Woensdag 28 augustus: Pyongyang – Kaesong, 185 km

We hebben genoten van onze heerlijke zachte matrassen (echt, dat bed voelt iedere keer zachter aan), al slaapt Hans nog altijd niet een volle nacht door. Bij het ontbijt spraken we een jongen die een tour deed van 5 dagen waarbij ze Pyongyang eigenlijk niet verlaten. Dat lijkt ons niets en wat dat betreft geeft deze tour een goed gevoel van zowel het platteland als de (veel rijkere en mooiere) hoofdstad.


Als eerste vandaag stond op het programma het National Exhibition House... Dit is het gebouw waar alle zogenaamde cadeaus worden bewaard die Kim Il Sung van Koreanen in binnen- en buitenland gekregen zou hebben. We mochten er geen foto’s maken, en moesten slofjes over onze schoenen aan en door een metaaldetector, maar het was weer een groot, duur, protserige marmeren en granieten lofzang op de Grote Leider. En het geheel was ook een beetje belachelijk. Het museum lag een eindje uit de stad vandaan, en was pas dit jaar weer open na een uitgebreide restauratie. De grote snelweg was gedeeltelijk nog afgesloten, we moesten via een ventweg ernaartoe. De verplichte rondleiding begon in een hal die zeker 10 meter hoog was, met metershoog beelden van de beide oude Kims in sneeuwwit marmer – tenminste, dat moest het lijken. Van dichtbij zag je dat er een dikke laag verf op zat, en wij durven eigenlijk wel te wedden dat het gips of misschien zelfs wel polyester is of zoiets.



In ieder geval, in deze “introductiehal”, moesten we even buigen voor de Kims, en hebben we toen toch zeker twintig minuten als niet langer in bewondering moeten kijken naar de cadeaus aan beide kanten van de lange hal uitgestald, de ene kant van Koreanen in Korea, de andere kant van Koreanen buiten Korea... Na deze introductiehal hebben we nog door een deel van de rest van het museum gelopen, het ene geschenk een nog groter gedrocht dan het andere... iedere vorm van kunstnijverheid die ze in Korea kennen kwamen we tegen, in veelvoud, en hoe ingewikkelder, tijdsrovender en fijner hoe liever; zo was er een vaas van zo’n 1.5 meter hoog helemaal beplakt graan, maanzaad, sesamzaad en allerlei andere gewassen, waarbij de natuurlijke kleuren van de gewassen gebruikt werden om voorstellingen weer te geven. Een zaal was helemaal gevuld met enorme boomstronken die door het leger gemaakt en gegeven waren: de boomstronken waren uitgehakt en versierd met allerlei voorstellingen – vaak zogenaamd allemaal uit een stuk gehakt maar als je goed keek zag je vaak genoeg naden. Ze doen hier graag vaasjes beplakken en schilderijtjes maken van piepkleine slakkenschelpjes; die slakkenschelpjes die in souvenirs in de winkel gebruikt zijn, zijn meestal ongeveer een halve centimeter in doorsnede – hier waren ze enkel 2-3 millimeter en dan was er een metershoog portret van Kim van gemaakt... Het was echt allemaal lelijker dan lelijk!


Op de derde verdieping konden we cadeaus bekijken die uit het buitenland kwamen – gedoneerd door Koreanen die in andere delen van de wereld woonde. Hier begon het echt onzin te worden; zo stonden er 5 mokken van beroemde musicals op Broadway, of een Apple computer (al weer 20 jaar oud) gedoneerd door Samsung. Blijkbaar in de tijd dat Samsung en Apple een samenwerkingsverband hadden??? Het sloeg hier echt nergens op; 80% van de zogenaamde cadeaus op deze verdieping waren zomaar objecten uit het buitenland, zonder specifieke eigenschappen die het herkenbaar maakte als een echt geschenk aan Kim Il Sung – en je zou denken dat als een persoon of groep of organisatie hun lof wil uiten, ze dat ook graag kenbaar willen maken met een persoonlijke inscriptie of iets dergelijks... Er stond dus van alles, van protserige meubels tot breedbeeldtelevisies tot souvenirs... We lachten ons kapot! En werden des de meliger omdat de gids bloedserieus haar verhaaltje af bleef draaien...


