Dinsdag 27 augustus: Haeju – Pyongyang, 188 km

We hadden om 5:45 vanochtend weer een stroomuitval, waarbij de airco ook uitviel, helaas. Gelukkig was het inmiddels in de kamer en buiten zo veel afgekoeld dat we het raam open konden zetten (het is hier overdag minimaal 26 en maximaal 33, en erg vochtig, dus het voelt altijd gloeiend heet aan)... Maar kort daarna begon buiten uit luidsprekers rondom het plein muziek en een praatstem te schalen. De gemeentelijke wekdienst vermoeden we...


Ook hoorde we in de verte een paar flinke knallen, die we niet konden thuisbrengen – schoten of zo? Hans had geen geweldige nacht gehad en hij had nog diarree, dus hij heeft het ontbijt ook overgeslagen; we kregen frietjes bij het ontbijt, en 6 hompen van een soort suikerbrood dat licht getoast was en alvast met boter of olie gesmeerd was... En een gebakken omeletje dat van binnen nog rauw was, dus echt veel heb ik ook niet echt gegeten! Ik had trouwens ook wat diarree vanochtend, en iemand anders bij het ontbijt vertelde dat zij er ook last van hadden. Toch iets van vermoeidheid in combinatie met een virus of zo?



Toen we na het ontbijt en inpakken beneden in de lobby stonden te wachten op de chauffeur en om te vertrekken, viel het ons op dat mensen die op de stoep aan de kant van het beeld fietste, afstapte voor het beeld en erna weer opstapte. Sommige mensen sloegen echter af en fietste heel het plein om – blijkbaar moet je (of wordt het van je verwacht) lopend langs het beeld, en doen mensen die daar geen zin in hebben dus om het plein heen fietsen om dat te vermijden... apart! Het is een raar land en onze culturen zitten echt lichtjaren uit elkaar...



We zagen vandaag buiten de steden, onderweg naar Sariwong, ook veel werk aan treinsporen of wegen. Wat je dan ziet zijn hordes mensen die met als enigste gereedschap dingen zoals een kruiwagen, hamer en schop bezig zijn. Nergens zie je groot materieel zoals graafmachines, alles gebeurt met de hand. Zelfs het op maat hakken van het grind voor tussen de rails gebeurt ter plekke, met een hamertje, steentje voor steentje met de hand. Alles gebeurt met mankracht, het is echt ongelofelijk – zelfs in arme landen in Afrika zien we ze nog efficiënter werken dan hier!



Ik heb er helaas geen foto van kunnen maken maar tot twee keer toe deze reis fietste er iemand langs onze bus met een dood varken achterop de bagagedrager gebonden. Ongelofelijk wat moet dat zwaar zijn! Sowieso zie je van alles achterop de fiets, en er rijden hier echt zo enorm veel fietsen! Als je ergens langs een weg in een stad staat is het een constant getring van fietsbellen, want iedereen belt (en toetert, als het een auto is) om te waarschuwen dat ze eraan komen, om in te halen, of om te waarschuwen dat ze er zijn... We hebben ook de indruk dat alle fietsen geregistreerd zijn, want heel vaak zien we een soort plaatje voorop zitten, net zoals vroeger bij ons belastingplaatjes.



In Sariwong aangekomen reden we naar de “folk cultural street”, een straat die nog in oude stijl is – blijkbaar zijn in Sariwong niet alle traditioneel gebouwde huizen gebombardeerd en hebben ze die bewaard in deze straat. Effectief was het een betonnen reconstructie van een romantische interpretatie... Het was een soort themaparkje dus, met eetstalletjes en vijvertjes en zo. Er was weinig tot niets authentieks meer aan! Op de bergwand stonden nog wat paviljoenen en tempeltjes en zo, misschien dat die nog wel authentiek waren, maar de rest was – net zoals heel veel tot nu toe – een betonnen herinterpretatie... Maar de enorme bomen die in een deel van de straat stonden waren heel erg mooi, en zoals op veel andere plekken waren er hier ook veel mozaïeken, die dit keer vooral de geschiedenis weergaven en niet zozeer de communistische idealen...



Er was een vijver waar net een viswedstrijd bezig was; overal zaten mannetjes in opperste concentratie naar hun dobber te turen. Ons leek het een beetje een vreemde bezigheid, want de vijver was relatief klein en we konden ons niet voorstellen dat er veel vis in zat – maar dat was nu blijkbaar de sport en uitdaging – om die één vis (bij wijze van spreken) als eerste te vangen! Voor de rest was het wel redelijk druk op straat met lokale mensen, maar tot onze grote verbazing gaven Tjué en Hwang aan, nadat we even nog gezamenlijk een mozaïek muur bekeken hadden, dat we vrij waren om rond te lopen, zolang we maar op de culturele straat zelf bleven – over twintig minuten terug bij de bus zijn... Dat was een enorme vrijheid – zomaar mengen tussen deze mensen? We maakte al grapjes tegen elkaar zo van, wedden dat ze ons toch volgen, en wat zouden ze doen als we allemaal een andere kant op lopen?... Maar Richard, Yvonne, ik en Hans liepen dus toch volledig alleen richting het einde van de straat, waar een soort traditionele overdekte houten brug over het water ging.



