Vrijdag 23 augustus: Hamhung Beach Resort – Kumgangsan, 245 km

Omdat de batterijen van de fototoestellen en van Hans zijn mobiel gisteren schrikbarend snel leeggelopen waren, ondanks dat ze toch volledig opgeladen waren geweest in Hamhung zelf, besloot ik vannacht alles aan de stroom te houden zelfs al gaven de apparaten aan dat ze vol waren. Dat lijkt enigszins geholpen te hebben, vandaag was het verbruik al een stuk normaler en stond mijn fototoestel eens niet aan het einde van de dag op al op het laatste streepje te knipperen dat hij zo goed als leeg was, maar had hij maar een streepje verbruikt... De stroom is hier gewoon erg zwak, en gek genoeg geven onze apparaten dus te vroeg aan dat ze volgeladen zijn, blijkbaar.



Vandaag gingen we naar Wonsung rijden, 130 kilometer en twee en een half uur van Hamhung vandaan. Onze chauffeur Tjo vertrok met zijn gebruikelijke overenthousiaste rijstijl waardoor we regelmatig het gevoel hebben dat we of een fietser dood zullen rijden of fronttaal op een vrachtwagen zullen knallen, of dat opeens heel de onderkant onder de bus vandaan valt als hij weer eens te agressief over een scheve betonplaat rijdt. Vandaag leek dat laatste vooral het geval te zijn, want op een gegeven moment, we waren nog maar nauwelijks van het strand terug naar Hamhung gereden en onderweg de stad uit, hoorde we een scherpe, harde knal onder onze voeten en werden wij allemaal haast weer door de lucht geslingerd – Tjo was weer eens te hard over een hobbel gereden of had iets geraakt met de onderkant... dit keer leek het echter serieus te zijn, en was vanaf dat moment alle snelheid eruit en hoorde we regelmatig geklop onder de bus vandaan komen. We reden nog wel maar er was iets goed mis!



De 2.5 uur rijden naar Wonsung werden dus bijna drie uur en een kwartier, en we kwamen pas om 11:45 de landbouwuniversiteit van Wonsung binnen gehobbeld. Dit was ook weer een serie gebouwen die ooit, vijftig jaar geleden, het hoogtepunt van Sovjet-architectuur moest zijn geweest, en nu een beetje vervallen zooi was geworden. Maar omdat het mooi lag op een heuvel in een bos, en het hoofdgebouw begroeid was met klimop, was het wel een mooie vervallen zooi en deed het een beetje Engels aan. Hier zouden we een rondleiding krijgen, maar eerst werd er ons een plaspauze aangeboden. Eerst gingen maar een paar maar toen kregen we de indruk van Hwang en Tjué dat dit voorlopig de laatste kans was, dus toen besloot iedereen maar te gaan, voor de zekerheid.



Dat was uiteindelijk maar goed ook, want daardoor hadden we de kans om even binnenin het hoofdgebouw te kunnen kijken, wat anders waarschijnlijk niet gebeurd was. Er was alleen een mannentoilet, maar gelukkig was er naast de 3 urinoirs ook nog een hurktoilet – spoelen moest gebeuren met een bakje water uit een grote trog geschept die tevens overliep en daardoor permanent de vloer schoonspoelde. Hierdoor was het eigenlijk best een frisse bedoeling... tijdens het wachten op de mannen keek ik een beetje rond en vroeg aan Hwang wat alle teksten op de muren waren, omdat ik de indruk had dat het niet alleen maar de uitleg was over bepaalde planten; er was namelijk op ieder stukje muur wel een grote prent geschilderd – van bloemen, landschappen, maar ook veel teksten en rare dingen zoals handen met geweren en zo. Het bleek inderdaad een mengelmoes te zijn van agrarische dingen, liedjes, communistische teksten en uitspraken van de beide Kims.



