Donderdag 15 mei: Greymouth – Greymouth, 299 km

Vanochtend was ons eerste doel de New World supermarket in Greymouth; de voorraden beginnen wat laag te worden dus een en ander moet weer aangevuld worden. En we hebben gelijk ook maar een klein pizzabroodje voor de lunch gekocht. Doordat we meer dan 40 dollar boodschappen gedaan hadden, kregen we een kortingsbon voor de nabijgelegen Mobil tankstation (of andere deelnemende Mobil tankstations); die was al absoluut niet duur, 1,449, maar we kregen nu dus nog eens 6 cent extra korting per liter – kortingsbon blijft 1 maand geldig, eenmalig te gebruiken uiteraard! Helaas hadden we de tank gisteren al volgegooid, balen… Maar de kortingsbon hebben we maar bewaard, je weet maar nooit. Wat ze hier ook hebben zijn een soort bonuskaarten; die liggen gewoon gratis voor het pakken, geen onzin van je persoonlijke gegevens moeten invullen, gewoon lekker anoniem. Wij hebben er eentje van de New World en eentje van Countdown, en vanochtend hadden we toch zo’n $3,10 korting – dat is 6,6% korting, dat is niet verkeerd en we hebben er niets voor hoeven doen behalve zo’n bonuskaartje meenemen en laten zien bij het afrekenen…



Volgend doel waren de Pancake Rocks, in het Paparoa National Park, bij Punakaiki… Pfffff maar als je Pancake Rocks zegt weet ook iedereen waar je het over hebt gelukkig! Om daar te komen hebben we eerst zo’n 55 kilometer slingerend langs een hele mooie ruige kust gereden, af en toe de heuvels in, af en toe vlak langs de kust. Ondanks dat het rustig helder weer was, waren de golven groot en hoog; indrukwekkend!



Toen we aankwamen bij de Pancake Rocks was er haast een toeristisch dorpje omheen ontstaan van restaurantjes, cafés en winkels. Uiteraard stonden er ook pannenkoeken op het menu! Ik zag het met al dit toeristisch geweld een beetje somber in; ik had dit als highlight op de route gezet omdat het overal genoemd werd, maar echt een duidelijk beeld van wat het moest zijn los van wat grillig gevormde rotsen en blijkbaar ook nog ergens een blowhole, had ik niet. Maar goed, het was een rondwandeling van zo’n 20 minuten dus als het niets was hadden we het ook zo gezien natuurlijk, en hadden we weer even de benen gestrekt…



De wandeling ging door een aangelegd bos met een geasfalteerd padje, en ik begon steeds meer te mopperen toen we de eerste paar doorkijkjes hadden; die waren namelijk van een afstandje (ik had toch echt begrepen dat je er echt tussen kon staan) en nu alles behalve spectaculair. Wel mooi hoor, het zijn inderdaad net gestapelde lagen/pannenkoeken, enz… en grillig uitgesneden door de zee, en de zee beukte er flink op los. Maar ik was alles behalve onder de indruk!



Toen kwam er een doorkijkje (weer van een afstandje) die wat mooier werd, en vroeger kon je er ooit blijkbaar dichterbij komen maar er stond nu een stevig hek. Ach ja, heel mooi maar niet spannend; gauw maar doorlopen en foto’s voor het archief maken en dan door zeker…



En toen gebeurde er bij de volgende bocht opeens van alles en werd het wel heel erg interessant! Hele grillige rotsen, stomende, bulderende en sissende gaten, beukende golven, de grond trilde gewoon van de luchtdruk, overal zag je rondvliegende druppeltjes en regenbogen… Heel indrukwekkend allemaal!


We begonnen bij een groot gat in de grond; “sudden sound” heette het; en dat klopte wel want toen we er stonden gebeurde er niets om te zien, maar af en toe hoorde je het gewoon uitademen met een diepe zucht. Heel onwerkelijk! Later bleek daar ook “stoom” van de brekende golven uit te komen, maar toen wij er stonden dus alleen dat zwaar ademen…



Toen liepen we naar een bruggetje die uitkeek op een serie diepe gaten die al uitgesleten waren door de zee, met op een mos bedekte rand ervan de “chimney pot”; hier kwam regelmatig een grote sissende stroom stoom uit, die echt eruit geperst werd door de druk van het water. Net een geiser maar dan geen stoom, maar zeewater! Aan de andere kant van de brug was via een ander gat de toevoer van de “sudden sound”; dat had ik nog nooit gezien, dat er zo’n labyrint van openingen, doorvoeren en gaten was die allemaal in verbinding stonden met elkaar… want terwijl chimney pot stond te stomen hoorde we erachter sudden sound zuchten, en deden onder onze voeten in de twee dieptes onder ons de golven op de rotswanden beuken. Wow!



