Donderdag 22 augustus: Hamhung – Hamhung Beach Resort, 25 km

Vandaag stond Hamhung en omstreken op het programma. Eigenlijk was het best bijzonder dat we hier waren, want dit is voor het eerst dat dit gebied opgesteld is voor toeristen. Noord Korea is blijkbaar ook een charmeoffensief aan het voeren, ze willen toeristen lokken; vroeger kon je als toerist al geen programma vinden dat langer was dan 5-6 dagen, nu kunnen wij al 12 dagen blijven. Hun (uiteraard nogal overdreven en bombastische) doel is dan ook om over een jaar of twee een miljoen toeristen aan te trekken – terwijl het er nu nog maar een paar duizend (Westerse) zijn...


Bij het ontbijt vanochtend kregen we koude toast en een koud spiegeleitje – het lijkt wel alsof dit hotel zich specialiseert in koud eten serveren! Of de kok houdt gewoon van ruim op tijd voorbereiden... terwijl we vanochtend bij de bus stonden te wachten tot iedereen er was besloten Hans en ik de cadeautjes te geven die we meegenomen hadden voor ons eigen Koreaanse gidsen en chauffeur – dat werd aangeraden op een van de websites van andere Noord Korea reizen, en vonden we wel een goed idee. Dus na enig nadenken wat je kon doen hebben we twee eenvoudige (relatiegeschenk) zakmessen meegenomen voor de mannen (we wisten dat we twee gidsen kregen, en dat is bijna altijd een man en een vrouw, plus de chauffeur zou hoogstwaarschijnlijk man zijn), en een tube handcrème en een potje gezichtscrème van bekende merken voor de vrouwelijke gids.


Toen we nu dus in Hamhung tegen de drie gidsen zeiden dat we iets kleins uit Nederland meegenomen hadden en onze cadeautjes aan het pakken waren, reageerde Hwang onze vrouwelijke gids gelijk enthousiast “oh, schoenen??” Ze draagt graag mooie schoentjes, dat hadden we al gezien, maar de schoenenliefde ging dus duidelijk heel diep! Maar de crèmes werden ook wel blij ontvangen (Een paar schoenen was beter geweest, maar ja...), want we hadden gezien in de hotelwinkel dat deze dingen hier heel duur waren – gerust 10 euro voor een tube handcrème dat wij gewoon bij de drogist kopen. De zakmessen waren ook zeker een succes, de twee mannen waren duidelijk heel blij ermee – Tjué stak de zijne gelijk in zijn zak, en later zagen we hem het gebruiken. Mooi zo! Jammer dat we niet wisten van die schoenen, anders hadden we misschien haar schoenmaat kunnen achterhalen en had ik een stel mooie pumps voor dr mee kunnen nemen...



Als eerste mochten we vandaag weer een bloemetje leggen bij een kleinere uitvoering van de beelden van de twee Kims. Ze waren identiek aan die in Pyongyang, en stonden op een speciaal daarvoor gemaakte heuvel in een speciaal daarvoor gemaakt park... We kregen hier een lokale gids mee in traditioneel kostuum, die ons een beetje door het park leidde nadat we onze plichtplegingen naar de Kims gedaan hadden. We hopen eigenlijk dat er niet al te veel meer beelden komen! Want het wordt wel steeds moeilijker om met gepaste serieusheid te buigen voor zo’n beeld...



Na het park gingen we naar een coöperatieve boerderij in de buurt van Hamhung, dat is een soort gemeenschap, bijna een soort dorp in zichzelf, die samenwerken op dezelfde landerijen en volgens mij zelfvoorzienend zijn. Het overschot dat ze produceren kunnen ze als ik het goed begrepen heb aan de staat verkopen, en op zo’n coöperatieve boerderij krijgt ieder gezin een deel van de oogst naar ratio van hoe hard ze gewerkt hebben gedurende het jaar – dat wordt blijkbaar bijgehouden. Dit is volgens mij ook iets wat past in de Juche-ideologie, waarbij je meester bent van je eigen lot of zoiets. In andere worden, als je niet voldoende te eten hebt is dat waarschijnlijk je eigen schuld omdat je niet hard genoeg gewerkt hebt. Zoiets zit erachter denk ik.



