Maandag 26 augustus: Ryonggang – Haeju, 178 km

Vandaag was geestelijk gezien een zware dag. Je bent onderhand moe van het reizen, we zitten over de helft, en na de misselijkmakende Kim-verheerlijking van gisteren waren we ook een beetje moe van de Noord-Koreaanse “mind-set”... Maar we kregen vandaag nog een harde klap te verduren wat dat betreft, omdat we naar een museum gingen dat de “gruwelijkheden door de Amerikanen begaan in de Koreaanse Oorlog” tentoonstelde... Pffff!


Het begon in ieder geval redelijk rustig; we reden zo’n drie kwartier vanaf Ryonggang naar de Noord Koreaanse “Afsluitdijk”: oftewel de West Sea Barrage. We werden naar het infocentrum gebracht en kregen een korte uitleg over hoe vaak Kim wel niet op bezoek was geweest hier... Dat is echt, niet overdreven, het eerste waar iedere gids mee begint; hoe vaak de twee Kims op bezoek zijn geweest! Vaak staat er ook ergens op een muur of boven de voordeur een plaat waarop de datums zelfs vermeld worden... Na het introductiepraatje werden we een grote kamer ingeleid met luie stoelen en een televisie. De gids stak een video in de videorecorder en verliet de kamer terwijl wij een half uurtje mochten kijken en luisteren naar een filmpje over het ontstaan, de bouw en de ongelofelijke scherpzinnige inzichten van de Grote Leider in het afronden van het project. Hij wist namelijk blijkbaar als enigste hoe ze het beste de dam konden leggen... Wat moet die vent toch een briljante geest zijn geweest! We vragen ons al of er toch iets is wat hij niet kan, want hij is een briljant tacticus, technicus, stedenbouwkundig ontwerper, agrarische specialist, echt alles weet en kan hij... Kots! Het wordt onderhand steeds moeilijker om gepast te blijven kijken bij weer zo’n heldendaad van de grote Kim...



Het filmpje was wel leuk in de zin dat het Korea ophemelde als zo ver ontwikkeld in hun waterwerken, dat heel de wereld ernaar kwam kijken en het bewonderen. Dat moet je natuurlijk niet aan een kamer vol Nederlanders vertellen, die zo’n dammetje als dit tussendoor in de lunchpauze maken... Maar ach, we laten ze nog maar even in de waan zeker! Terwijl wij na een foto-momentje op het punt stonden te vertrekken kwamen de Finnen in hun bus net aanzetten. Maar Tjué had haast, want over 10 minuten ging de brug open blijkbaar. Jaja, ok we komen er al aan!



Nu reden we naar Sinchon, een rit van twee uur, waar we naar het museum gebracht werden dat zich volledig maar dan echt volledig richtte op de zogenaamde gruwelijkheden die de Amerikanen tijdens de Koreaanse oorlog zouden hebben toegebracht. Er wordt hier een bijzondere vorm van geschiedenis gedoceerd; ze geloven hier heilig dat de Amerikanen al eeuwen proberen Noord Korea te veroveren, en dat in de Koreaanse Oorlog – tegen alle verwachtingen in omdat ze zo afgeslacht werden en in de minderheid waren – heeft het Noord Koreaanse leger de Amerikanen weten te VERSLAAN, het Amerikaanse leger flink weten te verlammen, en daarmee hun opmars om de wereld te veroveren te stoppen... Aha, yep, tuurlijk, zo zal het wel gegaan zijn ja...



In ieder geval, wij hebben dus drie kwartier, bijna een uur lang, moeten aanhoren hoe wreed de Amerikanen wel niet waren; zestien kamers vol gruwelijke foto’s van lijken en sadistische prenten van wreed lachende Amerikanen die dappere Koreanen aan het martelen waren deden de indruk geven dat de Amerikanen er op uit waren geweest om op de meest wrede manieren mogelijk genocide te plegen en het Noord Koreaanse volk uit te roeien... Zelfs als je jezelf ervoor probeerde af te sluiten (en dan kregen we GODZIJDANK duidelijk nog de korte versie te horen), dan nog werd je er helemaal miserabel van. Vind je het gek dat dit volk de Amerikanen haat, als kleine kinderen zulke sadistische prenten en gruwelijke foto’s te zien krijgen... Die lopen een levenslang trauma op!



