Donderdag 29 augustus: Kaesong – Pyongyang, 202km

Het had vannacht lang en veel geregend – eigenlijk voor het eerst deze reis dat we regen gehad hebben! Daardoor koelde het echter niet af, het bleef nog altijd zo warm en benauwd als anders. Het water stroomde van de daken af en stond in diepe plassen in het binnenplaatsje, en het stroompje buiten was inmiddels een riviertje geworden. Wel een mooi gezicht maar we hoopte dat het niet te lang of te hard zou aanhouden natuurlijk, want zo zie je ook weinig van het landschap om je heen! Ontbijt was weer in hetzelfde restaurant als gisteravond, en we kregen een lauwwarm omeletje, twee dichte zoetige broodjes en boter en jam. Er zaten in het zaaltje ook twee Duitsers en een Fransman, dus we hebben even ervaringen uitgewisseld. Blijkbaar hadden alle drie gidsen die perfect hun taal spraken, waarop we over onze gidsen vertelde die slecht Engels konden maar waarvan de vrouwelijke gids uiteindelijk toch wat meer Nederlands leek te verstaan en te spreken dan we dachten.



We werden vandaag gebracht naar (weer) een “Korean History Museum”, maar omdat we een beetje vroeg waren en het museum nog niet open was, zijn we eerst nog even langs Sonjuk Brug geweest, een oude brug uit de 13e eeuw, die blijkbaar ook op de nominatie voor de Unesco wereld erfgoed lijst stond. De brug is vooral bekend omdat een in die tijd befaamde Confuciaanse geleerde en staatsman in opdracht van de kroonprins vermoord werd. In 1780 is de brug onbruikbaar gemaakt voor het publiek en is er een klein bruggetje naast gemaakt, zodat het behouden zou blijven als monument. Het regende inmiddels nog altijd, maar het was een mooi oud bruggetje dus ik ben er even uitgeweest – Hwang haastte zich achter me aan met haar parasolletje voor de regen – voor een foto.



Na het bruggetje zijn we dan toch richting het Korean History Museum gegaan, en toen we een enorm gebouw op een heuvel zagen hielden we ons hart al vast – dat waren er ongetwijfeld meer dan een paar kamers om verplicht door te lopen! Maar gelukkig gingen we niet naar het hoofdgebouw of wat het ook precies was, maar naar een mooi oud houten paleisje dat ook als museum ingericht was. Dat was wel heel erg mooi, die licht gekrulde en overhangede daken en beschilderde plafonds en interieurs zijn zo mooi, en er stonden mooie grote oude bomen die volgens de lokale gids vele honderden jaren oud waren. We zagen hier een kleine maquette van de Kongmin tombes, en een reconstructie van de grafkamer zelf, met de muurschilderingen erop.



Na het museumpje was er mogelijkheid om in een paar traditionele winkeltjes spullen zoals ginseng thee en zo te kopen. De ginsengwortel zie je hier overal terug, en het is blijkbaar (zeggen ze) razend gezond voor je, maar als we ernaar vroegen gaf men ook toe dat de smaak wel bitter was. Hmmm, misschien niet zo’n goed souvenir dus, al mag het dan nog zo gezond zijn!



De regen begon onderhand een klein beetje op te klaren, en nu reden we weer dwars door de stad richting een uitkijkpunt. De verkeersagenten in hun zeer nette pakjes hadden doorschijnende regenkleding aan zodat je nog altijd kon zien dat ze verkeersagent waren zonder dat ze zelf drijfnat werden – wel een grappig gezicht! En terwijl we naar het uitkijkpunt reden snapte Hans en ik opeens waar de dansende studenten van gisteren naar toe aan het kijken en dansen waren... Niet een of ander erepodium, maar een standbeeld van Kim il Sung hoog op een heuvel. Ach ja hoe kon het ook eigenlijk anders! Bij het uitzichtspunt gekomen (we mochten vandaag de buiging bij Kim gelukkig overslaan) liep Tjué resoluut de bosjes in en wij erachteraan. Na een klein beetje geklauter over rotsen kwamen we bij een opening tussen de bomen waarvandaan we inderdaad heel mooi het oude deel van de stad konden bekijken, met de kleine straatjes, gekrulde dakpandaken en traditionele huisjes.



