Zondag 25 augustus: Pyongyang – Ryonggang, 60 km

Vandaag was dan de dag dat we eraan moesten geloven en ons netjes aankleden om het mausoleum van de “grote leider” te bezoeken. We hadden voor Hans zelfs een stropdas bij en het is dat ik niet zeker wist of we daarna nog een hele dag zouden lopen anders had ik serieus overwogen mijn hoge hakken mee te nemen. In de praktijk viel het best mee voor toeristen maakte het duidelijk niet zo heel veel uit zolang je maar geen sandalen of korte broeken/rokken droeg, en je schouders bedekte. Maar goed, die stropdas heeft Hans speciaal moeten lenen van de buurman van zijn moeder – hij draagt al 20 jaar geen stropdas meer, en daarvoor ook nauwelijks... En die stropdas was helemaal hiernaar toe gekomen, dus dan zou hij hem vandaag ook dragen ook! Gelukkig had de buurman de stropdas alvast in Nederland gestrikt, dus Hans kon hem zo over zijn hoofd schuiven... Richard was ook al geen dagelijkse stropdassendrager en een van de andere twee mannen had goed moeten zoeken voor zijn stropdas, die hij voor het laatst op zijn trouwdag 25 jaar geleden gedragen had!



Het hotel was vol toeristen vanochtend. Blijkbaar kan het mausoleum alleen op donderdagen en zondagen bezocht worden, en hebben ze alle verschillende toeristenroutes die nu bezig zijn vandaag laten samenkomen in Pyongyang om gezamenlijk naar het mausoleum te gaan. Ik denk dat er zeker 50 man gelijk met ons aan het ontbijt zat, en al met al stonden er toch zeker 5 bussen buiten, misschien waren er wel tegen de 75-100 buitenlandse (Westerse) toeristen in Pyongyang vandaag. Aangezien dit het enigste hotel is in Pyongyang dat voor de toeristen gebruikt wordt denk ik dat ik dat wel zo kan inschatten!



Wij vertrokken zoals meestal deze reis om 8:15 uit het hotel – vandaag hoefde we echter niet gelijk ’s ochtends uit te checken, maar konden we de bagage laten staan tot na de lunch. In- of uitchecken is hier sowieso een groot woord, als we de hotellobby binnenstappen liggen de sleutels vaak al klaar, alles is al van te voren doorgegeven. En uitchecken is hetzelfde verhaal; meestal leveren we gewoon de sleutel in bij Hwang of de receptie en hoeven we verder nergens naar te kijken. In de bus kregen we nog allerlei last-minute instructies over het mausoleum, alleen ze werden verteld door Tjué en zijn Engels is niet zo heel sterk, plus hij heeft een erg zwaar accent, dus als hij dan ook nog eens in de microfoon van de bus aan het praten is gaat driekwart verloren. Het was ons in ieder geval wel duidelijk inmiddels dat het een serieuze bedoeling is!



Het mausoleum was natuurlijk een enorm gebouw, en van buiten tijdens het aanrijden zagen we al dat het bijzonder pompeus was; grote tuinen erom heen, enorme pleinen, fonteinen, alles was grootser dan groots opgezet. Tot vorig jaar was het mausoleum dicht omdat ze het aan het restaureren waren, dit jaar is het voor het eerst sinds een paar jaar weer toegankelijk voor het publiek. Onze bus stopte op een parkeerterrein een heel eind van het gebouw af, waar er steeds een tram stopte bij een lange overdekte wandelgang; soldaten in uniform en burger-Koreanen in hun allermooiste kleren (vrouwen vaak in de meest prachtige traditionele jurken) stapte uit, vormde nette rijen en liepen haast in formatie de lange wandelgang door die rondom het parkeerterrein aangelegd was richting een gebouw aan de ene zijde van het parkeerterrein waarvandaan een lange rechte overdekte gang richting het hoofdgebouw liep. We mochten geen foto's nemen helaas!