De boerderij was in ieder geval duidelijk een voorbeeldboerderij – alles zag er pico bello uit, ze hadden zelfs een kleine expositieruimte waar ze vol trots hun medailles, successen, en speciale erevaandels voor goede oogsten toonde, en uiteraard tot in detail documentatie, foto’s en krantenknipsels toonde van ieder bezoekje van de Kims aan deze boerderij (en dat waren er toch wel een hoop), en ieder woord dat er ooit over gesproken is door de Kims. Een hele zaal vol... En zo te oordelen aan de behoorlijk gedetailleerde informatie die er ook over oogsten, opbrengsten en oppervlaktes stond, komen niet alleen westerse toeristen maar ook zeker heel veel Koreaanse bezoekers deze boerderij bewonderen. Zoals Hans zegt, typisch communistisch, een voorbeeldboerderij waar alles perfect is.



Na de expositieruimte mochten we een kraakhelder winkeltje bezoeken. Ik ben ervan overtuigd dat dat winkeltje ook echt gebruikt wordt, maar het had een hoog museumgehalte omdat het er allemaal zo perfect en netjes uitzag. Hier konden de boeren met bonnen die ze ieder jaar kregen luxeartikelen kopen zoals cosmetica, speelgoed, drank en snoep. En inderdaad, terwijl wij nog even buiten stonden te wachten op de bus kwam een boerin met een pakje koekjes naar buiten. Nu werden we naar het wagenpark gebracht, waar tientallen tractors uitgestald stonden in verschillende staten van verval maar keurig gepoetst en opgekrikt op plankjes om ze overeind te houden. Sommigen waren zo oud dat ze misschien zelfs wel veel geld waard waren als oldtimers!



Daarna mochten we een van de woningen bezoeken, en dit leek toch redelijk spontaan te gaan want bij het huis dat de gidsen wilde bezoeken was niemand thuis dus moesten we naar het omaatje ernaast. Zij vond het allemaal wel leuk geloof ik, al die westerlingen over de vloer, en stond breed grijzend toe te kijken terwijl we haar keurig nette huisje bewonderde. Ik had er wel een klik mee en kon via een enigszins onwillende Tjué haar laten weten dat haar huisje heel netjes en fijn was. Op het laatst stond ze zelfs gekke bekken naar me te trekken, zo leuk leek ze het te vinden dat ik ook een beetje contact met haar zocht en dank je wel zei en zo. Ze liep me zelfs achterna het pad af!



We mochten het eindje van haar huisje, langs het wagenpark en terug naar het begin zelfs lopen. Wat dat betreft hebben we of echt ongelofelijk geluk met onze gidsen, óf is er waanzinnig veel versoepeld de afgelopen jaren en/of zijn eerdere verhalen misschien een beetje overdreven geweest of gekleurd door wat wij al denken te weten over Noord Korea. Want is het niet zo dat je met een bepaalde bril gaat kijken als je van te voren bepaalde dingen leest? Dan zie je nauwelijks meer dingen die niet in dat vooraf-gevormde beeld passen. We weten het niet goed, Hans en ik hebben het er regelmatig over; we denken dan ook met meer vragen hier weg te zullen gaan als dat we geantwoord krijgen, maar we zijn wel heel blij dat we het met eigen ogen kunnen zien en in ieder geval niet meer helemaal afhankelijk zijn van de verhalen van anderen.



Na deze coöperatieve boerderij reden we weer terug naar Hamhung, waar we nog even het “Grand Theatre” van buiten mochten bewonderen, en Yvonne, Richard en wij tweetjes een beetje melig werden van een opmerking van Jessica dat het toch een vreemde gewaarwording is dat iedereen maar zo van links naar rechts en rechts naar links liep over het plein en de weg... Je kunt ook echt overal iets achter zoeken als je wilt natuurlijk!



Om 11 uur kwamen we aan bij het hotel, waar we op het parkeerterrein moesten blijven wachten tot 11:30 voor de lunch die we in het hotel zouden eten. We mochten absoluut niet van het parkeerterrein af, en aangezien we al allerlei mensen met ijsjes hadden zien lopen, hadden wij viertjes behoefte aan een ijsje. Gelukkig stond er op het parkeerterrein een etensstalletje, dus met enige moeite en handen- en voetenwerk konden we duidelijk maken dat we “Eskimo” wilde, ijsjes... er waren verschillende smaken: ei, choco, watermeloen en uiteindelijk bleek er ook aardbei te zijn – de choco die ik wilde kwam niet meer te voorschijn... Dus het werd 4 x aardbei, aangezien niemand echt trek had in een ijsje met EI smaak! Tjué kwam zich er mee bemoeien en regelde dat we onze ijsjes kregen en nam de 2 euro in beslag die we voor 4 ijsjes moesten betalen – we hebben niet meer gezien of hij het vrouwtje nog het geld gegeven heeft of het misschien gewisseld heeft voor wons.



