Donderdag 22 mei: Hawera – Motuoapa, 284 km

We hebben echt heel onrustig geslapen ondanks dat we de ventilator uitgelaten hebben, Hans heeft zelfs bijna geen oog dicht gedaan. En om 5 uur vanochtend ging opeens het luchtalarm loeien! Het moet een oefening of per ongeluk zijn geweest want het stopte na een paar tellen wel, maar ja toen waren we wel goed wakker. Maar er was geen aardbeving en geen tsunami dus we gingen er maar vanuit dat het wel in orde was om verder te slapen… En net daarvoor was Hans wakker geschrokken van twee vechtende katten die zelfs tegen de camper aangerold waren! Ik kan niet zeggen dat ik er echt wakker van geworden ben maar heb wel iets gedroomd wat daardoor kon komen. In ieder geval geen geweldig nachtje dus! En gelukkig maar dat ik er nog net iedere nacht aan denk om mijn telefoon op stil te zetten, want Hans zijn moeder had ook nog eens per ongeluk om een uur of 3 onze tijd gebeld…


We waren naar bed gegaan zonder dat iemand langskwam om ons campinggeld te innen, en we zijn opgestaan, hebben op ons gemak ontbeten, afgewassen, de camper opgeruimd en klaargemaakt voor vertrek en nog is er niemand langsgekomen. Ook de receptie was nog altijd gesloten, en er was ook geen “honesty box” (afgesloten doos waar je het geld in kunt doen, vaak met envelopjes erbij waarop je de autoregistratie, datum en naam kunt zetten als bewijs van wie er betaald heeft). Tja, we gaan dan echt niet zitten wachten in de hoop dat er ooit nog iemand langskomt, we moeten door! Plus we waren er al gisteren om 14:30 dus er was meer dan voldoende tijd geweest om het geld te innen. Dus we zijn vertrokken en hebben gratis geslapen. Was niet de bedoeling maar als het zo moet, dan scheelt het weer een overnachting…


We reden richting Stratford en al druppelde het een klein beetje in het begin, het klaarde al gauw op en het zonnetje verscheen. Toen we in de buurt van Stratford kwamen kwam de vulkaan Taranaki langzaam aan in beeld; een perfecte vulkaan-vorm, en met de top licht met sneeuw bestoven. Zag er mooi uit natuurlijk!



In Stratford hebben we getankt en zijn we de route 43 ingeslagen richting Taumarunui, een rit van 150 kilometer die de “Forgotten World Highway” genoemd wordt. Deze scenic highway had ik van te voren op internet gevonden maar het was me niet helemaal duidelijk geworden wat er nu zo speciaal aan was los van het feit dat het heel veel over de pioniers ging en “historic” bruggen en gebouwen… Nu kopen we daar niet zo heel veel voor, ieder brug of gebouw dat hier ouder dan 50 jaar is wordt al gauw historic genoemd, maar de permanente bewoner in Greytown die al 30 jaar rondtrok in Nieuw Zeeland was heel stellig dat het echt een hele mooie rit was, en het kwam mij qua navigatie ook wel goed uit om toch veel van het Noordereiland te zien en toch redelijk rechtstreeks op Whakatane af te rijden, ons doel. Dus ik had er op zich niet zo veel verwachtingen van, het zou wel weer zo’n “scenic” highway worden zoals we er al zo veel gehad hebben hier op Nieuw Zeeland; wel leuk, maar ach… Als ze de kans hebben, namelijk, geven ze een route een speciale naam en doen ze er alles aan om die route onder dat thema te adverteren. Net zoals de “Vanished World Highway” met zijn fossielen en rotsformaties; het waren gewoon een aantal enigszins interessante punten die enigszins in elkaars buurt lagen, maar om het nu een route te noemen??



Deze route, de Forgotten World Highway, was echter echt heel bijzonder. Boven verwachtingen en misschien wel een van de mooiste routes die we ooit gereden hebben. En niet vanwege de heritage en geschiedenis (hebben we eigenlijk weinig van meegekregen) maar vanwege het landschap!


Het werd al heel gauw buiten Stratford het soort landschap dat je associeert met de hobbits in Lord of the Rings (overigens valt het ons op dat er heel weinig referenties zijn naar Lord of the Rings, we hadden dat veel meer verwacht in het openbare leven); rollende heuvels, richels en valleien, met gras bedekt. Alleen dan net iets ruiger en scherper dan in de film. Dit kwam (denk ik) omdat de ondergrond samengeperst vulkanisch as was, wat grilliger erodeert door regen en daarna met gras en begroeiing bedekt is geraakt.



