Zondag 18 mei: Blenheim – Motueka, 272 km

De rit vandaag zou niet zo ver zijn; ons doel was Motueka, en om de rit wat langer te maken en te voorkomen dat we twee keer over dezelfde wegen zouden rijden als we morgen vanuit Motueka naar Picton reden, zijn we er binnendoor naar toe gereden. Het was een mooie, rustige rit langs een aantal riviervalleien waar de omstandigheden duidelijk ideaal waren voor druiven en ander fruit, en zelfs hop.



We zijn via het Rotoiti meer gereden maar hebben daar weinig van meegekregen omdat er een vakantiedorpje op de oevers gebouwd was, en hebben de oude Motueka Highway binnendoor via de Motueka riviervallei genomen; deze zou ongetwijfeld rustiger zijn dan de grotere, rechtstreekse wegen. Niet dat we echt te klagen hadden; we hebben lange rechte stukken gereden waar er voor en achter geen auto te bekennen was! Het scheelt ook duidelijk of je op een zondag of niet rijdt wat betreft vrachtverkeer…



We hadden alle tijd, dus bij een uitkijkpunt besloten we koffie en een plakje cake te nemen. Om bij het uitkijkpunt te kunnen komen moest je eerst een klein weggetje omhoog rijden, en toen we het kleine parkeerterreintje opreden stond er een busje van G-Adventures, de reisorganisatie waarmee we naar de Galapagos, Spitsbergen en West-Afrika geweest zijn. Leuk! De passagiers (overwegend jonge vrouwen) leken zich kapot te vervelen, hoewel een paar hamsters (??!!!) die rondliepen op het uitkijkpunt wel voor wat afleiding zorgde. De reisleider, een jonge man, keek enigszins alsof hij liever een andere groep mensen zou willen begeleiden maar hield een dappere glimlach voor.



We raakte aan de praat en hij leefde helemaal op, vooral toen bleek dat wij meerdere keren in Zuidelijk Afrika geweest waren (hij was namelijk zelf Zuid-Afrikaans); hij begon gelijk Afrikaans te praten, en vergat tijdens het gesprek even dat hij eigenlijk het groepje verveelde vrouwen, die inmiddels allemaal ingestapt waren, aan het gidsen was… Totdat hij zich realiseerde dat hij verder moest! Met wat gemanoeuvreer en achteruitrijden van Hans (terwijl ik in ons keukentje de waterketel en koffiemokken balanceerde) kon zijn busje met aanhanger draaien op het krappe parkeerterreintje en met een “baie dankie” van Hans zwaaide de jongen nog een laatste keer en reed het busje weg. En konden wij aan de koffie beginnen!



De rit was over het algemeen best mooi, en lekker rustig gelukkig. Toen we net de oude Motueka Highway opgedraaid waren, zagen we weer eens een monument voor de Eerste en Tweede Wereldoorlog; we zien heel veel “Memorial Gates”, maar die vallen vaak nooit zo op en zijn we al voorbij voor we het goed en wel in de gaten hadden; deze obelisken zijn een stuk gemakkelijker om te spotten want ze hebben zo’n karakteristieke vorm.



We reden (blijkbaar, we hebben er niets van gemerkt) volgens de kaart door een plaatsje dat Woodstock heette; een foto van het naambordje was leuk geweest, als dat er geweest was… Maar het is zo’n plaatsje zoals we hier veel zien in de binnenlanden, en in Australiëook veel gezien hebben; een stip op de kaart en je moet niet knipperen of je bent er al voorbij – als je er überhaupt al erg in hebt! Ook iets typisch is dat de wegen binnendoor vaak hele praktische namen hebben: als je van A naar B rijdt, heet de weg vaak “A-B street/highway”. Super makkelijk dus als je niet helemaal zeker weet of een afsteggertje wel het juiste is en niet tot op de letter wilt volgen wat de gps zegt!



