Zaterdag 24 mei: Whakatane – Whakatane, 320 km

We hebben een hele onrustige nacht gehad waarin we allebei veel (en in Hans zijn geval eng) gedroomd hebben en het idee hadden dat we ieder uur op de klok gezien hadden. Pffff! We moesten onszelf vandaag een beetje in de omgeving bezighouden, maar eerst maar eens naar de supermarkt voor wat boodschappen; we hadden nog wat vlees nodig (er staat nog een laatste keer lam op het menu deze reis!) en iets voor de lunch, dus we zijn naar de New World die we gisteren gevonden hadden gegaan. We hebben ook gelijk even de email gecontroleerd bij de bibliotheek daarnaast, en nog even gewhatsappt met Hans zijn zus. Daarna zijn we naar een Westpac bank in de buurt gereden om dat geld over te maken voor de camping van Hawera; het is weliswaar zaterdag, maar wie weet zijn die hier wel open op zaterdag. Helaas niet, natuurlijk!


Eenmaal klaar met de boodschappen zijn we richting het Whakarewarewa Redwood Forest gereden vlakbij Rotorua; daar staan een heleboel Californian Redwoods en dat kon wel eens leuk zijn om te bekijken. Het was druk op de wegen en het regende behoorlijk af en toe – plus het woei ook hard. Het is wel duidelijk dat het verstandig was om de boottocht niet door te laten gaan vandaag, hoe jammer we het ook vinden! Hopelijk morgen beter, hoewel we er een beetje bang voor zijn met die wind…



We reden nog langs wat geothermische parken onderweg naar Rotorua, maar niets sprak ons aan; we vinden het ontzettend veel geld om 40-60 euro neer te moeten leggen voor ons tweeën om zo’n park in te mogen en te mogen kijken naar wat hete bronnen en geisers (al zijn de poelen water dan nog zo mooi gekleurd). Het is ook allemaal zo toeristisch en weinig natuurlijk meer. De Lady Knox geiser is een geiser die kunstmatig opgewekt wordt om iedere dag om 10:15 te spuiten, bijvoorbeeld. Dat deden ze vroeger ook met een van de grootste geisers in IJsland, volgens mij “Geysir” zelf – soda of zeepsop erin gooien om de druk op te bouwen zodat hij spuit. Hartstikke leuk maar op den duur raakt de geiser verstopt; Geysir doet het dus ook niet meer in IJsland vanwege dat.



Toen we het terrein van Whakarewarewa opreden (oftewel gewoon “The Redwoods”) waren we eerst haast bang dat er entree gevraagd zou worden, maar het was gewoon een bos, gelukkig. Een park waar de lokale mensen op zaterdag de hond gingen uitlaten of joggen; heerlijk, niet toeristisch! En ook nog eens best leuk om daar rond te lopen. We hebben op ons gemak een rondje gelopen tussen de kaarsrechte woudreuzen; sommige van de dikste stammen waren anderhalf tot twee meter doorsnede – de hoogte was niet in te schatten en dat stond ook nergens in het informatiecentrum, gek genoeg.



In het park kwamen we twee keer bij een klein stroompje uit; eigenlijk geen stroompje want het water was zo glad als een spiegel… En het stonk naar rotte eieren; nu kan dat gewoon het rottingsproces zijn, maar het water was hartstikke helder met een wit-blauwe zweem, en in deze omgeving kan het goed zijn dat het dus echt zwavel is wat je ruikt. We hebben er niet aan gedacht om te kijken of het water warm is, dat had goed gekund namelijk.



In ieder geval, het was dus lekker rustig en relaxed om daar rond te lopen. Ik vond het met name ook leuk omdat ik nog nooit zulke dikke stammen gezien had; Hans natuurlijk wel tijdens zijn grote Noord Amerika reis jaren geleden. Al waren die in zijn herinnering/beleving wel veel groter. We zijn nog even bij het winkeltje/informatiecentrum gaan kijken wat de gemiddelde afmetingen van de bomen waren, met name de hoogte, maar gek genoeg was dat nu net hetgene wat nergens genoemd werd! Terwijl we binnenstonden kwamen een stel vrouwen binnen met de vraag of ik een foto wilde maken van ze; ze waren een beetje opgewonden, ze moesten een opdracht uitvoeren, en eerst dacht ik nog aan een vrijgezellenfeestje maar het was een “amazing race” voor een zestigste verjaardag? Een soort vossenjacht begrepen we? In ieder geval ze hadden voor deze opdracht 2 vreemdelingen nodig; eentje om de foto te maken bij de beelden en eentje om op de foto te staan…



Het was tegen twaalf uur tegen de tijd dat we terug bij de auto waren en ik had gezien dat er in de buurt een blauw en een groen meer moest zijn, dus besloten we daarheen te rijden om koffie te drinken voor we ons weer in de drukte rondom Rotorua stortte. We kwamen het blauwe meer tegen, met een prima parkeerterreintje waar ik even koffie kon zetten. Er kwam gelijk een troep eenden aangewaggeld toen Hans zijn deur opendeed, hoopvol voor kruimels. Ze hebben heel veel geluk gehad, de kaneelkoeken die we bij gebrek aan pizzabroodjes gekocht hadden waren zo droog dat er veel stukjes richting de eenden gegaan zijn. Als het pizzabroodjes waren geweest hadden ze waarschijnlijk alleen mogen kijken!



