Vrijdag 7 november: Fukuoka – Nagasaki, 161 km

Vannacht was een doorwaakte nacht, we werden rond 1:30 voor het eerst al wakker; ik heb nog wel wat hazenslaapjes gedaan maar Hans heeft amper meer geslapen. Bah, het duurt nog wel even voor we echt van de jetlag af zijn ben ik bang! We werden vanochtend gewekt om 7 uur, en we hoefde dan wel pas om 9 uur te vertrekken, maar Dustin wilde ons zo veel mogelijk tijd geven om op te staan en in te pakken en douchen en zo... We hadden vanochtend veel mailtjes en reacties op ons blogbericht van de vorige avond gehad (we lopen 8 uur voor op Nederland), het is duidelijk dat het thuisfront deze reis interessant vindt en meeleeft met ons! Erg leuk vinden we dat!

Het ontbijt was een mix van westers en Japans, wat natuurlijk erg leuk was om van alles te proeven. Er stonden onder andere een paar kleine gekoeld bakjes met een soort bolletjes erin; ik had geen idee wat het was en hoe je het moest eten, en vroeg het later aan Dustin. Volgens hem was het natto, een heel gezond iets met een hele aparte smaak en textuur (beetje draderig en plakkerig). De smaak moest je schijnbaar echt aan wennen, net zoiets als drop voor buitenlanders. En voor de rest was het iets zoals yakult, dat nam je echt voor de gezondheid. Hmm, misschien probeer ik dat nog wel eens een keer, maar vandaag had ik daar geen zin in! Er zaten trouwens een hoop gepensioneerde Japanners in de eetzaal die, toen ze gingen praten, Amerikaans bleken te zijn; op bezoek dus. Je zou hun verhalen wel willen weten, en willen weten wat ze gingen bekijken en waarom...


Om 9 uur was iedereen beneden en klaar om te vertrekken. Dustin benadrukt steeds dat we op tijd moeten zijn; zelfs een paar minuten later vertrekken is eigenlijk niet acceptabel. Hij vertelde in de bus van alles, onder andere dat ze hier in Japan een speciale aardbeving-meld app hebben en zelfs een 24-uurs aardbevingen kanaal; iets waar veel Japanners mee bezig zijn. Nu zijn er natuurlijk wel veel aardbevingen hier, wel een paar per dag, maar relatief gezien weinig echt grote.


Na een uurtje of wat kregen we de mogelijkheid om even onze benen te strekken bij een “service station”, Kawanobori Reststop; meestal een plek waar je kunt eten en drinken en waar er automaten staan voor koffie, thee en zo. Dit is ECHT een automatenland; er staat vaak een hele rij automaten bij elkaar; je kunt niet alleen koffie kopen, maar wel 20 soorten. Ik hoorde zelfs mensen over dingen als bananenkoffie praten! Er staan ook bij de stalletjes vaak plastic modellen van de etenswaren uitgestald die ze verkopen; niet alleen handig voor de onhandige buitenlanders om iets te kunnen bestellen, maar ik denk voor de Japanners zelf ook echt bedoeld als smaakmaker en zodat ze precies weten wat ze voor hun geld krijgen. We hebben wat rondgekeken naar de eetstalletjes buiten en het delicatessenwinkeltje binnen, leuk al die vreemde en onbekende gerechten! Je kunt vaak echt niet aan de verpakking opmaken wat er in zit aan ingrediënten; een enkele keer staat er iets herkenbaars op zoals chocola of koffie, maar soms weet je zelfs niet eens zeker of het zoet of hartig is... en soms is het ook gewoon beide! Zoals een bus gedroogde groente-, banaan- en visstukjes... De Japanse versie van studentenhaver misschien?


We zijn na de pauze doorgereden naar Nagasaki, waar we eerst naar het Nagasaki Peace Park gereden zijn, bij het epicentrum waar de atomische bom gevallen was. De bus parkeerde in een grote ondergrondse garage, en er stonden parkeerwachters om de bus te begeleiden naar het juiste vakje en om ons erop te wijzen waar we veilig konden lopen... ze zijn wel erg van de veiligheid hoor! Eenmaal boven in het park stonden we gelijk bij het beeld van de Boeddha als symbool van vrede. Het was een redelijk grof, modern beeld en enigszins on-Japans om te zien, vinden wij dan. Het was onverwacht warm en zonnig trouwens, we hadden het gewoon warm! Na een introductiepraatje door Dustin en Thomas (Thomas is de officiële gids, aangezien groepen geen niet-Japanse gids mogen hebben, en Dustin is officieel reisbegeleider, maar in de praktijk wisselen ze af en is Thomas vooral de regelneef) mochten we zelf het parkje verkennen.


