Zondag 11 mei: Kurow – Twizel, 321 km

Het was vannacht zo koud dat we op een gegeven moment de extra deken erbij gepakt hebben (tot nu toe voldeed het dekbed prima) omdat we niet meer konden slapen van de kou. En vanochtend hebben we eerst nog even de ventilator een half uurtje laten draaien voordat we zelf in staat waren om op te staan, brrrrr! Maar gek genoeg, toen we eenmaal door de kou heen waren en opgestaan en naar buiten gingen om naar het wc-gebouwtje te lopen, bleek het buiten helemaal niet eens zo koud te zijn!



We hebben op ons gemak de boel opgeruimd en ingericht en waren rond 8:30 weer onderweg; terug naar Duntroon, want we moesten nog een aantal dingen bezoeken van de “Vanished World Highway”; als eerste Maori rotstekeningen; deze liggen aan de route 83, iets ten noorden van Duntroon, en heten Takiroa. De rotsoversteek waar ze onder gemaakt waren was ons gisteren al opgevallen; die was bijzonder om te zien, en je zag er ook wat van de “honingraatstructuur” waar ik over gelezen had bij andere sites in de omgeving hier. Heel apart, dat is een soort van erosie door weer en wind, haast alsof de honingraat door de wind zelf gemaakt wordt. Het leek volgens Hans echter meer op pens. De rotstekeningen waren eerlijk gezegd weinig tot niet interessant; behalve een klein stukje in rode oker gemaakt, die wel een beetje uitstaken, was de rest in onze ogen niet veel meer dan wat gekrabbel op de rots. En ze waren ook helemaal niet oud; uit de 19e eeuw blijkbaar. Maar ja, dit soort dingen zegt ons sowieso niet zo veel, tenzij ze echt heel mooi gemaakt zijn met duidelijke lijnen en kleurvlakken.



Het volgende punt op het programma was de fossielen site Earthquakes (nee, niets te maken met aardbevingen blijkbaar, zo heet gewoon de weg waar de site aan ligt). De beheerder van het museumpje had gezegd dat we er zo naar toe konden rijden als we bij de kerk Earthquakes Road insloegen – en dan kon je van daaruit gemakkelijk doorrijden naar de andere sites in de omgeving. Dat hebben we dan ook gedaan, en kwamen eerst nog een kudde koeien tegen op de weg. We hebben een tijdje op asfalt gereden maar al gauw werd het gravel, en een kronkelend grillig weggetje door boerenland.



Earthquakes Road kwam maar geen einde aan, en er was ook nergens iets van een bordje van indicatie van hoe ver het nog was, en of je überhaupt wel op de goede weg zat… Tot we opeens een bordje naast de weg zagen met het logo van de Vanished World Trail; hier was het. Hehe! We moesten een eindje tegen de helling opklimmen, tot we in een soort klein valleitje waren een eind boven de weg; de rotswanden waren van wittig kalksteen, met dunne oranje steepjes erin, en je zag goed schelpen zitten. Maar waar het hier om ging waren walvissenfossielen; dit is blijkbaar een van de beste walvissenfossielensites in Nieuw Zeeland…



Tja, alles is relatief zullen we maar denken; er lag onder een afdakje een deel van een walvisskelet; en dat was dus het unieke van deze site, dat het skelet nog deels intact was – normaal gezien vind je blijkbaar alleen losse botten. Maar het walvissenkerkhof dat het in mijn verbeelding door de omschrijvingen op internet geworden was, was het dus niet. We hebben nog een beetje rondgesnuffeld bij de rotswanden, gekeken naar de fossielen schelpen, en toen was het op naar de volgende punt op de route; de Elephant Rocks.



De Elephant Rocks bleken, toen we Earthquakes Roads helemaal uitgereden hadden, een stuk gemakkelijker te bereiken vanaf de hoofdweg dan Earthquakes. De weg waar ze aan liggen klopte echter niet precies met wat ik op internet gevonden had; ik had begrepen dat ze lagen aan de “Livingstone-Duntroon Road”, maar je moest daar nog een zijweg van hebben. Wel netjes aangegeven hoor, dat wel. Elephant Rocks is dan ook de bekendste van de bezienswaardigheden van deze omgeving, en is ook gebruikt in een scene van de film “The Lion, the Witch and the Wardrobe”.



Elephant Rocks lagen ook op privé-terrein, maar keurig netjes met een drop-down toilet erbij. Best leuk om te zien maar ik moet eerlijk zeggen dat het landschap in de foto’s op internet op mij wat anders was overgekomen; ik had meer het idee gekregen dat het echt een soort versteend woud van rare rotsformaties zou zijn geweest, maar het was eigenlijk gewoon een flink uit-geërodeerde vallei met aan de randen mooie rotsen (niet eens zo heel erg raar gevormd) en overal een mooie groene grasmat tussen. En helemaal niet zo groot. Maar goed we hebben er rondgekeken en sommige van de rotsen waren inderdaad erg grillig gevormd.