Toen liepen we een klein stukje door naar een stuk dat “Putai” heette; dit zijn de shots die je meestal op internet ziet als je foto’s van de Pancake Rocks bekijkt; vreemde grillige rotsformaatjes uit allemaal laagjes gevormd. Wat mij niet duidelijk was geworden van internet was dat ook Putai één grote bulderende blowhole was, waar het water soms met zo’n geweld uit kwam spuiten dat je alleen nog maar wit zag! We waren van het geheel behoorlijk onder de indruk, dit was wat ons betreft tot nu toe echt wel de highlight van deze reis en echt iets om voor om te rijden, dit moet je zien als je naar Nieuw Zeeland gaat!



We hebben er een hele tijd gestaan, genietend van het natuurgeweld, voordat we onszelf dwongen om door te lopen. Je kunt er naar blijven kijken namelijk, de zee is sowieso al iets waar je naar kunt blijven kijken, en zoiets als dit helemaal. Hans zei al, dat als hij hier in de buurt zou wonen hij toch regelmatig hier zou komen kijken. Echt heel indrukwekkend!



We hebben het rondje uitgelopen, en nog een paar mooie vergezichten van de beukende golven en de ruige kust gezien. Erg mooi allemaal, echt heel erg de moeite waard. Terug in de auto heb ik de gps ingesteld op het adres van de iSite in Westport; afhankelijk van de informatie die we daar kregen zou onze route verder naar het noorden gaan, of gelijk al bij Westport terugbuigen naar beneden, terug richting Greymouth en van daaruit richting Arthur’s Pass op de route 73.



De route naar Westport was ook heel erg mooi; veel kust en gewoon een mooie rit. Het stukje kust Haast – Greymouth was niet heel bijzonder geweest gisteren, maar dit stukje Greymouth – Westport is echt een aanrader als je van ruige kusten houdt!



We kwamen rond 12 uur aan in Westport, bij het adres waar de iSite moest staan… Maar niets te zien. Grrrrr… Dus we stopte bij het stadspark er vlakbij en, na even de herinneringspoort bewonderd te hebben voor de Eerste Wereldoorlog, ben ik het maar even gaan vragen bij een vrouw die op haar patio zat in het zonnetje. Zij wees me de goede kant op; onze gps had het wel goed gedaan, de iSite was alleen recent verhuisd omdat dat gebouw gesloopt moest worden.



Terwijl ik naar de iSite liep is Hans even gaan pinnen. Ik had al heel gauw een heel duidelijk antwoord; het Kahurangi National Park, in de Oparara Basin, 26 km ten noorden van Karamea, dat zelf nog eens 100 km ten noorden van westport lag, was gesloten. Er was met Pasen, eind april, een grote storm of cycloon overheen gegaan, en er was zo veel schade aan de bossen dat het park moest sluiten om de boel weer op te ruimen. Pffffff ok. Jammer! Want dit nationaal park zou weleens heel mooi kunnen zijn geweest. Maar Westport was het laatste stadje dat een beetje nog op het normale wegennetwerk lag; naar Karamea toe zou nog wel geasfalteerd zijn, en delen vanuit Karamea naar Oparara ook nog wel misschien, maar het punt is dat het 126 km enkele reis was naar het noorden, en dan moest je die 126 km ook weer terug naar Westport om van daar uit weer verder te kunnen… Als er een mooi park aan het einde van die reis ligt, geeft dat niet en doen we het graag, maar totaal 252 km op en neer rijden voor iets wat hoogstwaarschijnlijk gesloten is, is dus gekkenwerk.



Goed, Westport was dus het meest noordelijk wat we aan de westkust zouden komen. Nu moesten we even de opties doorspreken, maar liefst ergens wat rustiger dan in deze toch wel grote stad. En we hadden honger en trek in koffie! Dus ik stelde voor om even naar de zeeleeuwenkolonie te rijden bij Cape Foul Wind, zo’n 15 kilometer hier vandaan, en daar te lunchen en wat koffie te maken en de route door te spreken.



Bij de zeeleeuwenkolonie aangekomen was er een mooi groot parkeerterrein, dus we hebben eerst rustig ons kopje koffie en pizzabroodje genomen, en ik heb naar de kaart en afstanden zitten turen. Mijn bedoeling was om na Oparara (wat nu dus niet doorgaat) binnendoor via Reefton terug naar Greymouth te rijden, en van daaruit de route 73 over Arthur’s Pass te nemen richting de omgeving van Christchurch. Het was inmiddels al 13 uur, en binnendoor naar Greymouth was zo’n 170 kilometer, dus goed te doen. Maar veel verder zouden we niet echt kunnen komen vandaag, vooral ook niet omdat de genoemde accommodaties in onze campingboekje daar in de buurt van Arthur’s Pass en Jackson (er nog voor) in de buurt van de 45 dollar kwamen voor een campsite met stroom… Dan was Greymouth een goed geprijsde, aantrekkelijke optie. En konden we morgen heel de dag besteden aan de oversteek naar de oostkust en misschien al in de buurt van Kaikoura komen, ons volgende doel. Plus dit had als voordeel dat we de 300 km die we vandaag gereden hadden weer konden aanvullen met diesel van de Mobil in Greymouth, á 1,449 min 6 cent per liter, is dus 1,389 dollar per liter… En we besloten dat we inmiddels wel toe waren aan een stukje echt Nieuw Zeelands lam, dus dat zouden we gelijk ook maar even halen in de supermarkt! Dit vooral omdat we wisten dat er goede koekenpannen op de camping waren.


