Dinsdag 13 mei: Waimate – Haast, 413 km

Het heeft vannacht gehoosd van de regen, dat het kletterde op het dak. En vanochtend toen we opstonden hoosde het nog. Gelukkig heeft de camper geen lekkages! Hans is zo gauw mogelijk in de gietende regen en waterplassen om de camper heen de stroom eraf gaan halen en de vuilnis weggooien terwijl ik de camper verder in orde bracht. Toen zijn we de 10 meter naar het wc-gebouwtje en keukentje gereden (allebei stiekem opgelucht dat we niet vast waren komen te zitten en zo weg konden rijden), om de laatste beetjes vaat te doen en naar de wc te gaan; zelfs met jassen aan en rennen werden we toch nog redelijk nat.



Toen we klaar waren met alles zijn we terug Waimate ingereden naar de supermarkt (die we dit keer wel gemakkelijk wisten te vinden) om wat broodjes voor de lunch en tomaten voor het avondeten te kopen. Tomaten zijn zo kwetsbaar, die kopen we het liefst maar per 2 of 3 tegelijk, want een paar keer flink heen en weer hossen en ze zijn pulp! Ook niet onbelangrijk om in de supermarkt te doen was even de mail checken en mijn uren indienen; ik moest namelijk nog wat snipperuren indienen voor deze reis en dat kon nog niet voor we vertrokken. Het lukte maar half, helaas, dus ik heb gauw even een mailtje getikt met de vraag of het vanuit het uitzendbureau gedaan kon worden.



Toen was het op pad – inmiddels was het 9 uur en het regende nog steeds. We reden in de richting van Cromwell en Wanaka als potentieel einddoel, eventueel Haast (ja het plaatsje heet echt zo) mocht het echt vlot gaan vandaag. Maar met die regen zou het weleens een kort dagje kunnen worden! Overal lagen grote plassen in de velden en soms liepen de stroompjes zelfs over de weg. 10 minuten nadat we Waimate uitgereden waren reden we weer de heuvels in, en kwam er een auto ons tegemoet die zowel naar onze voorligger als naar ons met zijn lichten knipperde; om te waarschuwen ergens voor, maar wat? En opeens zagen we het; in een bocht van de heuvel stond de weg een heel eind gedeeltelijk blank – en voor het eerste deel zelfs helemaal! Wow… Dit was leuk om door heen te rijden, nu maar hopen dat we er verder niet echt serieus last van zouden krijgen…



Bij Kurow aangekomen reden we weer zo’n 45 kilometer op bekend terrein richting Omarama, vanuit waar het weer nieuw terrein werd richting Cromwell. We waren Omarama nauwelijks uit of ik zag in de verte iets dat veel leek op de Clay Cliffs waar we een paar dagen geleden buiten Omarama naar toe geweest waren, onderweg naar Mount Cook… Dat kon toch niet? Maar ik laat de broodkruimels in de gps staan (hij overschrijft de oudste steeds, en onthoudt enkel de laatste 9000-10.000 punten), en toen ik iets uitzoemde zag ik inderdaad parallel aan onze weg broodkruimels lopen… GRRRR, als ik dat geweten had! Ik stuur Hans niet voor mijn lol over gravelwegen als ik het vermijden kan, en vanuit hier hadden we eigenlijk net zo’n mooi zicht op de badlands als toen we er vlak onder stonden. Met een personenauto kun je misschien wel verder komen dan wij konden, maar als je met de camper rondreist is het net zo mooi en een stuk minder stressen om gewoon op de snelweg vanuit Omarama richting Cromwell still te staan (dat kan redelijk makkelijk als je even de berm ingaat) en van een afstandje te genieten…



Zo rond 10:15 hield het eindelijk op met regenen, en om 11 uur vonden we het tijd voor koffiepauze. Hans vond een picknickplaatsje tussen wat bomen, en we hebben lekker weer een kopje eigen koffie gezet en de pizzabroodjes die we vanochtend gekocht hadden opgepeuzeld. Lekker! Als toetje een dropje, en toen alles op was konden we weer op pad. Onderweg deed ik de mailtjes die we nog gehad hadden voorlezen. Altijd weer leuk om berichtjes van het thuisfront te krijgen.