Zelfs ik kon zien dat de “Amerikaanse” geweren van allerlei makelij waren, de verhalen over 900 Koreanen die in een schuilkelder van 2 bij 6 meter gepropt werden en dan verbrand, of honderden kinderen die een week lang zonder eten en drinken opgesloten waren en daarna nog (alsof ze dan nog zouden leven) levend verbrand en opgeblazen werden, sloegen gewoon nergens op en waren vaak logisch gezien geeneens mogelijk... De zogenaamde martelpraktijken van de Amerikanen waren overduidelijk Japans, foto’s waren vaak zo groezelig dat er niet goed te zien was wat het precies nu was, de hoeveelheid sterfgevallen werd zo ernstig overdreven dat het een wonder is dat de Koreaanse Oorlog niet in hetzelfde lijstje als de Eerste en Tweede Wereldoorlog geschaard werd... EN als klapstuk, de oorlog kwam ten einde omdat de Amerikanen hun meerdere moesten erkennen in het Koreaanse leger en zich blijkbaar hebben overgegeven aan de Koreanen... Plus de “vele” brieven van steun en zo waren van voormalig communistische of Oostblok regimes. Niet dat we oorlog goedpraten, maar er zijn twee kanten aan een verhaal, en wat hier verteld werd was gewoon ronduit valse voorlichting, geschiedvervalsing en propaganda... Ik heb foto's gemaakt in het museum maar plaats hier online maar een paar neutrale foto's, enkel om een indruk te geven, want de meeste afbeeldingen in de ruimtes waren te sadistisch of gruwelijk voor een gewone reiswebsite als dit.



En na alle redelijk positieve ervaringen van de afgelopen dagen zakte hier ons de moed volledig in de schoenen; je kunt niet met dit volk praten, je kunt gewoon niet ook maar iets tegen ze zeggen om ze te laten weten dat er “daar buiten” ook nog een andere wereld en een andere werkelijkheid is. Zelfs een slimme, nieuwsgierige meid als Hwang die veel contact heeft met buitenlanders en alles wat ze hoort opzuigt als een spons gelooft dit heilig en klakkeloos. Kritisch denken wordt ze hier niet geleerd, dat is duidelijk.


Richard, ik en Hans hadden het hier helemaal gehad, helemaal toen we buiten nog verplicht van Tjué een bloemetje moesten kopen en leggen bij de twee monumenten van de slachtoffers van de Amerikaanse brutaliteiten; eentje voor de mannen, en eentje voor de vrouwen en kinderen. Wij bleven afzijdig staan en hebben niet gebogen; ik zal braaf voor ieder beeld van Kim buigen als het moet, al wordt het wel steeds moeilijker, maar aan zoiets doe ik niet mee, en Hans en Richard ook niet. Iedereen had er moeite mee in het museum, en een paar andere waaronder Yvonne wilde eigenlijk niet meedoen met het buigen maar vonden dat ze het niet konden maken om het niet te doen.



Na het tweede bloemetje leggen hebben we nog een schuilkelder bekeken waar honderden kinderen na een week geen drinken of eten levend verbrand zouden zijn geweest, en een kelder er vlakbij waar de moeders door middel van bommen die in de ruimte geworpen werden gedood werden. De eerste ruimte was opnieuw gerestaureerd, dat werd toegegeven, maar de tweede zou nog oorspronkelijk zijn. Er was met veel artistieke creativiteit wat houtskool op het plafond gesmeerd, van waar de mensen door de hitte zouden zijn gecremeerd, en aan de buitenkant wat gaten in de muren en een hoek helemaal weg zogenaamd geëxplodeerd. Gek genoeg was het plafond van amper 10-15 centimeter dik, slechte kwaliteit beton, na al die bommen die erin geworpen zijn nog hartstikke gaaf… We werden er gewoon zo chagrijnig van dat mensen deze onzin en toneeldecors klakkeloos geloven, maar dat is nu wat Noord Korea tot Noord Korea maakt... Het is hier geen regime van angst, zijn we nu wel achter; hoofdzakelijk geloven de mensen oprecht en diep in alles wat ze voorgeschoteld krijgen. Er zal heus ook wel diepe angst zijn, maar dat is bij de mensen die beginnen te beseffen hoe het ook anders kan zijn, en de mensen die opeens merken dat hun buurman die altijd zo moppert op alles opeens verdwenen is...