Aangezien we een vol programma hadden vandaag moesten we al gauw weer door, en terwijl we terug naar de bus liepen begon het opeens weer te hozen van de regen! Dus dook iedereen zo goed en kwaad als het ging onder de bomen of (diegene die geluk hadden en er nog vlakbij waren) in het paviljoentje bij het uitzichtspunt, om te wachten tot het iets makkelijker was om terug naar de bus te rennen! We moesten vanavond in Pyongyang zijn voor de Arirang Games, maar eerst gingen we nog even richting de DMZ, vlakbij – de Demilitarized Zone, oftewel de 38e breedtegraad, de grens met Zuid Korea. Leuk, en stoer! En een beetje vreemd, want de twee landen zijn dan wel niet meer actief in oorlog met elkaar, maar officieel is de oorlog nooit afgelopen, en het rommelt hier nog altijd (politiek) regelmatig.



De DMZ is een strook van 4 kilometer breed, 2 kilometer aan iedere kant van de grens, en bij Panmunjom staan die beroemde blauwe en grijze barakken die precies op de grens staan, en is indertijd de wapenstilstand getekend. Daar gingen we dus heen. Er liggen blijkbaar langs heel de grens in deze zone wel ongeveer 2 miljoen landmijnen... Oef! Onderweg ernaar toe zagen we weer veel van de monolithische pilaren langs de weg, en dit keer hebben we het maar gevraagd; ze waren min of meer decoratief bedoeld, maar hadden vooral een militaire functie – je kon de onderkant opblazen en dan stortte ze over de weg, als antitank versperringen. Tja, we hebben maar niet gezegd dat zulke dingen waarschijnlijk weinig effectief zijn...


We moesten een hele tijd in onze bus aan de rand van de DMZ wachten tot we opgehaald zouden worden door een militair. Terwijl we daar stonden (en het weer flink aan het regenen was) zagen we hoe een aantal motorrijders – die net als wij in het traditioneel hotel in Kaesong hadden overnacht – uitgezwaaid werden door een menigte Koreanen in traditionele jurken en pakken. Deze motorrijders waren Europeanen die, in het kader van een verzoeningsrit tussen Noord en Zuid Korea, door heel Korea aan het rijden waren. Ze hadden al heel Noord Korea gehad, en waren nu onderweg naar Zuid Korea, maar het is natuurlijk heel controversieel om die grens over te gaan! Eigenlijk hadden ze via Panmunjom in de DMZ over willen steken van Noord naar Zuid, maar dat accepteerden de Zuid Koreanen blijkbaar niet (volgens Hwang). Nu waren ze dus gaan kijken naar de DMZ en dan zouden ze straks min of meer legaal (of illegaal, dat was ons nu niet echt duidelijk) via het gezamenlijke industrieterrein iets verderop proberen over te steken.



We werden nadat de motorrijders vertrokken waren al gauw opgehaald – er mogen maar een beperkt aantal mensen tegelijk het terrein op – en werden gebracht naar de werkelijke rand van de DMZ. Daar konden we in een gebouwtje souvenirs kopen en een kaart van de omgeving bestuderen. We zouden rondgeleid worden door soldaten, en moesten ons dus aan strenge regels houden – alleen fotograferen IN gebouwen, niet erbuiten, en absoluut niet in de richting van de grote, nogal onverbiddelijke poort fotograferen. Na wat rondkijken in het winkeltje moesten we buiten in rijen opstellen – er waren nog een paar groepen – en in de stromende regen wachten tot we, te voet, door de poort mochten lopen. De bussen reden leeg door de poort en gelukkig werden we aan de andere kant wel weer opgehaald en de 2 km tot de grens zelf in de bus gebracht! Vlak achter de poort waren weer veel van die anti-tank blokken, en volgens mij kon heel de poort zelf ook opgeblazen worden, plus er was duidelijk een groot diep gat onder dat afgedekt was met metalen platen. Het contrast van die poort met het rijden door de DMZ zelf was dan weer gek; dat waren gewoon weer landbouwvelden, best liefelijk. Je zag voor de rest weinig dat je zou doen zeggen dat dit echt een oorlogszone was.



