Zaterdag 17 mei: Kaikoura – Blenheim, 155 km

We waren vanochtend redelijk vroeg wakker en hebben nog wat geïnternet; maar veel was er niet meer te doen behalve de post binnenhalen en de bankzaken nog even checken of de laatste opname van Nieuw Zeelandse dollars al volledig verwerkt was. We hoefde pas om 10 uur bij het vliegveldje te zijn dus we zijn op ons gemak opgestaan rond een uur of 8, hebben ontbeten, de camper een beetje opgeruimd en zijn toen met de afwas van gisteren (we hadden gisteravond na het eten totaal geen zin gehad om nog in die groezelige donkere keuken af te wassen) naar het keukentje gegaan. Bij daglicht zag het er ook niet uit; Hans was net iets aan het zeggen over de hygiëne van de ruimte toen er een behoorlijk grote muis over een richel van de achterste muur van de keuken wegrende… Brrrrr! We hebben de schone vaat op een blaadje uit de stapel leesliteratuur gelegd terwijl we aan het afdrogen waren, want de tafeltjes zagen er maar plakkerig uit. En de muis heeft zich verder gelukkig niet meer laten zien.


We wilden eigenlijk weg uit deze groezelige camping, alleen we waren nog veels te vroeg voor het vliegveld. We zijn toch maar rond 9:20 gaan rijden want we hielden het er niet meer uit. Eerst op zoek naar diesel, maar Kaikoura is het meest toeristische plekje tot nu toe op het Zuidereiland, dus de diesel was ook behoorlijk duur. In principe was het maar zo’n 110 km rijden naar de camping die ik op het oog had in Blenheim, en we hadden nog ruim voldoende diesel, dus we besloten maar niet in Kaikoura te tanken. We zijn op ons gemak richting het vliegveld gereden, onderweg even stoppend bij een klein afsteggertje naar het strand waar eigenlijk niets te zien was, om nog een beetje tijd te rekken.



Rond 9:35 kwamen we aan bij het vliegveld, en de man die ons gisteren aangesproken had was al bezig zijn vliegtuigje in orde te brengen. We raakte een beetje aan de praat; hij heet Murray (of zoiets) en had inderdaad (uiteraard!) zijn vliegbrevet en wel 20 jaar ervaring; eerst 10 jaar als walvisspotter, toen jarenlang als commerciële piloot in Australië. En nu was hij weer aan het walvisspotten want zijn hart lag toch wel in Kaikoura. Zijn vliegclub had 2 vliegtuigjes, ze waren geregistreerd als bedrijf onder de naam “Air Kaikoura”, en hebben ook de papieren om te mogen walvisspotten. Eigenlijk zijn zij als ik het goed begrijp de originele aanbieders van het walvisspotten per vliegtuigje, maar de buurman pakt het allemaal wat groter en commerciëler aan en heeft duidelijk ook meer geld om aan reclame en zo te besteden (Murray vertelde dat hij in olie gezeten had en dan heb je wel geld ja!), waardoor de vliegclub een beetje ondergesneeuwd geraakt was. Wij zeiden ook dat wij zelf naar de vliegclub zouden zijn gegaan als we geweten had dat die bestond; maar zijn buurman was het enigste wat we op internet konden vinden wat dit betreft, dus daar waren we op afgekomen. Murray vroeg toen we klaar waren of we een recensie op tripadvisor wilde zetten, en dat doen we zeker als we weer thuis zijn; je gunt het zo’n klein bedrijfje toch ook.



Na nog wat papierwerk, gaf hij wat uitleg over de walvissen; we zouden vandaag in ieder geval dolfijnen zien, en hopelijk ook de derde grootste walvis, de potvis. Maar dan waarschijnlijk alleen een enkel jong mannetje die alleen zwemt; de grote vrouwtjesgroepen kwamen hier alleen als ze jongen hadden en dat was altijd moeilijk te zeggen, want dat was alleen als het water warm genoeg was. Daarna moesten we even inwegen op een weegschaal die er volledig naast zat (tenzij ik deze reis 10 kilo ben aangekomen, en gezien hoe los mijn broek hangt denk ik dat niet), en kregen we een korte zwemvesten-uitleg, voordat we konden vertrekken. We moesten over de vleugel van het vliegtuigje instappen, Hans eerst want hij ging achterin, Murray daarna en ik als laatste, voorin naast de piloot. Wel leuk, ware het niet dat Murray echt vreselijk uit zijn mond stonk. Brrrrrr echt zo’n vieze putlucht. En je zit in zo’n klein vliegtuigje dicht op elkaar… Ik kreeg wel een klein beetje de zenuwen van de stuurknuppel, pedalen en wijzertjes aan mijn kant maar ik ben maar voorzichtig gaan zitten en nergens aangekomen; ik had weinig zin om nu alvast een spontane vliegles te nemen! Dat komt wel over een paar dagen…



