Woensdag 21 augustus: Pyongyang – Hamhung, 300 km

Om 7 uur vanochtend werden we wakker gebeld door de “wakeup call”, en zaten we al gauw aan een half Europees, half Aziatisch ontbijt met een buffet met rijst, taugéscheutjes, zeewier en varkensstrips in sojasaus, en geroosterde boterhammen met jam en spiegeleitjes... Voor ieder wat wils zullen we maar denken! We hebben niet gemerkt dat we afgeluisterd werden, maar wel hingen er echt overal camera’s, en waren er op de begane grond overal spiegels wat volgens mij ook niet helemaal toevallig was – zo kon je altijd wel ergens iemand zien. Na het ontbijt hebben we onze spullen ingepakt en stonden we om 8:30 klaar voor een lang programma, want we gingen vandaag uitgebreid door Pyongyang trekken, en daarna nog 6 uur rijden naar de kust, richting Hamhung...



We hadden gisteravond en vanochtend in de spits vanuit ons hotelraam gezien dat er op de brede straten nog altijd bijna geen auto’s reden, alleen een paar bussen en trams. En voor de rest heel, heel veel fietsers en wandelaars. De straten zijn wel heel schoon en netjes, en de plantsoentjes ook – je ziet mensen soms met twintigen tegelijk een plantsoentje fatsoeneren – er zal hier wel weinig officiële werkeloosheid zijn en heel veel verborgen werkeloosheid...



We zaten amper tien minuten in de bus of we mochten al weer uitstappen, bij een groot plein aan het water, aan de overkant van de rivier de “Juche Tower”, een toren van 150 meter hoog met bovenop een enorme vlam gemaakt om de Juche ideologie te symboliseren, en aan deze kant van de rivier aan de overkant van de weg een nog groter plein waar duidelijk parades gehouden worden, met grote posters op de daken en heel veel lampen. Aan de andere kant van het plein stond een groot gebouw dat meer in traditionele stijl gebouwd was in plaats van de Sovjetstijl van de rest – dit was de nationale bibliotheek, oftewel de “Grand Peoples Study House”... Ik heb weer heel even met Hwang gepraat, ik probeer haar alvast wat losser te maken zodat ze niet teveel op ons tweetjes zou letten wat betreft foto’s (wij maken nu eenmaal graag veel en vaak foto’s). Onder andere door het Koreaanse woord voor “dank je wel” te oefenen op haar: kon-map-sum-ni-da, snel uitgesproken zodat het een woord wordt. Dat vond ze schitterend natuurlijk! Na een korte fotostop van dit plein, het grote plein in de verte en de Juche Tower aan de andere kant van de rivier moesten we weer in de bus, om er na 5 minuten weer uit te mogen stappen: het was duidelijk dat we zo min mogelijk gingen wandelen deze reis!



Nu waren we uitgestapt bij het Fontain Park, een parkje met allerlei fonteinen in natuurlijke stijl of vol met beelden van witte nimfen die elkaar aan het toezingen zijn. Als achtergrond waren er weer allerlei gebouwen met enorme mozaïek taferelen van triomfantelijke communistische beeltenissen van blije, gezonde, strijdvaardige mensen... Heerlijk! Bij Fountain Park hebben we alvast een bloemetje gekocht, want – nadat we weer even 200 meter met de bus gereden hadden – het volgende punt op het programma was Mansudae Monument. Een verplichte attractie voor alle toeristen en een populair monument voor Koreanen (ze waarderen het blijkbaar niet als je over NOORD Korea praat, want in hun ogen is er maar één Korea, het zuiden weet het alleen nog niet...). Hier staan namelijk de beelden van de twee leiders, Kim il Sung en Kim Jong Il.



Een bijzonder detail dat ik ontdekte toen ik terug in nederland de website aan het maken was, is dat het bedrijf dat Mansudae Monument gebouwd heeft, ook twee andere monumenten hebben gemaakt die wij bezocht hebben: het "African Renaissance Monument” in Senegal, en de mysterieuze “Heroe’s Acre” in Namibië, waar de poortbewaker ons toen niet kon vertellen waar het monument voor was!