We waren bang dat we ieder van de tienduizenden geschenken nog te zien zouden krijgen, en toen op een gegeven moment de stroom uitviel terwijl we midden in een zaal stonden waren we eerst heel dankbaar – geen licht, geen geschenken kunnen bekijken... Uiteindelijk waren we onderhand ook blijkbaar aan het einde van de rondleiding voor Westerlingen gekomen, dus mochten we naar buiten.


Het was me al een tijdje geleden opgevallen dat je nergens in de stad reclame ziet voor merken of producten – ze hebben hier ook bijna geen merken aangezien ze nauwelijks dingen kunnen importeren. Overal waar wij in het westen een reclamebord zouden hebben, hebben ze hier propaganda... Het enige typische vond ik dat er dus wel op een paar plekken waar wij langskomen in de stad grote reclameborden voor een automerk waren; nu blijkt dat dat merk Koreaans is, een soort Noord Koreaanse luxe auto (iedere auto is hier trouwens al gauw luxe volgens mij...).



Na het geschenkenpaleis werden we naar de “Victorious Fatherland Lliberation War Museum” gebracht... Een hele mond vol, ik moest het wel twee of drie keer aan Hwang vragen voor ik het helemaal had! Een geschiedenis-museum dus, over de Koreaanse oorlog. We hielden onze harten al vast, dat ging vast geen pretje worden... het museum was spiksplinternieuw, pas een maand geleden geopend na een lange en ingrijpende restauratie. Het was een enorm gebouw met een grote, grootste voorkant vol strijdende beelden en muurtaferelen. Van de buitenkant mochten we foto’s maken, van binnen niet; aan de ene kant van het beeldenpark stonden alle “buitgemaakte” wapens van de vijand, aan de andere kant (die we uiteindelijk niet gezien hebben) alle wapens van het eigen leger. De meeste wapens en vliegtuigen van de vijand (uiteraard, meestal de Amerikanen) waren zo gedeukt en beschadigd dat het niet veel meer was dan schroot. En het werd weer lekker oorlogszuchtig gepresenteerd, met foto’s van gedode of gevangen piloten indien mogelijk erbij.



Ook mochten we het spionageschip de MS Pueblo bezoeken, dat zeer triomfantelijk getoond werd. De kogelgaten die de Noord Koreanen bij het buitmaken hadden veroorzaakt waren met rode verf omcirkeld zodat je ze niet kon missen. Overal hingen foto’s van de verdrietig kijkende gevangen genomen bemanning en hun bekentenissen... Blijkbaar is dit schip wel 17 keer de Noord Koreaanse wateren in geweest voor het gepakt werd, dus zo heel erg waren ze nu ook blijkbaar niet aan het opletten geloof ik...



Maar goed, toen mochten we het museum in. Waarom was onduidelijk maar eenmaal over de drempel mochten er geen foto’s meer gemaakt worden... De entreehal was adembenemend; marmer, kroonluchters, een triomfantelijke uitstraling en prachtige trappen in een enorme ronde hal die leidde naar, en nadruk legde op, een (uiteraard weer eens) groot beeld van Kim Il Sung in militair kostuum. We hoefden er niet voor te buigen want we bleven op de begane grond en liepen er om heen. We werden door een gids in soldatenuniform rondgeleid, zij bracht ons naar verschillende ruimtes in het museum – natuurlijk werd tussendoor nog even vermeld hoe vaak de grote leider wel niet in het oude museum geweest was, en volgens mij was hij zoals gewoonlijk ook verantwoordelijk voor het uitkiezen van de plek van het museum en waarschijnlijk ook het ontwerp, aangezien hij meestal alles weet, kan en doet...



De informatie in het museum werd vaak heel erg beeldend verteld; ze zijn hier dol op uitgebreide decors en diorama’s bouwen. Dat is aan de ene kant prima natuurlijk, zeker in een land waar waarschijnlijk niet iedereen kan lezen, maar het maakt de informatie die doorgegeven wordt wel heel eenzijdig; er is geen ruimte voor eigen fantasie of eigen interpretatie, je krijgt een kant-en-klaar plaatje voorgelegd. Maar dat is natuurlijk logisch in zo’n land, ze willen dat mensen de juiste, oorlogszuchtige, versie doorkrijgen. Tussen de “feiten” zoals vlaggen, boeken, wapens, en papieren stonden daarom continu beelden van heldhaftige, noodlijdende Koreanen en sadistische, overheersende Amerikanen, en decors en diorama’s en maquettes. Als klap op de vuurpijl werden we naar een enorm diorama gebracht via een kleine ronde lifttoren in het midden ervan, waarbij je de laatste stappen met een trappetje omhoog loopt zodat je echt midden in het oorlogsgeweld om je heen terecht komt – dat nog even wordt benadrukt met heldhaftige muziek en geluidseffecten en het feit dat het platform langzaam ronddraait. Het is hier overal alsof je in een spannende avonturenfilm zit, en dat is natuurlijk ook deel van de boodschap; oorlog is leuk en spannend…


