Zaterdag 8 november: Nagasaki – Beppu, 268 km

We werden vannacht dankzij de jetlag om 2 uur wakker en konden geen van beide nog echt slapen. De wake up call was om 6 uur al, en we vertrokken om 07:30. Ontbijt was grotendeels Japans met wat westerse dingen zoals brood en ontbijtgranen, en alles was lekker en zag er goed uit, dus we hebben lekker overal van geproefd. Ik hou wel van de miso-soep die je overal bij het ontbijt krijgt, die is lekker hartig, soms met zeewier of tofu erin. En voor de rest is het experimenteren, van alles een beetje pakken en kijken wat lekker is en wat niet! En soms naar je Japanse buren gluren hoe ze iets eten en wat je met wat hoort te combineren… Je krijgt hier in de hotels je kamersleutel vaak in een klein envelopje aangereikt, met daarin naast de sleutel ook een kaartje van het hotel (soms met op de achterkant een zinnetje in het Japans geschreven voor de taxichauffeur zodat je je weg weer terug naar het hotel kunt vinden), en een paar “ontbijtbonnetjes”. Blijf je ergens meerdere dagen dan krijg je per persoon per dag een bonnetje. Die moet je bij het ontbijt bij je hebben, en afgeven aan de persoon die bij de ingang naar de ontbijtzaal staat. Die persoon geeft je in retour voor de bonnetjes een (meestal geplastificeerd) kaartje dat je op je tafeltje moet leggen om aan te geven dat die tafel bezet is, en die persoon brengt je ook naar je tafel – heel soms mag je zelf kiezen waar je zit maar meestal niet… en precisie is hier belangrijker dan tijd dus ze nemen er de tijd voor om alles perfect te doen!


Om 7:30 stonden we klaar beneden in het winkelcentrum om te vertrekken, en werden onze tassen ondertussen in een paar taxi’s geladen om naar de bus te brengen. Toen iedereen present was zijn we naar het parkeerterreintje gewandeld waar de bus stond, ondertussen nog een paar vrouwen in kimono spottend, en vertrokken we richting Kumamoto. In de bus deed Dustin nog zijn Japans telefoonnummer geven mochten we hem ooit in noodgeval nodig hebben, als we bijvoorbeeld ergens alleen rondlopen en verdwalen of zo. Maar hij zei dat als dat gebeurde, we zonder problemen een Japanner konden aanklampen en vragen of we zijn telefoon mochten gebruiken of zijn hulp vragen, want dat deden ze sowieso graag.


De eerste stop van vandaag was bij een servicestop bij Obama Beach (ja echt, geen idee waar die naam vandaan komt maar we hebben het al een of twee keer gezien, en het heeft niets met de Amerikaanse president te maken!). Deze servicestop was een beetje afgetrapt maar had een grote etenswaren winkel, waar je alles van snoepjes en gebakjes van rijstebloem tot gedroogde vis en ingemaakte groente kon kopen. Leuk! De etenswaren liggen hier in winkels prachtig ingepakt, en of er staan kleine doosjes met monsters zodat je kunt proeven (en een doekje of antiseptische zeep erbij om je vingers schoon te maken), of er liggen prachtige opengewerkte plastic voorbeelden zodat je kunt zien wat in de doos zit. Ook was er een uitzichtspunt over het strand maar dat was niet zo heel erg bijzonder. Na de plaspauze en nadat Hans en ik even nog een fles water gekocht hebben was het weer tijd om te vertrekken.


We reden door landelijk gebied, maar het is ook heuvelachtig, en de landbouw is dus op hele kleine schaal, kleine veldjes – en vaak ook handwerk. We snappen wel waarom groente en fruit hier zo duur kan zijn… toch vinden we het een beetje vreemd voor zo’n ontwikkeld volk; misschien is de ligging van andere dingen belangrijker dan het optimaliseren van je landbouw? Voor de rest zie je eigenlijk ook overal wel bebouwing; waarschijnlijk is de bewoonbare 30% van de landmassa tegelijk ook de beste/enigste plek waar de wegen doorheen kunnen lopen? Behalve de shinkansen natuurlijk, die snijdt dwars door de bergen…