Bij het complex aan de grens gekomen moesten we weer uitstappen en een terreintje oplopen; hier zouden we de armistice buildings bezoeken; een klein gebouwtje waar de vredesbesprekingen gehouden waren en een groter gebouw waar de overeenkomst zelf getekend was. Het terrein was spik en span onderhouden, met mooie bomen en bosjes in vormpjes geknipt, bloemen en mooi gemaaid gras. Heel bevreemdend eigenlijk! Eerst bezochten we het kleine gebouwtje met een grote tafel en twee ingangen waar de vredesbesprekingen gehouden waren. We mochten absoluut geen foto’s van de buitenkant van het gebouwtje maken... Toen we hier klaar waren, moesten we buiten weer (in de regen) opstellen in rijen, waarna we naar het grotere gebouw liepen en de verdragen konden bekijken, plus een expositie met Noord Koreaanse kijk op heel de oorlog. Uiteraard weer zeer strijdvaardig, met “zeëen van bloed” enz... nadat we hier uitgekeken waren moesten we weer buiten wachten, en opeens was het geen probleem meer om foto’s van de buitenkant van de gebouwen te maken – een van de soldaten ging zelfs zelf poseren en vroeg een toerist een foto van hem te maken! Nou, dan mogen wij ook foto’s maken...



In de bus werden we vanuit hier naar de speciale zone gebracht, de 7 barakken precies op de grens, met aan iedere kant exact tegenover elkaar een groot paviljoen dat helemaal bedekt is met verrekijkers en beveiligingscamera’s die op de andere kant gericht staan. We konden in het Noord Koreaanse paviljoen op het balkon staan, waar we mooi zicht hadden op de grens en de barakken. Maar HELAAS mochten we niet in die ene bekende barak die vaak in het nieuws getoond wordt, omdat de relatie tussen de twee landen weer wat verslechterd was. Volgens Hwang hadden de “Amerikanen” aan de Zuid-Koreaanse kant de deur op slot gedraaid. Het zijn hier altijd de “Amerikaanse imperialisten” die het gedaan hebben, en Zuid Korea bezet lijken te hebben volgens Hwang haar versie. Dat de Zuid Koreanen zelf misschien helemaal geen behoefte zouden kunnen hebben aan de Noord Koreanen is tenslotte ondenkbaar...



Het was erg bijzonder om hier te staan, en echt heel erg jammer dat we niet in de barak konden, maar het bijzondere gevoel werd ook wel erg teniet gedaan door het nogal liefelijke Disneyachtige van heel de opzet. Ondanks dat dit toch een zeer instabiel gebied is, doen het souvenierwinkeltje en de mooie gevormde struiken, bloemperken en nette grasveldjes dat gevoel volledig verdoezelen. Je VOELT niet dat het een dreigende situatie is, je voelt niet dat je in zo’n militair instabiel gebied bent, je voelt niet dat je in niemandsland bent, het is net alsof je in een parkje rondloopt. Al helemaal toen we nog even verplicht naar een enorm beeld moesten gaan kijken van de handtekening van Kim Il Sung, die hij zette vlak voor hij overleed.



Na het bezoek aan de barakken zijn we met onze eigen bus naar het soldatenrestaurant in het complex gegaan voor de lunch – de andere toeristen gingen ergens anders naar toe – waar we eigenlijk best lekker gegeten hebben. Daarna was het weer in de bus stappen en richting Pyongyang rijden, wat nog een lange rit zou zijn, maar we moesten op tijd in Pyongyang zijn voor de Arirang Games. Onderweg stopte we alleen even voor een korte pauze bij het A2-wegrestaurantgebouw... Helaas moest ik dringend, dringend plassen en plofte ik bijna uit elkaar, ondanks dat ik meestal probeer de plaspauzes te vermijden vanwege de doordringende urinelucht in deze gebouwen en omdat ik zo’n hurktoilet haat. Die in de trein had tenminste een hangbeugel zodat je mooi precies boven het gat kunt hangen! Maar ach, het was niet anders, dus ik ben even gauw geweest, en het stonk natuurlijk vreselijk maar uiteindelijk, als het niet anders is, dan is het ook wel te doen...