We mochten geen petjes, hoeden, parasols of paraplus gebruiken bij de beelden, ook mocht er geen kauwgum gekauwd worden en waarschijnlijk mag je er ook niet in korte broek of met blote schouders gaan staan... Het is voor ons moeilijk om serieus te blijven maar het is bloedje serieus, dat is wel duidelijk! Het was een komen en gaan van groepen Koreanen, die allemaal even waren komen kijken en buigen naar de beelden en een bloemetje leggen; we moesten eerst op een rij gaan staan, dan mochten diegene die een bloemetje legde naar voren stappen. Yvonne legde het bloemetje van de groep, wij hadden zelf ook nog een bloemetje gekocht, dus ik mocht ook eentje leggen. Ik bleef dus ook maar even een paar tellen respectvol staan kijken naar de bloemen en de beelden voor we weer terugliepen. Als iedereen weer terug in de rij stond moesten we allemaal buigen, en dan mocht je pas foto’s maken, hoewel we van het bloemenleggen ook foto’s hadden mogen maken. En om de ervaring helemaal compleet te maken konden we ook nog eens een professionele foto laten maken met op de achtergrond beide Kim’s, ook iets wat heel populair was bij de Koreanen!



Aan beide kanten van de beelden stonden twee enorme beeldenpartijen tegen een achtergrond van de rode vlag – ook best indrukwekkend om te zien. En in de verte stond Chollima, een beeld van een vliegend paard, blijkbaar een legendarisch wezen dat zo snel als het licht was – uiteraard weer met een symbolische betekenis... Na de “Korean War” en bezetting door de Japanners lag de economie op zijn gat, en is Kim il Sung eens langs een staalfabriek geweest die maar 60.000 ton staal per jaar produceerde. Kim vroeg de fabriekswerkers om iets harder te werken om de wederopbouw te helpen, en 10.000 extra tonnen per jaar te maken, maar de arbeiders van deze fabriek werden hierdoor zo gemotiveerd dat ze in plaats van 70.000 uiteindelijk 120.000 ton produceerde, het dubbele dus. En dat inspirerende dan weer andere fabrieken, waardoor de wederopbouw binnen een paar jaar weer terug op het oude niveau was, in plaats van, zoals de Amerikaanse duivels voorspeld hadden, tientallen jaren. Vandaar dus het paard, om aan te geven hoe razendsnel de wederopbouw gegaan is... Dit alles (en veel meer) wordt met stalen gezicht bloedserieus en trots verteld door onze gids Hwang. En wij knikken beleefd en geïnteresseerd. Wat kun je anders!



Ik doe af en toe een beetje met Hwang kletsen, ik doe mijn kon-map-sum-ni-da op haar oefenen en probeer een beetje vriendjes met haar te worden want je weet nooit waar het goed voor is. Al hebben we nog niet het idee dat we heel streng in de gaten gehouden of gecensureerd worden – in principe mogen we tot nu toe zo veel foto’s maken als we willen, van alles dat we zien. De chauffeur Tjo verlaat de bus amper, de mannelijke gids Tjué lijkt alleen geïnteresseerd te zijn in zijn sigaretjes en zo min mogelijk gezeur aan zijn kop dus hij loopt meestal heel ver vooruit en laat het gidswerk over aan Hwang, die heel relaxed en vriendelijk is en alles best vindt. Misschien hebben we wel enorm veel geluk met deze gidsen, want zo wordt deze reis in ieder geval geen straf als ze zo blijven!



Na de beelden hebben we weer 5 minuten in de bus gereden om naar de Grand Peoples Study House te gaan – al deze dingen liggen in principe op korte loopafstand van elkaar, maar dat is nu ook weer niet de bedoeling! Onderweg van het een naar het ander vangen we af en toe een oog op van een Koreaan, die dan of gelijk weer verlegen wegkijken, of gebiologeerd blijven kijken – als wij dan gaan zwaaien en glimlachen verschijnt er meestal een hele brede grijns en zwaaien ze enthousiast terug. Kinderen zijn ook gefascineerd door ons en kunnen vaak niet stoppen met kijken en beginnen soms zelfs uit zichzelf te zwaaien. In het Fountain Park betrapte Hans en ik zelfs vier jongetjes die zich in de bosjes hadden verstopt om de witneuzen te bestuderen!