We kwamen rond 12 uur in Motueka aan; we hadden van te voren al opgezocht dat U-Fly Extreme, het bedrijf waarmee we in Motueka willen vliegen, op zondag waarschijnlijk gesloten was, maar je weet maar nooit en het vliegveld ligt op de route dus we zijn er even langsgereden. Inderdaad gesloten; erg raar eigenlijk want het was in deze omgeving hartstikke druk met dagjesmensen en de buren (skydiven, scenic flights en microlight-vluchten) waren allemaal wel actief op zondag… Dus zijn we naar de geplande camping gereden, om te kijken of dat ook weer zo’n dump tussen de snelweg en het spoor was, maar dat was het gelukkig niet. Alleen het was nog wel heel vroeg en Hans was redelijk fris, dus besloten we nog even richting het Abel Tasman Nationaal Park te rijden.



We reden via Marahau het park in, tot aan Sandy Beach, maar om nou te zeggen dat het iets toevoegde voor ons? Ik had al gelezen dat het park beleefd moet worden via het water (kajakken, scenic trips, enz) of al wandelend, en wij hadden in geen van beide zin, sowieso, maar we konden nou ook niet echt zeggen dat de kust of de rit er naar toe nu zo spectaculair mooi was.



We besloten een rondje te rijden en via Kaiteriteri weer uit het park te rijden; waar Marahau zo’n beetje dwars over de heuvel gegaan was, bleef de route via Kaiteriteri laag bij zeeniveau, helemaal slingerend om de heuvels heen. Best een mooie route maar met zulke scherpe slingerbochtjes dat de broodkruimelfunctie op de gps het af en toe zelfs niet meer bij kon houden en bochtjes recht afsneed omdat ze niet snel genoeg broodkruimels weg kon zetten! Het plaatsje Kaiteriteri was een beetje een cultuurschok voor ons; we waande ons nog steeds in een Nationaal Park, en om de een of andere reden denken wij altijd dat zoiets een wildernis is, ongeschonden, enz enz enz… En nu kwamen we opeens in een bruisend kustplaatsje terecht met op de flanken van de heuvels (hele) dure vakantiehuisjes! Heel apart. Kaiteriteri was echt een strandplaatsje, en het was nu dan wel herfst, maar het was een mooie zonnige zondag dus het was nog wel redelijk druk. Het was duidelijk een populaire bestemming…



Terug in Motueka zijn we toch maar richting de camping gereden, het was dan nog wel 13:30 maar we waren er hier wel klaar mee onderhand. De camping kostte echter 40 dollar! Slik… Dus Hans reed er weer uit terwijl ik de andere twee opties opzocht; tja jeetje, de ene van een grote keten kostte ook 40 dollar en lag midden in de hoofdstraat (deze waar we voor stonden lag tenminste nog net een beetje buiten het centrum), en de goedkoopste van de stad lag ook midden in de hoofdstraat… Pffff! En het is een druk groot stadje dus daar hadden we geen trek in, dus we zijn maar weer terug naar binnen gereden. Toen ik ging afrekenen bleek ook nog eens dat de douches met muntjes werken, 50 cent voor 5 minuten heet water!!! Grrrr… Afzetters.


Maar goed, we hebben ons geïnstalleerd, en Hans is maar gelijk gaan douchen. Eerst zichzelf scheren en tanden poetsen boven de wasbak, (waar overigens wel gewoon warm water was), en dan helemaal uitkleden, de douche alvast koud aanzetten, alles klaarzetten en dan nog even gauw uit het douchehokje wippen om het 50-cent muntje in het apparaat te gooien… Deze is namelijk aan de buitenkant van het douchehokje bevestigd, en de meter begint te tellen vanaf het moment dat het geld erin gestopt wordt, niet wanneer de douche aanstaat! Zucht. Het is hem uiteindelijk redelijk gelukt, en daarna ben ik ook even gegaan volgens dezelfde methode van eerst uitkleden en koude douche aan, dan pas muntje erin, en tanden bij de wasbak poetsen. Ach, het is een gedoe maar je knapt er wel van op, de douche was voor die 50 cent inderdaad echt lekker warm.



