Zaterdag 24 augustus: Kumgangsan – Pyongyang, 315 km

Het ontbijt was een nog net een beetje lauw omeletje (Hans en ik waren de eerste aan tafel) en enorme hompen licht getoast zoetig brood dat zo dicht en droog was dat je het amper weg kreeg, ook niet met de jam en boter die op tafel stond... Bijna iedereen gaf het halverwege de eerste boterham al op! Wij en de anderen, met name Richard worden onderhand aardig melig van de vele koude maaltijden die we hier in Noord Korea krijgen, dus de grappen vliegen over tafel...



Vanochtend stond een wandeling van 8 kilometer op het programma in het gebied van Mount Kumgang, wat een schitterend gebied is. Het zijn hoge, steile granieten rotsen, bedekt met bossen en met prachtige groene meertjes tussen de enorme boulders in de riviervallei, en mooie stroomversnellingkjes en watervallen. Echt heel mooi, en we hebben genoten van de wandeling al hebben we ook gezweten als een paard want het was een redelijk steile klim en natuurlijk zoals heel deze reis bloedheet en vochtig...



We waren vroeg op pad gegaan, rond 8:30, en het was daardoor nog heel rustig in het gebied. We hadden daardoor ook moeite om ons te realiseren dat we nog in Noord Korea waren – het voelde zo onwerkelijk aan! De wandeling was 4 kilometer heen naar een waterval en dan weer 4 kilometer terug via dezelfde weg, want de andere weg was nog eens een stuk steiler dan deze en werd nog aan gewerkt. Onderweg naar de waterval kwamen we langs hele mooie diepe poelen groen en turkoois water tussen grote rotsblokken of in voor de rest gladde rotswand. Echt heel mooi. We deden Hwang onderweg wat woordjes Nederlands leren maar al gauw realiseerde we ons als groep dat ze alles wel heel snel oppikte, ze heeft duidelijk een flinke talenknobbel! Als je de betekenis van een woord vertelt en het haar 2-3 keer laat herhalen, zal ze je een half uur later verrassen door opeens in jouw onderling Nederlands gesprek dat woord eruit te pikken en laten weten dat ze nog weet wat het betekent! En dat is niet zo best als je af en toe onderling nog eens een opmerking maakt die niet zo aardig is naar het regime toe... Dus we zijn er op een gegeven moment maar mee gestopt en alleen onschuldige woordjes zoals cijfers vertellen, en dingen zoals haar naam (zij heet, vertaald, “Goud Zilver Ster”) en woordjes zoals “heel mooi” en zo. Het kan zeker geen kwaad dat ze verstaat dat we regelmatig “heel mooi” zeggen!



Bovenaan bij de waterval, die verder niet zo heel spannend was, was een klein paviljoentje gebouwd en stonden wat dames drankjes te verkopen. Tegen woekerprijzen, uiteraard, maar als de enige andere optie 4 kilometer verderop en een paar honderd meter naar beneden is, kun je gerust 2 euro vragen voor een gekoeld blikje fris in plaats van een paar dubbeltjes... we hebben hier even gezeten en genoten van het uitzicht, en van een klein gestreept eekhoorntje dat in de buurt rondsnuffelde. Onderweg naar boven hadden we regelmatig teksten in rotsen uitgehouwen gezien; soms klein, maar soms metersgroot op de bergwanden. Naar mijn idee was het geen Koreaans, het leek Chinees; boven in het paviljoentje vroeg ik dit dus aan Hwang en zij bevestigde dat het Chinees was. Blijkbaar als men in dit soort landen iets heel mooi vindt in het landschap dat schreven ze dat vroeger er letterlijk bij, en het was (zeker vroeger) als Koreaan sjiek om Chinees te schrijven... Ach, het ziet er in onze Westerse ogen in ieder geval beter uit om van die Chinese tekens te zien staan dan “Hans en Jooske waren hier 2013-08-24”...



Terug naar beneden lopend zette Hans en ik een lekker tempo in, en kwamen we hordes Koreanen tegen met picknickmandjes en transistorradiootjes... Ze gingen er weer een dagje op uit! We hoorden regelmatig het woordje voor Nederlanders en iedereen groette ons ook enthousiast – een vrouwtje riep zelfs “I love you” naar ons! Anderen van onze groep die langzamer liepen hadden nog met de Koreanen die ze tegenkwamen gedanst en gezongen, wij daalde zo snel af dat we vaak al voorbij ze waren voor ze er zelf erg in hadden zeker...



