Zaterdag 10 mei: Kingston – Kurow, 411 km

Vandaag was een schitterende dag; lekker weer, fris maar zonnig met mooie wolkenstrepen in de lucht. De route was super; uren lang door mooie bergachtige landschappen rijden, op rustige wegen met weinig verkeer, en het reed lekker. We hebben lekker genoten; vaak met een muziekje op, en af en toe even stoppen om rond te kijken of pauze te houden…



Nadat we een aantal zenuwslopende momenten hebben gehad in bergachtige bochten de laatste dagen, waarbij het klonk alsof ieder moment alle blikken uit de kastjes zouden komen vallen (en dat één keertje ook echt gebeurd is), heb ik vandaag op Hans’ aanraden alle kastjes leeggeruimd. De blikken en potten liggen nu tijdens het rijden in boodschappentassen op bed, zodat we ze ’s avonds op de camping makkelijk opzij kunnen leggen. Het reed vandaag inderdaad ook veel fijner en rustiger!


We vertrokken vanuit Kingston in een soort Zwitsers landschap van meren en bergen; erg mooi, uiteraard. We zijn langs het Waitaka meer naar het noorden gereden tot aan Queenstown (Queenstown zelf zijn we niet ingeweest), en van daaruit zijn we oost gaan rijden terug richting de oostkust, maar via wegen die we nog niet gereden hadden, de 6 en 83 onder andere. Het liefelijke Zwitserse veranderde in meer stoerder Schotsachtige landschappen, afgewisseld met Teletubbie-achtige groene rollende heuvels. Erg mooi! En af en toe perste alles zich samen en reden we opeens in een wilde riviervallei.



De eerste (foto)stop van de dag was bij Roaring Meg, een hydro-elektrische installatie in een mooie riviervallei met overal grote beukenbomen waarvan de bladeren geel waren geworden; sowieso leek het wel meer op een mooie herfstdag dan een vroege winterdag met alle rode, gele en oranje kleuren die we vandaag gezien hebben. Erg mooi dus!



Daarna reden we door naar Cromwell, een klein plaatsje dat blijkbaar (zie ook de reuzenvruchten aan het begin van het dorp) belangrijk is voor zijn fruit. Er zou hier volgens de gps een BP, Caltex en onbestemde tankstation moeten zijn. Drie tankstations leek ons een beetje veel, en inderdaad, de Caltex leek niet (meer) te bestaan. De diesel was hier 1,569, wel 7 cent duurder dan elders, dus Hans besloot maar niet te tanken. Wel zagen we een “New World” supermarkt en besloten we voor een broodje voor de lunch te kijken, en kijken of deze supermarkt misschien wel wifi heeft. En tot onze verbazing was dat het geval! Dus we hebben nog gauw even de mail binnengehaald, en veel hele leuke reacties op ons blogberichtje van gisteravond (leuk, deze reis lijkt echt te leven bij de achterban!). En natuurlijk een paar lekkere pizzabroodjes gekocht; 2 kleinere en 1 grote…



Aangezien het 10 uur was en koffietijd, en we ontbeten hadden met een appeltje voor mij en een banaan voor Hans, besloten we om de 2 kleinere broodjes als ontbijt te beschouwen en gelijk maar wat koffie te zetten. En het parkeerterrein van de supermarkt was daar eigenlijk wel een prima plek voor, en de broodjes waren nog een beetje warm en het zou zonde zijn om ze koud te laten worden… Dus we hebben lekker ons kopje koffie en een lekker broodje genomen! Niet slecht…


Daarna was het urenlang genieten van het door het landschap rijden. Het was echt heel mooi; heel gevarieerd en zoals we zeiden, ruwe rotspartijen afgewisseld met groene grasvelden. En we reden lekker met z’n tweetjes, het was heerlijk weer, en er was nauwelijks verkeer. Genieten dus! We hadden het er ook over dat dit dus echt de aantrekking was van een “roadtrip”, dit alles, en als route en doel een weg die nooit ten einde lijkt te komen maar eeuwig door gaat door dit eeuwigdurend landschap. Je kunt je niet meer voorstellen dat er delen van de wereld zijn die plat zijn, alles moet toch zo heuvelachtig als dit zijn? Erg mooi dus… We hebben genoten! En we hebben rond een uur of één een plekje opgezocht om te lunchen met het andere pizzabrood; erg lekker!