We kwamen om 15:45 aan in ons vertrouwde hotel, en hadden twee uur de tijd om een beetje op te frissen en om te kleden – wat erg fijn was, aangezien onze kleren toch behoorlijk nat waren geworden inmiddels! We waren eerder op de dag nog bang geweest dat de Arirang Games niet door zouden gaan vanwege de regen, maar gelukkig bleek toen we in Pyongyang aangekomen waren dat de lucht hier opgeklaard was, en het dus waarschijnlijk wel droog zou blijven. Gelukkig!!! Want dat zou eeuwig zonde zijn, als we op onze laatste nacht hier niet naar de Arirang Games zouden kunnen gaan...



Het water in het hotel was lauwkoud, dus ik heb even gauw gedoucht en Hans heeft maar overgeslagen en zou later vanavond wel douchen, als het water waarschijnlijk wel gewoon warm was. Na een beetje gerust te hebben en de camerabatterijen weer aan de stroom gelegd te hebben voor het spektakel vanavond, was het om 17:45 tijd om te vertrekken. We kregen in de bus onze kaartjes voor de Arirang Games, en gingen onderweg naar het stadium eerst nog even eten. We hadden de tijd, want we hoefde pas om 19:30 in het stadium te zijn en het eten wordt in restaurants toch altijd gelijk geserveerd of het staat er al (koud)... Het restaurant was tevens een soort winkel van sinkel, waar we een mooi stel porseleinen bakjes kochten met het idee deze aan een vriendin van ons te geven – die was namelijk kort nadat we terug zouden zijn jarig.



We kwamen ergens rond 19:15 aan bij het “Rungrado May Day Stadium” in Pyongyang, waar de Arirang Games (volluit: “Grand Mass Gymnastics and Artistic Performance Arirang”) gehouden worden. Het Rungrado May Day Stadium is met 150.000 zitplaatsen het grootste stadium ter wereld, en wordt naast wat voetbal- en atletiekwedstrijden met name gebruikt voor de Arirang Mass Games. Dan worden 30.000 van de zitplaatsen in beslag genomen door scholieren die grote boeken met gekleurde pagina’s ophouden en daarmee ingewikkelde taferelen maken, en doen nog eens 70.000 kinderen, jongeren en volwassenen perfect gesynchroniseerde dans- en acrobatiekoptredens (de “Mass Gymnastics”) op het 22.500 vierkante meter grote speelveld. Tijdens de Arirang Games wordt ongeveer de helft van het stadium gebruikt om te zitten, de andere helft is dus aan het gekleurde decor gewijd. Wat ons tijdens de reis niet verteld is maar wat ik naderhand op Wikipedia las, is dat er in de jaren 90 een aantal leger-generaals ter dood zijn gebracht in dit stadium door middel van verbranding, voor een mislukte moordpoging op Kim Jong-Il...



Hoewel de Arirang Games zelf pas om 20:00 begonnen, was het de moeite waard om er al om 19:30 te zijn, want dat was de “sound-check” van het decor van scholieren met hun gekleurde boeken, een soort generale repetitie. En het was een magisch gezicht om het decor te zien veranderen van een onregelmatige massa in strepen, banden en blokken kleur, en om die blokken met kleur van de ene kant van het decor naar de andere kant te zien racen. Je kon je ogen er niet vanaf houden en het was moeilijk om nog te geloven dat er allemaal individuele mensen zaten, het leek net een computerscherm met pixels! Omdat het de generale repetitie en een soort opwarming was voor de spelen zelf, werd iedere verandering van het bord met luide kreten aangekondigd. En 30.000 scholieren die tegelijkertijd hun boek dichtklappen en roepen is een indrukwekkend effect!



Het stadium was tijdens deze opwarming aardig volgelopen, en we zaten dan wel in een vak voor toeristen, maar uiteindelijk liep ook ons vak vol, ook met Koreanen, aangezien men in de twee korte kanten van het stadium op een gegeven moment gewezen werd naar betere zitplaatsen in het midden. Er was uiteindelijk weinig verschil in de stoelen in de eerste klas en die van ons in de derde klas, alleen je zat iets rechter voor het decor in de eerste klas (en die kaartjes waren natuurlijk ook fors duurder). We konden zwaaien naar Yvonne en Richard die in eerste klas zaten!