Ze hadden wel iets in dit museum dat ze ook in Nederland in mogen voeren; her en der door het gebouw heen, gewoon zo tussen de tentoonstellingszalen in, stonden kleine bars waar je koffie, thee, en fris kon kopen en even zitten. Wat een goed idee!



Lunch was terug in het hotel, en er was blijkbaar een beetje misverstand geweest tussen Tjué die ons noedels had aangeboden voor vandaag, maar dacht dat Jessica die de bestellingen doorgaf bedoelde dat we geen noodles wilde... Hij had drie opties voorgelegd: normaal is het noodlesoep met vlees, maar je kon ook uitgebreid of alleen de noodlesoep zelf nemen, Jessica had dus 7x “normal” besteld voor ons, 1 x soep en 1 x uitgebreid, en hij dacht dat ze bedoelde 7 x normaal eten en niet een normale portie. Ach ja, het was best goed eigenlijk, en we kregen zelfs een beetje noodles bij het eten die heel erg lekker waren! Ik was voor de lunch nog gauw even naar onze kamer gerend om mijn batterij aan de stroom te hangen, want die begon gevaarlijk leeg te raken en ik hield er rekening mee dat er vanavond in het traditionele hotel waar we naar toe gingen weinig tot geen stroom zou zijn...



Na de lunch hadden we nog even de tijd op onze kamers voor we uit moesten checken. Eerst reden we nog even naar het grote plein om het “Korean History Museum” te bezoeken. Dit was een donker, stoffig, oud gebouw met een stoffige, oude, gedateerde collectie van de geschiedenis van Noord Korea tot het punt dat Kim il Sung geboren werd (en de wereld veranderde...). Met kartonnen en triplex replica’s van tombes en menhirs werd een poging gedaan het geheel wat aan te kleden, maar het was uiteindelijk gewoon een stoffig oud vergeten museumpje. Nu snappen we ook wel dat er in dit land weinig kans, tijd en geld of zin is geweest om veel aan opgravingen of onderzoek te doen... We waren vooral blij dat de verplichte rondleiding ten einde kwam omdat in de ongeveer 19 kamers een gemiddelde temperatuur van 28-30 graden hing, en er bijna nergens airco was. Met name de muurschilderingen, stoffen en papieren voorstellingen waren zo slecht bewaard dat er erg weinig van de voorstellingen zelf overbleef, wat best jammer was. Onze museumgids kreeg al gauw de indruk dat iedereen snakte naar het einde van de tour want ze ging steeds sneller door iedere ruimte en werd een beetje chagrijnig – zelfs Hwang moest zich bedwingen om niet te gapen of niet al te verveeld eruit te zien! Uiteindelijk kwamen we in de muziek-hal waar de gids wat deuntjes speelde op bronzen bellen, en als afsluiter een schilderij van de jonge Kim il Sung hing, om aan te geven dat een nieuw tijdperk op het punt stond te beginnen... En toen werden we via een soort diensttrap langs de souvenirwinkel terug naar de voordeur geleid.



Het valt ons steeds op dat steevast over één Korea gepraat wordt, en daarmee zowel het noorden als het zuiden bedoeld wordt. Het is enkel een technische formaliteit om de twee weer bij elkaar te brengen en één te worden... Ook op kaarten worden de twee altijd als één land weergegeven. Jessica had al in het begin aangegeven dat de Noord Koreanen er niet van houden als je het over “Noord” Korea hebt, dus we proberen er op te letten dat we het altijd over “Korea” hebben. Af en toe hoor ik Hwang echter ook wel over Noord en Zuid Korea praten – tenslotte weten zij ook wel dat het nog altijd geen één land is. Overigens zijn we sinds een paar dagen voorzichtig met wat we in het Nederlands zeggen, want Hwang zei op een gegeven moment “kom, we gaan” – en dat hadden we haar toch niet geleerd! Dus ze verstaat en spreekt duidelijk meer dan we dachten. En wij waanden ons maar bofkonten omdat wij geen gidsen hadden die onze taal spraken!