Bij de Grand Peoples Study House kwamen we binnen in een enorme hal die volledig gedomineerd werd door een groot marmeren standbeeld van Kim il Sung in een stoel, met als achtergrond een enorm mozaïek van de berg Paektu, de hoogste berg van Noord Korea en waar zijn zoon Kim Jong Il zogenaamd geboren is. Dat is weliswaar niet waar want hij is in Rusland geboren, maar ja. Ze worden in ieder geval regelmatig tegen die achtergrond afgebeeld. Via roltrappen gingen we naar boven, langs het beeld, en op de eerste verdieping kwamen we in een vreemde omgeving terecht: een groot Sovjetstijl gebouw met brede hallen, grote centrale ruimtes en stevige, solide versieringen. Maar nergens brandde licht dus de brede hallen en gangen waren schemerig, de trappenhuizen waren zo goed als donker, en het was warm en muf want nergens werkte de airco. Een hele vreemde omgeving, alsof het gebouw gesloten is terwijl er wel gewoon veel mensen rondlopen. Er stonden in de centrale hal computers om dingen in op te zoeken, waarmee je ook op het intranet kon (geen internet hier, alleen voor de “happy few” in de partij waarschijnlijk!), en een grote expositie van alle heldendaden van de twee oude Kims en beginnende triomfjes van de nieuwste Kim.



Via een lift met een liftbediende kwamen we op de volgende verdieping; in reisverslagen lees je vaak dat de mensen hier ongelukkig kijken en triest zijn. Dat hebben we tot nu toe nog niet gezien, al kwam het gezicht van deze liftdame wel aardig in de buurt, die heel de dag in een snikhete lift zit met een camera op haar snuit gericht en alleen maar op en neer gaat zonder daglicht behalve even als de deuren open gaan... We mochten een aantal studiezalen bezoeken, zoals de leeskamer, of een gastcollege. Alles werd vol trots getoond maar alles zag er in onze Westerse ogen stoffig, oud en gaar uit... Voor hen is het ongetwijfeld het neusje van de zalm! Op een gegeven moment werden we naar een bloedhete Engelse les gebracht, waar Hwang voorstelde dat een van ons een paar zinnetjes zou spreken zodat de studenten de juiste uitspraak zouden kunnen horen. Ik werd vrijwilliger gesteld en heb zo mijn eerste college ooit gegeven; Engelse les in Noord Korea. De vragen die gesteld werden gingen echter niet veel dieper dan “hoe oud ben je”, “wat voor werk doe je” en “wat is je naam”... Veel meer konden ze waarschijnlijk nog niet zeggen, en de meeste waren veels te verlegen om ook maar iets te vragen! Een jongen in de eerste rij was echter dapper en vroeg van alles, waar we vandaan kwamen, wat we deden, wat we hier gingen zien, of we naar de Arirang games gingen, wat we van het land vonden, enz... En het meisje naast hem werd door de juf aangewezen als iemand die meegedaan had aan de Arirang Games, maar toen ik haar daarover vroeg kreeg ik er niet veel meer uit dan dat het heel bijzonder was geweest, want ze was stikverlegen.



Wij lazen thuis in reisverslagen dat iedereen waar we mee in contact zouden komen hier in Noord Korea van te voren gescreend is en vaak al voorbereid op ons bezoek, soms zelfs acteurs. Maar nu we hier zo zijn betwijfelen we ten zeerste of dat wel zo is; ja, als je het wilt zien kan je daar wel iets van maken, maar dan ga je toch wel sterk de kant op van complot-theoristen – uiteindelijk kun je in een situatie alles wel zien als je maar hard genoeg wilt en gelooft dat het er is. Als we proberen neutraal en niet al te bevooroordeeld te kijken dan was deze klas Engels-studenten daar echt toch niet weggezet enkel voor ons vermaak. Ze waren echt aan het studeren, en de vragen waren spontaan en echt – vragen die je zou verwachten van een verlegen klas onzekere, beginnende Engels-sprekers. Opmerkingen van onze reisgenoten dat dat leeszaaltje dat we bezocht hebben zo vol zat, en dat er twee mensen waren die allebei exact dezelfde pagina van hetzelfde boek zaten te lezen, als bewijs dat het nep was, tja... ik weet het toch niet hoor. Ik vind het er allemaal verdomd echt uit zien en het zou niet zinnig zijn om zo’n extravagant theaterstuk op te voeren als mensen suggereren dat er opgevoerd wordt, enkel en alleen voor de toeristen? Dat zou aangeven dat ze zelf niet geloven in hun eigen ideologie, en dat doen ze duidelijk heilig. Juist omdat ze zo heilig erin geloven lijkt het misschien voor ons westerlingen een toneelstuk, omdat het communistische denkwezen zo ver van ons bed is dat wij niet kunnen voorstellen dat mensen niet zien hoe het anders kan zijn...