Hans trok zijn stropdas aan, Richard (die tot nu toe een T-shirt gedragen had) trok nog even een nette bloes aan, en we waren allemaal klaar om uit te stappen. Op het parkeerterrein gaf Tjué aan dat we niet mochten fotograferen, wat jammer was want de Koreaanse vrouwen zagen er vaak prachtig uit. Wij moesten buiten wachten (geen petjes, parasols of andere dingen toegestaan uiteraard) terwijl hij in een klein gebouwtje nog iets ging regelen – entreekaartjes zeker voor het mausoleum??? Waarschijnlijk in ieder geval om ons in te schrijven, in dit soort landen moet je namelijk iedere beweging die je maakt rapporteren... Het bleek dat we moesten wachten tot alle bussen met toeristen er waren, en dan zouden we gezamenlijk als grote groep door het mausoleum lopen... Ik denk dat we een kwartiertje hebben moeten wachten tot de laatste bus er was, en toen moesten we in de wandelgang in rijen gaan staan, per groep natuurlijk. Tussen de verschillende reisgroepen werd even een tel gewacht, en dan mocht de volgende groep gaan lopen. Tjué dirigeerde alles en leek helemaal in zijn element; continu opdracht geven om in formatie te gaan lopen of te stoppen... Ik heb al lopend stiekem een foto gemaakt.



We liepen de lange open wandelgang door naar het gebouwtje aan de zijkant van het parkeerterrein; van hieruit liep een enorm lange overdekte gang met spiegelend glas langs een zijkant van het enorme terrein van het mausoleum, om dan ter hoogte van het mausoleum zelf naar rechts te slaan richting het hoofdgebouw. Gelijk bij het binnenstappen van deze eerste gang om het terrein heen stonden grote airco’s te blazen, en speelde zachtjes stemmige muziek. Af en toe stond er een Koreaanse dame in een traditionele jurk van zwart fluweel in plaats van de gebruikelijke zuurtjeskleuren in een soort zijde of tule. Die deden niets, ze stonden er enkel. Wat een baantje... In de lange gang waren rolpaden en roltrappen, we hoefde gelukkig niet alles zelf te lopen. We moesten over ontsmettende borsteltjes en matten lopen (stiekem een bewogen foto hiervan genomen), en langs een grote kast van bruin glas waar we vermoeden dat gammastraling uitgezonden werd om bacteriën te doden. Ergens halverwege moesten we alles van fototoestellen en andere dingen inleveren. Je mocht alleen een bril bij je houden en wat geld, voor de rest moest alles uit je zakken. We hadden al niets meegenomen want dit wisten we gelukkig al. Maar onze fototoestellen en zo werden keurig in een garderoberuimte ingenomen en apart gelegd met een nummertje.



We moesten daarna nog langs soldaten met metaaldetectors lopen, waar je zakken nog eens uitgebreid gecontroleerd werden. Toen weer eindeloze gangen, rolpaden en roltrappen op en af, tot we duidelijk in het hoofdgebouw begonnen te komen; we kwamen in een grote, brede portretgalerij vol met grote portretten van alle fotomomenten die Kim il Sung volgens mij ooit gehad heeft, en aan het einde hiervan door hoge houten deuren beslagen met koper en met deurknoppen van volgens mij een of ander halfedelsteen. Door deze deuren kwamen we opeens in een balzaal met enorme kroonluchters en een groot tapijt in het midden, de muren en alles (al heel de tijd al trouwens) van marmer en graniet. Op de muren en deuren waren ook gekleurde stenen ingelegd waarvan het me niet had verbaasd als dat ook halfedelstenen waren geweest. Wat een energie en dus geld er in dit gebouw alleen al niet aan airconditioning besteedt wordt is ongelofelijk – en dat voor een dooie!


De balzaal leidde naar een andere balzaal, waar het beeld van Kim Il Sung stond. Hier moesten we oplijnen, een rij tegelijk, op een in de vloer ingelegde lijn om naar het beeld te buigen, voor we rechtsaf sloegen naar een andere balzaal die leidde naar verschillende poortjes in een muur; hogedruk ruimtes waar je door heen moest lopen en alle eventuele stofjes nog even van je afgeblazen werden... Wat had ik toch graag foto’s gemaakt van al deze onzin!


