19 maart 2007: Amman - grens Syrie - nationaal museum - Souq - Azem - Damascus


We zouden vandaag om 6 uur gewekt worden, dus ging om 5 uur de telefoon om ons te wekken. Op zich niet zo erg ware het niet dat we net weer ingedut waren van de overbuurman die dit keer om half 5 begonnen was zijn beeld op de wereld aan ons op te dringen. Om half acht reden we weg naar Damascus, SyriŽ. Het is ongeveer een uur rijden naar Damascus vanuit Amman, JordaniŽ. Veel langer hebben we er ook niet over gedaan ware het niet dat de grensformaliteiten ook bijna een uur in beslag nemen. Eerst een zegel halen waarvoor je moet betalen. Met de zegel en je paspoort naar de Jordaanse grens daar beiden laten afstempelen. Een stukje verder rijden waarna er een agent de bus inkomt en de helft van de zegel afscheurt en controleer of je toch wel de juiste stempels in je paspoort hebt. Op naar de Syrische grens. Daar je paspoort af laten stempelen en uiteraard visa kosten betalen. Weer doorrijden en dan tot slot nog een keer een agent, Syrisch deze keer, in de bus om te controleren of je nu de juiste Syrische stempels hebt. Tussendoor hebben we ook nog even geld gewisseld om Syrische ponden te krijgen.

Nu waren we helemaal klaar naar Damacus te gaan. Jooske en ik waren toch wel opgewonden over dat vooruitzicht. Het heeft toch iets magisch die naam. Vooral omdat we onderweg afslagen naar Libanon en Irak zien.

Damascus is gelijk veel authentieker dan Amman. Dit is een Arabische stad zoals ik ze pakweg 20 jaar gelden een aantal heb bezocht. Druk, vuil, kleurrijk, lawaaiig en fantastisch om te zien. Wel valt ons op dat er ook hier in SyriŽ, een land dat toch een van de minder toegankelijke landen is in het Midden-Oosten, de meest moderne kleding gedragen wordt. Ook door vrouwen want hoewel het merendeel van de vrouwen hier of met hoofddoek of met zwarte chador lopen er toch een groot aantal met zeer moderne kleding loopt ja zelfs wat ook bij ons als extravagant wordt gezien.

Als we eenmaal in Damascus zijn doen we eerst het hotel aan voor een plaspauze maar ook om van bus en chauffeur te wisselen. Onze Jordaanse bus met Ibrahim gaat direct terug naar Amman en onze nieuwe bus lijkt gloednieuw met een jonge chauffeur Mohammed. In het hotel, het chique Carlton, blijken de kamers nog niet klaar. Dus de koffers worden in bewaring genomen en wij zetten koers naar het Nationale museum van SyriŽ. Het is een prachtig museum, althans datgene wat geŽxposeerd wordt. Het museum zelf heeft ook hier zijn beste tijd gehad. Ik raad je aan om mocht je in Damacus komen het beslist een bezoek te brengen. Onze nieuwe gids, Hanna, ontpopt zich tot een enthousiast verteller die ieder eind van een zin een keer herhaald. Die ieder eind van een zin een keer herhaald. Dit om zijn verhaal te benadrukken. Zijn eigenlijke beroep is dan ook leraar, vandaar. Het is overigens een markant figuur met een omvang waarbij ik mezelf tante Sidonia voel. Hij is werkelijk ENORM en volgens mij homo, hoewel hij getrouwd is en kinderen heeft. Ik vind hem wel grappig maar Jooske wordt zijn urenlange betogen over de rijke geschiedenis en de fantastische huidige staat SyriŽ al snel zat. In de Ďkoffieshopí van het museum eten we heerlijke broodjes met thee/koffie. Zoals vaker zal gebeuren wordt e.e.a. in de bus al opgenomen en doorgebeld zodat het klaarstaat als we arriveren. In theorie mooi, in de praktijk staat het ťn niet klaar en is het nooit wat er besteld wordt. Maar dat is op zich ook weer de charme van deze landen en je eet nog eens iets wat je niet zo snel zou bestellen.

Na het museum lopen we door de souk naar een mooi paleisje. De souk hadden we ons veel van voor gesteld omdat SyriŽ duidelijk authentieker is dan JordaniŽ. Het valt echter in zoverre tegen dat de drukte, de geuren, de mensen en zo er wel zijn maar de winkeltjes zijn ook echt winkeltjes en niet van die kasten van waaruit men zijn waren aanprijst. Wat ons wel enorm opvalt zijn de hoeveelheid lingerieshops en dan niet van die onderbroeken uit het jaar nul maar setjes, slipjes enz. die ik bij ons alleen nog maar in de catalogus van Christine le Duc gezien heb.

Het paleis is erg mooi maar helaas doordat onze gids in het museum en ook hier zo breedsprakig is worden we er een beetje doorheen gejaagd en zien we zeker niet alles. Vervolgens gaat het naar de Omayad Moskee. Een werkelijk enorme moskee, waar de vrouwen uit onze groep een lang gewaad aanmoeten en iets om hun hoofd te bedekken. Hilariteit alom maar toch ook weer niet echt leuk. Iedereen moet zijn schoenen uit en dan kunnen we de moskee betreden. Het is een grote moskee met een binnenplaats waar mening marktplein in een Nederlandse stad jaloers op zou zijn. Ook de moskee zelf is enorm en je ziet duidelijk dat deze gebedsruimte ook als ontmoetingsplaats gebruikt wordt. Vooral mannen liggen uitgebreid met elkaar te kletsen of zelfs wat te dutten. Wat mij erg stoorde was de diverse mobieltjes die afgingen en beantwoord werden. Per slot van rekening moeten de schoenen uit uit respect. Nou is het natuurlijk wel zo dat GSMís en bv. roken nog niet bestonden toen de Koran geschreven werd en dus ook niet verboden is. Overigens is de moskee binnenruimte gescheiden voor mannen en vrouwen (behalve dan weer voor toeristen, wat natuurlijk ook weer nergens op slaat) en toen een groep moslim vrouwen per ongelijk het mannengedeelte betraden werden deze onverbiddelijk terug gestuurd. In deze moskee ligt overigens het hoofd van Johannes de Doper en wordt hier vereerd.

Na de moskee maken we een lange stadwandeling naar de Sint Annaniaskerk. Ik had er nog nooit van gehoord maar het schijnt dat deze kerk een van de beginplaatsen van het Christendom markeert. Het was hier, volgens de legende, dat Saulus (een christenvervolger) nadat hij door god blind gemaakt was en naar deze plek gestuurd door Sint Annanias genezen is en bekeerd tot het Christendom en de naam Paulus aannam.

Onze gids is overigens christen en spreekt Aramees (dus niet Armeens) dit zou de taal zijn geweest die christus van huis uit sprak. Hij sprak in deze taal het onze vader uit. Was leuk om te horen maar deed ons verder niks. Dus we blijven voorlopig maar gewoon heiden.

Na een korte wandeling waren we weer bij de bus en snel in het hotel. Nou alsof we in een sprookje binnenliepen we hadden een zitkamer en een aparte slaapkamer en zelfs twee badkamers. Je begrijpt dat we genoten hebben. Heerlijk in bad met zijn tweetjes en toen weer op tijd gaan slapen.

Liefs Hans.

free counters