We hebben altijd begrepen dat de Nieuw Zeelanders zo relaxed en easy-going zijn, maar de indruk die we op de campings krijgen is toch een beetje vreemd; want tot nu toe zijn alle campings waar we geweest zijn volgehangen met gebods- en verbodsbordjes. Zoals deze camping vandaag; ik telde in de douche/wc wel 8 briefjes met wat je wel en niet mag en moet doen… in de keuken hingen er ook nog eens een stuk of 7, en de recycle-straat (ze zijn op de campings enorm van het recyclen, alles moet in een andere bak) hangt ook vol met briefjes en waarschuwingen… We hebben in de afgelopen twee campings zelfs gezien dat er camera’s in de keukens hingen! Goed snappen waarom doen we echter niet, het lijkt niet te stroken met de relaxed houding. De enigste verklaring die we hebben is dat Nieuw Zeelanders misschien juist heel gezagsgetrouw zijn: en dat de bordjes hen gewoon helpen te weten wat ze moeten doen – niet dat het, zoals wij zouden denken, bordjes zijn om iets te voorkomen wat anders schering en inslag is?


In het verkeer ook; ze rijden heel netjes, voorzichtig zelfs – we hebben regelmatig dat er personenauto’s kilometers lang achter ons blijven hangen waar ze al twintig keer gemakkelijk voorbij gekund hadden, maar dat gewoon niet lijken te durven. Of inhouden bij verdrijvingsvlakken of doorgetrokken strepen waar een Nederlander misschien nog net even er overheen was gegaan. En bij kruispunten rijden ze ook heel voorzichtig; het enige wat erg irritant is, is dat ze niet geleerd lijken te hebben om met anderen te communiceren; dus richting geven doet men vaak op het allerlaatste moment, en auto’s houden ook niet in of accelereren om jou de mogelijkheid te geven in te voegen, ze kachelen gewoon lekker door op hun eigen tempotje waardoor je er soms gewoon niet tussen komt omdat het allemaal net niet lekker uitkomt op een kruispunt (zeker met een toch wel grote camper). Lichten aandoen in mistige of donkere omstandigheden zoals bosrijke gebieden lijkt ook niet gedaan te worden. Los daarvan is het verkeer wel heel lekker rustig en voorzichtig, al lijkt er wel een algemeen probleem met snelheid te zijn als je de voorlichtingsborden moet geloven – zelf hebben we dat echter nog niet zo gemerkt. Hans is wel heel blij dat we toch na wat dubben en twijfelen voor een iets duurdere automaat zijn gegaan, want het niet hoeven schakelen geeft hem toch wel veel rust in onzekere verkeersituaties; en in de bergen kan hij toch nog “schakelen” om snelheid te minderen of motorkracht te vermeerderen door de koppeling naar links of rechts te tikken – ideaal!


Toen we allebei gedoucht waren was het nog lekker vroeg, rond 14 uur. Het was zo lekker warm en zonnig dat we voor het eerst deze reis korte broek/rok en t-shirt aangedaan hebben! En we hebben de campingstoeltjes buiten gezet en lekker de rest van de chips aangesproken, en een beetje gerust… Ik merkte dat ik met name opeens erg moe was vanmiddag en er een beetje doorheen zat; reisvermoeidheid denk ik, want Hans doet hier al het zware werk met rijden.


Vanavond hebben we in de campingkeuken gehakt met rijst en ratatouille (uit blik) gemaakt, en “gezellig” aan de plank langs de zijkant van de ruimte opgegeten; best lekker! En voor het oog van de camera hebben we de wasbak na het afwassen maar goed afgedaan, je weet maar nooit, ze houden je in de gaten en straks krijg je nog een boete! In ons campertje hebben we nog wat citroenyoghurt genomen en s’ avonds een kopje thee met het laatste plakje cake.



’s Avonds toen de zon weg was moest het kacheltje toch wel weer aan; de zon is lekker maar duidelijk zwak en eenmaal weg is de warmte ook gelijk weg. Maar ons eigen straalkacheltje doet het prima, gelukkig, en stookt ons soms gewoon de camper uit zo warm!

free counters