Nadat ons ijsje op was stonden we dus een beetje te kijken en contact te zoeken met de mensen op straat – dat ging heel aardig, vooral de kinderen vonden ons fascinerend. Twee kleine meisjes zijn zelfs wel 4 keer langsgelopen om ons maar aan te kunnen gapen! Na het koude avondeten en het koude ontbijt zaten we natuurlijk veel grapjes te maken over de lunch die nog koud moest worden voordat we aan tafel mochten, maar wonder boven wonder was het een warme (of in ieder geval grotendeels lauwe) lunch... Uiteraard zoals overal werd de soep en rijst pas op het allerlaatste gebracht als de rest al bijna op was! Wat dat betreft kunnen ze niet echt plannen...



Na de lunch bezochten we een klein paleisje van een koning uit de 14e eeuw dat iets buiten de stad lag; het was een mooi terrein met een aantal houten gebouwen met prachtig beschilderde muren en plafonds. Deze koning woonde hier voordat hij koning werd en nadat hij op zijn 70ste met pensioen is gegaan, en hij hield van het goede leven, met name drank en vrouwen, dus hij had een feestpaviljoen laten bouwen met 8 traptreden naar boven, die zo hoog en steil waren dat vrouwen hun rokken hoog moesten opstropen en moeilijk moesten doen om boven te komen. Hij liep dan blijkbaar achter hun aan omhoog en kon alles bekijken, waardoor hij alvast in de stemming raakte voor later... Jaja, oude snoeperd!



Na het paleisje werden we naar een kunstmestfabriek gebracht, ook in de buurt van Hamhung wat volgens Hwang een industriestad is. Het was hartstikke leuk om te kijken naar iedereen die op straat liep of fietste, en Hans en ik hadden regelmatig contact met kinderen, maar ook volwassenen. Sommige mensen schrikken echt en kijken echt terug om te zien of ze het goed gezien hebben, anderen gapen ons na, en fietsen bijna de sloot in, weer anderen proberen niet te kijken maar gluren toch... We hebben veel bekijks! Maar bijna altijd lacht men en zwaaien ze als je zelf zwaait. Kinderen hebben hier als schooluniform een donkere broek of rokje, een net wit bloesje, en een rode zakdoek om hun nek geknoopt... Portretten van Kim Il Sung bij scholen zijn dan vaak ook met een rode zakdoek om. We moesten blijkbaar even tanken, en vlak voor het tankstation (die je trouwens nauwelijks ziet hier) kwamen we langs een hele klas kinderen die wild aan het zwaaien waren en ons volgde; ze bleven dan ook bij de uitgang van het tankstation staan om ons nog eens te kunnen zien! Bij het tankstation viel het Hans op dat onze chauffeur Tjo met bonnen betaalde. We zeggen in Nederland trouwens weleens dat een auto op steenkolen rijdt als hij enorm veel rookt, maar hier is dat ook echt zo bij sommige vrachtwagens! De eerste keer dachten we dat de vrachtwagen in brand stond omdat ie langsreed in een dikke rookwolk, en toen zagen we dat er een soort ketel achterop stond; Hwang bevestigde het later nog eens dat ze inderdaad omgebouwd zijn om op hout of steenkool te kunnen branden, omdat de benzine redelijk schaars en dus duur is...



De kindertjes zwaaide ons bij de uitgang van het benzinestation nog even vrolijk uit, en toen was het door naar de kunstmestfabriek... We kwamen aanrijden bij een groot, uitgestrekt maar volledig afgetrapt industrieterrein; gebouwen waren ingestort of alleen de muren stonden nog, of ze werden duidelijk niet meer gebruikt waarvoor ze gebouwd waren. Industriële stellages waren roestig en verbogen, pijpleidingen lekkend en met pur of ducttape gerepareerd... Maar de hoofdingang van het complex was kraaknet, met mooie marmeren gebouwtjes, en overal kleurrijke mozaïeken en schilderijen op de muren. En uiteraard portretten van de twee Kims... Alleen de grote, roestige pijp die oranje rook walmde op de achtergrond deed het mooie, schone effect een beetje teniet.