De weg ging na onze koffiepauze flink klimmen (we zaten om te beginnen al redelijk hoog), totdat we rond 11:30 opeens in de sneeuw reden! De Lindis Pas, op 965 meter boven zeeniveau, is ver de hoogste pas die wij over zullen steken, en het was best een gek gevoel om opeens in de sneeuw te zitten. Het was maar een dun laagje en op de weg al hard aan het smelten, maar als dit de meeste sneeuw is die we tegen zullen komen vinden we het wel best natuurlijk… En het maakt natuurlijk een leuke gelegenheid voor de foto!



Zo snel als dat we naar de pas toe rijdend opeens in de sneeuw terecht gekomen waren, zo snel verdween de sneeuw weer toen we begonnen af te dalen. Het landschap tot aan Cromwell was mooi, met ruige rotsen en grasbedekte heuvels. In Cromwell zelf zagen we bij een aantal fruitboeren de mogelijkheid om een echt fruitijsje te kopen, en ondanks dat we zelf zonet in de sneeuw gestaan hadden en het nu niet bepaald warm is buiten (zo’n 5-7 graden, we stoken de camper lekker warm vandaag!) besloten we om dat maar eens uit te proberen. Het leek ons wel iets, echt vers zelfgemaakt fruitijs… Eerst hebben we even in de loods rondgekeken naar wat ze allemaal te koop aanboden, en toen zijn we bij de zeer norse ijsverkoopster ons ijsje gaan halen. Tja, het was niet helemaal wat we verwacht hadden; ze pakte een schep industrieel vanilleijs (geeneens roomijs, en al helemaal niet ambachtelijk of zelfgemaakt), gooide daar een schep van de twee soorten bevroren vruchtjes bij die we uitkozen, en deed dat door de mixer, en klaar was je vruchtensoftijsje. Hmm, ok. Het was beslist niet vies hoor, maar toch zeker niet waar je aan denkt bij zelfgemaakt vruchtenijs van de boer?



Met de verwarming weer lekker hoog zijn we na het ijsje dus maar gauw verder gegaan! Mijn beoogde einddoel voor vandaag was Wanaka of eventueel Matarora, maar het reed zo lekker en was nog redelijk vroeg, dus Hans had wel zin om door te gaan. Daarom besloten we vlakbij Wanaka dat we nog wel voldoende tijd hadden, mét toeristische stops inclusief, om de Haast Highway te doen naar de westkust.



We reden eerst nog een tijdje langs Lake Hawea, met mooie vergezichten, en een lekker kronkelende weg. Dat is toch wel heerlijk hier hoor, dat als je eenmaal uit de steden bent de wegen al gauw weer rustig worden en je soms tijden aan een stuk geen tegenliggers tegenkomt! En we moeten ook ronduit toegeven dat zelfs wij verwende nesten onder de indruk zijn van het landschap; het is echt heel mooi.



Door de regen stikte het onderweg van de watervallen, en opeens riep Hans dat hij een hele mooie zag! We waren er natuurlijk al voorbij, het zijn gewoon stroompjes langs de weg, geen bezienswaardigheden, maar deze was wel heel mooi geweest. Hans overwoog of hij wel zomaar op de “snelweg” kon keren, maar het was zoals gezegd rustig op de weg dus met een snelle driepuntsdraai zaten we al gauw weer onderweg terug naar de waterval. Dat is ook wel lekker aan de automaat, dat hij niet hoeft te schakelen. Vlakbij de waterval (ieder stroompje heeft een naam hier, en deze heette Wharf Creek) was een klein zijweggetje dus daar kon Hans de camper mooi wegzetten zodat we er even naar toe konden lopen. Het was inderdaad een mooie waterval, het water spoot tegen een rots om vervolgens met een boog terug naar beneden te kletteren. Een mooi gezicht.



Een eindje verderop stond er opeens een kudde koeien op de weg! Hans reed er heel rustig doorheen waarop de meeste koeien wel opzij gingen zodat we er door konden. De roofvogels waren vanochtend in de regen trouwens nergens te bekennen (niet zo gek natuurlijk, die beesten zijn ook niet gek), maar toen het eenmaal opgeklaard was zagen we ze weer regelmatig boven of naast de weg vliegen. Leuk! Het wordt haast gewoon… Maar we blijven het tegen elkaar zeggen en ze aanwijzen als we er weer eentje zien; en af en toe zitten ze vlakbij de weg, maar ze houden ons scherp in de gaten en als we remmen dan vliegen ze al weg.