Na de hogedruk poort kwamen we in een soort (ook weer enorme) voorkamer, een ruimte met plafonds van misschien wel 6-8 meter? Hier moesten we ons weer opstellen in rijen voor een dichte deur. Nu waren we dan eindelijk klaar; gefouilleerd, ontsmet, schoon geblazen en bestraald, om de laatste rustplaats van de “Grote Leider” te mogen bezoeken, het allerheiligste heiligdom lag achter die deur... De deur ging open en we werden een echt enorme ruimte ingeleid, verduisterd, met zacht rood licht hoog in het plafond, stemmige muziek, een erewacht in iedere hoek, en in het midden opgebaard in een glazen kist onder een rode doek en stemmig verlicht het lijk van Kim Il Sung. Door middel van kleine touwhekjes werden we naar zijn voeteneind geleid, daar moest een rij zich opstellen, buigen, doorlopen naar zijn rechterzij (linksom dus), weer opstellen, buigen, dan voorbij zijn hoofdeinde lopen naar de linkerzij, weer opstellen en buigen, en dan de ruimte weer uit. Ze hielden er een goed tempo in en iedere keer als een rij opschoof naar een andere kant van de kist moest een nieuwe rij aansluiten.


Na dit allerheiligste bezocht te hebben werden we een zaal ingeleid die vol hing met glitterende medailles en protserige oorkondes, de ene nog mooier dan de andere... Iedere universiteit waar hij ooit een eredoctoraat had gekregen, iedere medaille, eremedaille en herdenkingsmedaille die hij ooit gehad heeft, iedere brief of ereburgerschap die hij ooit van een ander land of stad ontvangen heeft, alles hing er... Wel opvallend was dat het allemaal van (voormalige) communistische of vergelijkbare regimes was, van Afrikaanse, Arabische of Zuid-Amerikaanse landen, of Europese landen in vroegere tijden toen de regimes minder liberaal waren. Daarna mochten we ons nog even vergapen aan zijn favoriete auto, golfkarretje, schip en treinstel, alles opgesteld in grote hallen ter meerdere eer en glorie. Op de muren hingen kaarten van Korea en de rest van de wereld (Korea stelt zich hier trouwens op als het middelpunt van de wereld op landkaarten), en door middel van lichtjes en lijnen werd aangegeven waar hij overal geweest was tijdens zijn leven. We waren het onderhand helemaal beu, en gelukkig werden we hierna weer terug door de ellenlange gangen geleid naar de garderobe en daarna naar buiten via een zijdeurtje. De logistiek van het geheel was vlekkeloos, het was gewoon onmogelijk om verkeerd te lopen, het liep zo gestroomlijnd! We waren blij dat we naar buiten konden, weg van dat bandje met eeuwig spelende stemmige muziek! Pffff... En het is moeilijk voor ons om te bevatten maar het wordt als een eer gezien voor iedere Koreaan om hier in dit protserige patserige monument rond te mogen lopen, ongeacht hoe slecht ze het zelf ook mogen hebben. Die man wordt vereerd als een god, en ze zijn ongetwijfeld overwegend trots dat ze dit voor hem gebouwd hebben.


Buiten in het park was het gloeiend heet, maar hebben we nog even rondgelopen en gekeken naar de Koreanen zelf die daar flaneerde of poseerde met het mausoleum op de achtergrond. Er liepen hele scholen vol kinderen in hun mooiste uniform; het was dan wel een zondag, maar het was ook een feestdag, de dag waarop Kim Il Sung had besloten de “Army First Protocol” in te stellen – in andere woorden, het leger moest eerst komen in alles, dan kwam de rest.