Als laatste ruimte kwamen we uit bij de muziekkamer, waar het vol stond met grote cassetterecorders en gelijk bij binnenkomst een cassettebandje met muziek van Andre Hazes opgezet werd... Lachen, maar niet heus! Toen was het op naar de bovenste verdieping van de bibliotheek om te genieten van het uitzicht en de mooie traditionele vorm van het dak, en even een plaspauze te houden en, voor wie dat wilde, shoppen in de eerste “giftshop” die we in Pyongyang tegenkwamen!



Toen was het weer naar beneden en naar buiten, de bus in en twee minuten later de bus weer uit, voor de “International Bookshop”, waar je Kim’s ideologie dus niet alleen in het Koreaans maar ook in alle andere talen kon kopen. Er waren ook wel andere boeken, zelfs “gewone” koffietafelboeken met mooie foto’s van al het moois dat Korea te bieden heeft, en twee encyclopedieën, over de verzorging, geschiedenis en uiterlijk van de kimilsungia en de kimjongillia, een orchidee en een soort azalea... En er waren wat hebbedingetjes zoals speldjes (helaas weer niet de “echte” die je op straat ziet). Maar ook hele mooie posters met de hand geschilderd, en zijden tasjes. Dus wij hebben souvenirs gekocht! Het moet toch niet gekker worden...



Terug in de bus en na een rit van 7 minuten kwamen we aan de andere kant van de rivier uit bij de Juche Tower, waar we voor 5 euro de man in mochten. Een dame in traditionele kledij stond ons op te wachten, zij was onze gids voor de toren. Een andere dame, ook in traditionele kledij, bediende de lift, en zo konden we naar boven om van het uitzicht te genieten. De stad Pyongyang is uitgestrekt, volgens Hwang wonen er 3 miljoen mensen, en iedere kant die je opkijkt zie je rauwe torenflats en grootse openbare gebouwen, allemaal in Sovjetstijl. Hier en daar steekt wat modernere architectuur ertussen uit, en ook hier en daar zie je tussen de torenflats ingeklemd kleine blokken met laagbouw huisjes. In de verte aan de randen van de stad verandert het ook gauw in laagbouw. Vanuit de Juche-Tower konden we in ieder geval alle highlights zien die we vandaag bezocht hebben, en ook nog het laatste monument dat we nog moesten bezoeken – het is allemaal heel dicht bij elkaar, dat is duidelijk!



Na terug op de begane grond gekomen te zijn en nog even de beeldengroep onderaan de Juche Tower bewonderd te hebben en het uitzicht over de rivier, mochten we weer in de bus stappen om er na enkele minuten bij het “Party Monument” weer uit te stappen. Het Party Monument symboliseert de drie pilaren van de partij zelf: de hamer, de sikkel en het penseel. Het is uiteraard weer een groots monument, 50 meter hoog, bestaand uit drie krachtige vuisten die uit de grond steken met de hamer, sikkel en penseel in hun hand, verbonden door een band, met heerlijke bombastische muurtaferelen aan de binnenkant van de band. En het zit weer vol met symboliek vanwege het feit dat het voor juche 50 gemaakt was – ze hebben een soort eigen jaartelling, de “juche”, die begint te tellen in 1912 toen Kim il Sung geboren werd: we zitten nu als ik het goed heb in 2013 in juche 102...