Bij het plaatsje Matarora aangekomen (de uitgebreide campsite wás Matarora leek het wel) stond een bord dat de Haast Highway open was maar om16:30 sloot, en dat er door landslides (rotslawines) wel een half uur vertraging kon optreden. Volgens de gps zouden we om 16 uur aankomen in Haast en ik had een campingachtig iets gevonden vlak bij de weg zelf dus zelfs als we vertraging hadden én scenic stops, dan nog zouden we nog altijd niet te laat in Haast zelf aankomen. Dus, doorstomen maar!



Haast Pass was niet zo spectaculair als Lindis Pass, dat komt ook wel door de hoogte; Haast Pass was maar 564 meter hoog. De hele route was echter wel heel erg mooi, we reden continu met prachtige vergezichten in beeld, en vaak reden we zelf langs mosbedekte rotswanden of in groene bossen.



We stopten bij “Fantail Falls”, aangezien die vlakbij de weg was, 5 minuten lopen. Er waren ook andere dingen te zien maar die waren wel 30 minuten lopen. Daar hadden we geen tijd voor of zin in! Bovendien waren dat geen van alle dingen die van te voren bij het onderzoeken van de route naar voren gekomen waren als zijnde bijzonder mooi of zo voor ons om te doen om die tijd te rechtvaardigen… Fantail Falls was best wel mooi inderdaad, en het bos waar we doorheen liepen om bij het uitzichtspunt te komen ook.



Iets later kwamen we bij de vertraging aan; er waren rotsen op de berm van de weg gevallen, en ze waren bezig om de weg weer vrij te maken. Daardoor was de ene weghelft afgezet; maar er was verder geen kip dus toen wij aankwamen mochten we gelijk door! Dat was een meevallertje…



Ik had tijdens mijn onderzoek gelezen over de “Gates of Haast”, die zouden we onderweg tegenkomen… Klinkt een beetje als de Gates of Moria, maar ik had dus eigenlijk niet goed kunnen uitvinden wat het nu precies was, behalve dat je het niet kon missen… Dat laatste klopte wel, want we reden opeens een hoek om en kwamen bij een brug over een hoge kloof met daaronder een kolkende rivier! DAT was dus de Gates of Haast… Erg mooi! Aan de andere kant van de brug was een parkeerplaatsje langs de weg waar we de camper konden neerzetten, en een doodlopend weggetje onder de brug door waar we even in konden om dichter bij het water te komen. Dat vinden wij altijd iets fascinerends, zulke woeste bergrivieren… Ongelofelijk ook om te zien wat voor enorme rotsblokken meegesleept waren door de rivier!



We waren onderhand al weer een flink eind gedaald, maar er stond nog een punt op het programma dat de moeite waard was om even te stoppen, Thunder Creek Falls. (heel de route is natuurlijk enorm de moeite waard!) Deze waterval is 26 meter hoog en ook weer even door een bos lopen vanuit de weg vandaan te bewonderen; erg mooi. Ook de rivier waar we langs stonden om naar de waterval te kijken was erg mooi; een echte ruige bergrivier met kristalhelder water.



Tijdens het laatste stuk van de rit begon zelfs het zonnetje te schijnen, en hebben we nog in de verte verschillende watervallen tegen de berghellingen gezien. Ook heel veel riviertjes en watervalletjes langs de weg zelf; sommige niet heel bijzonder, andere heel mooi. En ieder stroompje heeft een naam. We wanen ons soms in het Wilde westen; Sheepskin Creek, Dismal Creek, Dead man’s Point, Dead Horse Creek, enz… Langs de weg kwamen we af en toe langs met mos bedekte rotswanden, waar het water zo vanaf droop. Je kunt echt goed merken dat het flink geregend heeft!



Netjes op tijd kwamen we rond 16:15 aan in Haast zelf, waar we in Haast Lodge een campingsite met stroom voor 32 dollar regelde; Haast Lodge is een soort veredelde backpackershotel aan de hoofdweg, waar ze besloten hebben om ook wat camperplaatsen weg te zetten. Wat ons betreft prima natuurlijk, we zijn toch maar onderweg, en deze site zal goedkoper zijn dan de andere mogelijkheden in Haast; wel leuk is dat er konijntjes op het terrein zitten. Je deelt de wc- en keukenfaciliteiten met de backpackers maar dat geeft ook niet. We hebben voordat we een plekje uitkozen om te staan wel eerst even de wc van de camper en de vuilwater tank zo goed en zo kwaad als het ging weer geleegd. Het putje voor het vuilwater was namelijk een stuk hoger dan ons afwaterkraantje, met een grote betonnen rand er om heen zodat je er niet boven kon gaan staan. We moesten dus de afwaterslang erop aansluiten, en dan steeds wat water in de buis laten lopen, de buis optillen en dan kon je met beleid een klein beetje water in het afvoerputje laten lopen… Het schoot niet op! Maar goed, dat kon ook maar gebeurd zijn.