Eigenlijk rijden die mannen in hun vliegtuigjes net zo weg als wij in de auto zouden doen; enige verschil is dat zij iets harder gaan en op een gegeven moment opstijgen… Maar het gemak waarmee je vertrekt is toch wel bijzonder! Toch zijn er ook veel checklists die mentaal afgelopen worden, dat kun je wel zien, en er is veel gepraat over de radio met andere vliegtuigjes en in dit geval ook met de boten voor de kust – die hebben alvast een beetje een idee waar de walvissen zich kunnen bevinden. Hans had de gps in zijn borstzak gestoken; we hadden bedacht om deze mee aan boord te nemen, zodat we achteraf goed zouden kunnen zien waar we vlogen, aangezien de broodkruimelfunctie altijd actief is.



We waren amper goed en wel boven zee aan het vliegen toen Murray wat bootjes zag onder ons en over de radio hoorde dat er een familie dolfijnen gezien was; inderdaad, je kon van boven mooi zien hoe de bootjes achter de toch wel redelijk grote groep dolfijnen aanzwom. Leuk! We hebben er een rondje boven gedraaid maar toen kreeg Murray al te horen dat er vlak bij ons een walvis was, dus gelijk er naar toe natuurlijk!



Het bleek geen jonge walvis te zijn maar juist een zeer volwassen mannetje van wel zo’n 60-65 jaar oud, een bekende volgens Murray die al een tijdje niet meer gesignaleerd was; je kon merken dat hij er blij mee was. We hebben er een aantal cirkels boven gedraaid en we hadden geluk; ze blijven meestal zo’n 15 minuten boven water en kunnen dan wel tot 3 uur lang duiken. Deze lag nog een tijdje aan het oppervlak, zodat we hem goed konden bekijken, voordat Murray riep dat hij zich ging voorbereiden om te duiken; en ja hoor, een paar minuten later verdween hij onder water, mooi nog even met zijn staart boven water! Leuk!



Murray vroeg of we nog een walvis wilden zoeken of dat we een beetje boven de bergen wilde vliegen; domme vraag natuurlijk: WALVISSEN! Dus vloog hij wat verder in de baai en kreeg al gauw weer te horen dat er een andere walvis gesignaleerd was; hop er naar toe! Hans en ik dachten al van een afstandje dat we de walvis zagen maar twijfelde, want het is zo moeilijk om goed de schaal in te schatten zo op zee en hoog in de lucht. Maar inderdaad, het was hem; ook een volwassen mannetje, deze was wat jonger dan de andere, ergens in de 50. Maar dus in een half uurtje twee grote volwassen mannetjeswalvissen! Murray was duidelijk ook heel erg blij, hij vertelde dat we echt veel geluk hadden, dat dit de eerste echt goeie dag was en ze eigenlijk de afgelopen maand wat moeite hadden gehad met walvissen spotten, zeker die grote volwassen jongens, (ahum, gistermiddag vertelde hij ons op het parkeerterrein dat hij al heel de dag sightings had gehad, dus dát was misschien wat overenthousiast geweest…).



Boven deze tweede walvis bleven we maar rondjes draaien, we kregen de indruk dat Murray het ook moeilijk vond om weg te gaan… Maar opeens werd duidelijk dat de tweede ook ging duiken, dus toen was de beslissing voor ons gemaakt! Ook deze dook weer heel sierlijk met zijn staart nog even in de lucht… Mooi hoor!



Hierna heeft Murray toch ook nog even een rondje gevlogen over de Kaikoura Peninsula, en onderweg zijn huis laten zien, waarop zijn dochter naar buiten kwam. Hij liet het vliegtuigje even “zwaaien” met de vleugels en draaide er een rondje boven, en vloog toen verder om langs de bergen terug naar het vliegveldje te vliegen.



Voordat we landde waarschuwde hij wel nog even dat we niet moesten schrikken, maar hij ging op het gras landen om de banden te sparen; een nieuwe band kost namelijk zo’n 500 dollar… Toen we eenmaal geland en aan het taxiën waren reed hij wel de baan op. We hebben uiteindelijk wel 36 minuten gevlogen, dat is niet slecht! En het was heel mooi om die twee mooie grote volwassen mannetjes te zien zwemmen, echt heel bijzonder zo vanuit de lucht.