Ook hebben we gekeken naar de vele mensen bezig in de tuinen, grassprietje voor grassprietje planten of bomen schoonspuiten, er stonden zelfs vliegenlampen in het gras om insecten te vangen! De zinloosheid straalde er aan alle kanten vanaf maar er werd bloedserieus gewerkt... Na een tijdje werden we weer naar de bus gebracht en konden de stropdassen uit. Ik kon onderhand na dat anderhalf uur dat we besteed hebben in het mausoleum de stomme grijs van de smoel van die vent er wel afslaan, ik kon zijn gezicht gewoon bijna niet meer aanzien!



De volgende halte op het programma was het Anti-Japanese Revolutionary Martyrs Cementary... Een berg hoog in de stad vlak bij het mausoleum, met ontelbare trappen die we gelukkig niet allemaal hebben hoeven lopen. Het leek er heel even op dat Tjo met bus en al de trappen op zou knallen (gezien zijn rijstijl was dat geen echt grote verrassing geweest) maar hij nam een zijweggetje die ons tot aan de laatste trap bracht. De berg bevatte honderd bronzen standbeelden die uitkeken over de stad, van de meest belangrijke soldaten en generaals die gevochten hadden tegen de Japanners... Volgens Hwang was dit zo gedaan omdat deze mannen in hun leven niet het nieuwe Korea hadden mogen zien, en daarom nu zo als beelden weggezet waren zodat ze dan tenminste in de dood over de nieuwe stad en het nieuwe Pyongyang konden kijken. We moesten hier natuurlijk weer een bloemetje leggen bij een enorm monument (ze zijn hier echt dol op hun monumenten), en toen konden we weer in de bus stappen naar het volgende punt op het programma (jaja ze hadden niet overdreven, we worden hier wel beziggehouden!).



Onderweg naar de metro, onze volgende stop, kwamen we nog even langs een lange naald die over de weg stond; de Eternity Tower of zoiets. Een monument voor de eeuwige liefde van het Koreaanse volk voor de “Grote Leider” of zoiets... De metro was gewoon een metro zoals alle metro’s, Hwang legde uit dat ze het westen van de stad nu met 17 haltes hadden ontsloten, en nu bezig waren met het oosten van de stad ook aansluiten op de metro. Wij hadden in de reisverslagen de wildste verhalen gelezen; dat de mensen in de metro acteurs waren, dat de metro alleen een toeristenattractie was en niets meer, dat er maar vijf haltes waren… Hoe komen mensen hier toch op? Het was een gewone metro met wat simpele perrons en wat hele mooie perrons; iedereen die weleens in Londen is geweest heeft daar toch echt hetzelfde gezien – sommige perrons zijn prachtig versierd, andere simpel en functioneel. En de mensen die we in de trein zagen waren heus normale mensen. Dat mensen in de metro misschien niet allemaal even gelukkig keken kijk ik ook niet van op, dat doet iedereen in het openbaar vervoer over heel de wereld...



De perrons waar we uitstapte om ze te bekijken hadden de namen Revival (herleving), Honour (eer), en Triumph (Triomf). De mozaïeken aan de muren waren schitterend gemaakt en een mooi voorbeeld van communistische stijl kunstwerken. Het perron van Honour had met name ook prachtige bloemenmozaïeken; wat een handarbeid en tijd en werk is daar in gegaan!



Bij Triumph stapte we uit om de Arc de Triomf te kunnen bewonderen die bovengronds stond. Na nog even het dichtbij gelegen mozaïek te hebben bewonderd konden we al weer in de bus stappen, waarna we naar ons hotel gebracht werden en bovenin op de 47e verdieping in het draaiende restaurant zouden gaan lunchen. De lunch was weer eens toeristen-voer, en tijdens het eten draaide de vloer waar we op zaten heel langzaam – eigenlijk een beetje te langzaam, je kon je hersenen niet goed duidelijk maken of je nu wel of niet bewoog...