Aan beide kanten van het Boeddha beeld stonden hokjes vol kleurige papieren kraanvogels, hele trossen vol. In het vijvertje rondom het Boeddha beeld lag het vol met muntjes; 1-yen muntjes, maar vooral ook 5-yen muntjes, die volgens Dustin geluk brengen – maar dat zou hij nog wel eens vertellen.


Het was druk en we wandelde wat rond, tot we bij een monument kwamen dat de behoefte aan water vlak na de inslag herdacht. Bij dat monument stond een man die gebaarde naar een boordje met Engelse tekst dat hij een overlevende was... wow. Het bord gaf aan dat hij hier dagelijks stond om de wereld te wijzen op het belang van vrede. Hij schudde Hans zijn hand heel hartelijk en dat was toch wel heel indrukwekkend!


Er was verder een fontein, en er stonden beelden in een beeldentuin, gedoneerd door landen uit de wereld, inclusief een beeld uit Middelburg, de Nederlandse zusterstad van Nagasaki. Ook lagen er wat funderingen van een gevangenis die op die plek stond en afgebrand was. Hans en ik hadden wat moeite om te beseffen dat we in Nagasaki stonden, de plek waar de tweede atoombom geëxplodeerd was. En niet alleen dat, maar dat we bij het epicentrum stonden. Het parkje deed dat besef gewoon niet echt helpen komen.


Toen we al bijna weer bij het ontmoetingspunt moesten zijn zagen we een klas kinderen die voor het Boeddhabeeld in het gelid stonden, terwijl ze samen hardop lazen en af en toe een klasgenootje voor de groep iets voorlas. Er werd duidelijk samen gebeden, en op een gegeven moment moest een meisje een streng bontgekleurde kraanvogel-origami op gaan hangen in een van de twee hokjes. Veel mensen kwamen er omheen staan om foto’s te maken; dat is wel fijn in Japan, de Japanners vinden het zelf heerlijk als je foto’s maakt van ze, en zullen meestal zelfs gelijk een pose aannemen! Zo deden de kinderen hier nadat ze klaar waren gelijk hun vingers in een V-teken bij hun gezicht houden en gekke bekken trekken voor de foto... Lachen!


Hierna zijn we in een klein authentiek tentje gaan lunchen – er was een westers zitgedeelte met tafels en stoelen, en een Japans zitgedeelte met tatami-matten waar je je schoenen uit moest en op de grond op kussentjes zat in aparte hokjes afgescheiden door wanden van rijstpapier. Wij mochten gelukkig in het westerse gedeelte zitten, anders wordt het wel heel erg authentiek, pffff! De lunch stond al klaar, met schaaltjes sashimi, tempura en gebakken kip, verse warme plakrijst, wat ingemaakte groente en een schaaltje boven een brandertje, vol kool, groente, bouillon, kipstukjes en tofu. De brander werd aangezet en we mochten dit schaaltje pas eten als het brandertje uitging. Het resultaat was een lekkere tofu/koolsoep. Sowieso was heel de lunch erg lekker en vooral ook leuk om te eten – met stokjes uiteraard, al mocht je als je in nood was ook een vork pakken...


Na de lunch werden we naar Oranda Zaka, oftewel “Hollander Slope”, gebracht voor een wandeling. Dit is een oud gedeelte van de stad waar eeuwen geleden de Nederlanders, en later andere buitenlanders, woonden en leefden. Op een gegeven moment was “Oranda” (Nederland) zelfs de algemene term voor alle buitenlanders. Het was best leuk om de huizen te zien en door het gebied te wandelen. We bezochten een aantal oude landhuizen die nu in parkjes veranderd waren, zoals het voormalig Russisch Consulaat. In een van de kamers stond een Amerikaanse vlag opgesteld; wel een beetje vreemd voor wat ooit het Russisch Consulaat was en nu een soort tijdsmuseum was!


Onderweg liepen we langs een klein straat-altaartje voor geluk en veiligheid op straat. Volgens Thomas en Dustin was het goed mogelijk dat dit een onveilige hoek van de straat was en dat ze daarom een altaartje er weggezet hadden. Ik vraag me dan af in hoeverre dat de veiligheid verhoogt als suffe buitenlandse toeristen midden in de weg gaan staan om er foto’s van te maken en naar de uitleg te luisteren, maar goed... via wat winkeltjes liepen we naar een trein-liftje dat ons een eind de heuvel opbracht, naar het Glover Garden complex.