We kwamen onderweg naar beneden weer een Nederlander tegen die we ook even in Hamhung beach resort gesproken hadden; hij was toen pas net begonnen aan zijn reis, en nu gingen ze de berg op terwijl wij naar beneden kwamen, dus we hebben ze er alvast op voorbereid dat het nog een hele klim was maar wel heel mooi. De toeristen doen hier toch wel allemaal min of meer een vast programma – er zijn wel verschillende soorten routes, maar er is verder weinig ruimte voor alternatieven dus we zullen dezelfde mensen nog wel meer tegenkomen!



Terug bij het beginpunt van de wandeling gekomen, een klein pleintje met wat eettentjes, regelde Hwang weer op ons verzoek ijsjes voor ons bij een tentje: kleine bordjes met bananensoftijs, hmmmmmm lekker!! Dat was genieten... Iets verderop had Tjué zichzelf op een plekje langs het pad geïnstalleerd met de lunchpakketten en flesjes drinken die hij uitdeelde; gebakken plakrijst en wat hapjes, eigenlijk een prima lunch (al was hij dan koud, natuurlijk), en we hebben dus best lekker gegeten voor deze maatstaven. Na de lunch was het weer terug in de bus om richting Wonsung en uiteindelijk Pyongyang te rijden. Het zou weer een late dag worden want we vertrokken om 12:15 uit Kumgang, Wonsung was hiervandaan nog zo’n 115 km, en Pyongyang daarna nog eens 200 km, en we rijden hier gemiddeld 50 kilometer per uur... minstens 6,5 uur rijden zonder pauzes of stops meegeteld dus! En dan stonden er onderweg nog wat pauzes gepland en wat punten op het programma. Pffffff...



Hans en ik hebben vandaag, omdat we veel door het platteland reden, ons best gedaan om de steenkool-stokende vrachtwagens op de foto te zetten. Maar Tjo rijdt zo fanatiek (hij heeft zich qua rijstijl weinig aangetrokken van de schade van gisteren duidelijk, en rijdt nog als een bezetene) dat we meestal nauwelijks de kans krijgen. En ondanks Tjo’s ruwe rijstijl lijken de vrachtwagens toch op de een of andere manier harder te rijden want we halen er nooit eentje in, ze komen ons enkel tegemoet. Je kunt hier trouwens niet hard rijden; Tjo rijdt naar omstandigheden te hard, hij knalt ons met volle vaart over alle hindernissen op de weg, en gemiddeld rijden we maar zo’n 50 km/uur. Maar die betonplaten wegen hier zijn vaak aan alle kanten stuk dus je hort en stoot en hobbelt voort... Ach, het schudt je af en toe even letterlijk wakker als we weer eens met alle wielen van de grond komen omdat Tjo te wild over een gat of bobbel rijdt!



Hier in de bergen zijn veel tunnels natuurlijk, en heel vaak bij de wat langere tunnels is er aan de ingang een klein kijkgaatje in de muur – daarachter is een hokje waar iemand kan zitten, en ik heb de indruk dat de meeste tunnelhokjes zelfs vandaag nog altijd bemand zijn. Als de omgeving zich niet leent voor zo’n tunnelhokje (keiharde steile rotswand bijvoorbeeld) dan is er vaak iets verderop net iets verscholen achter de berm een wachthuisje met een soldaat. Waar is het toch goed voor, tegenwoordig, behalve controle van je eigen mensen en werkverschaffing???