We werden hier in het hoofdgebouw binnengeleid door de vicepresident (het is maar goed dat ze het zeiden anders was je hem zo voorbij gelopen) en een lokale gids in traditioneel kostuum. Het blijkt dat dit gebouw een museum was over het complex, en als ze in Noord Korea zeggen dat iets een museum is, dan is het meestal een museum van de bezoeken van de twee Kims aan datgene... Hier ook, we werden enthousiast door 14 zalen geleid en overal werd uitgelegd over welk bezoek dit wel niet was van de ene of de andere Kim, en wat hij wel niet gezegd had of bezocht had... De oude Kims zijn hier toch wel een paar tientallen keren geweest en daar waren ze duidelijk razend trots op, en in het museumpje konden we naast de vele zogenaamde successen van de fabriek en bezoeken van de Kims ook de schaar bewonderen waarmee Kim Il Sung de fabriek geopend had, het bankje en de stoel waarop hij tijdens een ander bezoek gezeten had, het bureau van weer een ander bezoek met microfoon ernaast waarvandaan hij een speech gehouden had, enz enz enz... Het ging een beetje op de lachspieren werken op een gegeven moment!



De fabriek is (begrijpelijkerwijs, want kunstmest) volledig platgebombardeerd tijdens de oorlog, en de Amerikaanse honden hadden dan wel gezegd dat het wel 300 jaar zou duren voor hij weer op zijn oorspronkelijke capaciteit was, maar het lukte de Noord Koreanen (met behulp van Kim) uiteraard binnen 3 jaar... Je laat dit soort opmerkingen gewoon over je heen glijden en knikt geïnteresseerd en lacht vriendelijk terwijl Hwang het enthousiaste verhaal van de lokale gids probeert bij te houden en te vertalen voor ons.


Nadat we (tot ieders geheime opluchting) eindelijk zaal 14 bereikt hadden werden we weer in de bus geladen en verder het fabrieksterrein opgereden. Hier hebben ze vermoeden wij nog niet van ISO 9001 of Arbo normen of zo gehoord. Het zag er toch allemaal maar verlept en verroest uit, maar men was er overduidelijk erg trots op... De bedrijvigheid was ook niet bijzonder hoog; we zagen wel veel mensen heen en weer lopen, maar nergens zag je echt bedrijvigheid – ja of het moet de was doen zijn geweest, of grassprietjes planten... We zagen wel overal handgeschilderde voorstellingen, teksten en diagrammen – vermoedelijk een mix van inspirerende teksten, liedjes, communistische zooi, instructies voor werkzaamheden en bereikte targets en zo.



We werden naar een klein pleintje middenin de fabriek gebracht met de bus, waar een paar buizen gevaarlijk stonden te sissen en stoom en water te lekken bij een verroeste watertoren-constructie, en kregen een warrig en incorrecte uitleg over de productieprocessen van de verschillende soorten kunstmest en de onderdelen daarvan. Zo werd stikstof uit water gewonnen door het tot -500 graden te koelen. Dat zou dan heel erg knap zijn, aangezien we niet verder kunnen dan -273 graden oftewel 0Kelvin... Ook zijn uitleg over hoe ze bepaalde chemicaliën uit lucht haalde of hoe ze ammonia maakte waren een beetje twijfelachtig chemisch gezien naar mijn gevoel, al weet ik helaas te weinig van het proces om er precies mijn vinger op te kunnen leggen. Er zal wel heel veel verloren gaan in de vertaling, zeker?... Hij leek op een gegeven moment zelfs te suggereren dat de sissende en lekkende stoombuizen achter hem ammonia bevatte, hoewel het duidelijk was dat ze water bevatte (gelukkig maar, ammonia in die dingen en we hadden een serieus probleem gehad!)...



Daarna werden we langs een waslijntje en een hok vol eendjes een deel van de fabriek ingeleid. Hier vertelde hij vol trots over hoe de machines volledig Koreaanse makelij waren (ze moeten wel, waarschijnlijk). Het waren generatoren, van de 7 waren er 4 altijd in bedrijf volgens hem en 3 reserve – dan hoop ik dat er niets zou gebeuren met de 4, want die 3 reserve zagen er niet zo actief meer uit. Sowieso was het oude zooi om te zien, hoewel dat natuurlijk wel kan in een fabriek. Hij vertelde dat ze 500.000 ton kunstmest per jaar produceerde, en naar mijn idee is dat niet zo heel veel voor de totale productie van zo’n grote fabriek. Waar de generatoren voor waren was onduidelijk. Achterin de hal lag gek genoeg een enorme stapel isolatiemateriaal, steenwol. En de vicepresident die ons gevolgd was wees op zijn bloesje alsof hij wilde suggereren dat ze er kleren van maakte??? Wat heeft dat nu weer te zoeken in een kunstmestfabriek???