Na de lunch konden we onze spullen inpakken (wij waren al ver klaar) en hebben we even de handdoeken scheef gelegd in de badkamer; de kamer was al schoongemaakt en wij vermoeden namelijk dat er niemand meer inkomt tot de volgende keer dat we hier slapen, over twee nachten... Rond 13:30 stond iedereen weer beneden met zijn tassen, klaar voor de rest van het programma. Eerst zouden we nog naar Moranbong Park gaan, een park in Pyongyang waar veel Koreanen graag komen picknicken en wandelen, zodat we contact zouden kunnen zoeken met ze... “Entree” volgens Tjué was een euro per persoon. Echt niet!!! Maar goed, laat Tjué maar sjacheren zullen we maar denken... We moesten dit keer een heleboel trappen op, en sommigen in de groep hadden al zoiets van het is nep, we gaan helemaal geen mensen zien, toen we eindelijk boven kwamen en een mooi boomrijk parkje zagen. En inderdaad er zaten nog best wel wat mensen te picknicken, maar meer dan glimlachen en zwaaien konden we niet echt want Tjué zette een stevig marstempo in om ons snel door het park te jagen...



Ach ja dan maar veel zwaaien en glimlachen! Op een gegeven moment kwamen we bij een paviljoentje naast ons pad waar een familie lekker zat te eten, en hier konden we wel contact zoeken – of liever, we lieten Tjué lekker doorstomen, Hwang was toch bij ons en die is veel relaxter en laat ons wat meer onze gang gaan. De familie zat lekker te eten en eentje kon toevallig wat woordjes Engels dus hij wilde graag contact zoeken, met name met Jessica; hij deed ons een beetje de verschillende familieleden voorstellen, en vroeg af en toe iets aan Hwang, maar zij deed dan alsof ze het niet hoorde – de gidsen willen niet te veel tolken merken we. We hebben wel even gelachen en leuk contact gehad want de oma wees mij er op een gegeven moment op dat haar kleinzoontje met cicaden in zijn handjes rondliep, dat die geluid maakte. En ik stak mijn hand uit zo van, geef maar eentje. Dat vonden ze natuurlijk prachtig dus ik nam er eentje van haar aan, en gaf hem nadat ik uitgekeken was weer terug aan haar kleinzoontje, die er nog drie vasthield. We hadden gemerkt dat Hwang inmiddels helemaal naar de andere kant van het paviljoen was vertrokken, die moest er niets van hebben, dus ik gebaarde weer naar het jongetje van een jaar of vijf om nog eens zo’n beest aan te geven, en toen zijn oma snapte wat ik bedoelde legde zij het uit aan hem, met een brede grijns. Toen ik weer zo’n beest had ging ik heel overdreven Hwang ermee achterna, die natuurlijk als een haas ervandoor ging, en iedereen kon daar erg om lachen! (we mochten geen foto's maken, ik heb wel stiekem een of twee gemaakt)



Bij een tempel aangekomen die over de stad uitkeek wilde we wat ijsjes kopen van een vrouwtje met zelfgemaakte koelbox, maar Tjué rook weer een financieel kansje en bood aan om tussenpersoon te spelen; daardoor werd het ijsje wel een stuk duurder per persoon, maar goed... Op zich werden we wel redelijk vrij gelaten in het park – Tjué liep mijlenver voorop, en Hwang liep meer achterop, maar wij liepen tussenin en werden dus niet in de gaten gehouden. Maar ja, meer dan glimlachen en zwaaien kun je al niet doen, niemand spreekt Engels. Het was in ieder geval wel leuk om toch even rond te lopen. Op een gegeven moment kwamen we bij een concertgebouw uit, waar de rest van de groep naar een concert ging luisteren – weer een van Tjué zijn schnabbeltjes, kaartjes kostte 20 euro per persoon. Nou als een concertkaartje in dit land 20 euro kost dan komt Kim il Sung zeker zelf spelen, dat bestaat niet. Waarschijnlijk steekt Tjué dus heel wat van dit soort zaakjes in eigen zak. Ach ja, we zien het maar zo, de eerste tekenen van het verval naar het kapitalistische kwaad zijn dus ingetreden!