De heuvels en valleien waren echt heel mooi, en reikte zo ver als je kon kijken; de eindeloze grasmat werd afgewisseld met mos- en varenbossen, maar ook “westers” bossen met dennen en loofbomen die nu volop in herfstkleuren waren met gele, oranje en rode bladeren. Of bomen die helemaal kaal waren met zilverwitte basten… En regelmatig zagen we riviertjes kabbelend door het landschap, met groene grasbedekte oevers en bomen aan de waterkant, en soms een boerderij of huisje. Hoog in de heuvels die bijna helemaal met gras of bomen bedekt waren zag je soms een stukje kale rotswand, die was dan te steil voor planten om te begroeien…



Echt heel erg mooi landschap dus! Zeker niet liefelijk, en veel levendiger dan de statische ansichtkaartachtige landschappen van het Zuidereiland die ook schitterend mooi zijn maar haast gewoon worden en gaan “vervelen” na een tijdje. De weg slingerde door dit groene landschap, en inmiddels was het zonnetje al weer volop aan het schijnen met mooie schapenwolkjes in de blauwe lucht… Heel erg mooi, we zaten er echt van te genieten en riepen regelmatig hoe mooi het wel niet was als we weer een doorkijkje zagen of weer een bocht om reden!



Het was ook heerlijk dat er bijna niets op de weg reed; tot onze verbazing ook geen toeristen, alleen wat lokale auto’s. Op een gegeven moment kwam een boer op een quad ons tegemoet de bocht om, druk gebarend dat we moesten afremmen – zijn kudde koeien kwam eraan! 20-30 melkkoeien van een ras met mooie gemêleerde kleuren; we noem het chocolademelkkoeien, want ze hebben vaak mooie bruine vachten met donkere en lichtere gebieden die vaak vloeiend in elkaar overgingen. Erg mooi.



Het gebied bleef groen grasachtige heuvelachtig, maar in de bossen begonnen wat meer varenbomen te komen; we hielde op een gegeven moment op een uitzichtspunt halt voor een foto, en toen zagen we dat een stukje van de weg afgekalfd was. Oeps! We hadden ze op een ander punt ook al druk in de weer gezien om een stuk weg te repareren dat verzakt was; ze groeven het beschadigde stuk gewoon op en waren toen wij langs het halve meter diepe gat reden net bezig matten erin te leggen, als versteviging zeker?



We reden ongeveer halverwege de route door Whangamomona, het enige noemenswaardige dorpje op de route, dat duidelijk zijn best deed om mensen te laten stoppen maar daar niet zo goed in slaagde. Ze noemde zichzelf zelfs een republiek, maar het leek allemaal niet zo heel erg succesvol om toeristen te trekken! Sowieso, we waren ver de enigste toeristen op de route; we hebben heel de rit 1 andere camper gezien. Ergens onderweg zag ik opeens beweging langs de kant, en zagen we nog net een wilde geit en jong de bosjes in duiken en verdwijnen. Wat later zag Hans ook een stel wilde geitjes, leuk!



Daarna kwamen we bij de “Hobbit Hole” – een verwijzing naar de Lord of the Rings maar nog van vóór de films volgens mij; de lokale mensen noemen deze tunnel zo. Het is best een indrukwekkende tunnel om doorheen te rijden; hij werd al 36 kilometer van te voren aangekondigd zodat je nog de mogelijkheid had om een andere route te nemen… Hij is 4,5 meter hoog, en 3,4 meter breed, dus precies groot genoeg voor een auto; de wanden zijn ruw uitgehouwen, het wegdek is ruwe steen, en het plafond wordt gestut door een houten constructie… Daar komen in ieder geval weinig vrachtwagens doorheen lijkt me!



Op een gegeven moment reden we door Tangarakau Gorge; een mooie smalle vallei vol varenbossen en hoge rotswanden, waar de weg om de een of andere reden onverhard was. Misschien omdat het in die kloof niet te doen was om regulier asfalt te leggen? Het was er wel heel erg vochtig, misschien dat dat er mee te maken heeft…



Na een tijdje reden we de kloof en het bos uit en kwamen we weer in de grasbedekte heuvels van daarvoor uit. Inmiddels was de route ook al bijna uitgereden, en je merkte ook wel dat de heuvels minder grillig werden en meer uit elkaar kwamen te liggen.



Het was een beetje een cultuurshock om na 150 kilometer rustige landschappen en een enkel huisje of dorpje in Taumarunui te eindigen; dat was een grote, drukke stad en echt extreem toeristisch! Maar waarom zo toeristisch terwijl we maar één camper op heel die rit langs de Forgotten World Highway gezien hebben, snappen we niet zo goed… Sowieso valt het ons op dat we al een paar dagen, sinds we op het Noordereiland zijn, weinig andere campers meer op de weg zien. En de Aziatische toeristen zijn we helemaal kwijt geraakt sinds het noorden van het Zuidereiland.