Klokslag 20:00 werd het stadium donker, en toen begon het echt. Het was een ongelofelijk schouwspel, en ongelofelijk hoe het ene moment het veld vol kan zijn met rode mensen, dan een tel lang het licht uitgaat, en het veld dan opeens vol staat met witte mensen. Echt ongelofelijk, we keken onze ogen uit! Het aller bijzonderste was wel het decor natuurlijk, waar gedetailleerde scenes op weergegeven werden, met bijzondere details als het effect van wuivende bomen, bewegende golven en zelfs de lichtjes van een auto die in de bergen reed…


Arirang” is de naam van een speciaal type Koreaans liefdeslied, over twee jonge geliefden die uit elkaar gedreven en van elkaar vandaan gehouden worden door een slechte huisbaas, en symboliseert daarmee het opgesplitst zijn van de twee Korea’s en de droom dat die ooit weer bij elkaar komen. De Arirang Mass Games zijn naar die liedvorm genoemd en de verhaallijn bestaat uit 9 delen als ik het goed heb, over het verleden, het heden en de toekomst van Noord (en uiteindelijk heel) Korea. Zelfs zonder veel kennis van de Koreaanse idealogie zag ik in de scenes terug hoe Korea uit elkaar gedreven werd, de periode van oorlog, hoe Korea zich richt op wetenschap, onderwijs, het leger, en de jeugd, hoe Kim il Sung in beeld komt en verheerlijkt wordt, en uiteindelijk hoe in een grote, uitbundige triomfantelijke eind- scene alles weer bij elkaar komt (tot de hele wereld toe) en viert dat Korea één is...




Het was echt een adembenemend schouwspel en de anderhalf uur durende show was echt een continue aaneenschakeling van activiteit – je had soms amper de kans om met je ogen te knipperen of het decor was weer veranderd of de dansers waren weer veranderd. Ongelofelijk mooi en bijzonder om zoiets gezien te hebben! Met recht staat dit schouwspel al sinds 2007 in het Guinness wereld record boek!



Nog helemaal vol van de show zijn we na de Arirang Games naar de kermis in de buurt gegaan, Munsu Funfair, waar we rond 22 uur binnenstapte. In 1994 gebouwd, is deze kermis blijkbaar recentelijk bekritiseerd geweest door Kim il Un, waarna het opgeknapt is. En zo staat er nu dus een hypermoderne achtbaan waar je in een horizontaal liggend harnas door allerlei kurketrekkers en over de kop gejaagd wordt! Gaaf... Entree kostte 2 euro per persoon, en wij zijn twee keer in deze achtbaan geweest, die exact anderhalve minuut duurt en een ongelofelijke adrenaline-ervaring is! We moesten (achteraf) naast de entreeprijs nog eens 3 euro per persoon per attractie afrekenen, totaal dus 16 euro voor z’n tweeen een avondje naar de kermis. Volgens mij zijn dat toeristenprijzen, anders was die kermis echt niet zo druk geweest als hij was! Ach ja. Weer een van Tjué’s schnabbeltjes vermoed ik, aangezien hij zorgvuldig niet liet zien hoeveel geld hij nu werkelijk aan de kassière betaalde. Hij liet het geld dat hij van ons verzameld had eerst in zijn zak glijden voor hij er weer wat uithaalde om haar te betalen, heel slim!



Ach ik moest er toen even op mopperen maar achteraf denk ik maar, zo hebben we tenslotte wel een VIP behandeling gehad. Want als wij ergens in wilde, al was het op dat moment onbemand, dan hoefde we niet in de rij te wachten en werden overal voorgelaten, of werd er speciaal een kermismedewerker gezocht om het apparaat voor ons te laten draaien... En het was wel leuk om rond te lopen en te kijken naar de Noord Koreanen – en van alle kanten bekeken te worden natuurlijk! Toen we in de achtbaan waren geweest met twee anderen uit onze groep kregen we van de soldaten die geduldig in de rij stonden te wachten op ons zelfs applaus! Rond 23 uur rolden we dan eindelijk na een lange, enerverende dag ons lekkere zachte (voor Noord Koreaanse begrippen) bedje in, pffff!


free counters