Op het menu vanavond stond rijst met een pot Indiaase Tikka Masala met daar doorheen gebakken kip, uien en tomaten. Toe lychees uit blik. Als we enigszins de mogelijkheid hebben doen we in de camping keukens koken; dat is makkelijker want meer ruimte, en het bespaart ons het gebruik van gas en water in de camper. Tot nu toe kon dat ook overal behalve in Milford Sound waar we wildkampeerde. De camping keukens hier zijn heel verschillend; maar meestal (los van Curio Bay en gisteravond) zijn ze uitstekend uitgerust (naar gelang de omstandigheden natuurlijk, het blijft een camping): voorzien van verschillende kookplaten en/of -eilanden, een magnetron, broodroosters, waterkokers, soms zelfs een oven en grilplaten (meestal staat er buiten ook een BBQ-mogelijkheid), verschillende wasbakken, alle potten, pannen, servies en bestek die ooit kwijtgeraakt of vergeten is op de camping, en een of meerdere koelkasten. Soms zelfs een diepvriezer, met name in de gebieden waar veel gevist wordt. Is het inderdaad een visgebied, dan is er ook nog eens een aparte ruimte op het terrein om de vis schoon te maken.



In de koelkast (of daarnaast, als het niet in de koeling hoeft) staat eventueel eten dat andere gasten achtergelaten hebben en dat je dus vrij mag pakken als jij dat wilt hebben. Als het niet mag, dan staat dat er ook duidelijk; ze houden hier van bordjes dus overal in zo’n keuken hangen bordjes met wat je wel en niet mag en moet doen… Er is ook altijd wel iets van een zitmogelijkheid om je klaargemaakte eten op te kunnen eten. Wat ook heel vaak voorkomt, is dat er vaatdoeken, handdoeken, vaatwasmiddel en schuursponsjes/borstels beschikbaar zijn. En dan niet zoals wij misschien zouden denken gore vieze oude doekjes: alles is vaak diezelfde dag duidelijk nog schoon weggelegd, en als wij als eerste in een keuken komen is alles vaak ook spic en span schoongemaakt en de doeken en dergelijke keurig gevouwen bij iedere wasbak… De blikopeners worden duidelijk regelmatig gestolen, want die zitten vaak met ijzerdraad of kettingen aan de werkbank vastgeklonken. In deze keuken vandaag hadden ze die moeite niet hoeven doen; de blikopener-aan-de-ketting was hartstikke lam, ik heb het blik lychees letterlijk ermee open moeten ponsen. Wat me ook opvalt is dat in alle camping wc’s tot nu toe wc-papier ruim voorradig is, en de wc’s en douches zelf (los van onze baardmannen-camping gisteren) redelijk fris en netjes zijn. Het op de camping rondlopen met je eigen rolletje wc-papier is tot nu toe in ieder geval dus nog niet nodig geweest.



Zij zullen van ons wel hetzelfde zeggen, maar er liepen in de backpackerskeuken toch wel een aantal aparte types rond… Toen Hans na het afwassen iets tegen mij zei reageerde een van de types opeens met “ha, Nederlanders!”. Het was een jongen die al sinds februari rondtrok en werkte in Nieuw Zeeland (zo te zien sinds die tijd ook niet meer naar de kapper geweest, met een enorme bos krulhaar), en hij was hier in Haast gestrand omdat hij te laat was met liften over de Haast Highway (die sloot om 16:30), en dus tot morgen moest wachten voor een tweede poging. Hij vertelde wat we al een beetje zelf gezien hadden, dat er veel gelift wordt hier en dat je er ook gemakkelijk mee kunt rondreizen; we zien er best veel vinden we namelijk. Over anderhalve week ging hij nog een maand door Thailand rondtrekken… Leuk hoor!

free counters