We reden de stad uit via het two ladies monument, waar nog eens benadrukt werd dat deze twee dames net als in het arirang liefdeslied de eenwording van de twee Korea’s symboliseert, twee gelijke geesten die uit elkaar zijn getrokken. Onderweg hielden we een plaspauze bij een heus flyover-wegrestaurant – het leek wel de A2 bij Schiphol! Weliswaar was het gedeelte van het gebouw dat over de weg strekte leegstaand en geen bruisend Vandervalk restaurant, stond er in het donkere betonnen karkas bij de ingang enkel een vrouwtje met tafeltje en koelbox wat koekjes en drankjes te verkopen, en kwam een penetrante urinelucht je tegemoet vanuit de toiletten, maar met een beetje fantasie... We kwamen de internationale jongerengroep weer eens tegen en hebben daar kort mee staan praten, en kochten binnen een pak sesamkoekjes, voordat het weer tijd was om verder te gaan.



We zagen vandaag onderweg een fazant de weg oversteken, en Tjo probeerde deze serieus gewoon te raken! Gelukkig miste hij hem... Het valt ons zo op dat er hier bijna geen wilde dieren zijn, zelfs geen vogels; we zien af en toe een duif, en vooral eksters en hele kleine vinkjes. We hebben in Kumgangsan in de bergen dat ene eekhoorntje gezien, en nu dus een fazant. Zelfs in zo’n berggebied hoor je dus bijna geen vogels. We vragen ons dan af of de rest van de dieren misschien opgegeten zijn in slechtere tijden, en het restant daardoor weggetrokken? Want het is echt opvallend in een toch wel vruchtbaar-ogend land vol bergen...



Af en toe moesten we langs checkpoints onderweg naar de Kongmin Tombe – erg veel hebben we deze reis nog niet gehad. En in de bergen waren veel tunnels (met kijkgaatjes) en vreemde monolithische monumenten langs de weg: we kunnen maar niet verzinnen waar ze voor zijn, maar je ziet ze regelmatig – 3, 4 of 5 monolithische betonnen constructies aan één kant van de weg – en of ze nu als versiering dienen of als een of ander symbolisch iets, we weten het niet!



Tegen het einde van de middag, in de buurt van Kaesong, sloegen we af van de “snelweg” naar een klein weggetje door de bergen (en reden in een blinde bocht bijna tegen een vrachtwagen aan die bestuurd werd door een familielid van Tjo, te oordelen aan de rijstijl). Ons doel was de Kongmin Tombe, een 14e eeuwse tombe van het Koryo rijk die is genomineerd voor de lijst van Unesco wereld erfgoed, en, in tegenstelling tot een hoop dingen in dit land, niet kapot gerestaureerd is door het regime. En wij waren inderdaad blij verrast met hoe mooi het nog is! Het is een tombe van de 14e eeuwse keizer Kongmin en zijn geliefde gemalin koningin Noguk, een prinses uit Mongolië. De twee tombe-heuvels zijn omringd door tijgers en schapen om de relatie tussen het Mongoolse en het Koreaanse rijk te symboliseren – de tijger was het symbool van het toenmalige Korea, het schaap of ram van Mongolië.



De tombe ligt schitterend tussen de heuvels en bovenaan een lange stenen trap – blijkbaar is er, toen de koningin overleed, door de keizer erg veel tijd en moeite besteed om de perfecte locatie te vinden, en heel erg veel met feng-shui-specialisten overlegd. Niemand kon echter, tot grote ergernis van de keizer, de perfecte locatie vinden. Uiteindelijk verscheen een jonge feng-shui specialist die beweerde iets gevonden hebben, waarop de keizer aangaf dat als hij het wat vond de jongen alles zou krijgen wat hij vroeg, maar als hij het niks vond, dan zou de jongen gedood worden. De jongen ging met de adviseurs van de keizer kijken bij de locatie, terwijl de keizer de tegenovergelegen berg beklom om de locatie van een afstandje te bekijken. In het geheim had hij van te voren al aangegeven aan zijn adviseurs dat als hij met zijn zakdoek wapperde de locatie niets was en de jongen gedood moest worden. De berg was steil en toen de keizer boven kwam veegde hij het zweet van zijn hoofd terwijl hij de perfecte locatie van de jongen bewonderde, en hij was verrukt! Echter toen hij weer beneden kwam ontdekte hij tot zijn schok dat de adviseurs de jongen hadden gedood – zij hadden zijn zakdoek natuurlijk gezien! Daarop riep de keizer “mijn god” uit in frustratie, en sindsdien heet de berg tegenover de tombe dus “mijn god berg”...