Glover Garden was het huis van de familie Glover, waarbij meneer Glover (een Schot van oorsprong, geloof ik) schijnbaar erg belangrijk was geweest voor de handel in Japan. Ze hadden huizen waar hij gewoond had bij elkaar gezet en er een groot park van gemaakt met voor zijn oude huis een vijver vol grote, vette, tamme verwende koi-karpers die al gulzig aan kwamen zwemmen als je nog maar amper in de buurt was. Had je wat te eten bij, dan werd het direct een kolkende massa van vissenlijven en -bekken! Het eerste huis dat we bezochten was weinig aan te zien, maar het park was duidelijk een belangrijke toeristische attractie want het was erg druk. Wel een beetje een tourist-trap in onze ogen...


We hebben door het park gewandeld, langs een beeld van Madame Butterfly en een piepklein museumpje over haar, en schijnbaar het eerste stukje asfaltweg ooit in Japan (door Glover zijn zoon gemaakt), en kwamen uiteindelijk bij een ander huis terecht dat ook van hem geweest was; aan dit huis was duidelijk te zien dat hij erg succesvol was geweest in het zakenleven, het was een heel mooi landhuis. Hans en ik hebben er even doorheen gewandeld en zijn toen lekker op een bankje gaan zitten, mensen kijken. Er lopen hier een aantal jonge vrouwen rond die zich voor de lol in traditionele Westerse kledij gestoken hadden, en uiteraard continu selfies aan het maken waren, lachen!


De wandeling door het gebied van Hollander Slope ging na Glover Garden door langs een plavuis die in de vorm van een hart was (bracht geluk voor geliefden geloof ik) en via een klein museumpje met praalwagens die in Nagasaki bij bepaalde feesten gebruikt worden. De Hollandse invloed is overal goed te merken, want een van de praalwagens was een Nederlands schip, en in het souvenirwinkeltje waren op de producten allerlei Hollandse symbolen herkenbaar, zoals de Hollandse vlag, een man in zwarte pofbroek, de schepen, en ook producten zoals koekjes en sigaren en zo. Lachen!


Via een lange souvenirstraat zijn we geleidelijk aan terug naar de bus gewandeld. Hans en ik hebben ons zitten afvragen wie het persoon was waar een halve winkel aan souvenirs aan gewijd werd; een oude foto van een stoer kijkende man. Nergens konden we Engelstalige uitleg vinden, helaas! Al wandelend door het gebied werd ik vriendelijk doch dringend uit een oud kerkje geschopt; ik was de helling op gesprint om even een foto te maken van het Mariabeeld voor de entree van de kerk, terwijl de groep nog naar een lang verhaal van Dustin stond te luisteren. Ik ben toch al lang weer beneden voor Dustin is uitgepraat en anders haal ik ze zo wel in... Het pad was niet afgesloten en er was wel een ticket-hokje vlakbij maar ik had er niet bij stilgestaan dat dat tickethokje voor deze kerk was, en dat je dus al onderaan de helling entree moest betalen... Oeps, sorry! Het gebeurde duidelijk vaker met die suffe buitenlandse toeristen, want het vrouwtje was eerder gelaten dan boos...


Vlakbij de bus zagen Hans en ik opeens een softijs-winkeltje; dat zou wel smaken! Tja, euh, alles was in het Japans en het was duidelijk dat de winkelier geen woordje Engels sprak. Maar gelukkig lag er een tekening van een roze en een wit softijsje op de toonbank. Doe maar 2 witte, voor de veiligheid – roze kan hier aardbei zijn, maar net zo goed rode biet of bonenpasta zijn... met de softijsjes in de hand liepen we terug naar de bus, klaar om te vertrekken, maar helaas, we mochten niet in de bus eten! Dus hebben Hans en ik ze maar gauw buiten de bus naar binnen gewerkt terwijl de rest van de groep zat te wachten!

Als laatste bezochten we vandaag het eiland Dejima, waar de Nederlanders in de gouden eeuw leefde en als enigste handel mochten drijven met de Japanners. We hadden eerst geen erg erin dat we er al naar stonden te kijken toen de bus stopte; je verwacht toch nog altijd een eilandje voor de kust, zoals op de oude prenten. Maar over de eeuwen heen was het bassin waarin ook het eiland lag gedempt, en nu lag Dejima dus middenin de stad! Tussen de hoge moderne flatgebouwen stond een klein waaiervormig eilandje van oude gebouwtjes, met een grachtje eromheen. Tja... absoluut een leuk idee om op zo’n historische plek te staan, maar het effect was er helaas gewoon niet: het eilandje was helemaal opgeslokt door de stad en ook nog eens enigszins dood gerestaureerd.