Bij Shimabara namen we de ferry naar Kumamoto, wat ongeveer drie kwartier duurt. Op het parkeerterrein bij de ferry terminal deelde Thomas in de bus kleine zakjes garnalenchips uit aan iedereen. We snapten niet waar dit gul gebaar vandaan kwam, tot Thomas uitlegde dat de chips niet voor ons bestemd waren, maar voor de zeemeeuwen. Ok, dat leek ons wel een klein beetje zonde van de chips, maar prima, we zouden het wel zien zeker! Aan boord van de ferry zag je overal mensen met dezelfde chips lopen, tot grote zakken toe. Hans en ik gingen na vertrek (stipt op tijd) gelijk naar boven naar het achterdek waar we gezien hadden dat we buiten konden staan, maar het was daar hartstikke druk, want hier werden de zeemeeuwen gevoerd! En nu zagen we waarom het zo bijzonder was, want er vlogen tientallen zeemeeuwen met de ferry mee, en als je een garnalenchip tussen je vingers hield en deze buitenboord hield, dan pikte ze ze zo uit je handen. En japanners voeren graag dieren… Dus de chips vlogen ons om de oren want iedereen probeerde een foto te krijgen van de meeuwen die een chip uit iemands hand pakte (liefst een selfie, natuurlijk) en de kleine kinderen die er niet goed bij konden of gewoon ongeduldig waren gooide de chips gewoon in de lucht! Gelukkig waren er ook nog een paar mensen die de chips normaal zelf leken op te eten…


In Kumamoto reed de bus recht het centrum in, zelfs een beetje een industriewijk. Vreemd, want Dustin had gezegd dat we naar een mooie landschapstuin zouden gaan… op een klein en niet erg aantrekkelijk parkeerterrein deed de bus toch echt stoppen, en na een korte wandeling kwamen we bij een klein laantje met torri’s, heilige poorten, en wat souvenir- en delicatessenwinkeltjes. En inderdaad, opeens stapte we het Suizenji park in, in 1637 door een belangrijke lokale heer gemaakt als ode aan de 53 mooiste gebieden en plekken die hij onderweg vanuit Kumamoto tegenkwam op zijn jaarlijkse tocht naar de Shogun in Tokyo. Het is een groot terrein, met vijvers, heuvels, paadjes en perfect gemanicuurde bomen, waarbij ieder uitzicht, ieder heuveltje of inhammetje of watervalletje een van de mooie plekken in Japan in miniatuur uitbeeldt. Even heel oneerbiedig gezegd, dus in andere woorden een 400-jaar oud landschaps-Madurodam… Zo is er bijvoorbeeld een heuveltje van een paar meter hoog in de vorm van berg Fuji.


Het was perfect onderhouden en de vijver was erg mooi met de heuveltjes en bomen er omheen, al was het voor de foto’s wel jammer dat de niet bepaald aantrekkelijke skyline van Kumamoto op de achtergrond lag… 400 jaar geleden moet het heel erg bijzonder geweest zijn, nu eigenlijk des te meer vanwege het contrast van de hyper-natuurlijk uitziende vijver en de grauwe betonnen flatgebouwen erachter. Alleen wel een beetje jammer van de foto’s natuurlijk!


Het was, zoals alles in Japan, erg druk, en Thomas en Dustin leidde ons eerst naar de tempel in het tuinencomplex. Deze tempel was door latere generaties gebouwd om de kami’s oftewel geesten van de oprichter van de tuin en zijn familie te eren. Omdat het de eerste tempel was van de reis deed Thomas een beetje vertellen over de rituelen die erbij betrokken zijn. Zoals het reinigen van de handen en mond bij een bak met stromend water, of de rekken met papiertjes die vlakbij stonden. Je kunt bij zo’n tempel een toekomstvoorspelling kopen, maar die zijn bijna altijd negatief. Dus mensen geloven dat als ze zo’n negatieve toekomst gekregen hebben, ze die kunnen afwenden door hem nog op het tempelterrein op te hangen aan zo’n waslijntje. Ook legde Dustin uit over de 5-yen muntjes met een vierkant gat erin die vaak in het water gegooid worden; 5 in Japan is “go”, en goyen klinkt ongeveer als “geluk” in het Japans, plus het vierkante gat is een toegang voor de kami naar deze wereld… Hoewel ik in de praktijk ook vaak genoeg 1-yen muntjes zie liggen.