Na een dik uur rijden over dezelfde weg terug – we zullen hier veel heen en weer op dezelfde wegen rijden denk ik, er is namelijk niet zo’n grote infrastructuur – kwamen we weer bij het theehuisje “Sijung Lake” voor een plaspauze. Dit keer hebben we maar geen EI-sje genomen, en ik overwoog nog even om te gaan plassen maar de zeer penetrante lucht uit het hurktoilet deed me besluiten dat ik het nog best wel een paar uur of indien nodig de hele dag zou kunnen volhouden... Wat ben ik toch blij dat ik een grote blaas heb! Met dit weer doe ik het drinken een beetje doseren, zodat ik niet uitdroog maar ook nauwelijks hoef te plassen omdat het er toch uitgezweet wordt... terwijl we op het balkonnetje van het theehuisje stonden zagen we 4 blanken mannen. Ze waren niet op vakantie, ze drogen namelijk nette broeken en bloezen; en eerst konden we de taal niet achterhalen, tot Hans opeens een ingeving had en vroeg aan ze of ze misschien Fins waren; dat klopte, en het bleken zakenmannen te zijn! Dus wij hebben even met ze gekletst en vroegen natuurlijk wat voor zaken – de ene kwam uit de metallurgische sector, de ander werkte bij een agrarisch bedrijf. De andere twee weten we niet, maar het bleek dat ze op een soort handelsmissie waren en hoopte (het was nog niet rond) wat deals hier te kunnen sluiten zodat hun bedrijven na respectievelijk 20 en 40 jaar weer terug zouden kunnen komen in deze regio. Volgens hen waren er nieuwe kansen nu de nieuwe leider Kim Il Un aan de macht was, hij was wat vrijer in zijn interpretatie van het regime blijkbaar. Ze waren even een dagje aan het ontspannen en onderweg naar Kumgangsan waar wij net vandaan kwamen, en ze zeiden nog wel dat het beeld van het drukke strand niet het hele beeld was, maar wij gaven al aan dat we dat wel snapte, maar dat het toch wel leek aan te geven dat de mensen hier ondanks alles kunnen genieten en blij zijn.



Na nog een tijdje rijden kwamen we in Wonsung aan, en het bleek dat we hier alsnog het treinstation en de artgallery gingen bezoeken die we gisteren door de lange rit niet meer hebben kunnen doen. Het treinstation was eigenlijk te triest voor woorden; weer een voorbeeld van hoe alles wat die man Kim Il Sung ooit aangeraakt heeft gerestaureerd en bewaard wordt als museum. In dit geval dus een treinstation waar hij de Japanners overwonnen had of zo... Er was niets meer over van het treinstation behalve de hal met de loketjes, er was zelfs geen echt perron of rails meer... Maar wel een grote hal met klimaatcontrole waar de trein bewaard werd waar Kim in gereisd had, met in de coupe met houten bankjes één bankje met canvas bekleed, want daar had hij gezeten... In plaats van een religie hebben ze hier een mensenverering, en fanatieker dan een hoop religieuze landen. Af en toe is het gewoon niet te bevatten hoe je één man zo tot god kunt verheffen.



Na het haast lachwekkend (en je moet serieus blijven, je kunt er moeilijk om gaan lachen) treinstation werden we naar de artgallery gebracht, en Hans en ik hadden echt van te voren zoiets van, laat ons maar in de bus dit wordt niets voor ons. Maar je gaat natuurlijk mee, je moet alles meepakken wat je kunt in zo’n land, en we waren heel erg prettig verrast door wat we zagen; de kunst was te koop, helaas vreselijk duur, maar er waren twee prenten die we allebei echt heel graag hadden willen hebben. Het straatbeeld van de vrouwen vonden we allebei heel mooi, alleen het was jammer dat het blauwe bord zo groot geschilderd was, want het haalde continu de aandacht van de dames af. Maar het mooiste vonden we denk ik toch wel een grote hout- of linoleumsnede (ik denk hout, linoleum lijkt me te duur voor dit land) in oranje en zwart, met wit van het papier. Alleen ze vroegen er 5000 euro voor, en tja, ze hebben geen creditcardfaciliteiten in dit land en wij dragen ten eerste niet zo veel geld cash in onze zak rond, en ten tweede vonden we dat echt veels te veel voor de prent, al waren we er allebei wel gelijk een beetje verliefd op – en dat hebben we niet gauw met prenten en zo, want we weten dat we ze bijna nooit kwijt kunnen in huis. Maar deze was echt heel mooi en zou zo vreselijk mooi in onze woonkamer passen; we hebben een grote witte muur, en een oranje en zwarte televisiemeubel!Ik mocht helaas geen foto’s maken in de gallerij anders had ik wel geprobeerd een betere foto te maken, deze moesten stiekem en gauw...



In de bus onderweg naar Pyongyang legde Hwang uit waarom iedereen een speldje droeg, en waarom die alleen voor Koreanen is; ze krijgen deze opgestuurd vanuit de staat, bij speciale gelegenheden worden er nieuwe ontworpen, en ze dragen ze om hun eeuwige (en inmiddels morsdode) leider in hun hart te dragen... Maar wat we niet wisten is dat je hier als kind op je vijfde volgens mij al in een soort kinder-ideologiegroep gaat, en op je achtste naar een jeugdgroep gaat, waar je dus op je viertiende je eerste speldje krijgt en mag gaan dragen – als bewijs dat je echte Koreaan bent en de leer inmiddels goed kent zeker. Buitenlanders kunnen er om die reden dus niet aan komen, of ze moeten een speciaal schriftelijk verzoek indienen bij de Koreaanse staat, dat dan al dan niet afgewezen wordt.