En waar we voor de rest proberen zo open en onbevooroordeeld te kijken, vragen we ons hier bij deze fabriek serieus af of het eigenlijk wel iets noemenswaardig weet te produceren, het is allemaal zo’n aftandse boel. Los van de lekkende stoombuizen, de mysterieuze generatoren en de oranje-rokende schoorsteen leek er niet veel te gebeuren. Die rook uit die schoorsteen was ook zo enorm oranje, dat je je echt ging afvragen of het niet nep-rook was – als het echt is, wil ik in ieder geval niet weten wat voor chemicaliën we vandaag ingeademd hebben! Tja, ik weet het niet, het kwam ons allemaal een beetje vreemd over. We denken dat het net als de voorbeeldboerderij moet dienen als een voorbeeld aan Koreanen zelf van de enorme industriële bedrijvigheid van hun land, en hun op goede communistische wijze moet aanmoedigen om nog harder te werken... Maar dat het, net als de verroestende tractoren bij de voorbeeldboerderij, eigenlijk niks voorstelt.



Via de promenade die ooit vast erg mooi moet zijn geweest en waar vrouwen nu druk bezig waren visjes te drogen op rekken op de stoep reden we naar het strand, tussen de duinen. We zagen al een bus en vele fietsen tussen de bomen staan bij het aanrijden, het was duidelijk een populaire plek. De hotellobby was weer groots maar ruw opgezet, met kale aankleding en op een prominente plek de heldendaden van de twee Kims en het Koreaanse volk. De teksten en foto’s waren identiek als diegene in Pyongyang en andere plekken die we gezien hebben. Dit “resort” had verschillende huisjes langs het strand; wij werden met z’n achten naar een huisje een heel eind verderop gebracht, Jessica en de Koreaanse gidsen en chauffeur bleven in het huisje het dichtste bij de receptie. Het huisje zag er best leuk uit van buiten; een grove betonnen verzie van een landhuis of villa, opgesplitst in iets van 8 kamers, 4 per verdieping.



Toen we binnenkwamen stond er een hele rij plastic sloffen klaar en deed een Koreaan die meegelopen was van de receptie zenuwachtig proberen duidelijk te maken dat we onze schoenen uit moesten doen en de sloffen aan. Maar de entree van het huisje was zo afgetrapt, plakkerig en vol vliegen dat we allemaal zoiets hadden van “ikke niet begrijpen”. Onderweg naar het huisje was Tjué bezig geweest uit te leggen dat we voor warm water iets elektrisch ergens in moesten hangen... Ik kreeg de indruk dat hij het over een dompelaar had, en dat klopte; we stapte onze kamer in en hoorde stromend water, het bad was aan het vollopen. Naast het bad lag een grote dompelaar, en boven het bad hing op een onmogelijke lage hoogte een boilertank aan de muur die vreselijk in de weg hing en het duidelijk niet meer deed. Ook stond er nog een grote ton vol water, met een bakje erbij. De bedoeling was duidelijk; de wc moest doorgetrokken worden door water uit de ton erin te gooien, en om warm water te krijgen moest je de dompelaar in het bad hangen... We hebben weleens gekke badkamer oplossingen gezien op reis, maar ik denk dat deze een aardige plek in de top tien heeft!



De kamer was zeer eenvoudig, niet al te schoon, en bijzonder afgetrapt. De bedden waren letterlijk planken met een deken erover; ik weet dat ze in dit soort landen vaak op een soort gewatteerde matten op de grond slapen, en daar zullen dit soort hotelbedden wel op ingesteld zijn want het is echt niet overdreven als we zeggen dat het enkel een plank met een deken erop als matras is! De kamer zat ook nog eens echt ongelofelijk vol vliegen; wat een verschrikking, dit ging een afschuwelijke nacht worden! Aan de matras konden we niet veel doen, maar de vliegen moesten dus in ieder geval dood. Hans heeft een paar sloffen gepakt uit de gang en we zijn samen systematisch te werk gegaan om ze allemaal een voor een op te jagen en dood te meppen. Heel veel bonzen en 35 vliegen later zag de kamer er niet meer uit (hij was al niet zo schoon om mee te beginnen), maar waren er nog maar 2-3 slimme vliegen over die zich op het plafond verschanste waar we niet bij ze konden... Dat was al een stuk leefbaarder! Dus zijn we even op het strand gaan kijken nadat we eerst voorzichtig de dompelaar in het plastic bad gehangen hadden (oppassen dat je niet de randen van het bad raakt...).