Toen we aan het einde van de dag de broodkruimels van de gps gedownload hadden op de laptop zag je echt heel goed wat onze vlucht geweest was en waar de walvissen waren geweest (vanwege de vele rondjes op die plekken); onze topsnelheid was eventjes 288 km/uur geweest, en onze gemiddelde snelheid in de lucht zo’n 200 km/uur. Leuk!



Nog helemaal blij van de walvis zijn we op pad richting Blenheim gegaan. De bedoeling was om daar vroeg aan te komen (het was zo’n 135 km) zodat Hans de rest van de dag kon rusten. Ik was daardoor eigenlijk helemaal vergeten dat er in de buurt van Kaikoura nog een zeehondenkolonie moest zijn, bij Ohau Point; en iets verderop bij Ohau Waterval een zeehondencrèche…



Net op het moment dat er een waarschuwingsboord verscheen voor zeehonden de komende 4 kilometer dacht ik eraan en keek ik op mijn route voor eventuele bijzonderheden/instructies, en inderdaad de volgende bocht was al Ohau Point. Je zag veel zeehonden op het strand liggen op rotsblokken en in rotspoeltjes, op zich heel leuk natuurlijk maar wij hebben in Namibië tussen 10.000den gestaan op Cape Cross, dus dan is dit wel een beetje tam. Maar ik had op internet gelezen dat de zeehondencrèche wel heel bijzonder was, die was namelijk bij een waterval! Er stonden wat lokale mensen bij Ohau Point die al tegen ons begonnen over dat er verderop nog veel mooier zicht was, en toen ik vroeg of ze de waterval bedoelde bevestigde ze dat. Ik heb voor de zekerheid nog even gevraagd hoe ver het was, want ik had ook gelezen op internet dat je er zo voorbij kon schieten omdat het totaal niet opviel; het was nog maar een paar honderd meter vanuit hier, gewoon de bocht om aan de andere kant van de heuvel.



We reden oplettend de bocht om en inderdaad, was het niet dat de parkeerterreintjes aan beide kanten van de weg volstonden en je wist dat er iets bijzonders moest zijn, dan was je er zo voorbij gereden! Het stond niet aangegeven; alleen bij het begin van de wandeling (een beetje verscholen in een hoekje bij het bos aan de landkant) stond een bord, maar van een afstand zou je nooit raden dat daar veel te zien was. We liepen het bos in, heel benieuwd, want wat stel je je voor bij een zeehondencrèche in een waterval? Een paar beesten in het water misschien?



Er liep onder de weg door en het daarnaast gelegen treinspoor een redelijk groot stroompje, en al gelijk toen we bij het water kwamen zagen we de eerste pups; vrolijk spelend in het water! Ze leken er wel vandoor te gaan toen ze ons zagen, het was ook heel druk met mensen op het pad, maar leuk! En best een gek gezicht zo die zeehondenpups in een zoetwaterstroompje in een bos…



We liepen een hellinkje op en begonnen steeds meer pups te zien, overal; niet alleen in het water maar ook gewoon zo in de bosjes! Heel leuk, apart en gek om te zien, want zeehonden horen in zee, niet in een subtropisch bos… Je hoorde ze spelen in het water onder ons, en blaffen tegen elkaar. Te gek! Dan stond je te kijken naar een stel pups in het water en zag je opeens vlakbij een pup tussen de bomen bewegen, een beetje onhandig op zijn flippers.



Het was een wandeling van zo’n 10 minuten naar de waterval zelf, al deden we er veel langer over omdat er om ieder hoekje wel een paar pups te zien waren. Het was heel erg druk maar vooral druk met Nieuw Zeelanders, ik heb eigenlijk geen buitenlanders gehoord. En Hans en ik waren stomverbaasd over de hoeveelheid pups die we al gezien hadden… Af en toe zag je ook een volwassen beest (oppassers zeker!) maar de overgrote meerderheid was pups.



Totdat we bij de crèche zelf aankwamen; de waterval stroomde in een redelijk grote poel midden in het bos, en het leek wel een zwembad op een hete zomerse dag tijdens een schoolvakantie! Zo vol lag het met zeehondenpups; het water kolkte gewoon! We denken dat er alleen al in de waterval en daaromheen zeker honderd beesten zwommen, speelde, lagen, blafte, waggelde en ruziede… je kwam ogen te kort, overal gebeurde wel wat!