Op het moment dat wij bij de brug kwamen – die van beton bleek te zijn – verscheen echter opeens “toevallig” Hwang achter ons! Hoe zij op haar hakjes en in haar kokerrokje zo snel en ongemerkt bij ons heeft kunnen komen is een wonder, maar opeens liep ze dus met ons mee… Waarschijnlijk omdat wij als enigste richting de grens van het culturele gebied gelopen waren moesten we toch nog een beetje in de gaten gehouden worden. Niet dat het erg is, je kunt best lachen met Hwang en we hebben er dus al kletsend mee over de brug gewandeld. De brug liep dood op een klein eilandje, dus hebben we nog even op het eilandje gestaan, kijkend naar de roeibootjes. Eentje kon niet sturen en stuurde onder veel hilariteit recht op ons af – Hwang duwde ze echter resoluut weer terug richting de rest toen ze de kant bij ons aantikte. We kunnen er wel om lachen; we mogen duidelijk vrije interactie hebben met de lokale mensen, maar nu ook weer niet te veel!



Toen moesten we terug zoals we gekomen waren, en nadat we nog een keertje bij het schiettentje aan het begin van de brug gestaan hadden begon Hwang opeens aan te geven dat we terug naar de bus moesten omdat het tijd was... Toen we echter terug bij de bus waren hadden we nog zeker twintig minuten te gaan – maar het doel was waarschijnlijk bereikt, de groep was weer min of meer overzichtelijk bij elkaar – dus zijn we gaan kijken bij het prijsuitreiken van de viswedstrijd. Het was ze dus gelukt om wat vissen te vangen! De prijzen (nieuwe hengels) werden bloedserieus in ontvangst genomen, en na een paar gezien te hebben waren Hans en ik het al weer gauw zat in de brandende zon... Dus besloten we nog maar even richting de oude bomen te lopen – en inderdaad, al gauw verscheen Hwang weer naast ons! Nadat iedereen klaar was in de cultural street hebben we in Sariwong nog in een hotel geluncht met een prachtige muurschildering waarin zelfs heel de buitenwereld Kim Il Sung kwam eren om zijn geweldige inzichten, en daarna reden we richting de Songbul Buddistische tempel.



De Songbul Buddist tempel was maar een kwartiertje rijden de bergen in, maar toen moesten we nog een kwartiertje door een park lopen voor we bij de tempel zelf kwamen. Een monnik (een van de drie) kwam ons verwelkomen, en Hans en ik moesten lachen want hij had wel zijn traditionele habijt aan, die overigens keurig netjes en nieuw leek, maar hij droeg daaronder de meest belachelijke gele designschoenen. Het was echt geen gezicht en gaf ook een beetje de indruk dat hij om 17 uur zijn habijt uittrekt, gewone kleren aantrekt en in zijn autootje naar huis gaat... Het zal wel niet, maar toch; plus je weet het nooit in dit land! Overigens is er een zeer kleine minderheid die boeddhist is in dit land, al “mag” het wel. Vroeger was dit en Confucianisme de belangrijkste religies, maar toen er op een gegeven moment (volgens Hwang’s versie) bleek dat er geen antwoord kwamen op de gebeden om de mensen te beschermen van de enge Amerikanen enz, is besloten, gezamenlijk, door het volk zelf, om geen religie meer te volgen. Ja behalve het Kimilsungisme dan natuurlijk, wat behoorlijk aan het fanatieke grenst...



De tempel was mooi, in ieder geval nog traditioneel hout, al bleek hij ook al eens tijdens het regime gerestaureerd te zijn geweest. Maar goed, dat was dan gelukkig niet gelijk zichtbaar. Erg leuk waren de 500 leerlingen van Boeddha, die als allemaal individuele poppetjes met individuele gezichtsuitdrukkingen waren gemaakt en weggezet op twee tribunes aan beide kanten van het altaar. Erg gek om te zien! De monnik bood een gebedsdienst aan, en Jessica en een andere vrouw in onze groep deden daar aan mee, terwijl Hans en ik nog een beetje rondkeken.



Toen we klaar waren bij de tempel gaf ik als cadeautje een pak koekjes aan de monnik; Jessica heeft aan het begin van de reis allerlei kleine cadeautjes ingeslagen voor de lokale gidsen, en iedere keer als we een rondleiding hebben gehad doet een van ons de gids iets geven. We mogen ze geen geld geven, dus meestal is het iets van koekjes, snoep of kleine flesjes alcohol. Maar Jessica had ook wat Delfstblauwe klompjes bij zich die ze ook af en toe laat uitdelen... Je ziet de gids dan een beetje kijken en wij grappen dan dat ze stiekem verzuchten “alweer klompjes? Ik heb er al zo veel!”... Maar goed, deze monnik leek alsof hij wel wat koekjes kon gebruiken, en al protesteerde hij iets in het Koreaans, hij heeft ze toch aangenomen.



