Zondag 25 mei: Whakatane – Whakatane, 122 km

We beginnen de matras (en met name de plank eronder) geleidelijk aan steeds meer te voelen… Het zal niet erg zijn om weer terug thuis in ons eigen lekkere bedje te slapen! Vannacht schudde de camper heen en weer van de wind, vanochtend vroeg was het toen we wakker werden windstil. Tja jeetje… Je wilt toch naar dat eiland en er is ook geen garantie dat we met die vulkaanwereldreis wél naar het eiland kunnen; met een beetje pech waait het dan ook te hard. Uit ellende heb ik toch maar even om 7:45 gebeld (ze gaan al vanaf een uur of 7 of misschien zelfs wel eerder open) om te vragen of de boottocht misschien toch niet stiekem wél doorging vandaag nu de stormwind was gaan liggen? Helaas, nee, blabla verhaal dat het op zee nog te hard waaide, maar ik snap ook eigenlijk wel dat eenmaal afgezegd ze niet alsnog gaan zeggen dat het doorgaat, dat levert veels te veel gedoe op om al je potentiële klanten (je betaalt pas als je meegaat) weer na te bellen… Jammer, was leuk geweest!


Maar ja, met die windstille ochtend lag het ons nu ook niet echt lekker om hier weg te gaan; wat als het morgen misschien toch wel door zou kunnen gaan? Als het vanochtend nog zo hard had gewaaid als gisteren hadden we waarschijnlijk niet getwijfeld en ons boeltje gepakt en vertrokken, maar we hebben eigenlijk verder geen echt doel meer behalve de tijd vullen tot we dinsdagmiddag de auto inleveren, en als het zo rustig is als nu en we gaan weg zullen we altijd blijven twijfelen of we niet misschien nog een dagje hadden moeten wachten… En al willen we de vulkaanwereldreis ook doen, we willen zo veel doen en misschien komt er nog een reden om die niet te boeken, je weet het nooit: we zien wel meer reisjes waar we wild van zijn en die dan opeens uit ons zichtveld verdwijnen voor wat voor reden dan ook. En als we wél op die vulkaanwereldreis gaan en we kunnen nu wél naar het eiland, dan kunnen we altijd nog besluiten of het zo mooi was dat we het nog een keertje willen doen, of dat we liever iets anders doen. Zucht, dus we besloten maar om toch nog een keertje te wachten.


We waren laat uit bed voor ons doen, 8:15, en terwijl we op ons gemakje de camper een beetje luchtte en opstonden en opruimde raakte we weer aan de praat met het groepje Australiërs; ze waren gisteren de dag op de camping gebleven en zouden vandaag verder reizen, ze doen alleen het Noordereiland en konden niet langer wachten want hun route liet dat niet toe. Maar we hebben nog een hele tijd staan praten en lachen en opeens zeiden twee van de vrouwen tegen hun mannen “zullen we ze dat ding geven? Dit is een goeie gelegenheid!” en de mannen lachten en knikte en gingen naar hun campers terug om “het ding” te halen. Het bleek een blad van een sisalachtige plant, lang en dun zoals we al meer in het wild hebben zien groeien hier, die aan het uiteinde in een soort rozet gevlochten was; een Maori teken van vriendschap – je maakt zo’n rozet en die geef je dan weg aan iemand die je aardig vindt. Hans en ik kregen er ieder eentje; leuk! Ze hadden ze gemaakt in het noorden in een bos en konden ze niet meenemen naar Australië want in Australië doen ze moeilijk over ziektes en zo, dus plantaardig materiaal is uit den boze…


Nadat ik nog even een kaartje uitgetekend heb van waar de Australiërs precies de zeehondencrèche op het Zuidereiland kunnen vinden (een echtpaar ging namelijk volgend jaar naar het Zuidereiland), en ze vertrokken waren, zijn wij ook op ons gemak verder gegaan met voorbereiden. We reden hier pas na 9:30 van de camping af, heel erg laat voor ons doen! We zijn via het kantoortje van White Island Tours gereden om even te laten weten dat we toch nog wilde reserveren voor morgen; we hebben nog gevraagd wat de verwachting was maar daar deed de vrouw achter de balie weinig over vertellen. Afwachten dus maar tot 19 uur vanavond, zucht!