Na deze zware beproeving was het tijd voor de lunch; we kregen weer een heerlijke picknicklunch, sushi dit keer, met wat groente bijgerechtjes en een schnitzeltje, maar Hans voelde zich in de bus vanochtend al niet echt lekker dus hij heeft bijna niets gegeten. Het was sowieso ook wel veel, en we merkte dat toen het tijd was om te vertrekken de bakjes met overgebleven eten keurig netjes opgestapeld waren achtergelaten op een van de bankjes. Dat hebben we al meer gezien, dat wordt duidelijk gedaan zodat anderen, die het dan na ons weer opruimen, eventueel nog het eten mee kunnen nemen als ze willen.



Er stond weer twee uurtjes in de bus op het programma om bij de volgende attractie te komen, dus Hans en ik hebben weer afwisselend gedut en naar het landschap gekeken. Het valt ons vandaag voor het eerst op dat er af en toe militaire controles zijn; je ziet wel vaker wachtposten of halve roadblocks, maar nooit is er veel actie; en nu vandaag zagen we af en toe een militair een lokale fietser of wandelaar aanhouden om de inhoud van de tassen te bekijken. Zou het hier dan misschien een wat minder volgzaam deel van het land zijn?



De volgende halte was de Suyang Mountain Waterfall. Onderweg reden we weer eens door een stadje zoals er hier zoveel zijn; ik krijg de indruk dat 99% van de bevolking niet “alleen” mag of kan wonen. Aangezien je hier in Noord Korea niet hoeft te betalen voor een huis, moet je dus ook gaan wonen waar de staat de huizen bouwt. En voor zover ik dat kan zien en snappen met mijn Westerse ogen lijken er maar twee opties te bestaan; in een appartementje in een groot flatgebouw in een stadje, of in een twee-onder-een-kap of klein appartementsgebouwtje in een boerengemeenschap. Er staan nergens huizen “alleen” in het landschap.



Bij Suyang Mountain, weer eens een mooie bergwand met Chinese tekens erop uitgehakt, werd de bus gestald bij de entree – Tjo onze chauffeur doet altijd zijn uiterste best om de bus precies voor de ingang te parkeren. Maar Tjo heeft zijn rijbewijs net zoals velen hier blijkbaar ook gratis van de staat gekregen, want hij rijdt als een malloot en lijkt het concept van terugschakelen naar zijn één niet te waarderen. Hij probeert dus vaak in de bergen dingen in de tweede versnelling te doen, en lijkt ook van stationair naar rijden in zijn twee te willen gaan. Vaak lukt het wel maar regelmatig valt de motor toch uit, zeker als hij verkeerd gereden is en in zijn twee probeert een driepunts-draai te doen, of een bijzonder stijl hellinkje oprijden... Ach ja zo rijden ze hier allemaal zullen we maar denken!



We moesten een eindje wandelen tot een uitzichtpunt over de rotswand, en aangezien we alleen met Hwang hier naar toe waren gelopen (Tjo en Tjué geloofde het wel en bleven lekker bij de bus) en een echtpaar door wilde lopen naar de voet van de waterval, is Hwang doorgelopen met dat echtpaar en zijn wij met zijn zessen en Jessica bij het uitzicht punt gebleven. Er kon en werd even vrij gepraat worden over de algemene instelling van dit land en alles wat we zien en meemaken, want meestal moeten we toch een klein beetje oppassen want we denken dat Hwang veel begrijpt. De geestelijke zwaarte van de reis begint zijn tol te eisen en zeker na zo’n ochtendje propaganda moesten we even onze harten luchten!