Na de plaspauze werden we weer het gebouw uitgeleid en naar de entree van een pleintje met een grote kas gebracht; vol trots werd verteld door de professor die ons rondleidde dat deze kas een van de vele cadeaus was geweest van Kim Il Sung omdat deze landbouwuniversiteit zo’n belangrijke rol speelt in Noord Korea. De kas was blijkbaar zijn persoonlijk bezit geweest... Maar zo wordt er wel meer gezegd dat men misschien wel geloofd maar niet per se waar hoeft te zijn... Hans en ik hadden in ieder geval een beetje contact met de professor en meer contact met Hwang, met wie we over het Koreaanse schoolstelsel gebabbeld hebben en wat verteld over onze eigen opleidingen en Hans zijn vroegere werk. Ze leek het allemaal zo interessant te vinden dat ze vragen stelde en het ook gelijk bijna allemaal aan de professor doorvertelde. Tot onze verbazing was met de plaspauze en de kas (op een afstandje te bekijken) de rondleiding door de universiteit ook gelijk afgelopen – we konden geen klassen bekijken omdat het nu zomervakantie was, en voor de rest viel er blijkbaar dus ook niets te zien te zijn! Ach ja, zoiets hoort erbij in dit soort landen!



Voor de lunch werden we naar het centrum van Wonsung gebracht, waar we in een vol restaurantje (achter een afscheiding) weer de standaardhap van warm water dat soep moet voorstellen, rijst, en wat bijgerechtjes; het was een visrestaurant dus kregen we gefrituurde stukjes vis… Dat is eigenlijk altijd, ze geven ons eigenlijk altijd rijst, watersoep, en naast wat groente wat gefrituurde kip of vis afhankelijk van waar we zijn. Hier kregen we dan ook nog eens een soort gehaktballetjes, waar haast om gevochten werd omdat het weer eens iets anders is! We zouden toch zo graag allemaal eens een lekker noodle-gerecht willen eten, of iets wat substantiëler is qua saus en zo! We zitten onderhand watertandend naar onze gidsen te kijken die aan een aparte tafel lekker grote bakken noodlesoep naar binnen mogen werken naast de bijgerechtjes... En Jessica heeft het al een paar keer gevraagd dus het zit er niet in dat het nog gaat gebeuren...



Omdat Tjo zo ruig gereden had moest de bus gerepareerd worden, en dus werd er geregeld dat wij de rest van de dag met een buslading Chinese toeristen mee zouden rijden naar Kumgangsan. Tjo zou de bus in Wonsung laten repareren, en dan zou hij (waarschijnlijk als een bezetene) achter ons aanrijden naar Kumgangsan, zodat we morgenochtend weer met onze eigen vertrouwde bus verder zouden kunnen. Wij werden door Tjué gerangschikt op de achterste twee banken van de nieuwe bus, met Jessica en Hwang erbij. Hij zelf had volgens mij ergens voorin een plekje weten te scoren. Toen mochten de Chinezen de bus verder vullen, en dat lukte aardig – we zaten vol! De Chinezen hadden een vrolijk klein oud Koreaans mannetje als gids die blijkbaar lang in China gewoond had, en in zwaar Chinees/Koreaans dialect in de microfoon het eerste half uur lang non-stop aan het ratelen was… Pfffff. Zowel Jessica als Hwang hadden moeite om hem te begrijpen, maar samen wisten ze er wel een verhaal uit te halen. De rit naar Kumgangsan was al met al zeker 2 uur, en we waren al bang dat hij constant door zou blijven kleppen, maar gelukkig stopte hij op een gegeven moment.



Toen werd Hwang echter naar voren geroepen om het verhaal nog eens dunnetjes over te doen in het Engels voor ons, en toen werd ze aangemoedigd om te zingen! Nu bleek dat Hwang ook nog eens heel mooi kon zingen, en ze zong notabene “I have a dream” van Abba! Hans en ik wisten niet goed wat we hoorde; hoe zou ze daar toch aan gekomen zijn, zo’n westers nummer? Ze zong behoorlijk zuiver en goed, en daarna zong ze ook nog een Koreaans arirang lied, waarnaar de Arirang Games genoemd zijn, wat ook heel erg mooi was. Toen Hwang terug bij ons achterin de bus was vroegen Hans en ik hoe ze aan het liedje van Abba gekomen was – wij dachten misschien van een toerist geleerd… Maar ze vertelde dat ze dat gewoon op haar cassettebandjes had staan, en dat ze voor haar studie Engels (ze heeft Engels en toerisme gestudeerd) liedjes verzamelde om de taal en uitspraak te oefenen, omdat ze graag zong. Hans en ik sloegen een beetje stijl achterover; het laatste wat we wel in zo’n land als dit verwacht hadden was (min of meer) vrije toegang tot Westerse liedjes! Ongetwijfeld zou ze niet overal toegang tot hebben, maar het was toch niet iets wat we verwacht hadden; als er iets toch gevaarlijk is dan is het toch wel muziek?