We zijn de stad uitgereden richting Opotiki en de oostkust; helaas kunnen we geen rondje rijden want er is maar één weg, dus we rijden tot we het zat zijn en draaien dan om en rijden weer terug… We reden binnendoor naar Opotiki, wat best een mooie rit was. Het was in ieder geval een stuk rustiger dan het rijden van de afgelopen dagen, dus dat was al erg fijn natuurlijk! We zagen weer veel roofvogels vandaag, zelfs twee die om hetzelfde karkas vochten langs de kant van de weg. We krijgen ze zo mooi te zien en vaak ook wel van dichtbij als ze langs ons scheren of boven de weg of berm zweven, maar het is bijna onmogelijk om ze op de foto te krijgen want ze zijn erg wendbaar en snel.



In Opotiki hebben we een New World supermarkt opgezocht voor een broodje voor de lunch, en ze hadden gelukkig weer eens een goeie bakker: de New Worlds zijn volgens ons op francise-basis gerund; aanbiedingen zijn landelijk hetzelfde, maar iedere New World heeft zijn eigen vrijheden en beleid, en veel verse spullen van de vlees-, vis- en broodafdelingen worden intern zelf gemaakt. Zo was de deli-afdeling van de New World in Cromwell de beste die we tot nu toe gezien hebben, daar kon je heerlijke zelfgemaakte hartige dingen kopen zoals gehaktbrood en pies en zo. De broodafdelingen op het Noordereiland zijn tot nu toe veel minder uitgebreid en goed dan die op het Zuidereiland (we bedoelen dan met name de verse dingen, voorverpakt brood is overal hetzelfde), die in Whakatane was zelfs gewoon een beetje bedroevend… Maar gelukkig was de broodafdeling in Opotiki weer een beetje vergelijkbaar met het Zuidereiland en konden we dus voor het eerst in tijden weer een pizzabroodje vinden waar de kaas en spek niet overheen gevlogen waren maar die er gewoon goed en lekker uitzag. Ze zijn dan nog altijd minder belegd dan dat wij een pizzabroodje zouden noemen, maar goed genoeg voor een hartige lunch.


Bij deze supermarkt stond er een mosselbak; die hebben we wel meer gezien, maar hier moesten we er om de een of andere reden toch weer naar kijken. Ze hebben hier grote mossels met blauw/groene schelp, wel twee keer zo groot als bij ons de jumbomossels, dus dat zijn flinke jongens! Bij deze mosselbak stond een jonge man, duidelijk Maori met wat vervaagde tatoeages in zijn nek, mossels uit te zoeken en hij zag dat we keken en maakte een opmerking. Dus we legde uit dat we onze ogen uitkeken omdat voor ons deze mossels monsterlijk groot waren… Hij moest lachen toen hij eenmaal begreep waarom we zo keken, en bevestigde dat ze wel heel erg lekker waren.


Het valt ons trouwens op hoeveel personeel er in een gemiddelde supermarkt rondloopt, of aan wegwerkzaamheden of zo werkt. Het is een westers en ontwikkeld land, dat is duidelijk, ook wel een rijk land denken we, en toch lijkt arbeid niet duur te zijn.


We hebben een tijdje op ons gemak gereden langs de oostkust totdat we honger kregen en trek in koffie, rond een uur of 11, en zijn toen een strandweggetje ingedoken die uitkwam bij een klein parkeerterreintje aan het strand bij wat huisjes. Daar hebben we koffie gezet (we hebben nog genoeg voor één dag) en lekker ons broodje opgegeten. Na deze vroege lunch zijn we nog een beetje gaan wandelen op het strand, dat vol lag met stukken hout en mooie schelpen. Er stond een eindje van de huisjes vandaan een klein altaartje met een beeld erin. We merkte al dat de mensen waar we langsreden vandaag meer Maori-trekken hebben dan Westerse trekken, en sowieso zien we hier op het Noordereiland, sinds we van de westkust door het midden gestoken zijn, meer Maori-invloeden. Op het Zuidereiland hebben we die eigenlijk totaal niet gezien.



Na onze pauze besloten we dat het wel weer mooi geweest was voor vandaag; we zijn omgedraaid en weer terug richting Whakatane gereden. We reden weer door Opotiki en zagen nu in de verte een grote witte kolom staan bij een parkje; een monument – meestal een oorlogsmonument, zoiets, dus we besloten even te gaan kijken; het is een beetje sport geworden om ze te spotten, en de mooiste of interessantste willen we dan ook nog wel bekijken indien mogelijk om er gemakkelijk bij te komen. Het was inderdaad een oorlogsmonument, met kransen en papieren klaprozen versierd; zelfs in het bloemperkje ervoor stonden klaprozen. Het herdacht 100 lokale mannen/jongens voor de Eerste Wereldoorlog, en 60 mannen/jongens voor de Tweede Wereldoorlog… Ongelofelijk!