Hans en ik hadden beleefd geweigerd voor het concert, wat Tjué begrijpelijkerwijs heel jammer vond, en wij bleven dus met Jessica en Hwang buiten. Hwang bracht ons – lopend, op ons verzoek – naar een klein winkelcentrumpje met een supermarkt waar we onze ogen uit keken. We hebben tot nu toe namelijk nog nauwelijks een bekend buitenlands merk gezien, maar hier stond het er vol mee; kaas uit Nederland, nutella, m&m’s, melk uit Rusland, zelfs guave-sap van hét bekende vruchtensapmerk uit Zuid-Afrika, Ceres! Ongelofelijk... Alles was wel aan de prijs, een 500ml flesje cola light kostte €1,05, bijvoorbeeld, wat in zo’n land heel veel geld is. Maar het geeft voor ons dus aan dat, als je maar het geld hebt, je hier ook alles kunt krijgen wat je wilt – mensen met goede banen kunnen in Pyongyang dus ook aan alle bekende buitenlandse voedselmerken en –sorten komen. En zo zullen er wel meer dingen zoals dit zijn hier. We kochten alleen een flesje cola light want Richard is gek op cola maar zelfs dat universele product is hier voor de rest nergens te krijgen in gewone winkels... Alleen hier dus! En na een weekje drooggestaan te hebben zal hij er dolgelukkig mee zijn!



We hebben nog even naar een westers bakkertje in hetzelfde gebouw gekeken, waar je taarten en brood kunt kopen zoals bij ons thuis, en binnengekeken in een luxe koffietent ernaast. Eigenlijk bizar om te zien allemaal... Toen was het al weer tijd om terug te gaan volgens Hwang, en al kletsend over allerlei onschuldige dingen (ik heb een beetje dingen over Nederland verteld, en zij stelde vragen over kleding en hoe duur schoenen zijn en zo), kwamen we weer bij het park uit waar onze bus stond. Maar onze buschauffeur was spoorloos en nam zijn telefoon niet op – hij lag lekker een dutje te doen achterin de bus! Pas na een tijdje kwam hij te voorschijn... Ondertussen moesten we nog zeker 20-30 minuten op de anderen wachten, dus ben ik maar foto’s gaan laten zien aan Hwang en vertellen over Hans zijn kinderen en moeder en ons huis en de tuin, enz...



Ze was zeer geïnteresseerd en ik had spijt dat ik naar Koning Aap geluisterd had; zij gaven aan dat het zinloos was om foto’s mee te nemen van je leefomgeving (een andere reisorganisatie gespecialiseerd in Noord Korea had dat aangegeven), maar ik merk juist aan Hwang met name dat ze zeer geïnteresseerd en nieuwsgierig is naar alles wat we doen. Helaas had ik dus geen foto’s van ons interieur bij, en voor de rest ook weinig foto’s van hoe we leven en zo, behalve een paar van ons barbecueënd in de tuin – dat was in ieder geval heel herkenbaar voor haar, want hier in Korea zijn ze ook dol op barbecueën! Ze vond het in ieder geval allemaal wel interessant, ook onze reisfoto’s die ik altijd bij heb (zo had ze nog nooit een foto van een kameleon gezien en wilde ze precies weten hoe en wat), en bedankte een paar keer voor het delen van de foto’s.


Toen de anderen terug waren van hun concert konden we weer vertrekken op weg naar het volgende punt; het zogenaamde geboortehuis van Kim Il Sung, waar zijn familie volgens de overlevering al honderd jaar had gewoond... Het gebouwtje zelf lag in een speciaal daarvoor aangelegd park, en was zo uit Disneyland geplukt, zo nep was het... Maar de oude foto’s die in een van de ruimtes (die je absoluut niet mocht betreden) waren wel erg leuk om te zien. Na even wat water gekocht te hebben, en nog een ijsje voor Hans, bij een kioskje (eigenlijk gewoon een koelbox met een dame erbij), was het tijd om de stad weer uit te gaan, richting Ryonggang, een plaatsje buiten Nampo, waar we in een “Spa Hotel” zouden verblijven, Koreaanse stijl!



