Woensdag 7 mei: Dunedin – Curio Bay, 212 km

Ondanks dat het tegen de avond best koud word in de camper hebben we het tot nu toe ’s nachts nog niet koud; gelukkig hebben we een redelijk goed dekbed, we hebben de extra dekens dus nog niet nodig. In de campingkeuken was een koelkast voor eten dat men kwijt wilde, en vanochtend lag er een kakelverse grote kip- of kalkoenfilet in, netjes verpakt. Samen met zo’n 7 eieren… Die hebben we allebei meegenomen; we waren toch van plan geweest om vanavond kip te eten, dus dat kwam goed uit! We reden vanochtend het campingterrein af over wat gemene drempels en opeens sprong een van de kastjes open; wat blikken vielen op de grond maar deden verder geen schade, alleen (zo ontdekte we later) de pot jam viel precies op de tree bij de deur in gruzelementen… gelukkig maar dat ie niet in de camper zelf gevallen was, of op de glazen plaat van het fornuis!



We zijn weer verder gereden op de route 1 richting het zuiden, en hebben in een klein plaatsje onderweg getankt; de tankprijzen lijken redelijk constant en gelijk te zijn – op het moment is diesel in dit deel overal 1,499 of 1,509 dollar per liter, en tot nu toe hebben we nog maar één uitschieter van 1,539 gezien. Bij het plaatsje Balclutha hebben we nog wat boodschappen gedaan (er was een heel schap met Nederlandse producten!) en zijn we van de route 1 afgegaan richting de “Southern Scenic Highway”, een weg die langs allerlei mooie plekjes in het Catlins gebied komt. Gelukkig werd de weg gelijk ook een stuk rustiger; Hans was de vele vrachtwagens al wel redelijk zat inmiddels!



Het landschap is ons nog altijd een beetje te tam, maar we zien wel dat het best mooi is; vandaag doet een beetje Schots of Engels aan; glooiende groene weides en heuvels, en veel schapen en koeien. Wat in ieder geval mooi is, zijn de vele grote roofvogels die we vaak vlakbij langs zien scheren tijdens het rijden! Soms hangen ze te bidden boven de weg, soms zien we ze zelfs langs of op de weg doodgereden dieren opvreten (en soms zijn ze daardoor helaas zelf de pineut)


Ik had allerlei dingetjes genoteerd die misschien leuk waren om te zien langs deze weg, en als eerste stond op het programma “Nugget Point”: een grillige rotskust met een vuurtoren, mooie rotsen in het water en kans op zeehonden in de branding. Het was nog een hele rit om er te komen, want de Southern Scenic Highway ligt veel verder het binnenland in dan ik gedacht had, dus we moesten nog allerlei kleine landweggetjes nemen om uiteindelijk via een slingerend gravelweggetje bij de vuurtoren uit te komen. Lang leve de gps, anders had dit echt nooit gekund, zoiets had ik nooit gevonden of Hans durven rijden met alleen een kaart!



Nugget Point was, ondanks dat de vuurtoren zelf niet interessant was, best mooi. We moesten een paar honderd meter langs een steile heuvel lopen die bedekt was met struiken die tegen de heuvel aangeplakt waren en door de wind geschoren leken. Beneden op zeeniveau zag je mooie grillige rotsen en zelfs een paar zeeleeuwen die aan het spelen waren in een poel water op een rotsplateau, leuk! Om bij de vuurtoren te kunnen komen liepen we over een hele smalle landtong, aan beide kanten steil naar beneden, en overal mooie grillige rotsen, en aan de rotsen lange baarden van meterslang kelp. De “nuggets” zelf waren ook best leuk om te zien; bestaand uit verticale rotslagen, waren ze in allerlei vormen uitgesleten door de zee; we zagen zelfs een paar kleine bogen.



Vanuit Nugget Point zijn we richting een waterval, Parakaunui Falls, gereden, ook weer via allerlei kleine weggetjes. Maar zo’n 7 kilometer voor we daar zouden aankomen zagen we opeens een bordje met “Jack’s Blowhole” de andere kant op wijzen. We hebben nu eenmaal een gps bij die haar route kan herberekenen, en die een broodkruimelfunctie heeft (zodat je kunt zien wat je precies gereden hebt en als het moet op je eigen route terugkeren), dus we konden wel weer terug op deze weg komen. Wij hebben trouwens thuis in Nederland de gecombineerde kaart van Nieuw Zeeland en Australië gekocht, en een levenslange update van de Europese kaart die er al opstond. Maar sinds die updates praat onze gps met een zachte vrouwelijke Belgische stem, wat weleens lastig is om te verstaan! En wat ook weleens lastig is, vooral voor Hans die de tekst er niet ook bij kan lezen en haar alleen hoort praten, is dat onze Belgische precies uitspreekt wat er staat, naar Belgische klanken vertaald. Dus Southern Scenic Hwy (afkorting voor highway) wordt Soet-herren S-kenik Ha-Wee-Ypsilon… Je begrijpt, dat ik dat af en toe voor Hans moet vertalen!