Er zijn niet veel mogelijkheden om van de hoofdwegen af te wijken en toch min of meer in de juiste richting te kunnen rijden. Ik had vandaag echter op de kaart een mogelijkheid gezien om een stukje van de hoofdweg 1 te kunnen vermijden (die hadden we op dag 2 tenslotte al gereden), door naar een plaatsje te rijden dat Trotters Gorge heet. Zo tam als de route 1 op dit stuk was geweest, zo ruw was dit landweggetje. Grotendeels geasfalteerd, dat wel, maar we reden opeens eventjes zo’n 15 kilometer door een ruige kloof en steile weggetjes. Best mooi!



Mijn bedoeling en ons afgesproken doel voor vandaag was Kakanui; een kustplaatsje waar we op de heenweg ook al langs gereden waren, maar waar ik nu hoopte een zelfde soort kleinschalige, rustige camping te vinden als Kingston. Geplande aankomsttijd was zo ongeveer 14:30, een mooie tijd om na een mooie rit te stoppen en nog een beetje lui te doen in de middag. Toen we echter op het adres aankwamen bleek de camping gesloten! Dat was ernstig balen… Dus ik zocht een ander adres op, zo’n 8 km verderop. Maar onderweg bleek dat er een weg afgesloten was en we om moesten rijden. Ook balen!! Onderweg bleek dat er veel overstromingen waren; meren waren buiten hun oevers getreden en in de velden lagen enorme plassen water die soms over de weg zelf liepen. Hmmm, zou daarom de camping gesloten zijn geweest? Het tweede adres lag midden in een woonwijk en het was in ieder geval duidelijk dat, zelfs ALS er ooit een camping geweest was, dat al héél lang niet meer het geval was… GRRRRR! Een derde adres kon ik niet in de gps inplannen omdat de straatnaam niet herkend werd… Het zat niet mee! Onze vroege geplande stop werd steeds later…



We waren klaar met deze omgeving, als er zo veel water was dan liepen we ook risico dat andere campings (diegene die wel echt bestonden) ook onder water zouden staan, dus Hans stelde voor om verder op de route door te gaan. Ik heb dus Duntroon ingepland, aan de Waitipi riviervallei en beginpunt van een geologische route. Het zat echt niet mee, want onderweg vonden we helemaal niets van overnachtingsplaatsen, en de Duntroon die ik ingepland had bleek helemaal niet te bestaan, maar 10 km verderop te liggen! In ieder geval, we kwamen in de echte Duntroon aan rond een uur of 16, waar ik bij het geologisch museum en bezoekerscentrum (niet al te veel bij voorstellen, Duntroon is een plaatsje met 20 huizen) een kaart en wat uitleg van de regio heb opgehaald, aangezien ik deze informatie slecht van internet kon halen.



Volgens de beheerder van het museum/bezoekerscentrum (hij had wel behoefte aan een praatje, er was al een paar uur niemand binnengestapt) was er vlakbij een lokale camping waar je voor een tientje kon staan. Dat leek ons wel wat, dan konden we morgen hier in de omgeving de bezienswaardigheden doen en dan doorrijden. Maar de “camping” was wel erg lokaal, en onbemand, en zo te zien gesloten. Dus we besloten toch maar door te rijden naar Kurow, een plaatsje 24 km verderop waar ik ZEKER wist dat er een camping van een grote keten moest zijn (hoewel, niets is echt zeker meer vanmiddag!). We waren Kurow al bijna weer uit toen we eindelijk het blauwe bordje met een campertje en een tentje erop zagen, pfffff… En hij was open, en niet ondergelopen, en niet belachelijk duur maar zelfs heel redelijk geprijsd (32 dollar), gelukkig!



We hebben gauw een plaatsje opgezocht achterin het grote terrein, dat aardig volstond met (permanente) caravans, en hebben even gerust voor we eten gingen maken; de uitbaatster had me gewaarschuwd dat er druivenplukkers op de camping waren die vanavond gezamenlijk zouden koken, waardoor het keukentje misschien wel heel druk zou worden. Dus hebben we om een uur of 17 onze benodigdheden bij elkaar gezocht (ik ben nog wel twee keer teruggelopen voor iets…), en zijn gaan koken. Eenvoudig maar erg lekker, overigens; spekjes, uien en krieltjes (uit blik) opgebakken, met erwtjes erbij en mango (uit blik) toe. En inderdaad, toen wij aan onze afwas begonnen kwamen er een paar van de druivenplukkers binnendruppelen en begonnen aan hun maaltijd te werken.



Toen wij klaar waren zijn we ons in ons campertje gaan installeren met de ventilator aan, en hebben we nog wat gecomputerd/gelezen tot het tijd was om te gaan slapen. Hans was, begrijpelijkerwijs, best moe; die had onverwacht toch nog wel wat kilometers extra moeten maken!

free counters