Wij liepen ook in bewondering rond bij de tombe; aan beide kanten stond een rij van vier hoge beelden. Vanaf de tombe gezien aan weerskanten een oude adviseur, een jonge adviseur, een jonge soldaat en een oude soldaat. Symbolisch, natuurlijk, want hiermee staat de meeste kennis het dichtste bij het keizerlijk paar om ze zo goed mogelijk te adviseren, en de meeste militaire ervaring het verste van de tombe om het keizerlijk paar zo goed mogelijk te kunnen beschermen. Ondanks dat het graniet natuurlijk al ruim 700 jaar in weer en wind stond, waren de beelden nog goed bewaard en gaaf en zag je nog veel details. Echt heel erg mooi, ik kan me voorstellen dat de keizer erg tevreden was met zijn laatste rustplaats! De tombes zelf zijn blijkbaar intact gebleven tot ze in 1905 door Japanners leeggeroofd zijn, en volgens Hwang trokken ze hier met “vele ossenwagens vol aan schatten” weg.



Tegen de tijd dat we hier uitgekeken waren was het al tegen 18:30 en was het licht al wat minder aan het worden alhoewel het nog niet aan het schemeren was. Het was gelukkig niet zo ver meer naar Kaesong, waar ons hotel in het oude deel van de stad lag, maar onderweg kwamen we in het centrum still te staan omdat een rotonde afgezet was. Er waren in de verte aan de andere kant van het grote plein, met een kleine traditionele poort op een heuveltje midden op de rotonde in het midden, honderden studenten bezig dansen te oefenen, al dan niet in traditionele klederdracht, en iedereen wilde dat natuurlijk wel zien, dus onze vraag was of we misschien een beetje dichterbij konden komen om te kijken? Oef, dat was een moeilijke vraag! We hebben zeker een kwartier net buiten de bus gestaan – pas na enige minuten onderhandelen mochten we überhaupt de bus al uit! En terwijl Tjué druk stond te onderhandelen met de verkeersagent, zijn collega en zijn meerdere, die allemaal waren komen kijken wat er aan de hand was, en ondertussen met wie weet nog meer aan de telefoon aan het vergaderen was, stonden wij dus op straat bijna-verkeersongelukjes te veroorzaken bij fietsers die ons nagaapte en bijna van hun fietsen vielen of bijna tegen elkaar op botste terwijl ze bleven kijken naar het maffe clubje toeristen in hun stad!



Inmiddels hadden we al wel begrepen van Hwang dat dit straatfeest ter gelegenheid van de Nationale feestdag van de Jeugd was, dit was namelijk de generale repetiite voor de “Kaesong Youth Day Games” die vanavond om 19:30 zouden beginnen (het was inmiddels al 19 uur geweest). Maar dichterbij mochten we maar niet komen. Uiteindelijk bleek dat al Tjué’s onderhandelen had opgeleverd dat we wél mochten gaan kijken (meestal loopt hij er maar een beetje verveeld bij, maar dit soort uitdagingkjes lijkt hij wel leuk te vinden) – maar eerst inchecken bij het hotel... Gelukkig was het hotel vlakbij, en dan zouden we als toppunt van verwennerij zelfs naar het dansen toe mogen lopen! Ja dat klinkt misschien gek, maar dat is hier in zo’n bureaucratisch land, waar alles tot op de minuut gepland wordt en niets zonder schema gebeurt, ongekend en bijna duizelingwekkend spontaan! Wat Tjué daar toch niet voor heeft moeten doen? Ik denk dat de burgemeester van Kaesong er bij geroepen is om zich hier over te buigen...