Na het monument mochten we via een klein souvenirwinkeltje nog even een culturele expositie bezoeken, waar ik aan Hwang de betekenis van verschillende afbeeldingen die ik steeds zie in de stad gevraagd heb. Hier stonden ze namelijk allemaal op een rijtje, dus konden we ze makkelijk afgaan. Het zijn beelden die de rijkheid en mooie natuur van Korea moeten weergeven, met een communistisch sausje uiteraard (niets is hier zonder symboliek): dingen zoals zonsondergang boven berg Peaktu, afweergeschut in de sneeuw, een waterval, rijstvelden en aardappelvelden, ze geven de seizoenen van Korea weer, en zijn boven alles natuurlijk allemaal dingen of plekken die Kim il Sung ooit als “mooi” heeft aangeduid.



Het was bijna 12 uur inmiddels en tijd voor de lunch in een traditioneel Koreaans kiprestaurant. Wij kregen gefrituurde kipkluiven in een korstje, een poging tot frietjes, rijstrolletjes in pittige saus, zeer pittige kimchi (gefermenteerde groente, populair bijgerecht in Korea), en hartige rijstepap met ei en kip. Best lekker allemaal! Na de lunch zijn we begonnen aan onze reis naar Hamhung, een reis van 300 kilometer en 6 uur... Maar eerst moesten we nog even een bezoek brengen aan het “twee vrouwen” monument, aan de rand van de stad, die de samenkomst van de twee Korea's symboliseert. We konden gerust op de middenstreep van de weg gaan staan voor de foto, want die twee busjes die langs kwamen in die tijd konden echt wel opzij op de brede wegen – ik geloof dat wat hier een tweebaansweg weg is, in Nederland een drie- of zelfs wel vierbaans weg zou kunnen zijn!



De rit naar Hamhung was erg mooi; het landschap is groen, tropisch en vol rijstevelden en maisvelden, met kleine boerengemeenschapjes op berghellingen, met huizen met puntige daken – volgens mij allemaal boeren-coöperatieven, geen echte dorpen. De weg was slecht: er zijn hier buiten de steden geen asfaltwegen maar betonplaat-wegen, en die betonplaten gaan natuurlijk verschuiven, breken en buigen met de loop der jaren, dus we werden af en toe behoorlijk heen en weer geschud want onze chauffeur Tjo hield er een moordend hoog tempo in om niet achter te raken op schema! Er liep, fietste, zat en lag van alles langs de weg – ook een gevolg van de communistische levensinstelling, denken wij; doordat je niet voor jezelf maar voor de staat werkt, en hetzelfde krijgt onafhankelijk of je hard of langzaam werkt, wordt men niet echt gemotiveerd om harder dan hun buren te werken. Zo stonden er zoveel auto’s met panne langs de weg, dat Hans op een gegeven moment het gevoel kreeg dat dat af en toe gewoon gedaan wordt om straffeloos een tijdje langs de weg te kunnen zitten – motorkap open, kleedje spreiden en klaar; instant picknick.



Wel was het zo dat bijna iedereen waar we oogcontact mee maakte terugzwaaide of in ieder geval vrolijk glimlachte als wij zwaaide en glimlachte. En dat niet iedereen dat doet snappen we ook wel; in Nederland gaat ook niet opeens iedereen spontaan terugzwaaien als er een bus met Aziatische toeristen langsrijdt die zitten te zwaaien... In ieder geval, zelfs buiten de stad Pyongyang hier op het platteland nog altijd geen ongelukkige gezichten of angstige houding naar “de buitenlanders” toe. Volwassenen, kinderen, mannen, vrouwen, bijna iedereen die reageerde op ons deed dat vrolijk, spontaan en lachend. Moeders deden zelfs hun kinderen aanmoedigen om te zwaaien als deze twijfelden. En nergens rende kinderen bang weg (allemaal dingen die we in reisverslagen gelezen hebben...). Je maakt mij ook niet wijs dat deze mensen die we toevallig op straat zien wisten of voorbereid waren dat we langs kwamen, dus het zijn lijkt mij spontane contactmoment met “echte” Koreanen geweest.