Bij de volgende plaspauze, bij het theehuisje bij de dam, besloot ik dat dit verhaal een goed excuus was om te vragen of ik van Hwang (zij is het meest benaderbaar) haar speldje een foto mocht maken, om thuis te kunnen laten zien. Ik had enigszins verwacht dat ze daar moeilijk over zou doen, dus had me al voorbereid en stelde de vraag ook zo van dat ik wel verwachtte dat ze het niet zou willen, maar ze vond het gelukkig geen probleem. We hadden hier bij dit theehuisje de vorige keer mangosap in blik gekocht, dus besloten we nog een blikje te kopen; dat bleek nog een hele onderneming want de winkeltjes waren dicht, en Tjué die opeens een vlaag van klantvriendelijke bedrijvigheid kreeg (hij bemoeit zich zoals gezegd normaal gezien niet zo met onze beslommeringen, dat laat hij aan Hwang over…) nam het op zich om ons aan blikjes mangosap te helpen! Uiteindelijk is het gelukt, en hebben we lekker koude mangosap gedronken... Ik hoefde hier trouwens niet eens te overwegen of ik wel wilde plassen, de urinelucht kwam ons al buiten het theehuisje tegemoet, brrrrr... Ik kon nog best een paar uurtjes wachten!



We moesten weer eens een dag eindigen met in het donker rijden, en het was duidelijk dat Tjo ook behoefte had om aan te komen want hij zette er goed de vaart in. Het is hier een heel avontuur om in het donker te rijden, want het is echt donker, en er zit (ook in het donker) permanent van alles langs de weg; mensen zitten, liggen, hurken, staan, slapen op de randen van de weg... Kinderen spelen dammen op zelfgetekende damborden op het beton, of doen hun huiswerk, vrouwen leggen de was erop te drogen, of grote vlakken mais, mannen zitten te kaarten of lekker te slapen. Of hebben de helft van de weg in beslag genomen met een volledig uit elkaar gehaald motorblok terwijl ze zitten te knutselen onder de motorkap en de vrouwen een picknicklaken gespreid en gedekt hebben... En dat dus allemaal ook gerust in het donker, zonder licht, en waarbij niet alle tegenliggers het nodig vinden om continu licht te voeren. pffff! Af en toe staan je haren overeind!



Maar we hebben veilig Pyongyang gehaald en zagen in de verte al ons hotel staan, eveneens de Juche Tower met de grote rode vlam bovenop die dus ook rood verlicht was... bij het binnenrijden van de stad hebben we nog even van het straatbeeld kunnen genieten, en na zo’n lange rit waren we tegen de tijd dat we in het hotel aankwamen redelijk melig geworden. We reizen inmiddels al weer een weekje rond dus we beginnen onszelf heel stoer te vinden, en ondanks dat dit zogenaamd het afluisterhotel is, zaten we dus te geinen in de lift naar boven voor het cameraatje. We werden helemaal melig toen bleek dat onze kamers de afgelopen dagen niet gebruikt waren; we vonden het al grappig dat we specifiek dezelfde kamers kregen als vorige keer, en ze waren netjes opgemaakt, dat wel, maar er was duidelijk verder niemand anders in geweest want de sloffen die Hans gedragen had stonden nog precies zo naast het bed en de shampootjes waren nog halfvol van de vorige keer! En we weten zeker dat de rest van deze reis er ook verder niemand gebruik van zal maken... Ongelofelijk!



In het Chinees restaurant bleef de meligheid aanhouden, want ondanks een heerlijk bordje dumplings was onze zogenaamde “Chinese” maaltijd net zo Chinees als ikzelf, het was gewoon precies dezelfde zooi als de rest van deze reis; rijst, soep, gebakken vis én gebakken kip in dit geval, en iets van groente. De dumplings waren in ieder geval heerlijk, daar hebben we echt van genoten... En we hebben ook genoten van onze heerlijke zachte Westerse matrassen, heerlijk! Ok, in een ander land hadden we waarschijnlijk geklaagd over hoe hard ze zijn, maar hier zijn ze in verhouding tot de rest heerlijk, pffff...

free counters