Maar in ieder geval, we hadden de tijd dus besloten we richting de blowhole te gaan, kijken of dat wat was. Wij dachten dat een blowhole een gat in een rotsplateau is aan de kust waardoor water naar boven geperst wordt, zodat het met bepaald getij of met iedere golf omhoog de lucht ingeblazen wordt; dat is best leuk om te zien! Maar het strand waar we aankwamen had geen rotsplateaus en in de verte zagen we een bordje; blowhole 20 minuten lopen. Hmmm, dat was niet de afspraak! Maar ja, je bent er nu toch en nu waren we toch wel heel nieuwsgierig geworden…



De wandeling voerde zo’n 7 minuten langs een vreemde smalle strook bos; grillige bomen, overal varens en zelfs veel vingerhoedskruid. Best mooi en een beetje sprookjesachtig. Toen kwamen we uit bij een hoge muur van bomen, en daarachter bleek, ver en onbereikbaar onder ons, een baai te zijn met mooie rotswanden, en wat rotsplateaus in de verte. Was dit het? Geen blowhole te zien, maar ja, wil dat iets zeggen? Het pad bleek echter verder de heuvel op te gaan, dus na een pittige steile klim en wat leek op een lange wandeling daarna begonnen we het wel welletjes te vinden onderhand. Zouden we ooit nog op een strand uit komen? We gingen zelfs dieper het binnenland in! Grrrrr mopper mopper… En opeens hoorde Hans gebulder… We waren er!



Midden in het landschap, omringd door zo’n dichte bebossing dat je alleen maar vanuit één kant vrij zicht had erop, lag een diep gat in de heuvel… Daar zouden we niet direct aan gedacht hebben bij een blowhole: een gat in het binnenland dat verbonden is met de zee. Maar het was spectaculair! Alleen al de afmetingen; 55 meter diep, 144 meter lang, 68 meter breed en 200 meter van de kust vandaan en toch nog met de zee verbonden! We hebben er een hele tijd staan kijken en luisteren naar het gebulder onder ons; je kon de golven ook goed het nauwe gat uit zien komen. Heel erg indrukwekkend!



Eenmaal terug in de camper was het hoog tijd voor de lunch, het was inmiddels 13:10. We hadden in de supermarkt verse broodjes gekocht en hebben zalmsalade gemaakt om erop te smeren; best lekker maar veels te vies werk voor camper-eten, zo’n blikje zalm schoonmaken. Bah, je vingers ruiken er heel de dag naar… We hadden ook eieren opgezet maar die gingen zo traag koken dat we ze, nadat ze gekookt waren, maar opgeborgen hebben voor een andere keer ergens bij te eten. We reden namelijk pas rond 14:15 weg bij het strand, en moesten nog de waterval bekijken en nog wat andere dingen!



De rit vandaag was in ieder geval beter dan de afgelopen twee dagen; veel rustiger, wat ruiger landschap, lekker kronkelende weggetjes en weliswaar af en toe gravel, maar toch nog wel goed te doen en tussendoor vaak genoeg ook weer stukken asfalt om af te wisselen.


De Parakaunui watervallen stonden natuurlijk al op onze route, maar werden ons nog eens extra aangeraden door een jong stel bij Jack’s Blowhole; Nieuw Zeelanders die weer door hun eigen land aan het reizen waren, en er net vandaan kwamen. Ze noemde de waterval iets uit een Indiana Jones film; dat klinkt goed, al wisten we niet direct wat ze daarmee bedoelde… Toen we bij de parkeerplaats aankwamen, in de bocht van een weg, zagen we een klein bordje met Parakaunui Falls een donker bos in wijzen. En toen begonnen we al gauw te snappen wat ze bedoelde; het bos was een varenbos, vol grillige woudreuzen en grote varenbomen en op de grond ook nog eens “gewone” varens. Verder overal maar dan echt overal mos, korstmossen, allerlei soorten varens en varenachtige, en een heel bijzonder vogelgeluid in de bomen. Erg indrukwekkend, net iets uit een of ander droomlandschap!



De waterval zelf zou, volgens de omschrijven op internet, 20 meter hoog moeten zijn. In werkelijkheid was het een soort trapwaterval, die over een serie stenen richels viel die in totaal misschien wel 20 meter hoog waren, maar iedere tree was maar een paar meter hoog. Gaf niet, het was een bijzonder mooie waterval en kan misschien zelfs wel in het top-10 lijstje ondanks de Iguazu watervallendie stevig op de eerste plaats staan en een hoop IJslandsewatervallen die veel van de rest van de plaatsen opvullen… En inderdaad, zó uit een Indiana Jones avontuur! Het enige wat miste waren nog wat met mos begroeide tempeldelen her en der. Erg mooi en heel erg indrukwekkend!