Onze gids Tjué is een sjacheraar en probeert constant extraatjes aan ons te verkopen: zo probeerde hij vandaag Koreaans geld te verkopen als souvenir – tot heel kort geleden mocht dit niet eens het land verlaten, wij mogen het ook niet krijgen om mee te betalen (we moeten in euro’s of Chinees geld betalen), en we twijfelen eigenlijk of het inmiddels wel al officieel als souvenir verkocht mag worden of dat het gewoon een van Tjué’s handeltjes is. Hij bemoeit zich zo min mogelijk met ons, behalve als hij de kans ziet iets te verkopen aan ons! Zo had hij ook al weer geregeld dat de rest van de groep naar een extra concert kunnen gaan een avond deze reis – wij hebben besloten om dit over te slaan omdat we 20 euro per kaartje voor een concert Koreaanse muziek een beetje gortig vinden... Wij hebben in ieder geval geen Koreaans geld gekocht, maar wel gefotografeerd natuurlijk, stiekem...



Het landschap werd steeds heuvelachtiger, en op een gegeven moment zijn we bij een theehuis aan een rivier gestopt voor een plaspauze en een drankje. Ik heb de plaspauze overgeslagen: ik heb een grote blaas dus weeg meestal de hoogte van mijn nood op tegen de kwaliteit van de voorzieningen die beschikbaar zijn... En in dit geval was mijn nood nog niet hoog genoeg om een vies hurktoilet in een donkere ruimte zonder verlichting te willen overwegen! Hans heeft dat probleem natuurlijk veel minder, dus die gaat meestal wanneer hij de kans heeft. Het theehuisje verkocht voor het eerst dat we deze reis zien echt mangosap in blik – meestal kunnen we alleen chemische zuurtjes-drankjes kopen die eruit zien alsof ze licht geven in het donker... Dus we hebben een blikje gekocht – erg lekker maar gek genoeg zat er minder in het blikje dan je zou verwachten; lokaal gemaakt zeker?



Na nog een tijdje gereden te hebben kwamen we eindelijk bij Ullim waterval uit, die in 2001 ontdekt is toen het leger bezig was de nabijgelegen weg aan te leggen, en om dat te herdenken een grote “2001” uitgehakt had in de rotswand naast de waterval... De waterval was mooi, maar het leukste was dat er een groepje Koreanen stond te poseren en heel spontaan ons tweetjes erbij riep om ook te poseren met hun, nadat we wat oogcontact hadden gehad en gelachen had om de gekke houdingen die ze aannamen! Leuk! Tijdens het poseren werd ik stevig in mijn billen geknepen door de man die naast mij stond, maar dat was zogenaamd om me wat hoger te laten staan voor de foto... Jaja, daar zullen we het maar op houden zeker! Hij liep wel de rest van de tijd met een grote grijns rond... We hebben in ieder geval even leuk heel spontaan contact gehad en gelachen met deze Koreanen, die het zelf ook duidelijk heel leuk vonden, zeker toen we naderhand kon-map-sum-ni-da riepen, en thank you, wat zij ook deden. De rest van onze groep had niet meegedaan, en waren al weer terug aan het lopen toen wij klaar waren, wat wij een beetje vreemd vonden – misschien was het allemaal net iets te spontaan voor ze – maar wij hebben geleerd in landen als Syrië en Afrika dat je gewoon lekker mee moet gaan met je omgeving, vrolijk, open en vriendelijk en dat je daarmee de leukste contacten kunt hebben, dus dat doen we altijd als we onszelf goed voelen en de kans krijgen.



De toiletvoorzieningen bij de waterval waren uitstekend: doortrekwc’s en netjes, zelfs met toiletpapier. Het gekke was dat de wc’s niet op slot konden, en iedere wc-deur een groot raam erin had, waarvan het onderste gedeelte matglas was – zo kon je zeker zien of de wc bezet was zonder dat je gelijk alles zag?