Na deze pauze (op het laatst waren de eenden nog net niet dapper genoeg om op de treeplank te klimmen) zijn we via een woonwijk teruggereden naar de hoofdweg en verder richting Matamata. Ik had Matamata als “einddoel” ingepland omdat het qua afstand net een beetje te doen was en omdat ik in mijn notities had staan dat het boerenland om Matamata wel mooi was. Het was ook de plek waar de hobbit-huisjes staan, niet dat we daarheen wilden maar dat kon betekenen dat het landschap zoals op de Forgotten World Highway was.



Het landschap was niet onaardig, maar de wegen zijn gewoon te druk hier vergeleken met het Zuidereiland. Het rijdt dus niet echt prettig voor Hans want hij moet continu geconcentreerd blijven. Plus het woei af en toe hard en het regende af en toe flink.



In Matamata aangekomen (een stuk groter stadje dan ik had verwacht!) hebben we een ommetje gereden in de omgeving en heb ik ons via Tuarangi aan de kust terug naar Whatakane geleid. Met het idee om de “Pacific Coast Highway” te nemen, weer zo’n scenic highway. Nu zijn de meeste scenic highways (zeker hier op het Noordereiland) erg overdreven; vaak is het de enigste route om ergens te komen en niet per se bijzonder mooi. Deze route was ook niet heel erg spannend. Tja, na 2 weken op het Zuidereiland zijn we gewoon zo vreselijk verwend geraakt met al dat moois (en die heerlijke, heerlijke rustige wegen), dat we hier misschien wat kritischer zijn!



We kwamen rond 15:30 aan terug op de camping; onze plek was weg, het was een stuk drukker op de camping dan gisteren. En het woei heel erg hard, veel harder dan gisteren! We hebben nog een hele tijd staan kletsen met twee van de zes Australiers over reizen; zij gingen morgen weer verder, ze hadden geen mogelijkheid om langer te blijven. Wij kunnen in principe zelfs tot maandag blijven en dan op dinsdag in een keer naar Auckland rijden, maar we waren er nog niet aan uit of we dat ook wilde…



Ons avondeten was spaghetti (uit blik) met een salade van tonijn (uit blik) aangemaakt met mayonaise, ui, en chilisaus. Klinkt niet als een erg aantrekkelijke combinatie en het was ook een beetje een experiment, maar als campingvoer was het eigenlijk verrassend lekker! Toe een bakje citroenyoghurt, en dan maar wachten op het verlossende telefoontje. Ondertussen schudde de camper haast heen en weer door de wind, dus we gingen er al vanuit dat het niets zou worden en bespraken wat we in dat geval moesten doen; nog een dag wachten of toch maar doorrijden? Eigenlijk was er niet echt meer een route die we fatsoenlijk konden rijden in de omgeving zonder over al-gereden wegen te rijden (en die waren niet spannend), of heen en terug over dezelfde weg rijden, dus onszelf hier nog een dagje bezighouden zagen we niet echt zitten. Plus we hebben een reisje op het oog die rond de wereld reist en allerlei vulkanische gebieden bezoekt, waaronder dus een aantal hier op Nieuw Zeeland, inclusief het White Island… Dus uiteindelijk besloten we dat, als de boottocht morgen doorgaat we deze zouden doen, maar als hij weer uitgesteld wordt en de kans klein is dat hij maandag wel plaats kan vinden, we morgen toch maar door zouden rijden. We kunnen richting de Coromandel rijden, een gebied waarvan men zegt dat het wel mooi is.


Inderdaad, om 19:00 werd ik gebeld en de boottocht ging weer niet door. De vrouw aan de lijn vertelde dat de kapitein dacht wel dat het maandag wat zou opklaren, maar kon niet beloven dat het genoeg zou zijn. En ondertussen loeide het buiten van de wind… Dus hebben we gezegd dat we onze reservering graag willen opzeggen, we kunnen niet langer wachten. Jammer! Het is natuurlijk een grote teleurstelling, dit had het natuur-hoogtepunt van de reis moeten worden, maar tegelijk zijn we ook wel een klein beetje opgelucht want je bent af van het moeten wachten en de onzekerheid, en je kunt weer verder. Nu moeten we de tijd die we over hebben op zien te vullen. Hopelijk kunnen we in de Coromandel wat rustiger rijden en wat minder kilometers maken…

free counters