Terug onderweg naar beneden naar de bus kwamen we langs een picknickgroepje die net klaar waren met de lunch en aan de karaoke begonnen waren; ze hadden zich onder een grote boom geïnstalleerd en toen we uitgenodigd werden om even te komen kijken zagen we dat het een heerlijke, uitgebreide maaltijd moet zijn geweest! En ze hadden een geluidsinstallatie bij en waren lekker liedjes aan het zingen en aan het dansen. We werden gelijk uitgenodigd om mee te doen met dansen, en hier lijkt het zo te zijn (in ieder geval tegenover ons) dat mannen met mannen dansen en vrouwen met vrouwen, want Hans werd door een enthousiaste man de dansvloer opgesleurd en heeft een tijdje mogen meedansen! In ieder geval, het is ons wel duidelijk dat “in contact komen met de lokale bevolking” alles behalve een probleem is! Onderweg naar de bus waren er namelijk nog verschillende andere picknickgroepjes en als we hadden gewild hadden we bij een hoop daarvan zo kunnen aanschuiven en mee-eten en –drinken, en sowieso werd er bij iedereen vrolijk gezwaaid en gegroet als we oogcontact zochten met ze...



Vanuit Songbul was het nog iets van een dik half uur terugrijden naar Pyongyang, waar we gelijk langs een handicrafts exhibition hall gegaan zijn, een winkel vol kunstnijverheid – er zat niets tussen wat we de moeite vonden, en iedereen moest even lachen om de metersgrote foto van de Grote Leider die ooit, lang geleden, deze galerij bezocht heeft... Na de galerij werden we naar het circus gebracht, een groot gebouw dat een jaar geleden opgeleverd was en dus nog splinternieuw. Het zag er prachtig uit, natuurlijk, en wij werden als VIPs naar voren geleid en mochten zo doorlopen. We hadden goede plekken in het midden van het circus, en kregen heel wat bekijks!



Ik denk dat ongeveer een derde van de hal gevuld was met militairen; de voorstelling begon om 16 uur, en dat is hier in dit land echt wel lekker, alles begint stipt op tijd. Het was een show van voornamelijk acrobatiek, met wat komische intermezzo’s zodat de decors en apparaten gewisseld konden worden. De openingsact was erg mooi gedaan, toen kwam er een clown – een soort kok die met borden speelde en zogenaamd iemand uit het publiek plukte die natuurlijk alles verkeerd deed... De meeste grappen waren wel leuk maar zag je van verre aankomen – en toch brulde heel het publiek iedere keer van het lachen! Toen was er een act van een vrouw met een viool op een koord; ze viel een paar keer tijdens een moeilijke routine, en ik dacht nog dat het er bij hoorde en ze als laatste keer een feilloze routine zou uitvoeren, maar dat was niet. Er waren nog een paar jongleeracts, trapezeacts en acrobatiek. Sowieso was de kwaliteit van de acrobatiek en jongleren minder hoog dan we verwacht hadden – tuurlijk, ze deden moeilijke trucs en die gingen niet altijd goed, maar we hadden echt verwacht omvergeblazen te worden door de show, en dat was niet, al was het best een aardige show. En het was natuurlijk meer dan uniek om in een circus in Noord Korea te zitten midden in een zaal Koreanen!



Na het circus werden we naar het borduur-instituut gebracht, opgericht door de vrouw van Kim Il Sung, Kameraard Kim Jung Suk. Zij was ook al zo’n half genie, de vrouwen uitleggend hoe ze moesten borduren en zo... Het was wel grappig om te zien (zij, en Kim zelf, zijn er overigens vele keren geweest want uiteraard uitgebreid in een apart kamertje aangegeven werd) hoe er geborduurd werd, en het is ongelofelijk fijn en knap, maar tegelijkertijd vind ik dat juist het nadeel ervan. Het is namelijk zo fijn dat je al dichtbij moet gaan staan om te kunnen zien dat het borduurwerk is en geen schilderij, en toch maakt het borduren het onderwerp iets doder en kitscher dan verf zou doen. Dan houd ik meer van grof borduurwerk dat echt herkenbaar is als borduurwerk.



Om 18 uur werden we naar een “hotpot” restaurant gebracht, een Koreaanse specialiteit; we kregen ieder een potje met bouillon op een brandertje voor ons, en moesten daar eerst vlees in gooien, dan als dat kookte, groente zoals kool, wortel, aardappel, koriander, taugé en chili’s, en als dat kookte tofu en noodles. Dan alles weer laten doorkoken, een eitje kloppen en dat erdoor roeren, en alles op smaak brengen met zout, peper, sojasaus en chilipoeder... Tussendoor terwijl we aan het wachten waren kregen we nog allerlei hapjes, en dan uiteindelijk kon je de groentes uit de soep opeten en als laatste de bouillon. Best lekker allemaal maar uiteindelijk zaten we allemaal propvol want er ging behoorlijk wat groente in ieder potje! Ik ben al lang blij dat we de laatste tijd wat meer echt Koreaans lijken te eten...



Rond 19:30 konden we dan eindelijk weer inchecken in ons oude vertrouwde hotel – het voelt onderhand als thuiskomen, vooral vanwege de heerlijke zachte bedden en kussens die we nergens anders hebben deze reis!


free counters