Dinsdag 20 augustus: trein – Pyongyang, 771 km trein, 10 km bus

Het was een doorwaakte nacht; Hans en Yvonne hebben geen oog dicht gedaan, ik heb wel enigszins geslapen maar moest me ieder half uurtje omdraaien omdat mijn zij beurs werd van de harde plank waar we op lagen... Alleen Richard heeft volgens mij als een roos geslapen! We waren in ieder geval blij toen we weer op konden staan – niet dat het zitten op de harde banken zo veel prettiger was... Het was gelukkig wel gezellig, wat de pijn enigszins verzachtte. Gisteren zagen we de ene torenflat na de andere in een saai landschap, vanochtend waren er nog wel veel torenflats maar was het landschap ook wat heuvelachtiger en landelijker. Rond 7:15 kwamen we aan in Dandong aan, de laatste Chinese stad voor we de grens over zouden gaan. Onze paspoorten werden al bijna gelijk ingenomen, en daar hebben we tot een uur of 11 gestaan terwijl het merendeel van de trein afgekoppeld werd: alleen de twee slaap-treinstellen bleven over, met een nieuw treinstel met kantine eraan gekoppeld.



Eindelijk gingen we dan met de twee treinstellen de grens over; vlak buiten het station van Dandong staken we de rivier over – naast onze spoorbrug liep ook een brug die waarschijnlijk voor de auto’s was geweest, maar die was ooit blijkbaar gebombardeerd en nooit hersteld, waardoor hij nu ongeveer halverwege stopte! Aan de andere kant kwamen we al gauw tot stilstand en kwamen vele Noord Koreaanse douaneofficieren aan boord – we mochten ook geen foto’s meer maken. Ze liepen constant heen en weer, officieel te kijken, en we moesten een papiertje invullen voor immigratie, en een papiertje waarop we o.a. moesten aangeven hoeveel geld en wat voor bezittingen we bij hadden (met name dingen als GPS, laptop en mobiele telefoons waren ze in geďnteresseerd). Er waren in Dandong nog wat toeristen aan boord gekomen, maar ook wat Koreanen. Zodra we de grens over waren en stil stonden veranderde een van de Koreaanse conducteurs ons badkamertje met drie wastafels in een instant-keuken, compleet met brander en wokpan! En daar heeft hij lekker staan kokkerellen terwijl wij zaten te wachten op de douane! Niet alleen hingen we dus al in de rooklucht van de Koreanen die door de gang liepen en zich weinig van het rookverbod aantrokken, maar nu dus ook in de frituurlucht... Heerlijk, wat zullen we wel niet stinken inmiddels!



Er stond op het balkon aan de achterkant van de trein een jonge soldaat waarvan niet echt duidelijk was wat hij daar moest doen, maar we vermoedden dat hij moest controleren dat er niemand ongeoorloofd in of uit stapte. We stonden er in ieder geval met een paar mensen foto’s te maken toen hij begon te praten over sigaretten. Nu rookt niemand in de groep (gelukkig!!!) maar eentje rookt wel af en toe een sigaartje, dus die bedacht om zijn doosje met minisigaartjes aan te bieden. Nou daar werd geen nee tegen gezegd; de soldaat pakte er om te beginnen gelijk 3, en bij nader inzien riep hij onze groepsgenoot een minuut later nog even terug en pakte hij er nog eens 2-3...


Het leek een hele tijd alsof het niet zou gebeuren maar uiteindelijk kwamen er dan toch douaneofficieren aan boord die de bagage wilde controleren. In de coupe naast ons waren een familie Noord Koreanen gekomen, en hun bagage werd binnenste buiten gekeerd, dus wij vreesde al het ergste... maar toen wij eindelijk aan de beurt waren kwam de officier binnen, vroeg of we Hollanders waren, gebaarde dat we moesten gaan zitten en was best vriendelijk. Hij wees aan wat hij wilde zien, kende een paar woordjes Engels en zelfs twee woordjes Nederlands, en vroeg met name om onze laptops, mobiele telefoons, fototoestellen en boeken te zien. Hij vroeg ook of we gps bij hadden, maar die hadden we gelukkig niet. Hij was ook veel minder geďnteresseerd in onze mobieltjes als we verwacht hadden: je kunt wel niet bellen als buitenlander vanuit Noord Korea, maar toch waren ze tot een paar jaar geleden heel streng wat betreft mobieltjes toelaten – die werden gewoon ingenomen. En ondanks dat met de nieuwe leider het beleid iets versoepeld is (je kunt er toch niets mee), vertelde onze gids Jessica dat haar mobieltje zelfs vorig jaar toch nog uitgebreid ingepakt werd voor het mee mocht.