Toen we daar vandaan wegreden, iets verder de weg in, kwamen we toevallig langs het laatste punt in deze omgeving, Anatini fossil site. Deze lag niet alleen op privé-land maar de koeien waren er onlangs nog langs geweest, dus het was uitkijken geblazen waar je liep! Dit was een kleine (rivier)vallei met mooie rotsen (dat is hier wel in heel de omgeving, de kalkrotsen zijn erg mooi gevormd), en blijkbaar ook een walvisfossiel. Het fossiel was ook weer netjes onder een afdakje te vinden, alleen het perspex was zo beslagen dat we niets konden zien. Maar aangezien we wisten dat Earthquakes de mooiste site was voor walvisfossielen, kon dit niet veel zijn… Wel erg leuk was dat we nu eens echt dichtbij de honingraat/pensstructuur hebben kunnen staan die we al meer gezien hadden in de omgeving; echt heel apart om te zien!



Met alle bezienswaardigheden van de omgeving afgestreept heb ik de gps ingesteld op de Clay Cliffs, buiten Omarama; een soort badlands-erosie die erg mooi moest zijn. Lang leven de gps die ons langs al deze kleine weggetjes geleid heeft! In Omarama hebben we nog even gekeken voor te tanken en wat boodschapjes te doen voor het eten vanavond, maar het zag er zo klein uit, en de diesel was zo duur, dat we besloten nog even door te rijden naar de volgende plek.



Eerst echter de badlands natuurlijk! Zo’n 4 km ten noorden van Omarama, op de weg richting Twizel, was de afslag; netjes aangegeven, en tot onze verrassing was de 10 km lange (overwegend) gravelweg erg druk! Dit was een grote toeristische attractie, dat was duidelijk; we hebben verschillende auto’s en campers gezien die er allemaal naar toe gingen. De kwaliteit van de gravelweg hield echter niet over. Het was behoorlijk bobbelig af en toe, en Hans moest oppassen voor de potholes. Niet echt geweldig, maar we wisten gelukkig dat het toch niet zo heel veel rijden was…



Het was onderhand 12 uur en we hadden honger want ons ontbijt was al weer 4 uur geleden geweest. Maar we hebben natuurlijk een camper, dus Hans parkeerde waar hij het nog te doen achtte om om te draaien – daarna werd de weg wel heel ruig – we hebben wat brood uit de diepvries gehaald (zo’n goeie hebben we nog nooit gehad! Zelfs op de accu vriest ie goed) en lekker boterhammen met pindakaas gegeten voordat we het laatste stukje naar de badlands zelf toeliepen. Die waren van een afstandje trouwens al goed te bekijken, en naarmate we dichterbij kwamen leek het niet mogelijk om er echt in te gaan (misschien als je een heel eind doorliepen/reed). Dus we hebben een tijdje van het uitzicht genoten en toen was het weer op pad!



Maar eerst heb ik wat zaadjes van de vele blauwe lupine die hier bloeien geplukt; dat had ik op internet gezien, mooie foto’s van landschappen in Nieuw Zeeland met zeeën van blauwe lupines in de voorgrond. Nu is het bijna winter dus de meeste lupines zijn al lang en breed uitgebloeid, maar dat vond ik niet erg, want als ze bloeien hebben ze geen zaad. En hier vond ik er nog een paar uitgebloeide planten met peulen vol rijpe zaadjes – en nog één zielig blauw bloempje om te bewijzen dat het een blauwe lupine was en niet toevallig net een andere kleur. Dat is leuk voor in de tuin straks!



Bij Twizel onderweg hebben we getankt en wat gehakt en tomaatjes gekocht voor vanavond. En omdat het nog vroeg was en mooi weer, zijn we doorgereden naar Mount Cook National Park, Aoraki. De rit ernaartoe was echt heel erg mooi; het meer Pukaki is echt gewoon blauw van kleur, en al gauw zie je de bergen van het nationaal park verschijnen, met sneeuwbedekte toppen.



Het mooie aan de rit vonden wij met name dat je niet diep in de bergen rijdt met nauwelijks uitzicht, maar we reden in een platte brede riviervallei met de bergen aan weerszijden; dus je zag goed de overgang van plat (al op 500 meter trouwens) naar glooiende heuvels, naar steile bergen. En veel riviertjes vanuit de bergen, die nu misschien niet zo groot waren maar die van de lente waarschijnlijk uit hun voegen zouden barsten met smeltwater. Erg mooi!