De stad uit rijdend kwamen we bij de beroemde en vooral beruchte tienbaans snelweg. Enkel de ene helft was geasfalteerd, en die was afgesloten… Wij moesten op de andere weghelft rijden, want een en al hobbels en bobbels was want het was nog de ruwe ondergrond. Waarom die paar kilometer goed mooi strak asfalt (meer was het niet, als het al zo veel was) afgesloten was, was onduidelijk, maar Hwang legde in ieder geval wel uit dat toen ze begonnen aan de snelweg, ook al weer iets van vijf jaar geleden geloof ik, de brandstofprijzen zo hoog waren dat ze geen machines konden gebruiken, waardoor ze de weg met mankracht moesten aanleggen... En dat was dan weer de verklaring voor waarom het wegdek zo slecht was. Het feit dat ze nauwelijks noemenswaardig materieel hebben in dit land om zoiets te bouwen, en de vraag wat je in godsnaam moet met een tienbaans snelweg in een land waar weinig auto’s rijden, dat was niet relevant... We beginnen ons steeds meer te beseffen dat mensen het gewoon niet zien zoals wij doen; wij zien een andere werkelijkheid, maar in hun ogen zijn wij degene die gek zijn.



Iedereen begint onderhand moe te worden – we worden dan ook van hot naar her gesleept, en zitten vaak uren aan een stuk in die hobbelbus op hobbelwegen – dus zodra we weer goed op weg zijn ergens naar toe beginnen alle hoofden te knikkenbollen, ook die van onze Koreaanse gidsen Tjué en Hwang... Zolang de chauffeur Tjo maar wakker blijft!!!



Eenmaal in Ryonggang aangekomen moesten Tjué en Hwang ons even aanmelden bij de receptie, en wij mochten mee dus iedereen is even uit de bus gekomen om rond te kijken in het receptiegebouw. Onze kamers waren in chaletjes verderop blijkbaar. Ik nam bij de receptie een Engelstalige folder over het complex mee, en moest wel een beetje lachen bij het lezen, want er stonden hele verhalen in over hoe de kamers een speciaal bad hebben voor mineraalwater, instructies voor het badderen, en hoe gezond de radondampen in het water wel niet waren voor je… Nu is radon gas iets wat wij zo veel mogelijk proberen te vermijden in onze huizen, maar hier is het blijkbaar dus heel gezond om een kwartiertje (niet langer!!!) in zo’n radon bad te weken... En dan vertelt Hans er nog bij dat er in deze regio uranium gevonden is, dus werd iedereen helemaal melig natuurlijk over het idee om in zo’n “gezond” mineraalwater te gaan baden.



Tjo bracht ons na het inchecken tot aan de deur van ons gebouwtje – uiteraard, hij parkeert altijd zo dicht mogelijk bij de entree van iets – en Jessica onze Nederlandse gids werd zoals wel vaker in een geheel ander gebouwtje gezet. Hans en ik waren bijzonder onder de indruk van onze kamer; het zag er prima uit! En we hadden twee enorme bedden – weliswaar planken met een matje erop, maar toch lekker grote bedden... En we hadden stroom, iets waar we erg bang voor waren geweest deze reis maar wat tot nu toe enorm meevalt; we hebben overal tot nu toe stroom gehad, al moet je de apparatuur er wel lang aan laten hangen om volledig op te laden, de stroom lijkt wat zwak te zijn...



We hebben even gerust op onze kamer en de airconditioning geprobeerd wat hoger te krijgen, voor het tijd was om te gaan eten. Omdat we gezien hadden dat er weinig verlichting was op het terrein (ieder huisje zat een beetje afgelegen tussen de bosjes en bomen) hebben we ons koplampje uit Zuid-Afrika meegenomen toen we naar het hoofdgebouw liepen. Het was nu nog wel licht, maar daar zouden we straks blij mee zijn! We konden aanschuiven aan een grote ronde tafel in een zaaltje, en kregen vandaag best goeie dingen voorgeschoteld; meestal is het nogal eentonig deze reis – allemaal dezelfde flauwe toeristenhap. Je krijgt trouwens overal stokjes en bestek, en ik en een paar andere mensen vinden het leuk, meestal dan, om steeds met stokjes te eten. Hans eet gewoon lekker eenvoudig met mes en vork!