Yvonne en Richard hadden ook wat blaadjes en puzzelboekjes bij, en met name de dame in bikini op het boekje met Zweedse puzzels vond hij machtig interessant! De ereader wilde hij ook even zien toen ik het aanbood maar nadat hij hem aangedrukt had was hij al weer niet meer geďnteresseerd – hij wist waarschijnlijk dat er geen schaars geklede dames instonden! Voor de rest wilde hij even de bagage zien maar meer dan een beetje eraan voelen deed hij niet; toen hij de kleren die bovenin onze tas zaten zag begon ie al te lachen zo van, laat maar. Zelfs de behoorlijke hoeveelheid fotografieapparatuur van Richard leek niet interessant, terwijl we toch regelmatig lezen dat ze als de dood zijn voor alles wat met media te maken hebben: journalisten worden apert niet toegelaten, en Jessica vertelde dat van een andere groep 4 man zelfs geeneens een visum had gekregen omdat ze iets met media te maken hadden, of zelfs zoiets onbenulligs hadden als een privé fotowebsite. In ieder geval, we leken er dus makkelijk vanaf te komen en hadden mede dankzij de Zweedse puzzeldame een vriend gemaakt: ze krijgen zoiets natuurlijk bijna nooit te zien, en hij vond het wel prima zo en ging vrolijk verder zonder al te veel te zoeken. We hadden onze verrekijker dus ook best wel mee kunnen nemen leek het. Ach ja. Voor hetzelfde geld zijn de gidsen wel erg streng. De rest van de groep is zelfs helemaal niet gecontroleerd – wel een klein beetje jammer eigenlijk, want we waren wel benieuwd geweest wat ze gedaan hadden als ze erachter kwamen dat een vrouw een camera met GPS erop bij zich had!


Het duurde al met al een hele tijd, ik denk iets van 2 uur, voordat we eindelijk weer doorkonden. Ik geloof dat we pas rond een uur of 13 verder konden rijden, als het niet inmiddels al 14 uur was aangezien de klok nu weer een uur vooruit moest. We hebben genoten van het kijken naar het landschap; dat is sowieso altijd wel leuk vanuit een trein, en nu was er natuurlijk ook het vreemde besef dat we in Noord-Korea zaten, een van de meest gesloten landen ter wereld. En we besefte ons dat dit treinreisje nu misschien wel de meeste vrijheid was die we in dit land zouden ervaren, aangezien we straks vanaf het moment dat we in Pyongyang waren continu in het gezelschap van twee gidsen zouden zijn. Nu konden we nog eventjes gaan en staan, en met name fotograferen, waar en wat we wilde...



De dorpjes onderweg zagen er redelijk goed uit, al waren het wel sociale woningbouw; maar we hebben gelezen dat deze dorpjes de meest welvarende zijn. En de rijstvelden en maisvelden zagen er ook wel goed uit, maar je kon zien dat ze kleinschalig geteeld werden en met ouderwets gereedschap: manskracht en zeis. Plus wij weten eigenlijk wel bijna zeker dat de gewassen niet voor eigen gebruik of winst geteeld worden, maar voor de staat. Want langs de rivier waar we vaak langsreden waren ook miniveldjes maďs en rijst aan het groeien: de rijst keurig netjes in rustige poelen van de rivierbedding geplant, de maďs schuin op de rivieroevers – deze waarschijnlijk “illegale” veldjes waren overduidelijk bedoeld om de lokale boeren en hun families wat extra voedingsstoffen en/of inkomsten te geven!