Met de nieuwe aangepaste route doorgesproken en akkoord zijn we even naar de zeeleeuwenkolonie gelopen; eerst probeerde ik nog een waka-vogel te lokken, maar die had gelijk in de gaten dat ik geen eten bij had dus bleef op afstand.



De zeeleeuwenkolonie bleek, toen we eenmaal wisten waar we naar moesten zoeken (eerst zie je niets, dan opeens 2, dan nog eens 3, dan daar ook nog eentje, enz enz…), uit zo’n 30 beesten te bestaan. En het was dan wel een eindje weg (en niet in vergelijking met 10.000den beesten in Namibië), maar toch is zoiets altijd wel leuk om naar te kijken.



Toen zijn we, met wat ingewikkelde knooppunten (Westport is daar dol op), eindelijk terecht gekomen op de weg naar Reefton, die ons een heel eind langs Buller River leidde. Lang leve de gps! Buller River was een grote en hele mooie rivier, die af en toe door flinke rotsen sneed. Hans had het vanochtend al eens gezegd, maar ik had het nu met name toch wel, dat ik best tevreden was over het werk dat ik van te voren in de route gestopt heb. Het is een goeie, redelijk gevarieerde route en we rijden op hele mooie wegen. En flink veel kilometers maken natuurlijk, want wij zijn het allerliefst gewoon onderweg door mooie landschappen aan het rijden!



Vanuit Reefton, wat een klein pioneersdorpje was, zijn we weer richting de westkust en richting Greymouth gereden. In Greymouth hebben we lekker wat lam gehaald, en een zak diepvries rösti-rondjes (hash browns heten die in het Engels) voor erbij, want onze diepvries is zo krachtig, dat die het restant van de zak wel bevroren houdt. En toen hebben we de camper zo vol mogelijk getankt: Hans heeft zelfs een Zuid-Afrikaanse tactiek gebruikt om de camper nog wat heen en weer te schudden, en op het laatst door te blijven druppelen tot je het oppervlak van de diesel net niet uit het tankgat ziet lopen… We hadden dankzij onze supermarktbon toch nog $1,98 korting op een al best aantrekkelijke dieselprijs. Tja, wie het kleine niet eert…



Bij de camping aangekomen is Hans maar gelijk gaan parkeren; het is nooit druk als wij tussen 16 en 17 uur aankomen dus meestal kunnen we kiezen omdat we de eerste niet-permanente bezoeker zijn. En ik ben ondertussen gaan inschrijven en afrekenen. De vrouw twijfelde duidelijk of ze me al eens gezien had, maar toen ze vroeg “en, waar komen jullie vandaag vandaan?” en ik antwoordde “van hier”, toen wist ze het wel natuurlijk! Eenmaal geïnstalleerd en met weer een half uur gratis wifi, stelde Hans voor om de hottub van de camping eens uit te proberen. Dat bleek een goed idee te zijn en we hebben lekker een half uurtje liggen stomen en bubbelen in de hottub, die op het laatst net een sauna was.



Toen hebben we nog even gewoon gedoucht en daarna waren we loom, doodop, hongerig en dorstig! Dus gauw maar de spullen voor het avondeten pakken (het was al 17:15 dus het mocht) en lekker in de campingkeuken gaan koken! Het lam zat vol vet en botten (dat hoort er ook wel een beetje bij natuurlijk bij dat soort vlees), maar het vlees was heerlijk mals en zacht van smaak… We hebben nog even gekletst met een permanente bewoner van de camping (altijd ietwat zonderlinge figuren maar meestal wel aardig) die tv aan het kijken was in het aangrenzende tv-gedeelte, en op een gegeven moment zei dat hij maar voor zijn eigen eten ging zorgen want hij kon de heerlijke kookgeuren en –geluiden niet meer aanhoren!



We komen nog altijd constant Aziatische toeristen tegen. Nu de laatste dagen vooral in eigen vervoer; busjes, campers, auto’s… En we zijn zo vreselijk blij dat we in het laagseizoen reizen, want we denken dat het hier in het hoogseizoen afschuwelijk druk is! We zijn nu eigenlijk al redelijk verbaasd over hoeveel campers en camperauto’s we wel niet rond zien rijden, en het is hier al bijna winter. Gelukkig heb je daar onderweg weinig tot geen last van, de meeste wegen zijn heerlijk rustig, maar als je bij een toeristische bezienswaardigheid komt sta je bijna nooit alleen, en ’s avonds op de camping loopt het uiteindelijk altijd wel vol met nog zo’n 4-5 andere wagens. Weliswaar komen de meeste mensen een stuk later binnen dan wij, vaak al als het al lang en breed donker is! Ik moet er niet aan denken, plus dan zie je niets van de plekken waar je langs reist…

free counters