In de buurt stond ook een mooie versierde totempaal, en wat art deco-gebouwen, dus we hebben nog een klein rondje gereden om te kijken in de omgeving; er was ook een mooi houten kerkje vlakbij, waar een of ander Maori-houtsnijwerk boven de ingang hing. En we reden langs een prachtig versierd hek van een school toen we het stadje weer uitreden.



We zijn via dezelfde route weer terug naar de camping gereden, de beheerster moest al lachen dat we er weer waren (we doen nooit een nachtje extra boeken, we rijden gewoon ’s ochtends weg en komen ’s middags weer terug, het is toch lekker rustig). Ik legde uit dat we het nog één keer gingen proberen met de White Island, en zij beloofde ons dat we morgen wel konden gaan want de wind was nog maar 10 knopen… Laten we hopen dat ze gelijk heeft!



We stonden rond 13:30 weer op de camping en ik ben gelijk gaan douchen. Deze camping heeft douches met 5 minuten heet water voor 50 cent, alleen de geldautomaat hangt natuurlijk buiten de douches. Ik dacht slim te zijn en het water alvast aan te zetten voor ik het muntje erin gooide, maar dat ging niet; het water moest echt uit zijn. Bovendien had ik moeite om alles te doen wat ik wilde doen in de tijd die ik had, want hier klonk een alarm als de tijd bijna om was en dan was bij mij het warme water ook gelijk weg. Grrrrr dus met zeep nog in mijn ogen en haar gauw naar buiten stappen om een tweede muntje erin te gooien; en weer terug om de kraan dicht te draaien want anders werkte het natuurlijk niet, GRRRRR! Ik heb expres heel de tijd van het tweede muntje helemaal opgebruikt, nou had ik voldoende warm water en zou ik het gebruiken ook! Maar voor de rest was het een lekkere douche, alleen de douchekop is op ooghoogte dus je moet bukken om je haar te kunnen wassen (en ik ben toch echt niet zo groot met 1,65 meter hoog!). Hans had meer geluk met de duur van zijn douche, hij had ruim voldoende aan één muntje want bij hem duurde het veel langer voor het warme water op was.


Maar eenmaal gedoucht en schoon hebben we lekker de rest van de middag doorgebracht in ons campertje met de deur open, tot het te koud werd. Ik heb om een uur of 15 wat tomatenkippensoep gemaakt volgens ons succesvol in Waimate bedachte recept … Brrrrr de mierzoete tomatensaus uit blik kwam weer flink binnen! Maar toch best wel lekker, zo’n kopje soep.


Voor het avondeten hadden we een goed plan; lam, met de krieltjes uit blik als frietjes gebakken… Het lam ging prima, maar de krieltjes uit blik waren nog te nat (ondanks dat we ze ’s middags al uit hadden laten lekken) dus de hete olie vloog letterlijk in het rond. Die zitten al zo lang in dat blik dat ze natuurlijk door en door nat zijn, en dan kun je het oppervlakte wel drogen maar van binnen blijft er veel vocht zitten... Het eindresultaat was erg lekker, maar we zijn naderhand wel een tijd bezig geweest met de vetspetters van de muren, vloeren en het fornuis afpoetsen (het plafond konden we niet bij...); er waren 4 fornuizen op een rij, we hadden nummer 2 gebruikt maar we konden naderhand nummer 1 en 3 ook afpoetsen (nummer 4 eigenlijk ook een beetje maar we deden alsof we dat niet zagen). Er is een hele rol wc-papier aan opgegaan om het weer een beetje schoon (voor het zicht) te krijgen! Toe was ananas uit blik.



Tot nu toe zijn we iedere avond echt om klokslag 19 uur gebeld door de organisatie van de boottocht; dus toen we vandaag om 19:20 nog niet gebeld waren begon ik een beetje zenuwachtig te worden en heb ik zelf maar gebeld. Ze stonden net op het punt om te gaan bellen; de boodschap was dat de kapitein nog niet helemaal besloten was of de boottocht door kon gaan, maar dat we morgenochtend om 8:30 gebeld zouden worden met het uiteindelijke besluit. ALS de toer doorging zouden we om 10 uur beginnen. Zucht, we weten dus nog niets zeker! Maar hebben al wel een heel klein beetje hoop…

free counters