We hebben er naar een filmpje in het Japans geluisterd, met via koptelefoons Nederlandse vertaling, en het was wel grappig om te zien hoe de Japanners zich bij de komst van de Nederlanders onder andere hadden verbaasd over hoe ze met mes en vork aten (je kon in het Japans trouwens duidelijk de woorden “knife” en “fork” herkennen!), en over het eten dat we meebrachten zoals koffie, appeltaart, worst en stroopwafels. Lachen!


Daarna hebben Hans en ik een beetje rondgeslenterd en mensen gekeken (er liepen jongeren rond die zich verkleed hadden in traditionele Japanse kledij) tot het tijd was om te vertrekken. We hadden hier op Dejima eigenlijk wel een beetje verwacht iets te vinden over Titia Bergsma, de eerste Nederlandse vrouw op Dejima (zo beroemd en fascinerend voor de japanners dat ze bijna een beroemdheid is, en er zelfs over haar een themapark gemaakt is, ondanks dat ze maar een paar maanden in Japan was voor ze teruggestuurd werd), maar we hebben er niets over gevonden. Hoewel het feit dat bijna alles in het Japans was, niet meehielp natuurlijk!


Omdat het hotel waar we naar gingen in een winkelcentrum lag midden in de stad waar het verboden was om te laden en lossen, en omdat Japanners zich goed aan de regels houden (als je als chauffeur 3 boetes in een jaar krijgt, ben je trouwens ook een jaar je rijbewijs kwijt), moesten we vanuit Dejima naar ons hotel lopen, en was de bagage al eerder gebracht. Het was een kleine wandeling en we zagen een aantal vrouwen in gewone kimono’s lopen, leuk! Het hotel zelf is supermodern, met overal USB-stopcontacten op de kamer, een massagekussen, een ipad, en een geavanceerd elektrisch toilet dat van alles kon. Weliswaar was de uitleg alleen in het Japans, dus de knopjes vergde wat experimenteren en dus ook onverwachte straaltjes water op rare plekken, of plotseling opwarmende bril of spoelend toilet, maar wel lachen! En al had Hans het thuis altijd over een verwarmde wc-bril willen hebben, nu weten we dat niet zo zeker meer... Het is toch een beetje een vreemde sensatie.


Avondeten was ieder voor zich vanavond, dus we zijn ‘s avonds in een groepje van 7 op zoek gegaan naar een maaltijd in de winkelwijk vlakbij. Zoals voorspeld werden we uit een paar eettentjes weggestuurd vanwege “geen plek” (ook eentje die zo goed als leeg was). En sommige tentjes waren zo onduidelijk wat ze aanboden, dat we het zelf niet aandurfde. Of ze stonden blauw van de rook, of waren alleen met Japanse zitgelegenheid… Uiteindelijk vonden we iets waar we juist enthousiast binnengehaald werden, op stoelen konden zitten, een enigszins begrijpelijke plaatjeskaart hadden (behalve de specialiteiten, die stonden volledig in het Japans zonder plaatjes erbij) en hebben we lekker als groep van alles besteld en op tafel laten zetten. Onze ober sprak 3 woordjes Engels, en zijn collega’s nog minder, maar met aanwijzen wat we wilde en hoe veel kwamen we een heel eind. Het was allemaal heerlijk, behalve de spiesjes met kippenorgaanvlees die er ondanks onze oplettendheid toch tussen geslopen waren, en kostte uiteindelijk maar 18 euro per persoon voor een leuk en gezellig feestmaal!


‘s Avonds terug op de kamer heeft Hans het massagekussen uitgeprobeerd – het kwam goed uit, want hij had behoorlijk last van zijn rug! En in een chatsessie met zijn dochter liet hij via foto’s en filmpjes zien hoe het toilet werkte. Om te tonen hoe het toilet al ging voorspoelen als je erop ging zitten drukte hij op de bril en per ongeluk ook op het knopje voor de bidet-straal; en dat is, zo blijkt, best een behoorlijk krachtige straal als er geen billen op zitten om het op te vangen! Er was dus een spontaan wc-fonteintje ontstaan...

free counters