We hebben er echt enorm van genoten, ook op de terugweg naar de auto (het was maar 10 minuten lopen naar de waterval) hebben we nog uitgebreid staan kijken naar de mooie varens en mossen en bomen overal. Een hele bijzondere sfeer. Wat ook grappig was, dat 5 minuten na de waterval in het bos, wij uit het bos reden en terecht kwamen in een liefelijk Engels landschap van rollende heuvels met groen gras en schapen. Er was niets meer om te suggereren dat er een Indiana Jones droomwereld zich vlakbij bevond – los van een kleine dichtgegroeide vallei vol bomen waar we op neer keken. Ongelofelijk dat iemand dan ooit ontdekt heeft dat daar zo’n mooie waterval was!



Het begon geleidelijk aan steeds later te worden, dus ik stelde voor om bij Curio Bay een campsite op te zoeken die ik van te voren op internet gevonden had. Voor de rest heb ik geen campsites genoteerd, omdat we besloten hadden te zien wat we onderweg tegen zouden komen, en we van de camperverhuurder een serie gratis boekjes meegekregen hebben met campsites onderweg, maar dit was een apart geval. In Curio Bay was namelijk nog een bijzondere bezienswaardigheid; een versteend bos uit het Jura-tijdperk van het oercontinent Gondwana… Zo op het strand te zien, mits het wel laag water was. En vandaar dus de campsite; want als we ’s middags aankwamen daar bij hoog water, konden we overnachten en op een later tijdstip of de volgende ochtend opnieuw proberen. De rit er naartoe was berg op, berg af, door allerlei kronkel- en slingerweggetjes, best een mooie rit. En op het laatst kwamen we weer bij de kust uit dus zag je af en toe weer glimpen van de zee of een ruwe rotskust.



Het was gelukkig inderdaad laag water toen we aankwamen. De vele stompen van het versteende woud bij Curio Bay waren niet direct duidelijk terug te herkennen in het rotsplateau, vooral ook omdat er door de jaren heen veel souvenirjagers stukjes van hadden meegenomen, maar je kon de omgevallen bomen wel gemakkelijk herkennen. We mochten een gedeelte van het rotsplateau verkennen (de rest is met een touw afgebakend om de fossielen te beschermen), dus we zijn naar de omgevallen bomen gelopen, en het was moeilijk om jezelf te overtuigen dat de boomstam waar we bijstonden niet “echt” hout meer was! Zo gedetailleerd was de stenen versie, dat je het echt moest aanraken om te zien dat het steen en niet meer hout was. Je zag het eigenlijk alleen doordat de stam echt ín het rotsplateau lag en niet erop, maar het zou zo een aangespoeld stuk wrakhout kunnen zijn. En naarmate we daar langer stonden begonnen ook de stompjes op het rotsplateau meer vorm en detail te krijgen; het was echt wel bijzonder om te zien, al zou je er niet echt uren voor om moeten willen rijden denk ik.



De camping zelf was vlakbij; niet echt geweldig qua voorzieningen of schoonheid daarvan, maar wel 30 dollar in plaats van de 37/39 dollar van de afgelopen twee nachten, dus vooruit. En we waren moe, het was al bijna 17 uur en Hans had wel weer meer dan voldoende gereden voor vandaag! Omdat we laat geluncht hadden zijn we pas rond 18 uur gaan koken in het keukentje op het terrein; als je het dat mag noemen… Een betonnen buis met daarin twee pitjes en een wasbak, met daartussen een magnetron en een waterkoker. Donker, klein en onaantrekkelijk; er stond een ander stel en we moesten echt om elkaar heen werken. Vandaag stond de kip/kalkoenfilet op het menu (het bleek kalkoen te zijn, jammer), gebakken in reepjes met een pot Indiase cashew/kokoscurry en rijst erdoor… best wel te doen, zeker met wat zoete chilisaus. Die chilisaus was in Australië in 2006ons belangrijkste ingrediënt bij het koken, dus we hebben hier ook weer flink ingeslagen; want je kunt met die saus alles lekker maken! Als toetje weer een potje Griekse yoghurt met citroensaus; wel een ander merk dus iets minder citroenerig, helaas – maar nog wel lekker gelukkig. Deze was van de New World supermarkt, de vorige van de Countdown; volgende keer halen we weer van de Countdown dus!



We staan redelijk beschut tussen hoge sisalplanten, maar we staan wel aan de kust, dus we voelen de wind wel en het werd ’s avonds ook al gauw weer koud. Het lawaaiige ventilatortje heeft dus een tijd staan loeien. Hans heeft nog een beetje liggen lezen maar was te moe om na 20 uur nog zijn ogen open te kunnen houden, en is toen maar gaan slapen. Ik heb het nog tot 21:30 weten vol te houden maar ben toen ook maar in bed gekropen. De camper schudt soms echt heen en weer door de wind, ook regent het af en toe flink!

free counters