Tijdens het eten kwam de gids van de groep Finse toeristen die we al een of twee keer ontmoet hebben deze reis ook de eetzaal binnen; tot ieders verbazing begon hij flessen wijn en Finse aqua vita tevoorschijn te halen, en liep hij met de aqua vita naar de tafel waar onze Koreaanse gidsen zaten om met hen te toasten. Hij deed het heel beleefd, met zijn glas klinken onder de rand van het glas van de ander (ondanks dat zij hetzelfde bij hem probeerde) om aan te geven dat hij lager in rang was… Ze waren duidelijk allemaal een klein beetje overdonderd, maar Koreanen hier houden van drank dus ze vonden het wel prima, zo’n onverwacht borreltje! Toen stapte hij recht op Jessica af, onze gids, die altijd met ons mee-eet; en hij bood haar ook een borreltje aan, en gaf haar een zak snoepjes en een zak fudge, allemaal voor het overlast dat hij en zijn groep misschien zouden gaan veroorzaken, en voor het feit dat hij het blijkbaar zo fantastisch vond dat zij nog zo jong was en fris in dit vak, en het zo goed deed... Een heel verhaal, hij hemelde haar helemaal de lucht in, en Jessica werd roder en roder en verlegener en verlegener, ze snapte er helemaal niets van! Maar wij lachte ons een bult natuurlijk, want ze is eigenlijk wel op zoek naar een partner, dus wij begonnen al over dat Finland zo’n mooi land is, enz enz enz... Dat hij zo gay als het maar kan zijn is geeft niet!


Tegen de tijd dat wij al weer bijna klaar waren met eten kwam Tjué met een bord schelpen voor Hans aanzetten, en, toen anderen ze ook geproefd hadden en ze lekker vonden, bracht hij ook een bord voor de rest van de tafel mee. We hadden al gezien dat de schelpen uit een grote schaal kwamen die hij met Tjo en Hwang zaten op te smikkelen, en wij moeten vijf euro per bord aan hem betalen... Voor iemand in zo’n gesloten communistisch land heeft hij het kapitalisme aardig onder de knie volgens mij! Het waren blijkbaar lekkere schelpen, Hans en drie of vier anderen hebben lekker zitten smullen. Na het eten hebben Hans en ik nog wat flesjes water en sinaasappellimonade gekocht bij de bar, en wandelde we in het pikdonker terug naar onze kamer, maar we raakte verdwaald in de vele afslagen in het park. Hans probeerde zelfs dwars door de bosjes te lopen. Uiteindelijk vond ik ons gebouw net op het punt dat we in staat waren om terug naar het hoofdgebouw te lopen en overnieuw te beginnen!


Nu was het tijd voor ons radon/mineraal-bad… het bad was groot genoeg voor ons tweeën dus we zijn er samen ingegaan, al hebben we wel de wekker gezet op een kwartiertje! Eerlijk gezegd is zoiets niet echt besteed aan ons. We geloven niet in de zwaar overdreven gezondheidsclaims van een kwartiertje in mineraalwater dobberen. En in dit geval was het van nature warme bronwater ook nog eens “plakkerig” en rook het niet zo lekker. Dus tegen de instructies in hebben we onszelf lekker wel afgespoeld na ons kwartiertje! Hans heeft nog een tijdje liggen lezen en ik heb getypt en de administratie bijgewerkt, voor het tijd was om naar bed te gaan. Lekker op onze hard plank... Ach we hebben ergere planken gehad deze reis – deze was dan nog enigszins te doen. Of we beginnen eraan te wennen, dat kan natuurlijk ook! We verheugen ons wel steeds weer op het hotel in Pyongyang; die mag dan wel muf ruiken maar ze hebben daar de zachtste bedden en kussens (ook de kussens zijn namelijk vaak keihard) van heel deze reis!


free counters