Jessica had verteld dat iedereen in Noord Korea een rood geëmailleerd speldje met daarop of Kim il Sung of Kim Jong Il of allebei draagt; wij gingen erop letten en inderdaad bijna iedereen droeg er eentje. En als we dachten dat we iemand gevonden hadden die het niet droeg, dan bleek dat ie zijn jasje met het speldje weggelegd had en in zijn hemd aan het werken was of zo. De twee Kim’s zie je ook regelmatig op mozaďeken, borden of beelden staan in de dorpjes, pleintjes, of gewoon langs de weg, net als grote leuzen en teksten die soms middenin het veld stonden – we zouden zo graag weten wat daar op stond maar de strekking zal wel iets motiverend of inspirerend zijn geweest! Het was best een gek gezicht en ook een beetje bevreemdend, je denkt dan steeds dat het een decor of zo is, maar het is gewoon echt.



Op een gegeven moment gingen Richard, Yvonne, Hans en ik maar aan onze instant-noedels beginnen voor de lunch, maar precies op dat moment kwam er een meisje van de restauratiewagen zeggen dat er lunch was, dus besloten we gezamenlijk om de noodles nog even voor later te laten en onze eerste Koreaanse maaltijd uit te gaan proberen. De restauratiewagen was enigszins gaar en gammel om te zien, maar ze hadden er toch wat van gemaakt met overal stoffen bloemen, en kleedjes op de tafels – de stoelen waren echter zo gammel dat als de trein over een slecht stukje spoor reed we bang waren dat de poten in zouden storten! Naast ons zaten vier Koreaanse mannen smakelijk te eten, hun tafel stond vol met schaaltjes en het zag er heel goed uit. We hadden al afgesproken om te proberen duidelijk te maken dat we wel wilde wat zij hadden toen Jessica binnenkwam en nog even navroeg wat het menu was: nou dat was makkelijk, je kon alleen maar dat bestellen!



Al gauw kwamen de schaaltjes op tafel: een pittige komkommersalade, een heerlijke romige aardappelcurry, een schaaltje met vier hompen vis, en een groot bord gekookte (?) kipstukjes. Niet exact wat de buren leken te hebben, maar het smaakte best goed! Echter, terwijl we al zaten te eten (en er stond op zich al ruim voldoende op tafel) kwam er nog een schoteltje met heerlijk gefrituurde vis in een korst... Nog wat later kwam er nog een grote kom heldere sla-soep ieder, en weer iets later ieder een bakje rijst. We begonnen onderhand al uit elkaar te klappen, maar hadden inmiddels gelukkig alles gehad wat onze buren ook hadden, dus hopelijk waren we nu klaar. Alleen de spiegeleitjes ontbraken nog en jawel hoor, weer 5 minuten laten kwamen ook de spiegeleitjes nog op tafel! We waren inmiddels toch wel een beetje bang geworden dat de eten-toevoer niet zou stoppen, maar dat leek gelukkig inderdaad het laatste te zijn... We hebben in ieder geval dus een lekkere lunch gehad! En in ieder geval deze Koreanen waren alles behalve ondervoed; de mannen naast ons hadden lekkere buikjes, en hun portie eten was minstens even groot als die van ons.



Na de lunch hadden we nog zeker 4 uur te gaan voor we Pyongyang zouden bereiken, en die is door iedereen grotendeels duttend doorgebracht... We waren moe van de doorwaakte nacht, het zonnetje scheen naar binnen en we waren vol van de lunch, dus niemand kon lang wakker blijven! Tussen de dutjes door hebben we nog genoten van het mooie landschap met rijstvelden, maďsvelden, heuvels en kleine dorpjes of boeren gemeenschappen. Je kon zien dat de boeren beperkte middelen tot hun beschikking hadden, ze werkte met manskracht, ossen voor de ploeg en met de zeis. En de velden waren waarschijnlijk van de staat of coöperatieve boerderijen, maar je zag ook overal heel veel van de kleine (waarschijnlijk illegale) privé veldjes in rivierbeddingen en op steile hellingen. Op een gegeven moment stonden we een tijdje stil in een veld, waar wat vrouwen in de rivier kleren en zo aan het wassen waren. Na daar een tijdje gestaan te hebben kwam een stokoud vrouwtje de steile oever afgestrompeld (ze liep, niet overdreven, voorovergebogen in een hoek van 90 graden zo krom). Ze klom heel voorzichtig naar de waterkant, wat duidelijk een hele onderneming was voor dat oude stramme lijf, en ging toen vol in het zicht van een trein vol mensen zichzelf uitkleden en wassen in de rivier. Maar het leek haar niet te interesseren.