Toen reden we weer terug naar het stadje, waar we naar het centrale plein gebracht werden naar het beste en enigste hotel in Haeju. We waren eens lekker op tijd klaar met het dagprogramma! Meestal worden we van 8:15 tot een uur of 19 van hot naar her gesleept, maar vandaag kwamen we rond 16:30 al in het hotel aan! Ik denk qua hotel het meest eenvoudige van de hele reis, maar we werden in de beste kamers gezet, want ik begreep later dat er categorie één en twee kamers waren, en wij kregen dan de duurste. Ach uiteindelijk is het prima, het bed was redelijk schoon; weliswaar een plank, maar goed, we verwachten al niets anders en verheugen ons des te meer op onze tussenstopjes in Pyongyang, waar de matras iedere keer zachter aanvoelt! In de badkamer was, net als in Hamhung Beach Resort, het bad al half gevuld met water; dat doen ze omdat er niet altijd water is overdag, en zo kun je tenminste altijd jezelf wassen en het toilet doorspoelen – je schept het water met een bakje in de wc. De toiletten hier in dit hotel en in een hoop plekjes waar we onderweg stoppen voor lunch of plaspauzes trekken geen van allen door; je spoelt ze door er zelf water door te gooien, wat op zich ook best gaat. Ik ben al lang blij dat we tot nu toe in de hotels steeds “Westerse” zittoiletten hebben en niet zoals voor de rest overal lijkt te zijn, hurktoiletten.



Hans was vandaag in de bus een beetje misselijk geworden, en had vanochtend en bij de lunch ook zo goed als niets gegeten want alles stond hem een beetje tegen. Nu tegen het einde van de dag begon hij zich redelijk beroerd te voelen dus nadat we geïnstalleerd waren in onze kamer is hij gelijk een dutje gaan doen. Ik ben met de rest van de groep om 17 uur een ommetje gaan lopen. Dit was nog een ingewikkelde onderneming, want eigenlijk stond er verder niets op het programma en mochten we alleen het plein voor het hotel op zonder begeleiding. Maar na wat aanmoedigen wilde Tjué wel zijn tijd opofferen en ons naar het dichtbij gelegen monument van onze grote leider brengen om een plastic bloemetje te leggen (dat, nadat Jessica het betaald en wij het gelegd hadden, al weer bijna gelijk verdween... die wordt vast nog een keertje verkocht!). En na nog wat vleien en aanmoedigen door een paar leden van de groep konden we dan zelfs met hem een ommetje lopen. Hwang had het wel weer gezien voor vandaag en had waarschijnlijk ook zoiets van dat Tjué ook wel eens iets voor de kost mocht doen, dus zij verdween terug naar het hotel. En Tjué leefde (helaas) helemaal op in zijn rol als gids want hij werd super streng; we mochten van het beeld alleen complete foto’s maken, we mochten van de mensen geen foto’s maken want dat vonden ze niet fijn, tijdens de wandeling alleen die dingen fotograferen die hij aanwees, en bij elkaar blijven, enz...



We hebben al regelmatig grote groepen mensen bezig gezien aan flatgebouwen, stoepen, en perkjes. Vaak van alles door elkaar, vrouwen, kinderen, oud, jong, mannen, netjes gekleed, slordig gekleed... Dan zijn ze met zijn alle bezig om een gevel te repareren, een stoep te maken, bloemen en gras te wateren, gras te maaien met sikkeltjes, plantjes af te dekken met doeken tegen de felle zon, of grassprietjes sprietje voor sprietje te planten... Het begint steeds meer te lijken op dingen die je in het boek 1984 leest, over Big Brother, en in het boek Wilde Zwanen, over het vroegere China van Mao... Zo van “vandaag is grasplant dag”... Of “vandaag moeten de gevels onderhouden worden” En dan gaat iedereen gezamenlijk heel de dag gras planten of de gevels onderhouden. Zo komt het echt op ons over, en dat is ook precies hoe het in Wilde Zwanen er aan toe ging... Allemaal van die tijdrovende, inefficiënte, ongecoördineerde gezamenlijk acties. Zo was het in Haeju vandaag duidelijk “gras-wateren en gevel-spuit dag”, want overal zagen we mensen grassprietjes water geven in de perkjes of de gevels van de appartementencomplexen verven – soms zo ruig dat alle ramen ook mee geverfd werden!