Daarnaast bleek ze ook nog een redelijk besef te hebben van algemeen buitenlands nieuws, want ze had het er op een gegeven moment over met anderen in de groep dat wij nu een koning hadden, en ze wist zelfs zijn naam. Ik had een beetje de indruk gekregen voor we vertrokken dat er helemaal niets Noord Korea binnenkomt, maar we merken nu dat het toch een stuk subtieler is dan dat; er komt dus wel (waarschijnlijk zwaar vooraf geselecteerd) nieuws en algemene ontwikkeling uit andere landen dit land binnen. En waarschijnlijk zal niet iedereen er vrij toegang tot hebben, maar iemand die in de stad woont en gestudeerd heeft zoals Hwang dus wel. Gids is in Noord Korea trouwens een beroep waarbij je het hele jaar lang betaald wordt; in de wintermaanden als er geen tours gaan doet Hwang studeren, bijspijkeren en inlezen voor nieuwe tours, en haar salaris loopt gewoon door. Ook moet ze om de 3 jaar een herexamen doen in haar vakgebied.


Na een tijdje rijden was het tijd voor pauze; de chauffeur en Tjué wilde roken en even de benen strekken, dus we stopte bij een Koreaans theehuis aan het strand, genaamd “resting place of Sijung Lake” (het stond er eens namelijk ook in het Engels bij op het naambordje). Het was weer een drukte van belang met mensen die tussen de bomen rondom het theehuis lekker gezellig aan het picknicken of barbecueën waren en aan het genieten van muziek uit hun transistorradiootjes. Wij liepen automatisch naar rechts de bosjes in maar werden gelijk letterlijk teruggefloten door een soldaat die bij de poort van het parkeerterrein stond. Daar mochten we niet komen, waarschijnlijk omdat die kant op een kazerne of een buslading soldaten zaten te picknicken of zo... Want het contact met de mensen tussen de bomen leek niet zo zeer het probleem te zijn. In ieder geval, Tjué besloot ons maar voor de zekerheid het theehuisje in te sturen – hij is deze reis een beetje de opzichter (al hebben we nog altijd totaal niets te klagen) en stuurt ons de juiste richting op, belt vooruit naar gelegenheden en regelt kaartjes ter plekke, en Hwang mag het zware werk doen van ons entertainen en daadwerkelijk gidsen en alles uitleggen.



In het theehuisje hebben Hans en ik met behulp van Hwang, die ons wel aardig vindt geloof ik, ijsjes met EI-smaak gekocht. Er was helaas niets anders en ach, je moet het toch eens proberen. Nou gelukkig vond Hwang (die wij ook eentje gegeven hadden) het ook niets en zei dat het ijs in Pyongyang veel lekkerder was. Dus hebben we voor de vorm de helft opgegeten terwijl we op het balkon stonden te wachten tot Tjué ons weer bij elkaar veegde en naar de bus stuurde. Ondertussen hebben we een beetje met Hwang gekletst (Hans liet haar een nummer van Madonna horen, “Crazy for you”: Madonna kende ze wel, het nummer niet), en hebben we uitgebreid gekeken naar de strandgangers aan het water... Het is ons inmiddels wel duidelijk dat Noord Koreanen intens kunnen genieten van hun vrije tijd en dol zijn op picknicken, barbecueën, het strand, muziek, zingen, dansen en gezelligheid!



In de bus zat er vlak bij ons een Chinees die volgens mij met het verkeerde been uit bed gekomen was, want hij deed steeds alle airco-klepjes dicht, ongevraagd, ook bij ons. Wij deden ze dan weer open, want het was gewoon warm. Ook waren wij volgens mij ver de enige die onze gordijntjes nog gewoon open hadden; alle Chinezen aan de zonkant en een paar aan de schaduwkant hadden ze dichtgeschoven. Tja, dat snappen wij westerlingen niet hoor, je wilt toch een beetje het landschap om je heen zien? Het was namelijk heel erg mooi: we reden regelmatig langs de kust, en het binnenland in waren er hele mooie bergen, en de rijstvelden tussenin stonden er lekker frisgroen bij.