Een keer kwamen we langs een station vol mensen, waar we overigens niet stopte, en rond 17:45 kwamen de eerste tekens van stedelijkheid in zicht dus was het tijd om de boel in te pakken en ons klaar te maken om in Pyongyang uit te stappen.



We kwamen op een enorm perron aan, vol mensen – wat toeristen zoals wij maar vooral heel veel Koreanen. De Koreanen hadden ook allemaal haast en duwde zo langs je als je niet oppaste; op elkaar wachten zat er duidelijk niet echt in... Met enige moeite perste onze groep zich met bagage van de trein af het perron op, en al gauw kwamen onze Koreaanse gidsen aanzetten: een jonge vrouw die Hwang heet, en een wat oudere man die Tjué heet. Onze chauffeur deze reis heette Tjo. De gidsen leidde ons over het enorme perron naar een piepkleine deur waar tientallen Koreanen tegelijk doorheen perste, en met heel veel moeite (want van alle kanten kropen Koreanen met koffers onder je armen door langs je, tot de militairen die de kaartjes controleerde boos werden op de Koreanen en ik een paar keer het woord Hollander hoorde) konden we onszelf ook naar buiten persen... Pffff! Eenmaal buiten het station stonden we op een plein waar in de verte een enorm LED-scherm allerlei dingen toonde: inspirerende leuzen en beelden, foto’s van de Grote Leider Kim il Sung, marsmuziek, en de bekende nieuwslezeres die we zelfs in Nederland weleens te zien krijgen als ze hier weer eens een raket de lucht in schieten of kernproef doen...



Om het plein heen waren grote Sovjetstijl torenflats (kaal en grauw functioneel beton) met op de daken Koreaanse teksten, en symbolen zoals een toorts of een ster. Openbare gebouwen waren ook strak maar meer pompeus. Hans en ik houden wel van die grootse en tegelijkertijd enigszins grauwe en rauwe Sovjetstijl architectuur, en zo te zien zouden we er hier wel voldoende van te zien krijgen! We werden naar een mooie grote nieuwe bus geloodst, met uitstekende airco wat heel fijn was aangezien het inmiddels dik in de 30 graden en ontzettend vochtig was, en Hans en ik zaten al heel sneaky klaar met tweede SD-kaartjes voor onze fototoestellen (eentje gebruiken om foto’s te maken, en de andere erin stoppen als de gidsen om je toestel vragen om de foto’s te censureren), maar we werden niet zoals ik al half verwacht had gelijk gecontroleerd om te zien wat we al in de trein gefotografeerd hadden. Misschien zou het allemaal wel meevallen? In ieder geval was ik voorlopig nog even voorzichtig, onderhands foto’s uit het raam maken en mijn toestel wegstoppen als ik dacht dat een van de Koreaanse gidsen onze kant op keek...



We reden door de stad, die groots opgezet was met brede wegen die zo goed als leeg waren; er reden wat bussen, wat trams en een enkele auto. Voor de rest was men te voet of te fiets. De vrouwen, met name de jongere vrouwen, zagen er uit om door een ringetje te halen: hoge hakjes, parasolletjes tegen de zon, en mooie zomerjurkjes of pakjes – weliswaar nogal retro qua smaak, maar keurig netjes. De verkeersdames waren haast nog mooier in hun hagelwitte uniformen. Prachtig! Hans en ik zaten onderweg naar het hotel te genieten van de grote pleinen, en typische leuzen, portretten en beelden van de leiders, van heldhaftige soldaten, enzovoorts... Heerlijk! Als je het op televisie ziet lijkt het haast een decor, maar het ziet er dus echt zo uit! En overal betonnen sovjet-stijl woontorens, enorme groots opgezette openbare gebouwen met kolommen, trappen en grote deuren, en super-de-luxe architectonische hoogstandjes ertussen zoals stadions, theaters en andere openbare gebouwen. En daartussen mooie parkjes en inspirerende beelden. Leuk!