In Aoraki Alpine Village aangekomen, hebben we een beetje rondgereden tot we de visitors centre vonden en hebben we daar rondgekeken om te kijken of er wat voor ons was om te doen in de omgeving. Aangezien we geen behoefte hadden aan lange wandelingen, het geld er niet voor over hadden om helikoptervluchten en/of landingen op de sneeuw/ijsvelden te maken, en geen bergbeklimmers of mountainbikers zijn, waren we daar al gauw klaar. Dus, nadat we nog even genoten hebben van het uitzicht rondom Aoraki zijn we de andere vallei ingereden, die van de Tasman Gletsjer, om daar te kijken.



Bij de Tasman Gletsjer bleek een korte wandeling te zijn naar een uitzichtspunt over de gletsjer. Je moest ervoor wel over de steile en hoge zijmorenen van de gletsjer zelf klimmen, maar we besloten toch maar eens te gaan kijken want het was een wandeling van een kwartiertje volgens het bord. Morenen zijn bergen met stenen die meegesleurd worden door de gletsjer, en zichtbaar worden als de gletsjer smelt en krimpt, waardoor alle stenen in het ijs afgezet worden aan de zijkanten (zijmorenen), het midden of de uiteindes (eindmorenen). Van ver lijken het heuveltjes puin, maar gletsjers zijn sterk en kunnen hele rotsblokken meeslepen, dus vaak zijn het van dichtbij hoge, steile bergen losse keien. In Spitsbergen hebben we ook “even” zo’n morene beklommen, en dat is hard werken!



Maar het uitzicht eenmaal boven was mooi, al was de gletsjer zelf al een heel eind naar achteren in zijn vallei teruggetrokken. Het gletsjermeer had nog wat stukjes ijs erin drijven, en dat zou van de winter vast nog wel meer worden dan dat het nu was. Nadat we op adem gekomen waren en een tijdje hebben genoten van het uitzicht, zijn we weer naar beneden geklommen; Hans is altijd sneller beneden en ik kan beter naar boven klimmen.



Het was inmiddels 16 uur en Hans had zoiets van, we kunnen maar beter deze vallei weer uitrijden want hier zal het duur zijn; en we konden op zich wel wildkamperen, alleen als het weer zo koud is vannacht hebben we geen stroom om de kachel te laten draaien. Nu was Twizel maar 9 km terug als je eenmaal uit de route 80 (de weg specifiek naar Mount Cook toe) komt, en daar wisten we zeker dat we overnachtingsmogelijkheden hadden gezien, dus we zijn terug naar Twizel gereden waar we iets voor rond 16.30 uur aankwamen. En maar goed ook dat we op tijd waren, want het volgende uur begon de kleine camping vol te lopen, we stonden er uiteindelijk met 7 campers in allerlei vormen en maten! Zo druk hebben we het tot nu toe nog nergens gezien deze reis!



De camping zag er goed uit dus we zijn al gauw gaan koken in de campingkeuken; rundergehakt met kidneybonen, uitjes, tomaten en voor de smaak chilisaus en knoflooksaus… Lekker! En toe een blikje ananas. Na het eten is Hans gelijk gaan douchen en heb ik de camper klaargemaakt voor de avond; gordijnen dicht om de kostbare warmte een klein beetje binnen te houden, de jassen en de tassen met blikken van het bed, en apparatuur aan de stroom… Nadat ik ook gedoucht had hebben we het rammel-kacheltje aangezet en nog een paar uurtjes zitten lezen en computeren; met name Hans heeft vandaag zijn best gedaan om wakker te blijven, want het is vandaag Moederdag en hij wilde zijn moeder zo rond half 12 Nederlandse tijd even bellen of smsen… Maar dat is 21:30 onze tijd en de laatste dagen slaapt hij vaak al rond 20 uur!



Met veel moeite is het ons gelukt om wakker te blijven tot na 21:30 onze tijd, want zijn zus zou zijn moeder ophalen na elven hun tijd (21 uur onze tijd) om daar vandaag koffie te drinken. Dus toen belde hij ze even; maar dat gesprek was binnen een paar tellen voorbij want net op dat moment belde zijn broer aan. Die had duidelijk onverwachts besloten op de koffie te komen en zou dus (te laat) zijn moeder ophalen. En door dat gedoe van de voorbel en ons telefoontje drukte Hans zijn moeder het gesprek per ongeluk weg. Balen! Maar goed, Hans had haar toch nog heel even kunnen spreken. Hij heeft daarna nog even kort zijn dochter gebeld, en toen zijn we gaan slapen; maar wel met de mobiel op “stil”, want het zou zomaar kunnen dat zijn zus nog zou bellen als ze hoorde dat het telefoongesprek mislukt was (ze wist ervan, we hadden haar van de week gewhatsappt), en dat zou dan waarschijnlijk pas zijn als we al lang sliepen…

free counters