Ik heb af en toe een onderhands of stiekem fotootje gemaakt, en een keertje toen we bij een winkeltje stonden te kijken ben ik gewoon naar binnen gestapt en heb ik keurig aan het meisje achter de kassa gebaard dat ik een foto van haar waar wilde maken. Dat was prima, en Tjué leek het ook geen probleem te vinden of zag het niet, dat kan natuurlijk ook. Toch hield ik mijn tweede geheugenkaartje in de aanslag om te wisselen, want ik zag hem er voor aan om op een gegeven moment zelfs de foto’s te willen gaan bekijken en wisselen! Toch was het wandelingetje heel erg leuk, we werden ook enorm nagestaard en twee keer liep er zogenaamd nonchalant een klein meisje een eindje met ons mee – die kon dan haar ogen niet van ons afhouden!



Rond 18 uur kwamen we weer terug in het hotel, en al zou er tussen 18 en 19 uur warm water kunnen zijn, ik geloofde het wel; morgen sliepen we weer in Pyongyang in een goede kamer met prima douche, ik kon nog wel een dagje zonder uitzingen! Hans had een beetje geslapen ondertussen en een beetje gedoezeld, en voelde zich gelukkig wat minder misselijk al had hij wel diarree, dus hij is wel gaan kijken wat er te eten viel. Maar alles stond hem tegen en net toevallig in dit hotel was de rijst geen eenvoudige witte rijst maar flink gekruid. Dus uiteindelijk heeft hij niets gegeten! Terug op de kamer na het eten bleek dat de airco uitgevallen was, waardoor de kamer een broeikas werd. En Hans was inmiddels een beetje koortsig aan het worden, dus zonder airco ging een ramp worden. Opeens viel er een Koreaans vrouwtje met een loper onze kamer binnen, duidelijk iemand van het hotel. Ze kwam voor iets in de badkamer te kijken, maar ik wees haar gelijk ook op onze airco; ze heeft ernaar gekeken, en het was duidelijk dat zij ook niet wist wat er aan de hand was.


Omdat ze bij de receptie geen woord (echt letterlijk geen woord) Engels spreken en zelfs je gebaren niet snappen – dat is echt lastig hier in Korea, ze snappen je gewoon echt niet – ben ik terug naar de eetzaal gelopen om Jessica te halen, in de hoop dat zij zou weten waar Hwang was om te tolken voor ons. Maar zij wist dat niet en kon ook niets aan de receptie duidelijk maken, dus met onze gidsen en tolken onvindbaar zagen Hans en ik het al somber in. Ondertussen viel ook nog eens de stroom in heel het gebouw uit! Ik stond op dat moment op de overloop, en zag geen hand voor ogen maar had gelukkig mijn mobiel bij, waar ik een zaklamp-app op had, waardoor ik onze kamer kon terugvinden en voor Hans, die niets bij de hand had op dat moment, het koplampje opzoeken. De stroom kwam weer aan maar de airco niet, en Jessica had al aangeboden om met haar van kamer te ruilen, maar bij haar deed hij het ook niet. Richard en Yvonne die aan de andere kant van de gang zaten hadden nog wel airco, dus het leek erop alsof er een zekering gesprongen was of zo.


Gelukkig bood een van de andere twee stellen, die aan de “goede” kant van de gang zaten, aan om te ruilen; zij gebruiken toch nooit de airco. En gelukkig deed hun airco het, dus we konden eindelijk naar bed en Hans kon haast wel janken van geluk, want hij was zo koortsig en beroerd en kan al zo slecht tegen de hitte... Maar nu kon hij in ieder geval een beetje proberen te slapen...


free counters