Het was ook een komen en gaan van pups via het stroompje – dit was natuurlijk de aller-veiligste plek waar de moeders hun pups konden laten, want hier waren totaal geen vijanden van de pups, en ze konden hier rustig heel de dag spelen met elkaar terwijl de moeders op zee aan het vissen waren.



Af en toe gaven de toeschouwers een gilletje want dan was er opeens een pup tussen hen door gewaggeld; ze leken totaal niet bang van ons en zelfs heel nieuwsgierig. Of ze liepen gewoon dwars over je schoenen heen zoals op een gegeven moment met mij gebeurde; ik zag dat een pup in beweging kwam dus bleef staan, en voelde zijn flipper op mijn voet drukken toen hij langswipte!



Hans en ik hebben onszelf met heel veel moeite na zeker een half uur bij de poel staan weggerukt; we hadden hier heel de dag wel kunnen blijven staan, zo leuk was het om dit te zien! En zo gek, zoiets verzin je toch niet? Zeehondenpups in het bos? Want ze zaten echt overal, echt niet alleen in het water. Soms zelfs op ooghoogte in de bosjes om ons heen, en dan kwamen ze heel nieuwsgierig iets dichterbij om naar ons te kijken.



We waren hier eigenlijk nog meer van onder de indruk dan van de walvissen… Dat was waanzinnig leuk om gezien te hebben, maar dat was redelijk statisch; een mooi beest van een afstandje gezien. Dit was een drukte van jewelste, je wist gewoon niet meer waar je moest kijken. Over heel de lengte van het stroompje, in het bos en in de waterval moeten er toch zeker een paar honderd zeehondenpups geweest zijn… Ongelofelijk! En ze zien er natuurlijk ook nog eens zo leuk en lief uit en ze zijn zo speels – veel mensen waren ook aan het o’en en a’en en sommige mensen probeerde ze te aaien; maar het blijven wilde dieren.



Al met al hebben we er zeker drie kwartier doorgebracht, we vonden het echt moeilijk om weg te gaan, zo leuk was dit geweest! Maar we hadden onze camerakaarten al aardig volgeschoten en het werd tijd om door te gaan, het was inmiddels al na 12’en. Tegenover het parkeerterrein bij de zeehondenpups zijn we ook nog even naar de zee gelopen om daar naar de wat grotere zeehonden op het strand te kijken.



De verdere rit naar Blenheim was niet zo spannend; gelukkig redelijk rustig omdat we natuurlijk al een eind van Christchurch vandaan waren, en het was ook nog eens zaterdag dus minder vrachtverkeer, dat scheelde veel.



Zo’n 20 kilometer voor Blenheim stonden we opeens stil omdat er een kudde schapen aankwam (dat kan hier gewoon, zelfs op de snelweg). Hans en ik vroegen ons af hoeveel schapen het wel niet geweest moeten zijn, dus toen we weer in beweging kwamen draaide ik mijn raampje open en vroeg aan de schapenherder hoeveel schapen hij had; 600! Wow… Ik had wel een paar honderd gedacht maar toch niet zo veel…



We reden Blenheim in en vonden een Caltex die netjes geprijsd was: 1,499 dollar per liter, en ernaast stond een New World supermarkt. Het was inmiddels bijna 14 uur en we hadden nog niet geluncht en ernstige honger, en bovendien behoefte aan iets lekkers. We kopen wel vaak een klein pizzabroodje of pasteitje voor de lunch, maar zijn verder redelijk streng voor onszelf deze reis wat betreft snoepgoed. We hebben dropjes bij waar we het heel de reis mee moeten uitzingen, en verder eigenlijk alleen droge crackers en appels om te snoepen. Meestal bezwijken we al veel eerder en zondigen we met chips en chocola, maar tot nu toe hebben we dat nog maar 1 keertje gedaan, 5 dagen geleden, toen we chips kochten. Dus het mocht wel weer eens een keertje; we hebben lekker een broodje voor de lunch gekocht, een cakeje voor de koffie voor de komende dagen en natuurlijk chips!


De camping die ik op het oog had (niet de allergoedkoopste, en ze adverteerde met “we doen ons best om de beste camping in Blenheim te zijn”, dus dat klonk wel ok) was niet zo ver meer, dus volgetankt en met wat lekkers aan boord reden we er naar toe. Hmmm… het lag aan het spoor en aan een drukke weg en was eerlijk gezegd een beetje een dump om te zien. Het sprak ons niet aan om lekker een middagje te rusten! Dus ik heb het volgende adres in de gps getikt, op hoop van zegen; dit was wel de goedkoopste camping in de omgeving, maar een paar kilometer buiten de stad, dus hopelijk zou dat in ieder geval iets rustiger en groener zijn.