Dus werden we naar het traditioneel hotel gebracht en opgejaagd door Tjué om snel snel snel weer bij de poort te komen staan zodat we als groep naar het straatdansen konden lopen. iedereen deed zich haasten maar uiteindelijk stonden we een hele tijd te wachten en naar het straatleven te kijken onder de poort terwijl we op Tjué wachtte. Want we hadden inmiddels wel toestemming van de verkeerspolitie en weet ik veel wie nog meer om naar het straatdansen te gaan, maar het hotel had ook een vinger in de brij en was het er blijkbaar niet mee eens dat zijn gasten zomaar spontaan een avondwandelingetje gingen doen!!! Zucht... Eindelijk kreeg Tjué ook dit voor elkaar en konden we dan vertrekken; het was inmiddels al donker aan het worden en al voorbij 19:30, maar het bleek toen we aankwamen bij het dansen dat het pas om 20 uur zou beginnen, dus we waren ruim op tijd. We werden bij elkaar geinstalleerd op de trappen van een soort gemeentehuis (?) waarvandaan we een goed zicht hadden op de dansende studenten – er stonden zelfs twee naast ons op de trappen zelf te dansen.



Het was leuk om te zien, er werd gezongen en gedanst, en we merken dat er zo’n 10-15 populaire deuntjes zijn die in dit land overal waar je komt gespeeld worden; of het nu op straat bij zo’n feest of gewoon in een winkel of op een pleintje uit microfoons speelt... Liefelijke deuntjes met een makkelijke, meeslepende melodie die in je gehoor blijft hangen, tot het irritante toe! Alle dansers en het koor richtten zich op iets naast ons wat we niet konden zien – misschien een box met notabelen of zo? Na een klein half uurtje, het was inmiddels 20:15 geweest, besloot Tjué dat het lang genoeg geduurd had, en werden we teruggeloodst naar het hotel. Omdat we ons realiseerde wat een uniek spontaan verwennerij dit wel niet was, hebben we Tjué uitgebreid bedankt voor het regelen, en dat leek hij wel te waarderen! Terwijl we terugliepen naar het hotel waren Hans en ik dolblij dat we er nog aan gedacht hadden om ons koplampje mee te pakken, want er waren wel een paar straatlampen maar daar zaten hele zwakke spaarlampjes in, en voor de rest zag je echt geen hand voor ogen, terwijl er wel een paar kapotte putdeksels waren onderweg!



In het hotel teruggekomen, in de vorm van een soort traditioneel straatje met kleine traditionele huisjes aan beide kanten en een waterstroompje in het midden, werden we naar het restaurant gebracht voor een lekker maar ijskoud traditioneel avondeten op matten op de grond: allemaal bakjes op een dienblad (hoe meer bakjes, hoe belangrijker je vroeger was...). Uiteraard was alles, tot het gebakken eitje toe, vanochtend vroeg al klaargezet. Gelukkig was de rijst en waterige soep nog wel warm, maar de rest leek gewoon recht uit de koelkast te komen!



In onze “hotelkamer”, wat één kamer was van een serie kamers met rijstpapieren schuifdeuren rondom een binnenplaatsje was dat met een hangslot aan de poort afgesloten kon worden, lagen twee gewateerde matten en twee dikke dekens, en een kussen dat een bonenzak bleek te zijn! Dit was dan de traditionele overnachting waar we al voor gewaarschuwd waren. Er stond een ventilatortje en omdat het nog altijd warm en broeierig was, hebben we die op Hans zijn hoofd gericht, en de dikke dekens hadden we nu toch niet nodig dus die hebben we onder de matrasmatten gelegd als een cm extra “zachtheid” om op te liggen. Op zich wel grappig natuurlijk voor één nacht, zoiets, en inmiddels waren we wel gewend aan keiharde bedden, dus al met al viel het eigenlijk best mee – ik heb nog altijd slechter geslapen in de trein op die harde plank dan hier! Hans voelde echter dat hij slecht tot niet zou slapen, dus hij heeft een licht slaappilletje genomen – niet eens echt een slaappil, maar meer rustgevend zodat je kunt relaxen en op die manier vanzelf in slaapt valt. Ik slaap bijna overal wel, maar voor hem is het toch wat lastiger en dan kun je als je aanvoelt dat je niet gaat slapen maar beter alvast maatregelen nemen in plaats van heel de nacht wakker liggen!


free counters