Het was een drukte van belang aan het strand; overal zaten groepjes Koreanen die lekker zaten te picknicken of te barbecueën op het strand, te zwemmen, te genieten van muziek uit meegenomen boomboxen, het was een hele leuke feestelijke sfeer. Men zat echt volop te genieten van zijn vakantie, en we merken wel meer dat Koreanen dol zijn op picknicken en barbecueën! Hans besloot even te gaan zwemmen en dus zijn we gauw nog even terug naar onze kamer gegaan om om te kleden, zodat hij kon gaan pootjebaden. Op een gegeven moment draaide een van de Koreanen uit het groepje dichtst bij ons de volumeknop wat hoger, zetten de Koreaanse versie van Marco Borsato op, en ze gingen dansen; dat was echt heel erg leuk om te zien!



Nadat Hans even lekker gezwommen had (ik had geen zin om vies te worden op het strand met zulke slechte badderfaciliteiten) is hij gaan knutselen om zichzelf te wassen. Met enige moeite lukte het hem om in het inmiddels lauwwarme water gebukt onder de boiler staande te wassen, al moest ik zijn rug komen schoongooien met bakjes vol water omdat hij daar in zijn enigszins benarde positie niet meer bij kon! Ach ja, het is even behelpen maar uiteindelijk lukt het wel... Het water was nu vies, dus lieten we het weglopen uit het bad en draaide de kraan open om het weer te vullen voor mij; dat is maar een druppelstraaltje dus het bad heeft zeker 1-2 uur nodig om weer vol te lopen, dan kon ik mooi na het eten gaan “badderen”. Het water viel alleen op een gegeven moment uit dus meer dan een half bad, ongeveer 10 cm, had ik niet uiteindelijk! We hebben nog even op de kamer zitten rusten en hebben een stukje van een heuse Koreaanse soap zitten kijken; soaps zijn over heel de wereld slecht, uiteraard, maar deze was wel leuk om naar te kijken want het zat vol stichtelijke communistische boodschappen: gelukkige, hardwerkende en samenwerkende gezonde landarbeiders die samen aan een groot project werken en het ondanks alle tegenslag tot een succesvol einde brengen... Heerlijk!


Het was inmiddels etenstijd dus zijn we terug naar het hoofdgebouw gelopen met ons koplampje uit Zuid-Afrika bij, want we hadden wel het vermoeden dat de stroom hier niet zo stabiel was en het pad misschien niet volledig verlicht zou zijn... Toen we in de Sovjetstijl ronde eetzaal kwamen bleek het eten allemaal al weer klaar te staan en lekker koud te zijn; dat is zeker traditie hier in Hamhung, om toeristen koud eten te serveren! Zucht... De mini-frietjes waren in ieder geval erg lekker, en zouden zeker des de lekkerder zijn geweest als ze warm waren geweest... Ik dacht dat we tegen het einde van deze reis zouden verlangen naar een lekker frietje, maar ik denk dat we vooral gaan verlangen naar een lekker toetje – het is zo jammer dat ze ons steeds maar die aardappeltjes voorzetten, we zouden zo graag eens echte noodles hebben, en toetjes of iets fris zoals fruit toe kennen ze hier helemaal niet...



Na het eten liepen we met Jessica en Yvonne en Richard de eetzaal uit, en nadat we wat water gekocht hadden in een winkeltje en Yvonne wat chocola, en we Jessica uitgebreid geplaagd hadden met haar chocola-obsessie, besloten we nog even een spelletje te spelen in de hal bij de receptie voor we naar bed zouden gaan. De hal was niet bepaald gezellig aangekleed maar nog altijd veel gezelliger dan onze Spartaanse en (in ons geval) door vliegenlijkjes besmeurde kamer! Het werd een gezellig spelletje yahtzee, en enigszins tot onze verrassing zagen we dat op de televisie naast ons een internationale voetbalwedstrijd uitgezonden werd. Wij krijgen thuis toch eigenlijk altijd wel de indruk dat Noord Korea volledig van de buitenwereld afgesloten is, en er op de Noord Koreaanse televisie alleen maar propaganda en communistische leuzen te vinden zijn... Maar internationale voetbal komt hier dus wel gewoon door blijkbaar?


free counters