Het leukste aan deze tempel was dat er veel gezinnetjes rondliepen met een kind van 3, 5 of 7 jaar dat helemaal in prachtig traditioneel kostuum gekleed was. Vaak had de moeder ook nog een mooie kimono aan; rond deze tijd van het jaar (de datum lijkt niet vast te staan, het is meer een periode van een aantal dagen, en wisselt van regio tot regio) wordt er een speciale ceremonie gehouden om kinderen van deze leeftijden te zegenen en gezondheid en zo toe te wensen. Na een speciaal ritueel in de tempel volgt vaak een (aantal) fotoshoots en een feestje voor het kind. Dit was duidelijk een populaire tempel voor de gelegenheid dus het was een komen en gaan van prachtige mini-kimono’s. Ook de jongetjes zagen er heel mooi en stoer uit in hun pakjes, en de meeste kinderen leken het wel leuk te vinden dat ze, naast de officiële fotoshoot, ook nog eens door ons toeristen gefotografeerd werden. En anders wezen de ouders ze er wel op om ook nog even in de richting van onze camera’s te kijken… leuk hoor! We zagen zelfs nog een klein deel van een plechtigheid in de tempel voor een meisje.


Tijdens het rondkijken bij de vijver begon het heel licht te regenen, maar echt vervelend was het niet. Dustin maakte zich al zorgen om de regen maar meer dan een paar druppels werd het niet uiteindelijk. De winkeliers van de kleine stalletjes begonnen echter al driftig te gebaren naar hun ruim assortiment paraplu’s, die wilde we vast wel hebben! Na de tuin zijn we ook nog even een grote winkel met lokale specialiteiten ingegaan, en kregen zelfs een stukje van een soort amandelspeculaas aangeboden.


Onderweg naar ons eindpunt Beppu stopte we voor de lunch bij een servicepunt met allerlei eetstalletjes. Dustin vertelde dat hier in de regio de lokale specialiteit paardenvlees was, en er was inderdaad een stalletje dat een soort opengevouwen bapao-broodjes verkocht met twee varianten. Het zag er goed uit dus Hans en ik besloten wat dingen uit te proberen; een broodje bapao-draadjespaardenvlees, en een broodje bapao-paardengehakt. Het draadjesvlees was heerlijk mals en viel zo uit elkaar, alleen er zat bij ieder stukje vlees (een aantal andere mensen hadden het ook geprobeerd) een flinke strook vet tussen. Dat vonden we niet zo heel lekker! Het paardengehakt was een beetje vreemd van smaak en textuur, niet echt een succes. Iemand anders had inktvispoffertjes genomen – een soort poffertjes, van buiten best lekker om te zien maar van binnen nog een beetje rauw en vloeibaar, gevuld met stukjes inktvis. Het zag er alles behalve appetijtelijk uit, en was duidelijk geen succes. De persoon die het gekocht had kreeg het niet op (ze werden in bakjes van 6 verkocht), dus Hans en ik mochten de laatste proeven. Brrrrr, niet echt mijn ding!


Voor de rest hebben Hans en ik nog een varkens-kroket geproefd; de japanners zijn lang geleden in contact gekomen met kroketten uit Europa (waarschijnlijk meer de Franse aardappel-croquetten) en hebben daar hun eigen draai aan gegeven. De naam is echter nog herkenbaar gebleven, er specialiseerde zich dus een stalletje in “coroquettes”. Alleen, in onze varkenskroket zat weinig dat het aan varken deed denken, en er zat weinig smaak aan… ook kochten we nog twee viscakes op een stokje; een had paarse stippen en was duidelijk met inktvis-smaak, de andere konden we niet identificeren. Ze smaakte op zich wel een beetje maar waren niet geweldig. Erg leuk om alles te proeven, maar er zat dus niets in het experiment dat echt onze smaak was, helaas! Dus hebben we de experimentele lunch maar afgesloten met een eenvoudig klein softijsje om de rare smaken weg te krijgen…