Inderdaad, het viel niet tegen: Spring Creek Holiday Park lag aan een mooi riviertje, in wat zo te zien het terrein van een oud landhuis geweest moet zijn. Het oude huis stond er nog als kantoor en huis van de eigenaren, en daaromheen waren vele kamertjes gemaakt, en camperplaatsen tussen een paar hele mooie grote oude bomen. Toen we eerst binnen kwamen rijden leek het niet echt veel te zijn, het stond om te beginnen nogal vol met permanente bewoners en dat is toch een apart slag volk. En toen ook nog eens bleek dat de eigenaresse nogal een precieze was (we moesten op een specifieke plek zo’n beetje bij de voordeur gaan staan omdat het gras bij de mooie plekjes naast de rivier te drassig zou zijn) die constant naar buiten wipte om te checken of alles wel goed ging, had ik ook al zoiets van oei… Zeker omdat het weer eens een camping was met overal gebods- en verbodsbordjes; maar het kostte maar 30 dollar en het viel al met al uiteindelijk best mee. Wel kostte het 1 dollar om 5 minuten warm te kunnen douchen, maar daar hadden we geen zin in…



Het zonnetje had nog een paar uurtjes te gaan, het was inmiddels 14 uur, dus we hebben dus voor het eerst deze reis de camperstoeltjes tevoorschijn gehaald en een beetje in het zwakke maar lekkere herfstzonnetje gezeten met een vers kopje koffie, het pizzabroodje, een plakje cake en een zakje chips… hmmmm, genieten! En daarna even een wandelingetje over het terrein gemaakt; de eigenaresse had het gehad over een paling die we konden voeren, en we zagen in de bocht van de rivier inderdaad een bordje hangen om “Eddie the Eel” te voeren. Jaja, tuurlijk, dat zou wel meevallen. Maar we stonden er nog niet goed en wel of 8 grote dikke tamme palingen kwamen gelijk aangezwommen, happend naar ons en wachtend op eten! Wow… ik heb mijn waterdicht fototoestel in het stroompje gehangen en ze kwamen er gelijk op af om te kijken of het eetbaar was.



Toen we terug liepen raakte we aan de praat met een oude baas die het gras aan het maaien was; vermoedelijk familie van het eigenaarsstel? Zijn kleinzoontje was aan het helpen, zag mijn nog natte fototoestel en ik had gelijk een vriendje gemaakt, hij was erdoor gefascineerd en wilde wel zien hoe dat werkte, zo’n waterdicht fototoestel! Dus we zijn al kletsend met de oude baas teruggelopen naar het stroompje (hij vertelde door de verhalen van zijn kleinzoontje heen dat er vroeger veel meer palingen geweest waren, maar dat ze gestroopt werden), en ik heb het jongetje even met mijn toestel laten spelen in het water. De palingen hapte er gelijk naar en ik schrok er gewoon van, want ze kwamen een heel eind uit het water! Ik hoop nu maar dat het jongentje niet gaat proberen of zijn vader’s fototoestel ook in het water kan…



Voor de rest hebben we, toen het te koud werd om buiten te zitten, lekker weer in onze camper gezeten met het straalkacheltje aan. Je merkt namelijk dat de zon weinig kracht meer heeft. Wat ons trouwens een paar dagen geleden is opgevallen, is dat de zon hier weliswaar in het oosten opkomt en westen neergaat, maar via het noorden reist en niet via het zuiden zoals bij ons. Grappig!



We hadden natuurlijk laat (en zondig lekker) geluncht, dus we hadden weinig honger en hebben laat gekookt. Om ruimte in de diepvries te maken voor een nieuw brood hebben we als avondeten ieder 2.5 röstirondjes genomen zodat we nog ieder 3 over hadden voor een serieuzere maaltijd een andere dag. Bij de röstirondjes hebben we wat kipreepjes gebakken; we hadden eigenlijk weinig trek in meer dan dat! En ’s avonds hebben we een kopje thee gezet met een plakje cake; vandaag is gewoon lekker een snoepdag. Helaas gooide ik een flinke slok thee in mijn schoot, maar gelukkig was hij niet meer gloeiend heet en ving mijn spijkerbroek het meeste op, dus ben ik niet echt verbrand: het is nu alleen een beetje gevoelig. Ach ja! Het straalkacheltje had binnen de kortste tijd mijn spijkerbroek weer zo goed als droog gelukkig.


free counters