Het was na de waterval, waar we om 17:45 vertrokken, nog een hele lange rit naar Hamhung. Onderweg hielden we in de bergen nog een korte plaspauze, die Hans en ik oversloegen. We waren gestopt bij een gebouwtje met daarvoor aan de weg een klein eettentje zoals we veel zien hier in Noord Korea. Op de stoep voor het tentje zaten twee mannen hurkend van een glaasje van het een of ander te genieten en te knabbelen op het een of ander. Terwijl we op de rest wachtte slenterde Hans en ik richting de vrouw in het tentje en de mannen, we glimlachte en groette en bijna direct bood een van de mannen zijn glaasje aan aan Hans! Dat was gastvrij! Het leek iets van koude thee te zijn, maar toen Hans een klein slokje nam bleek het drank te zijn, iets van palmwijn of zo. Ik nam ook een slokje maar iets meer dan mijn bedoeling was geweest – ik had alleen mijn lippen willen bevochtigen maar nam in plaats daarvan een echt slokje - het brandde in mijn keel, het was behoorlijk sterke drank! De mannen moesten lachen dat we zo gebaarde dat het sterk was, en boden ons ook nog een sliertje van hun hapje aan; een soort gedroogde vis, die enigszins zoetig was. Het smaakte wel, en we bedankte zo hartelijk mogelijk ondanks de taalbarrière voor deze spontane gastvrijheid! Later bleek dat het een soort eikeltjeswijn was geweest, met 25% alcohol... Oef! Geen wonder dat het in mijn keel brandde!



We kwamen uiteindelijk om 20:15 aan in Hamhung, en hebben dus sinds ongeveer 19:15 in het donker gereden. Dat gaf op zich niet zo, maar onze chauffeur Tjo reed als een idioot zo hard, dus je werd constant door elkaar geschud op de slechte wegen, en we reden af en toe rakelings langs mensen op straat. Zeker toen we in de buurt van Hamhung kwamen en er veel lopende en fietsende mensen midden op straat waren, en relatief veel autoverkeer – af en toe was het echt heel eng als hij weer eens rakelings langs een groep fietsers scheurde met groot licht terwijl een tegenligger fietsers aan zijn kant probeerde te vermijden, ook met groot licht... Brrrr, er zijn gelukkig geen ongelukken gebeurd maar we waren dolblij toen we eenmaal bij het hotel waren!



Bij het binnenrijden van de stad Hamhung (700.000 inwoners) viel het ons gelijk op dat de huizen vaak maar 1 klein spaarlampje hadden – of helemaal geen licht – en de straten ook nauwelijks verlicht waren. Alleen de beelden en portretten van Kim en de communistische prenten natuurlijk wel, die baadden in het licht. Wat we ook zagen was in ieder huis de portretten van beide oude leiders en dan nog een prent die we niet konden herkennen ernaast – altijd drie op een rijtje, hoog op de muur gehangen. Dat is letterlijk omdat je tegen hen op moet kijken...



Het hotel was oud, afgetrapt en stonk naar muf gebouw en iets wat we nog het beste als gekookt varken kunnen omschrijven, een smerige, weeë, vochtige lucht! Onze kamer was zeer eenvoudig, maar in zijn Spartaansheid toch netjes, schoon en met oog voor detail. Alles stond er, een tv, koelkastje en zelfs airco. Alleen de bedden waren zo hard als een plank. Iets beter dan in de trein, want dat was echt letterlijk een plank geweest en hier had je tenminste nog een paar centimeter schuimrubber ertussen, maar niet veel beter. Dat ging weer een pijnlijk stijf nachtje worden! Omdat we zo laat waren had Jessica gevraagd of we alsjeblieft zo gauw mogelijk konden eten, dus om 20:45 konden we gelukkig al gaan eten. Ook dit redelijk eenvoudig hotel was enorm groots opgezet, met gangen die wel twee keer zo breed zijn als in Nederland, veel ruimtes, en verschillende eetzalen. We moesten wel een beetje lachen toen we onze eetzaal binnenstapte en al het eten al klaar zagen staan; het was allemaal steenkoud! Maar ja, we hadden onderhand wel redelijke honger dus iedereen heeft het maar braaf naar binnen gewerkt... Na het eten zijn we weer naar onze kamer gegaan en hebben we nog wat gelezen en getypt voor het echt tijd was om te slapen.


free counters