Toen we aan kwamen rijden in Beppu zagen we overal in de stad de stoomwolken van de geothermische activiteit; ik denk dat de stadsverwarming er ook op werkte, het zou niet meer als logisch zijn! We zijn eerst naar een hotspring gegaan: het “blauwe” meer Umi Jigoku dat zo’n 98 graden was. Het was inderdaad mooi blauw, schijnbaar door de ijzersulfide in het water. In het winkeltje werden onder andere eieren en gerechten met eieren erin die in mandjes in het hete water gekookt werden, en we vonden weer een stempelkussen; dat stempelen is dus echt erg populair hier! Het meer zelf stoomde zo hevig dat je soms het water nauwelijks zag. Er was een klein stalletje dat gestoomde hapjes verkocht, gestoomd op geothermische warmte, en op het terrein was verder een klein tempeltje en een uitzichtspunt boven de bron zelf. Wel leuk om te zien, het is toch inbegrepen, maar (tenzij je zoiets nog nooit gezien hebt) niet echt iets wat de moeite waard is om zelf naar toe te gaan.


Er was ook nog op het terrein een plantenkas die van die grote amazonica waterlelies kweekte waar kinderen op kunnen staan. De kas werd door geothermische warmte verwarmd uiteraard, ze waren alleen nog redelijk klein van omvang want het was het verkeerde seizoen. Geeft niet, we hebben ze in het wild in de Amazone zelf gezien! En er was nog een kleine poel met water die roodbruin was.


Maar we gingen nog naar een andere hotspring, het “rode” meer Chinoike Jigoku dat “maar” 78 graden was. Het rood kwam in dit geval door ijzeroxide, en het meertje stoomde ook nog altijd flink: het was wel grappig om te zien maar niet echt spectaculair. Aan de rode modder van dit meer werden medicinale eigenschappen toegekend, er werden dan ook potjes rode-modderzalf verkocht. En er was een voetenbad waar je je voeten in kon laten rusten. Ook hier was er weer een stempel te scoren; leuk detail, de stempel van het blauwe meer was blauw, die van dit rode meer was rood!


Ons hotel is een kuurhotel, met een onsen oftewel warm mineraalbad (41 graden anders mag het geen onsen heten). ’s Avonds wilde de gids graag dat we in onze yukata’s kwamen eten; op zich wel grappig maar het restaurant (inbegrepen) was niet erg spannend, een beetje cafetaria-achtig buffet, dus het sloeg eigenlijk nergens op. Ach ja, sommige Japanse gasten deden het ook.


Ik ben na het eten naar de onsen gegaan; Hans wilde wel voor de ervaring maar houdt niet van die benauwde warmte en is thuis na een bad al eens flauwgevallen van de warmte. Dus hij heeft gewoon lekker gedoucht terwijl ik in mijn yukata naar de onsen ging. Het was rond 20 uur en erg druk (baden zijn gescheiden, naakt is verplicht). Er waren drie westerse vrouwen, ik en twee anderen van de groep, en verder totaal wel 20-25 Japanse vrouwen en een paar kleine kinderen. Een hele leuke, unieke ervaring dus! Je doet bij de ingang je sloffen uit, in de kleedkamer kleed je je helemaal uit, dan ga je de badruimte in waar langs de muur krukjes en doucheslangen staan. Daar was je je zittend goed schoon, en dan mag je het hete bad in. Er was hier ook een buitenbad, wat heerlijk was want binnen werd ik bijna benauwd van de bedompte warme lucht. We werden beleefd bekeken door de Japanse dames, stiekem begluurd door de kleine kinderen, en gewoon vriendelijk getolereerd. Na ongeveer 15-20 minuten weken was ik het wel zat dus toen was het terug naar de kamer waar ik nog wel even een koele douche heb genomen omdat het mineraalwater “plakte”. Een bijzondere ervaring!


free counters