Maar goed, gelukkig kwam Kumgangsan na een paar keer het aircoklepje open en dicht te doen in zicht... Het geduld van Richard en Hans met de chagrijnige Chinees begon een beetje op te raken namelijk... buiten Kumgangsan moesten we eerst nog door een checkpoint (de eerste deze reis, ik had er meer verwacht) en bij de entree van het “Kumgangsan international toerisme zone” wachten tot onze gidsen ons ingeschreven hadden. Kumgangsan wordt zwaar bewaakt omdat het tot een paar jaar terug een soort neutrale zone was waar Zuid Koreanen in groepsverband vakantie konden vieren op Noord Koreaans grondgebied. Sinds een jaar of vier kan dat volgens mij niet meer omdat de banden weer verslechterd zijn, maar we kwamen nu dus in een beetje vreemde wereld; een soort pretpark, gemaakt door Zuid Koreanen, voor Zuid Koreanen. We merkten het gelijk aan ons hotel – super-de-luxe, en geen portretten van de grote leiders op de muur van de lobby!



We kwamen hier om 17 uur aan, en vielen bijna allemaal flauw toen we onze kamers zagen; heuse suites, wat een contrast met de regelmatig toch wel zeer eenvoudige kamers tot nu toe… Het was de bedoeling om om 17:15 weer beneden te staan om met de Chinese bus naar een dichtbijgelegen meer te gaan, maar die bus was na ons gelijk door gegaan naar een ander hotel waar de Chinezen zouden verblijven, en het zou nooit lukken om al die Chinezen in 15 minuten in te checken en terug in de bus te krijgen! We stonden al een half uurtje te wachten en nog geen bus in zicht. Plus we hoorde dat het meer wel een half uur rijden was hiervandaan, dus Hans en ik en Richard besloten maar eens lekker van onze kamer te gaan genieten in plaats van weer eens tot laat in de middag de hort op te zijn en niets van onze avond over te houden. De rest ging wel, maar wij hadden in ieder geval de zekerheid dat we om 19:30 konden gaan eten. Uiteindelijk was iedereen om 19:30 bij het eten maar wij hadden lekker rustig kunnen douchen in onze mooie grote badkamer met echte douche, en even lekker relaxen, en dat was ons vandaag even meer waard dan een bergmeertje!



Het eten stond (helaas) al weer klaar te wachten op ons, al leken de gerechtjes een soort voorgerecht te zijn, en expres koud. Nou de hoge verwachtingen werden uiteindelijk teniet gedaan door de warme gerechten: een gebakken visje, bakje rijst en een bakje kookvocht dat volgens mij soep moest voorstellen... Ach ja, we hebben nog dropjes op de kamer en een lekkere mini-mars als toetje! We hebben na het eten nog geprobeerd via de hotellijn (2 euro per minuut, dat viel ons mee) naar Nederland te bellen, want dat kon hier, maar we kregen helaas met niemand verbinding dus dat feestje ging niet door; er was constant bij alle nummer die we probeerde een “in gesprek”-toon, dus de verbinding kon gewoon niet gemaakt worden. De telefoondames die met heel veel moeite hadden weten te begrijpen dat we naar Nederland wilde bellen en niet in “talla” oftewel dollars wilde betalen, maar in euro’s (kostte ons ook even om te snappen, ze zei maar “talla” en we snapte het maar niet, pas toen wij later “euro” zeiden werd het misverstand opgelost!), konden ons dus helaas niets verkopen. Hans heeft maar niet verteld dat hij het antwoordapparaat kreeg van zijn dochter, ahum...



Hoewel de kamer in onze ogen schitterend was, hadden ze de bedden duidelijk toch aangepast aan wat Koreanen gewend moeten zijn; dus ondanks dat we een echte matras hadden, was hij extra-keihard... pffff, zo erg kun je ze in Nederland gewoon niet eens krijgen volgens mij! Het was bijna net zo erg als de planken van de afgelopen hotels... We verheugen ons al op morgen, in Pyongyang hadden we namelijk als enigste plek deze reis een echte normale matras die voor westerse begrippen “gewoon” hard is, en niet granieten-vloer hard! We zaten op de tiende verdieping en op de twaalfde verdieping was een bar met karaoke, waar er tot ik rond 23 uur ging slapen nog vrolijk gezongen werd. Gelukkig was het zachtjes in de verte en dus niet storend... Hans was moe en ging eerder slapen, hij heeft er ook weinig van gemerkt gelukkig maar werd wel om 23:30 wakker van een of andere grapjas die op de deurbel drukte! En blijkbaar is dat bij al onze medereizigers ook gebeurd rond deze tijd!

free counters