We werden naar Yanggakdo International Hotel gebracht, wat door toeristen “Alcatraz hotel” genoemd wordt omdat het op een eiland staat en je niet van het eiland af mag of kan... Het hotel was ook een glazen en marmeren hoogstandje uit vervlogen tijden (de tijd lijkt hier stil te hebben gestaan, alles voelt nogal Sovjetachtig aan), en rook ontzettend muf en naar mottenballen! Maar dat kan ook kloppen want het is een enorm hotel en zo heel veel gasten zitten er nu ook niet per dag; ik denk dat er vandaag zo’n 30-40 zullen zijn geweest. Onze kamers op de 32e verdieping waren prima ondanks de mottenballen lucht, en volgens Jessica werden we in dit hotel dus afgeluisterd en worden internationale toeristen altijd op deze verdieping gezet... Lachen!



We hadden een prachtig uitzicht over de stad en de rivier, waar we dus precies instonden op een langgerekt eilandje, en omdat we een uurtje de tijd hadden voor etenstijd zijn we allebei gelijk onder de douche gedoken, want we stonken onderhand denk ik een uur in de wind naar trein, mens, zweet, rook en frituurvet... Hmmmm heerlijk! Maar eerst nog even lekker uitgebreid naar een fijn Westers doortrekwc in plaats van een goor gat in de grond!



Lekker opgefrist en schoon werden we allemaal beneden in de lobby opgewacht door onze Koreaanse gidsen die ons even kort uitlegde hoeveel entertainment er wel niet was in het hotel voor ze ons naar het restaurant bracht, waar we aan een grote tafel mochten gaan zitten en het eten bordje voor bordje gebracht werd. Het was op zich prima eten, maar redelijk weinig, dus we waren blij dat we nog een bodempje hadden van de trein-lunch. En we waren blij dat we mini-marsjes bij hadden als toetje op de kamer, aangezien ze hier totaal niet aan toetjes doen, helaas! Er werd ons verteld dat als we een wandelingetje wilden maken dat in dit hotel geen probleem was, maar dat het voor onze eigen veiligheid verstandig was om niet te ver te lopen in verband met de kans om te verdwalen... Na het eten werden we eerst nog even meegenomen naar de kelderverdieping om de vele amusementsvoorzieningen van het hotel te bewonderen: een groot casino, biljart, karaokebar, verschillende winkeltjes, zwembad, massagesalon, beautysalon, tafeltennis, bowling, enz enz enz... Alles prijzig, en alles zonder gasten maar wel bemand. Het personeel in de biljartzaal verveelde zich zo veel dat ze maar zelf waren gaan biljarten!



De groep begon zich op te splitsen, dus wij zijn nog even met Yvonne en Richard en een ander echtpaar buiten gaan wandelen – maar dat was een korte exercitie, want na zo’n 200 meter stopte de straatverlichting gewoon volledig en werd het zo donker dat je letterlijk geen hand meer voor ogen zag. Dus maar terug draaien! We hebben nog even bij het boekwinkeltje (met alleen maar werken over de Juche-ideologie) gekeken naar een mand vol speldjes, maar helaas, geen van de speldjes waren hetzelfde als die wij de mensen zelf zien dragen... we werden tijdens het verkennen van het hotel wel een beetje melig van alle veiligheidscamera’s die we overal zagen, en van de posters met een Noord Koreaanse interpretatie van de oorlog met de Japanners en Amerikanen – nooit geweten dat er een half miljoen Amerikaanse soldaten gestorven zijn in die oorlog... In ieder geval, de Japanners en Amerikanen kwamen er bekaaid van af, en de rest van de wereld trouwens ook wel, maar nu is er gelukkig vrede en kan Noord Korea iedereen beschermen... Of iets in die strekking in ieder geval! En we zijn nog even naar de 47e verdieping gegaan om naar het draaiende restaurant te gaan kijken, maar dat was uitgestorven en draaide zo langzaam dat je het idee had dat je stilstond maar toch een beetje draaierig werd... Dus zijn we maar uiteindelijk lekker naar bed gegaan. Met name Hans was kapot – ikzelf had denk ik nog wat last van de jetlag, want ik was klaarwakker en heb nog lekker tot 23:30 zitten typen en foto’s downloaden van de toestellen en zo.


free counters