt nu! Hopelijk zal het weer straks ook zodanig zacht zijn dat we niet overgeleverd zijn aan creepy campings voor de airco maar gewoon ook weer eens wild kunnen staan… Ik ga nu gauw de gordijnen dichtdoen want het is weer pikdonker en Hans mag overnemen :)

Liefs,

Jooske


Ik zei Schatje geen Watje.!!!


Goed, vandaag was idd weer een mooie rit, mooi glooiende heuvels en soms gevulde, soms leegstaande rivierbeddingen. Vooral al er water in staat is het een mooi gezicht. Loofbomen half ververscholen onder het rood/bruine water met roestkleurige rotsblokken en oevers. We reden ook nog langs een mooi nationaal park. Maar aangezien er wel gewezen wordt op een verhoogd gezondheidsrisico vanwege de asbest die in het gebied voorkomt en de asbestmijn die er vroeger (tot 1975) nog ontgonnen werd, besloten we het , letterlijk links te laten liggen. Geef mijn portie maar aan fikkie.


Verder hebben we uitgebreid besproken hoe en wat we gaan doen met ons bezoek aan ULURU (Ayer’s rock). Het is vanaf een bepaald kruispunt zo’n 2000 km op en neer en nu in volledige afwijking van onze eventuele te volgen route. Aan de andere kant zijn we er MAAR 1000 km vandaan. We hebben ook zoiets van wellicht gaan we ooit terug om Noord-Australie alsnog te doen. Maar ja dat weet je natuurlijk nooit en de rest van de wereld lonkt ook. We zijn er momenteel nog niet aan uit maar we hebben nog ruwweg zo’n 2000 km om een beslissing te maken. We’ll keep you informed!!


Voor de rest van de route en het bezoek aan Jooske’s oom en tante (wat wel leuk is natuurlijk) denken we nu eerst naar de oostkust te rijden en dan onderlangs terug naar Adelaide te rijden om daar na het bezoek in twee dagen weer naar de oostkust (Sydney) te rijden en dan op het vliegtuig te stappen.


Oeps, vergeet ik nog bijna te vertellen. Jooske besloot vandaag voor het eerst haar nieuwe verrekijker eens uit te proberen omdat we iets in de verte wilde identificeren. Na wat geklooi met de kijker kreeg ik maar geen uitsluitsel. Ik rij dus kan minder lang kijken. Ik keek even naar Jooske en zag hoe zij langs de verkeerde kant keek zodat alles juist verder weg is. Ja, ja en dan heb je twee studies. (Proest). We hebben er hard om moeten lachen. Uiteindelijk hebben we het ding maar met het blote oog geclassifiseert als een mobiele boorinstallatie. Ik heb beloofd niet te vertellen over de roze papagaaien die Jooske voor duiven uitschold. Dus dat doe ik maar niet.

Liefs Hans. (die zijn eigen stommiteiten lekker verzwijgt).

free counters