Vanuit Taumarunui reden we via het plaatsje “National Park” en via Tongariro richting het Taupo meer. Daardoor hebben we een tijdje in de richting van, en uiteindelijk langs, de drie vulkanen van het Tongariro National Park gereden. Dat was ook een erg mooi gezicht, zeker omdat de top van de ene met wat sneeuw bedekt was! De ene vulkaan rookte zelfs nog een beetje vanuit twee plekken op de flanken…



Ik had oorspronkelijk bedacht om in Turinga te overnachten; helaas wel een grote keten camping, maar het was niet anders – prijzen in het plaatsje Taupo lagen al gauw rond de 45-50 dollar, en voorbij Taupo rijden was toch wel erg ver voor vandaag, zelfs al ging het vandaag lekker. Maar terwijl we aan het overleggen waren wat de mogelijkheden waren vond ik een advertentie in het boekje voor een camping die aan Taupo meer lag, en maar 30 dollar kostte plus gratis wifi, in een klein plaatsje iets boven Turinga op onze route. Dat klonk beter, dus na een kleine omweg naar een paar hete bronnen in de buurt (je moest al 10 dollar betalen om überhaupt binnen te mogen, terwijl het bad zelf gesloten was) zijn we richting Motuoapa Bay gereden, waar aan één van de drie straatjes langs de snelweg de camping zelf lag.



We kwamen rond 14:30 aan. Het was inderdaad een prima kleine camping, particulier gerund en netjes onderhouden, en een paar meter van de oever van het meer vandaan! De receptie was onbemand maar een permanente bewoner kwam net aanlopen en zei dat we maar gewoon een plekje moesten uitkiezen en dat er nog een paar mooie plekjes waren aan de rand met uitzicht op het meer. Dus daar zijn we onszelf gaan installeren, tussen de vele permanente cabins en stacaravans, en toen we richting de faciliteiten liepen kwam de beheerder al aanlopen, zijn vrouw had de receptie al opengegooid… Ze waren blijkbaar in het cafeetje langs de weg aan het koffiedrinken geweest toen ze ons hun straatje in zagen slaan, dus toen hebben ze gauw afgerekend en zijn ze terug naar de camping gelopen, want er waren klanten!



We hebben een tijdje met de vrouw gepraat over reizen en over onze route; ze vond dat we het goed deden, zowel met reizen in het algemeen als met wat we al gezien hadden van Nieuw Zeeland! De camping hebben ze een jaar geleden overgenomen en ze had grote plannen om hem te moderniseren – gezien de verouderde (maar keurig schone) voorzieningen was dat ook wel nodig. Het water in de wc’s leek heel vies bruin te zijn, maar ze vertelde ons al dat dat putwater was en helaas dus niets aan te doen; als je een keer doortrok zag je ook wel dat het bruine aanslag op de pot zelf was. Rond een uur of 15 zijn we een wandelingetje door Motuoapa gaan maken; we hebben twee van de drie straten doorgelopen en langs het piepkleine jachthaventje weer terug naar de camping. We hebben nog een tijdje binnen in onze camper in het zonnetje met de deur open gezeten – buiten was net een beetje te fris, maar binnen achter glas was goed te doen, totdat de zon verdween en toen werd het te koud!



We hebben tussendoor vanmiddag nog een beetje kunnen internetten met het gratis wifi-netwerk; weliswaar een hele trage onbetrouwbare verbinding die steeds wegviel, maar het is beter dan niets dus we klagen niet…



’s Avonds hebben we lekker lam gegeten met röstirondjes; de schouderlapjes waren zeer goed doorbakken want het fornuis had maar één stand: gloeiend heet… Als je even wegkeek brandde het eten zo aan! Maar we waren nog net op tijd, en het vlees was desondanks heerlijk mals en zacht en de marinade (oriëntaalse mint) was ook heerlijk. De keuken stond wel blauw van de rook, maar we hebben zitten smullen! Toe een blikje mango. We hebben nog een tijdje staan kletsen met een permanente bewoonster, die zei dat Rotorua misschien een beetje te toeristisch en niet écht genoeg voor ons zou zijn. We zien wel, maar in ieder geval goed om dat alvast een beetje in het achterhoofd te houden! De permanente bewoonster had ons een van de douches aangeraden, als zijnde de beste en ook eentje rustig en groot genoeg voor ons beide om te douchen. Ze had alleen vergeten om te vermelden dat het doucheputje zo verstopt was dat het water 5 cm hoog kwam te staan in de hele doucheruimte (we waren net op tijd om onze schoenen op het bankje te zetten), en op een gegeven moment onder de deur door naar buiten loopt… Brrrrr, ik was gauw klaar en heb me kleddernat en half aangekleed op de betonnen stoep naast het douchehokje zo goed en kwaad als het ging afgedroogd, want de douche zelf stond volledig blank. Ik ben gauw terug naar de camper gegaan en heb Hans de ruimte gegeven (er was een heel klein hoekje van de betonnen doucheruimte die enigszins droog bleef) om zichzelf af te drogen. We waren in ieder geval schoon, moeten we maar denken!


free counters